U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-04-2021.

Ministeriële regeling · BWBR0035238

Regeling diergeneeskundigen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ / 14101632, houdende regels voor diergeneeskundigen (Regeling diergeneeskundigen)Regeling diergeneeskundigenDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op Richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU 2005, L 255) en artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, de artikelen 1.1, eerste lid, derde gedachtestreepje, onder 3°, 7.7, 8.22, tweede lid, en 8.36, vijfde lid, en 10.1, eerste lid, van de Wet dieren, de artikelen 3.1, derde lid, 3.4, derde lid, 3.6, derde en vierde lid, 3.16, 3.18, 4.4, 5.5 en 5.7, eerste en tweede lid, van het Besluit diergeneeskundigen en artikel 5.8 van het Besluit diergeneesmiddelen;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage23 juni 2014De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

De kwalificatie van dierenartsassistent paraveterinair, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het besluit heeft ten minste betrekking op de volgende onderwerpen:

Een opleiding als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit geeft ten minste uitvoering aan het leerplan dierfysiotherapie, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Tot het examen, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, wordt toegelaten degene die:

De artikelen 7.60 tot en met 7.63 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de stage, de beoordeling van de examenonderdelen en de uitslag van het examen.

Degene die de kwalificatie van embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van het besluit wenst te behalen, toont aan ten genoegen van de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dat hij onder verantwoordelijkheid van een gekwalificeerd embryotransplanteur of embryotransplanteur/-winner:

Een aanvraag tot toelating als bedoeld in artikel 3.13 van het besluit door een persoon, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.4, eerste lid of 3.6, eerste lid, van het besluit, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel.

Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, worden verstrekt:

Ingeval de minister op grond van artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties een compenserende maatregel noodzakelijk acht en betrokkene een aanpassingsstage gaat afleggen, informeert de minister hem over:

Een aanvraag tot toelating tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, 3.4, eerste lid, en 3.6, eerste lid, van het besluit door personen die geen beroep op de Richtlijn 2005/36/EG kunnen doen, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel.

De artikelen 3.6 en 3.7 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de aanvragen door personen als bedoeld in artikel 3.8.

Aanvragen, bedoeld in dit hoofdstuk, worden ondertekend of zijn, voor zover de aanvraag wordt gedaan langs elektronische weg, voorzien van een elektronische handtekening als bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de Dienstenregeling centraal loket en interne markt informatiesysteem.

Een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 4.1 van het besluit door een dierenarts die in Nederland zijn opleiding heeft genoten, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel.

Artikel 3.3 is van overeenkomstige toepassing voor de dierenarts die zijn opleiding in Nederland heeft genoten en die werkzaam is of is geweest in een ander land dan Nederland en voornemens is zijn beroep in Nederland uit te oefenen of te hervatten.

De titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, derde gedachtestreepje, onder 3°, van de wet voldoet aan artikel 21, eerste lid, in samenhang met artikel 38 en bijlage V, onder 5.4.2, van Richtlijn nr. 2005/36/EG.

Indien de titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, bedoeld in artikel 4.5, niet voldoet aan de benaming, genoemd in bijlage V, onder 5.4.2, van Richtlijn nr. 2005/36/EG, gaat de titel vergezeld van een verklaring, afgegeven door de bevoegde autoriteit in de desbetreffende betrokken staat waarin wordt bevestigd dat de titel:

Een aanvraag tot registratie door dierenartsen wier opleiding voldoet aan artikel 4.5, dan wel ten aanzien van wie een uitzondering als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.7 of 4.8 van toepassing is, wordt ingediend via een daartoe beschikbaar gesteld middel.

Alvorens een besluit op een aanvraag als bedoeld in de artikelen 4.11 of 4.12 wordt genomen, wordt de Faculteit Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit te Utrecht advies gevraagd, tenzij de toelating voortvloeit uit verplichtingen opgelegd op grond van internationale overeenkomsten.

Artikel 3.12 is van overeenkomstige toepassing voor een dienstverrichter als bedoeld in artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties voor wat betreft de uitoefening van de diergeneeskunde in haar volle omvang.

Artikel 3.11 is van overeenkomstige toepassing voor het doorgeven van wijziging in gegevens als bedoeld in dit hoofdstuk.

Artikel 3.13 is van overeenkomstige toepassing voor aanvragen als bedoeld in dit hoofdstuk.

De dierenarts informeert de houder van dieren:

Een diergeneesmiddel kan slechts worden voorgeschreven als bedoeld in artikel 5.8, aanhef en onder a, van het Besluit diergeneesmiddelen, door een dierenarts, die de medische zorg op zich heeft genomen door ten minste:

Dierenartsen noteren de bijzonderheden van een behandeling met een substantie als bedoeld in artikel 2.12, onderdeel d, van de Regeling diergeneesmiddelen in sectie II van het identificatiedocument voor paardachtigen, bedoeld in Verordening (EU) nr. 262/2015.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De melding, bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, van het besluit, wordt gedaan van het voorschrijven ten behoeve van de aflevering van antimicrobiële diergeneesmiddelen voor toepassing bij en van de toepassing van antimicrobiële diergeneesmiddelen bij:

Een dierenarts stelt het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, van het besluit, op op basis van de specifieke situatie op het bedrijf van de houder, bedoeld in artikel 1.28, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

Indien het bedrijfsgezondheidsplan wordt opgesteld voor een houder van kalveren, omvat de analyse, bedoeld in artikel 5.14, onderdeel f, ten minste de volgende onderdelen:

Het bedrijfsbehandelplan bevat:

Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van runderen, omvat het overzicht, bedoeld in artikel 5.17, onderdeel e, per behandeling van een ziekte of aandoening ten minste de volgende onderdelen:

Indien het bedrijfsbehandelplan wordt opgesteld voor een houder van kalveren, omvat het overzicht, bedoeld in artikel 5.17, onderdeel e, een behandeling met maximaal vier in voorkeursvolgorde weergegeven werkzame stoffen van ten minste de volgende ziektes of aandoeningen:

Degene die op grond van de artikelen 6.1, 6.2, en 6.3 in aanmerking komt voor een vergoeding dient daarvoor binnen drie maanden na de datum van de eindbeslissing, bedoeld in artikel 1, een declaratie in bij de minister.

Aan de voorzitter, de overige leden en hun plaatsvervangers worden reis- en verblijfskosten toegekend overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn op basis van declaratie achteraf.

Wijzigt de Regeling diergeneesmiddelen.

Van het verbod, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet en artikel 2.7, tweede lid, van het besluit wordt, voor zover aan het eerste lid van laatstbedoeld artikel wordt voldaan, vrijstelling verleend voor het verrichten van ten hoogste twee lichamelijke ingrepen bedoeld in artikel 2.6, onderdelen b en c, van het besluit wanneer onder toepassing van artikel 12.0a, eerste lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren de conventionele oormerken worden vervangen door een nieuw conventioneel oormerk en een elektronisch merk, naast de bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift voorgeschreven of toegestane identificatie-ingrepen.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling diergeneeskundigen.

De dierenfysiotherapeut richt zich in het bijzonder op honden, katten en paarden en in meer algemene zin op de gehouden diersoorten. De dierfysiotherapie is met name gericht op het bewegingsapparaat. De kennis en vaardigheden van de dierenfysiotherapeut hebben betrekking op:

De dierenfysiotherapeut maakt een keuze uit één of meer behandelmethoden zoals massagetherapie, bewegingstherapie, en fysische therapie in engere zin. Hij richt zich op de bestrijding van pijn, op het optimaliseren van spiertonus en van de houdings- en bewegingscoördinatie waaronder beïnvloeding van de mobiliteit en op training van het algemeen en locaal uithoudingsvermogen. Verder richt de dierfysiotherapie zich op de perifere circulatie alsmede de functie van de huid. De diergeneeskundige handelingen die door een toegelaten en geregistreerde dierenfysiotherapeut mogen worden verricht, zijn genoemd in het Besluit diergeneeskundigen.

De cursist heeft kennis van:

De cursist kan:

De cursist heeft kennis van:

De cursist heeft kennis van:

De cursist heeft kennis van:

De cursist heeft kennis van:

De cursist heeft kennis van:

De cursist kan:

Het bezit van een getuigschrift als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

De opleiding bestaat uit theoretisch onderwijs, dat een tijdsperiode van maximaal twee jaar beslaat, en een stageperiode.

Het theoretisch onderwijs en de stageperiode zijn erop gericht dat de cursist voldoet aan de door de minister vastgestelde eisen die zijn verwoord in de leerdoelen, bedoeld in hoofdstuk 2 van dit leerplan.

– Inrichting van het theoretisch onderwijs

Het onderwijs beslaat een tijdsperiode van maximaal twee jaar. Voordat de cursist wordt toegelaten tot het examen van de opleiding fysiotherapie bij dieren, voldoet deze aan de eisen gesteld in het leerplan van deze opleiding. In het theoretisch onderwijs worden de volgende programmaonderdelen gedoceerd en getoetst:

– Inrichting stage

De stage is een onderdeel van de opleiding tot dierenfysiotherapeut. De stage heeft tot doel de cursisten in de gelegenheid te stellen hun kennis, inzicht en vaardigheden op het gebied van de dierfysiotherapie onder begeleiding te oefenen en te hanteren, zodat zij aan het einde van de opleiding tot dierenfysiotherapeut zelfstandig beroepsmatig kunnen functioneren.

Tijdens de stageperiode, welke geen vast omschreven tijdsperiode omvat, dient de stagiaire ten minste 36 behandelingen te hebben bijgewoond of uitgevoerd. Daarbij wordt ernaar gestreefd dat de werkdiagnose door de betreffende cursist wordt gesteld. Deze handelingen dienen zo veel mogelijk gelijkwaardig verdeeld te worden over de onderdelen hond en paard. Van ten minste twee casus wordt een verslag gemaakt, waaronder minimaal één casus binnen het onderdeel hond en één casus binnen het onderdeel paard.

De stagiaire kan voor de casus hond van een ander stageadres gebruik maken dan voor de casus paard, doch slechts met voorafgaande toestemming van de opleiding kan van meer dan twee stageadressen gebruik gemaakt worden.

– Stagereglement

De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor de organisatie van de stage.

De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor het toewijzen van stage adressen.

In samenspraak met de stagebegeleider en de onderwijsinstelling kan de stagiaire een ander stageadres toegewezen worden.

De stagiair dient zich te houden aan de interne regels van de stage-instelling.

De stagiair heeft de verplichting van geheimhouding omtrent al hetgeen hem als geheim is toevertrouwd of waarvan hij het vertrouwelijk karakter moet begrijpen.

De stagiaire heeft recht op goede begeleiding.

Bij de stagebeoordeling ‘onvoldoende’ zal de stage in gelijke categorie maar op een ander adres moeten worden overgedaan. Bij herhaald ‘onvoldoende’ is het in belang van alle betrokkenen dat de stagiaire met de stage stopt.

– Bij de stage betrokkenen

Stagiair: een cursist van de onderwijsinstelling die, in de dierfysiotherapie bij dierenpraktijk van de stagebegeleider, onder begeleiding van de stagebegeleider en onder controle van de onderwijsinstelling activiteiten ontplooit ter realisering van de doelstellingen van de stage.

Stagebegeleider: beroepskracht die werkzaam is in en toegelaten is tot het verrichten van dierfysiotherapie en zich bezig houdt met de praktische en patiëntgerichte begeleiding van de stagiaire. De taken van een stagebegeleider zijn in ieder geval:

Onderwijsinstelling: de organisatie welke een opleiding tot dierenfysiotherapeut verzorgt en via een door haar aangewezen vertegenwoordiger contact houdt met de stagiair en de stagebegeleider.

– Einddoel stage

De stagiair kan op een juiste wijze het contact met de patiënt leggen, waardoor de patiënt het onderzoek of de behandeling accepteert. De stagiaire is in staat met behulp van de verstrekte onderzoeksgegevens van de dierenarts zelfstandig anamnese, inspectie en onderzoek af te nemen, of uit te voeren en een behandelingsplan in te stellen of uit te voeren.