Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 13 juni 2014, nr. MinBuza-2014.313907 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidieverlening op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds Life Sciences & Health for Development)Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond subsidieverlening Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds Life Sciences & Health for Development)De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 10.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,Namens deze,de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,R.Swartbol

Voor subsidieverlening op grond van artikel 10.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Fonds Life Sciences & Health for Development met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van de ontwikkeling van innovatieve gezondheidstechnologieën voor de bestrijding van ziekten1 gerelateerd aan armoede en seksuele en reproductieve gezondheid gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Voor subsidieverlening in het kader van het Fonds Life Sciences & Health for Development geldt voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2016 een subsidieplafond van € 2.700.000,–.

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de beleidsregels zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan de maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen.

Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Fonds Life Sciences & Health for Development worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 1 oktober 2014, 15:00 Nederlandse tijd aan de hand van het door de Minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier2 gevraagde bescheiden.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2017, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

1.1 Inleiding

Een groot deel van de bevolking in ontwikkelingslanden wordt niet of onvoldoende bereikt door gezondheidstechnologieën die een effectieve en betaalbare oplossing bieden voor veel voorkomende ziekten en gezondheidsproblemen. Volgens de Wereldbank en WHO is dit gebrek aan effectieve en betaalbare middelen voor diagnostiek, behandeling en preventie het primaire probleem voor het onder controle brengen van armoede gerelateerde gezondheidsproblemen in ontwikkelingslanden. Vooral armere bevolkingsgroepen, de zogenoemde ‘Bottom of the Pyramid’ (BoP) die onevenredig getroffen worden door eenvoudig te voorkomen of behandelbare gezondheidsproblemen, zijn gebaat bij innovatieve gezondheidstechnologieën. Het zijn juist deze groepen die in veel landen de motor van de nationale economie vormen en dus van belang zijn voor de economische groei van het land. De nog altijd veel voorkomende ziekten zoals aids, tuberculose, malaria en andere armoede gerelateerde gezondheidsproblemen, alsmede aandoeningen gerelateerd aan seksuele en reproductieve gezondheid hebben namelijk een forse negatieve impact op de arbeidsproductiviteit. En daarnaast hebben zwangerschap en bevalling in ontwikkelingslanden (te) vaak ziekte en sterfte van de (aanstaande) moeders tot gevolg. Daarmee valt ook de spil in het gezin tijdelijk of voorgoed weg met alle gevolgen van dien.

Nederland heeft op het gebied van ‘Life Sciences and Health’ unieke en hoogstaande expertise. De sector is door het kabinet aangewezen als topsector, wat inhoudt dat de overheid samen met bedrijven en de wetenschap gericht in de sector investeert. Via samenwerking tussen ondernemingen, kennisinstellingen en organisaties uit de publieke sector kan de Nederlandse expertise worden ingezet om innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor de gezondheidsproblematiek in ontwikkelingslanden. Een betere gezondheid komt de economische ontwikkeling ten goede, terwijl een betere economische situatie ook bevorderlijk is voor de gezondheid van mensen. Dit biedt kansen voor Nederlandse en lokale ondernemingen om innovatieve oplossingen te bedenken en uit te voeren.

Nederland neemt daarnaast ook een belangrijke internationale positie in als het aankomt op Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR). Nederland wordt gezien als een internationale leider op dit terrein, onder andere door de goede resultaten op eigen bodem. Zo behoort het aantal tienerzwangerschappen en abortussen in Nederland tot de laagste in de wereld. Investeren in seksuele gezondheid is erg belangrijk. Dit leidt namelijk tot kleinere, gezondere en beter opgeleide gezinnen, wat bijdraagt aan het zogenaamde ‘demografisch dividend’. Dit is een stijgende productiviteit onder de bevolking van een land, die tot langdurige economische groei leidt. Daarom blijft Nederland ook krachtig investeren in SRGR en is het één van de prioriteiten van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.

De Minister heeft daarom besloten projecten te financieren die ervoor zorgen dat er voor bevolkingsgroepen aan de BoP innovatieve gezondheidstechnologieën beschikbaar komen die armoede gerelateerde ziekten en aandoeningen gerelateerd aan SRGR bestrijden. Tot en met 31 december 2016 is er in de vorm van het Fonds Life Sciences & Health for Development (hierna: Fonds LS&H4D) € 2.700.000 beschikbaar voor het ondersteunen van samenwerkingsverbanden die zich richten op de ontwikkeling van dergelijke gezondheidstechnologieën.

1.2 Doelstellingen

Het Fonds LS&H4D geeft mede invulling aan het speerpunt Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (inclusief HIV/aids), één van de vier speerpunten van het huidige ontwikkelingsbeleid. Daarnaast sluit het fonds aan op het beleid om nieuwe coalities tussen ondernemingen, non-gouvernementele organisaties en kennisinstellingen te stimuleren, zoals verwoord in de recente nota Handel en OS.3

De hoofddoelstelling van het Fonds LS&H4D is:

Structurele armoedebestrijding door het verhogen van de gezondheidsstatus van de armere bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden door middel van innovatieve gezondheidstechnologieën voor preventie, diagnostiek en/of behandeling van aan SRGR gerelateerde aandoeningen en armoede gerelateerde ziekten. Hierbij worden kansen gecreëerd voor samenwerkingsverbanden die door het ontwikkelen van innovatieve gezondheidstechnologieën een bijdrage leveren aan de economische groei in ontwikkelingslanden.

Meer specifieke doelstellingen van het Fonds LS&H4D zijn als volgt:

De categorieën gezondheidstechnologie, die naar verwachting op de bovengenoemde thema’s de meest directe bijdrage kunnen leveren aan de gezondheidsstatus van de armere groepen in ontwikkelingslanden, zijn:

1.3 Subsidiabele projecten

Aanvragen voor subsidie hebben betrekking op projecten die gerelateerd zijn aan een bepaalde fase van productinnovatie, waarbij de innovatieketen zich uitstrekt van technisch economisch haalbaarheidsonderzoek tot en met de ontwikkeling van een ‘proof of concept’. Of de aanvragen hebben betrekking op projecten die zijn gericht op onderzoek van de introductie van producten, procedés of diensten op nieuwe markten, met uitzondering van daadwerkelijke vermarkting ervan. Per samenwerkingsverband kan ten hoogste één aanvraag voor subsidie in aanmerking komen. Indien een samenwerkingsverband meerdere projecten indient die in aanmerking komen voor subsidie, wordt alleen de aanvraag die het beste voldoet aan de maatstaven van het Fonds LS&H4D gehonoreerd. De projecten waarvoor subsidie verleend kan worden moeten leiden tot een business case die geschikt is om te worden gepresenteerd bij relevante financiële instellingen en/of ten behoeve van call for proposals in de (inter)nationale context. Dit om verdere productinnovatie of marktintroductie van een gezondheidstechnologie te stimuleren.

Figuur 1: schematische weergave van de mogelijke projecten binnen het Fonds LS&H4D, hetgeen onder de subsidiabele projecten valt is grijs en blauwgekleurd weergegeven.

1.4 Project resultaatsketen4

De gekozen methodiek voor het soort projecten onder LS&H4D is de resultaatketen . Deze fungeert tevens als de basis voor de monitoring en evaluatie. De resultaatsketen beschrijft de logische stappen tussen de input van het project en de korte- en langetermijneffecten die met de LS&H4D projecten worden beoogd. De resultaatsketen bestaat uit de volgende hieronder beschreven afzonderlijke stappen.

Input

Onder input worden verstaan de financiële-, menselijke-, materiële-, technologische- en informatiebronnen die worden ingezet voor de ontwikkelingsinterventie. De input staat dus voor de middelen die nodig zijn voor de uitvoering van het project.

Activiteiten

Activiteiten zijn maatregelen of werkzaamheden waarmee input, zoals middelen of technische hulp, wordt gemobiliseerd om een specifieke output te bewerkstelligen. Onder LS&H4D zijn vijf projectsoorten benoemd waarvan activiteiten subsidiabel zijn, zie paragraaf 1.3.

Output

Onder output wordt verstaan de producten en diensten na de voltooiing van de activiteiten in het kader van een ontwikkelingsinterventie. In het geval van LS&H4D wordt output specifiek omschreven als de Business Case die opgesteld wordt voor het verkrijgen van financiering voor de verdere ontwikkeling van de beoogde gezondheids-technologie omschreven in de subsidieaanvraag.

Figuur 2 Resultaatsketen van LS&H4D-projecten Inputs Activiteiten Outputs Outcomes

Outcome

Outcome is het beoogde of verwezenlijkte korte-termijneffect van de output van een interventie, die meestal gezamenlijke inspanningen vergt van de partners. De outcome staat voor veranderingen in de ontwikkelingssituatie die optreden tussen de afronding van de output en de verwezenlijking van de impact. In het geval van LS&H4D wordt met outcome specifiek gedoeld op het indienen van de ontwikkelde Business Case (de output) bij relevante financiële instellingen en/of ten behoeve van call for proposals in de (inter)nationale context, zie paragraaf 1.3.

Impact

Langetermijneffecten worden aangeduid als impact. Met impact worden bedoeld de positieve en negatieve effecten van een ontwikkelingsinterventie op de lange termijn voor identificeerbare bevolkingsgroepen. Dit kunnen directe en indirecte en bedoelde en onbedoelde effecten zijn. Deze effecten kunnen economisch, sociaal-cultureel, institutioneel of technisch zijn, dan wel het milieu of andere sectoren betreffen. Op impact niveau zijn voor LS&H4D drie specifieke doelstellingen (sub-thema’s) gedefinieerd, zie paragraaf 1.2.

1.5 Uitvoerder

De Minister heeft de uitvoering van deze beleidsregels opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna te noemen RVO.nl), agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. RVO.nl zal deze beleidsregels uitvoeren namens de Minister op grond van een aan RVO.nl verleend mandaat.

1.6 Administratieve lasten

Ter verantwoording van de administratieve lasten waarmee de penvoerder met het aanvragen en eventueel verkrijgen van een subsidie in het kader van het Fonds LS4H&D te maken krijgt is een toets uitgevoerd volgens een standaard kostenmodel. Daarbij is rekening gehouden met de indiening van een aanvraag, de beheerfase, de afronding van het project, waarna de penvoerder een verzoek om vaststelling van de subsidie moet indienen, en eventuele bezwaar-en beroepsprocedures. Uit de berekening blijkt dat het totale percentage administratieve lasten ten opzichte van het totale beschikbare subsidiebudget ca. 4,5% bedraagt. Het voorgaande bepaalt niet wat er wel en niet subsidiabel is op basis van deze beleidsregels, dit is wel in paragraaf 6 opgenomen.

Voor een goed begrip van de in deze beleidsregels gebruikte terminologie gelden de volgende begripsbepalingen:

De subsidie bedraagt ten hoogste 75 procent van de subsidiabele projectkosten per samenwerkingsverband tot een maximum van:

In deze paragraaf is een omschrijving van de projectkosten opgenomen die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de omvang van de subsidie. Voor kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, wordt geen subsidie verleend. De interne kosten van zowel de penvoerder als de andere deelnemers van het samenwerkingsverband worden zonder winstopslag in aanmerking genomen. Kosten van deelnemers in ontwikkelingslanden worden aan lokale maatstaven getoetst.

De subsidiabele kosten betreffen uitsluitend, na indiening van de aanvraag:

Naast het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een aanvraag voor subsidie afgewezen als er niet voldaan wordt aan het bepaalde in deze beleidsregels.

Aanvragen die niet reeds zijn afgewezen op basis van voorgaande paragrafen worden inhoudelijk beoordeeld op grond van onderstaande criteria. Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient de kwaliteit van de aanvraag van voldoende kwaliteit te zijn, dat wil zeggen dat de aanvraag minimaal 73 punten dient te scoren. Bovendien geldt dat zowel de beleidsmatige als inhoudelijke technische kwaliteit van het voorstel, als de kwaliteit van de penvoerder en die van het samenwerkingsverband voldoende moet zijn. Alleen de aanvragen die aan deze minimale kwaliteitseisen voldoen worden gerangschikt op basis van de behaalde scores en volgens deze rangschikking van subsidie voorzien totdat het subsidieplafond is bereikt.

Beleidsmatig (maximaal 38 punten te behalen)

De mate waarin het project beleidsmatig relevant is, wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Inhoudelijk en technisch (maximaal 31 punten te behalen)

Ten aanzien van de technische kwaliteit van het project, worden de onderstaande criteria betrokken in de beoordeling:

Organisatie (maximaal 14 punten te behalen)

Ten aanzien van de kwaliteit van de penvoerder worden de volgende criteria gebruikt bij de beoordeling:

Samenwerkingsverband (maximaal 17 punten te behalen)

Ten aanzien van het samenwerkingsverband worden de volgende criteria gebruikt bij de beoordeling:

In geval subsidie wordt verleend op grond van deze beleidsregels geldt het volgende: