Ministeriële regeling · BWBR0019366

Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van 21 december 2005, nr. DJZ/BR/1307-2005, houdende nadere regels met betrekking tot de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006)Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 2 en 3 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken, B.R.BotDe Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, A.M.A. vanArdenne-van der Hoeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan de bevordering van de naleving van mensenrechten.

De minister kan met het oog op de bevordering van de sociale en politieke aspecten van transformatieprocessen naar een democratisch en marktgeoriënteerd bestel subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan:

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.2, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die niet op grond van een van de overige bepalingen van deze regeling voor subsidie in aanmerking kunnen komen en die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van:

De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van vrede, veiligheid en rechtsorde.

Met het oog op en binnen het raam van de doelstelling, genoemd in artikel 2.5, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

De minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.7, aanhef en onderdeel a, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 2.7, aanhef en onderdeel b, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het verlenen van bijstand op maatschappelijk, juridisch, sociaal dan wel geestelijk vlak aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland.

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan het lenigen, beperken of voorkomen van menselijke noden ten gevolge van conflicten, natuurrampen of andere noodsituaties.

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 3.1, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

Vervallen

Voor subsidieverlening op grond van deze afdeling komen uitsluitend in aanmerking rechtspersonen die:

In aanvulling op artikel 3.2 blijkt uit aanvragen om subsidie op grond van deze afdeling dat:

Aanvragen zullen mede worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Subsidie kan worden verleend voor activiteiten waarmee reeds een aanvang is gemaakt indien:

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.3 geldt in ieder geval dat activiteiten niet in strijd zijn met universele mensenrechten en:

De minister kan subsidie verlenen voor andere activiteiten, dan bedoeld in afdeling 4, in of ten behoeve van ontwikkelingslanden op het terrein van een of meer van de volgende thema’s:

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de uitvoering van internationaal onderwijs en -onderzoek dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de minister op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking.

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan onderzoek en kennisontwikkeling, waarvan de uitkomsten effectief gebruikt kunnen worden voor het behalen van de Nederlandse doelstellingen van het buitenlands beleid op het terrein van armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling.

Vervallen

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 6.4, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan versterking van de positie van ontwikkelingslanden in het wereldhandelsverkeer door de beschikbaarstelling van deskundigheid en andere vormen van assistentie aan overheden van ontwikkelingslanden.

Vervallen

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan de verstrekking van leningen aan ontwikkelingslanden ten behoeve van investeringen in die landen tegen een rente die lager ligt dan de marktrente, door rentesubsidies en garantstellingen.

De Minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

De Minister kan subsidie verlenen voor activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan bevordering van de sociale en politieke banden en de economische samenwerking tussen Nederland en landen waarmee Nederland door nabuurschap, door culturele en historische betrekkingen, door hun betekenis als land van herkomst van in Nederland levende migranten of anderszins een bijzondere band heeft.

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 9.1, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

De minister kan subsidie verlenen ten behoeve van activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

Met het oog op en binnen het raam van de doelstellingen, genoemd in artikel 9.3, komen voor subsidie in aanmerking activiteiten gericht op of ter bevordering van:

Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder publiek private samenwerking verstaan: een samenwerkingsverband van enerzijds een of meer partijen afkomstig uit de kring van de overheid en anderzijds een of meer particuliere organisaties zonder winstoogmerk of partijen uit de kring van het bedrijfsleven, gericht op de realisering van gezamenlijk onderschreven doelstellingen door uitvoering van activiteiten op een zodanige wijze dat elk van de partijen een deel van de daartoe benodigde inspanningen levert en een deel van de daarmee gepaard gaande risico’s draagt.

Indien de publiek private samenwerking niet over rechtspersoonlijkheid beschikt, kan de subsidie uitsluitend worden verleend aan een van de partijen in het samenwerkingsverband die wel over rechtspersoonlijkheid beschikt, onderverminderd artikel 4, eerste lid, van het Subsidiebesluit. Op deze subsidieontvanger rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, onverschillig welk van de partijen in het samenwerkingsverband feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006.