U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 27-06-2017.

Ministeriële regeling · BWBR0035248

Regeling houders van dieren

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2014, nr. WJZ/14101260, houdende regels met betrekking tot het houden van dierenRegeling houders van dierenDe Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op richtlijn nr. 2007/43/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 2007 tot vaststelling van minimumvoorschriften voor de bescherming van vleeskuikens (PbEU L 182), verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002, tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, voor houders van productiedieren die gehouden worden voor de voedselproductie (PbEG 2002 L 31), verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU 2005 L 3), verordening (EG) nr. 1099/2009: verordening (EG) Nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (PbEU 2009 L 303), de artikelen 2.1, vierde lid, 2.5, eerste lid, 6.2, eerste lid, 6.3, tweede lid, 6.4, 7.1, 7.6, eerste en tweede lid, 10.1, derde lid, en 10.4 van de Wet dieren en de artikelen 1.22, tweede lid, 1.25, 2.52, derde lid, 2.54, vijfde lid, 2.55, derde lid, 2.63, eerste lid, 2.65, tweede lid, 2.69, tweede lid, 5.2, 6.2 en 6.3 van het Besluit houders van dieren;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage23 juni 2014De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.Dijksma

In deze regeling wordt verstaan onder:

Als diersoorten en diercategorieën als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet worden aangewezen de diersoorten en diercategorieën, genoemd in bijlage 1.

Van het verbod van artikel 2.2, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld

de categorieën houders van dieren genoemd in tabel A en tabel 4 van bijlage 2, voor de daarbij genoemde diersoorten en met inachtneming van de daarbij genoemde voorschriften.

De aanvraag van een ontheffing van het verbod van artikel 2.2, eerste lid, van de wet wordt met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier ingediend en bevat ten minste het volgende:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De melding, bedoeld in artikel 1.27, eerste lid van het besluit wordt gedaan van de ontvangst van antimicrobiële diergeneesmiddelen ten behoeve van toepassing bij:

De houder, bedoeld in artikel 1.28, eerste lid, van het besluit, bewaart het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan, samen met het verslag, bedoeld in artikel 5.22, tweede lid, van de Regeling diergeneeskundigen, vijf jaar op zijn bedrijf.

Vervallen

Vervallen

Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de minister een besluit op een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 23, derde lid, van verordening (EG) nr. 1/2005 niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt de minister alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en de bekendmaking.

Bij de aanvrager van een certificaat van goedkeuring voor een vervoermiddel als bedoeld in artikel 18, eerste lid, of artikel 19, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1/2005 wordt een bedrag in rekening gebracht ter vergoeding van de kosten van de behandeling van die aanvraag, overeenkomstig de door de Dienst Wegverkeer, bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994, vastgestelde tarieven met betrekking tot dierenvervoer.

Vervallen

Als voorschriften als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet worden aangewezen de artikelen 3 tot en met 9 en 12 van verordening (EG) nr. 1/2005.

Aanvragen tot verstrekking van een getuigschrift als bedoeld in artikel 5.4 en 5.5 kunnen collectief namens betrokken personen door de werkgever van die personen worden gedaan en bevatten de namen, adressen en geboortegegevens van de betrokken personen, alsmede de overige gegevens, bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 1099/2009.

Als voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet worden aangewezen de artikelen 3, 4, eerste en vierde lid, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 7, 8, 9, 12, 14, eerste en tweede lid, 15, eerste, tweede en derde lid, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, 19, 21, zesde lid, 24 en 28, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1099/2009.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder bruto oppervlakte van de stal: binnenmaatse oppervlakte van de stal, voor zover het betreft het gedeelte van de stal, bestemd voor het houden van vleeskuikens.

Artikel 6.5 is ten aanzien van het kalenderjaar waarin de bezettingsdichtheid is verlaagd naar ten hoogste 39 kg/m2 van overeenkomstige toepassing op de houder, bedoeld in artikel 6.6, tweede lid.

Ter verkrijging van een registratie als bedoeld in artikel 2.69, eerste lid, van het besluit doet een houder als bedoeld in artikel 2.69, eerste lid, van het besluit de melding, bedoeld in artikel 2 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, met dien verstande dat hij daarbij de gegevens, bedoeld in onderdeel 1 van de bijlage bij Richtlijn 2002/4/EG, verstrekt ten behoeve van opname in het gecomputeriseerde gegevensbestand, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren.

Als voorschriften als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet worden de artikelen 4, 5, 6, onderdeel b, en 8, eerste lid, van verordening (EG) nr. 617/2008 aangewezen.

Voor de registratie, bedoeld in artikel 2.76l, eerste lid, van het Besluit houders van dieren is jaarlijks een bedrag verschuldigd van € 19,00.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Voor de aanmelding, bedoeld in art. 3.8, eerste lid, van het besluit is jaarlijks een bedrag verschuldigd van € 19,00.

De volgende diergroepen, bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, van het besluit, worden onderscheiden: hond en kat, overige zoogdieren, vogels, vissen en herpeten.

Als bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, van het besluit wordt erkend:

De resultatenlijst behorend bij een diploma van het kwalificatiedossier Dierverzorging (Crebo 23214), bedoeld in bijlage 3 van de Regeling vaststelling kwalificatiedossiers en opleidingsdomeinen 2016, vermeldt de diergroep, bedoeld in artikel 8.6 van deze regeling, waarvoor het onderwijs is genoten.

Indien de aanvrager op grond van artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties een proeve van bekwaamheid moet afleggen:

Indien de aanvrager op grond van artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties een aanpassingsstage moet doorlopen, wordt de aanvrager schriftelijk medegedeeld:

De uitoefening van de sledehondensport is uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van honden, behorend tot de volgende rassen:

Als voorschrift van een EU-verordening als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet wordt aangewezen: artikel 18 van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002, tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, voor houders van productiedieren die gehouden worden voor de voedselproductie (PbEG 2002 L 31).

Wijzigt de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren.

Wijzigt de Regeling diergeneesmiddelen.

Wijzigt de Regeling dierlijke producten.

Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

Wijzigt de Tijdelijke vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling houders van dieren.

Diersoorten die zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren die gehouden kunnen worden zonder toepassing van soortspecifieke houderijvoorschriften.

Diersoorten die zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren, die gehouden kunnen worden met toepassing van soortspecifieke houderijvoorschriften.

Tabel A

Vrijstellingen als bedoeld in artikel 2.3

Tabel 3

Diersoorten die niet worden aangewezen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren

Vervallen.