U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2014.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 juni 2014, nr. 2014-0000315901, houdende wijziging van de Beleidsregels toepassing WNT (2013), vaststelling van de Beleidsregels toepassing WNT 2014 en wijziging van het Besluit BZK-toezicht en handhaving WNT (vaststelling normenkader WNT 2014)Besluit vaststelling Beleidsregels toepassing WNT 2014 en wijziging Besluit BZK-toezicht en handhaving WNT (vaststelling normenkader WNT 2014)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op paragraaf 5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, alsmede artikel 4:81, eerste lid, artikel 4:83 en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Dit besluit zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.Plasterk

Wijzigt het Besluit vaststelling beleidsregels toepassing WNT 2013.

Bij de uitvoering en handhaving door of namens mij van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector en bij de uitoefening van toezicht op de naleving van die wet door de daartoe door mij aangewezen ambtenaren, worden de als bijlage bij dit besluit gevoegde Beleidsregels toepassing WNT 2014 toegepast.

Wijzigt het Besluit BZK-toezicht en handhaving WNT.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2014.

Deze bijlage behoort bij het Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 juni 2014, nr. 2014-0000315901.

De WNT is 1 januari 2013 in werking getreden. Bezoldigingsgegevens van voor deze datum behoeven niet (alsnog) te worden verzameld. Dit betekent dat voor de periode die op grond van de artikelen 2.1, vierde lid, en 3.1, vijfde lid, moet worden bepaald, de tijd voor 1 januari 2013 niet meegenomen behoeft te worden.

Gewezen topfunctionarissen hebben in het verleden een topfunctie bekleed, bij dezelfde instelling. Met het oog op een werkbare uitvoering van de wet, wordt hierbij uitgegaan van gewezen topfunctionarissen die op enig moment na de inwerkingtreding van de wet (1 januari 2013) topfunctionaris zijn geweest en gedurende het verslagjaar of een deel daarvan bij dezelfde instelling geen topfunctie hebben bekleed.

Het bezoldigingsmaximum voor leden en voorzitters van interne toezichthoudende organen bedraagt 5% respectievelijk 7,5% van het voor de betreffende rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum bezoldiging (zie art. 2.2 WNT).

Onder dienstverband wordt verstaan een aanstelling of arbeidsovereenkomst, alsmede een fictieve dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964. Daarnaast is de WNT ook van toepassing als op andere titel een topfunctionaris tegen betaling zijn functie vervult (zie art. 1.1 onderdeel d). Bij dit laatste kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een detacheringsovereenkomst, een inleenovereenkomst met een management-BV of een overeenkomst met een zzp’er met een VAR.

De maximum bezoldiging van deeltijdtopfunctionarissen wordt gerelateerd aan hun deeltijdfactor. In geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het bij de verantwoordelijke gebruikelijke voltijds dienstverband, komen partijen geen bezoldiging overeen die per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds dienstverband (zie ook art. 2.1 lid 2 WNT). De bezoldiging kan niet meer bedragen dan de maximale bezoldiging, ook niet als feitelijk meer wordt gewerkt dan de totale werktijd van een fulltime functionaris (deeltijdfactor nooit hoger dan 1,0).

Van alle topfunctionarissen zonder dienstbetrekking dienen de bezoldigingsgegevens openbaar te worden gemaakt. Hiervoor is geen minimale termijn. Om te voorkomen dat bij elke vorm van feitelijke waarneming, bij bijvoorbeeld bij ziekte of verlof, sprake is van een dergelijke vervulling, mag een instelling zich beperken tot die situaties dat in een rechtshandeling (bijvoorbeeld een besluit van Raad van Toezicht/Raad van Commissarissen/ander bevoegd gezag) wordt bepaald dat de betrokkene (vanaf een specifieke ingangsdatum) deze functie vervult. Op het moment dat een topfunctionaris zonder dienstbetrekking zijn interim-functie binnen een periode van 18 maanden, meer dan zes maanden vervult, is de WNT-norm vanaf het begin van deze periode op hem van toepassing.

In de WNT wordt onderscheiden tussen bezoldiging en beloning. Bezoldiging is het verzamelbegrip uit het BW (art. 2:383c) voor alle loonkosten van de werkgever. De bezoldiging bestaat in dat artikel uit vier onderdelen: de post periodiek betaalde beloningen, beloningen betaalbaar op termijn, uitkeringen bij beëindiging dienstverband en winstdelingen en bonussen. Beloning is de verzamelnaam voor periodiek betaalde beloningen en winstdelingen en bonussen. In het BW vormen de winstdelingen en bonussen een aparte categorie binnen de bezoldiging. Ter zake van het begrip bezoldiging in de WNT is een (formele) uitwerking vastgesteld in de Regeling bezoldigingscomponenten WNT. In deze regeling wordt niet uitgewerkt de uitkeringen bij beëindiging dienstverband; deze is in de WNT namelijk apart genormeerd.

Het verstrekken van winstdelingen, bonussen of andere vormen van variabele beloning aan topfunctionarissen is in beginsel niet toegestaan. Op grond van het Uitvoeringsbesluit WNT zijn jubileumuitkeringen, mobiliteitstoeslagen en incidentele bindingspremies hiervan uitgezonderd en wel toegestaan. Deze variabele beloningen maken deel uit van de bezoldiging en zijn dan ook onderworpen aan de toets of het bezoldigingsmaximum eventueel wordt overschreden. Overigens zijn ook de winstdelingen, bonussen en andere variabele beloningen die niet zijn toegestaan wèl beloning en daarmee bezoldiging in de zin van de WNT. Dit is vooral van belang voor het overgangsrecht.

Indien sprake is van een ter beschikking gestelde (lease) auto voor privégebruik, dan geldt de fiscale bijtelling in verband met deze leaseauto als bezoldigingscomponent. Een eventuele eigen bijdrage van de (top)functionaris wordt hierop in mindering gebracht.

Met de Aanpassingswet WNT wordt slechts een aanpassing van de reikwijdte en het maken van technische wijzigingen beoogd. Zodoende is er geen verscherping van de WNT beoogd. Wanneer blijkt dat een onderdeel van de Aanpassingswet WNT onbedoeld een evidente nadelige werking heeft voor de positie van (top)functionarissen zal niet handhavend worden opgetreden.

Een voorbeeld vormen topfunctionarissen van wie de afspraken over de ontslagvergoeding op of na 6 december 2011 en voor 1 januari 2013 zijn aangepast. Wijzigingen in afspraken over ontslagvergoedingen die gedaan zijn in deze periode, zullen worden gehandhaafd als vielen zij wel onder het overgangsrecht. Accountants voeren eveneens over dit onderdeel van de financiële verslagen een controle uit, als viel de wijziging onder het overgangsrecht.

De WNT richt zich voor wat het overgangsrecht betreft op gemaakte bezoldigingsafspraken, zie art. 7.3 WNT. In het geval van een herbenoeming kunnen twee situaties gelden, afhankelijk van het document waarin de initiële bezoldigingsafspraken zijn vastgelegd:

Bij een juridische fusie gaan alle rechten en verplichtingen van rechtswege over op de verkrijgende rechtspersoon. Dit geldt ook voor de arbeidsovereenkomsten. De arbeidsovereenkomsten blijven in dat geval dus gewoon in stand.

Bij een groep van rechtspersonen is de instelling vrij om te kiezen of de WNT-bezoldigingsgegevens opgenomen worden in de geconsolideerde jaarrekening of de enkelvoudige jaarrekening van de betreffende rechtspersoon. Uitsluitende vermelding in de geconsolideerde jaarrekening is voldoende onder vermelding van de rechtspersoon waar de functie wordt verricht.

Indien uit de verklaring van de accountant aan wiens oordeel een financieel verslaggevingsdocument is onderworpen, blijkt dat het in § 27 van de Beleidsregels toepassing WNT 2013 opgenomen Controleprotocol WNT (2013) is toegepast, wordt een melding op grond van artikel 5.2 WNT of het ontbreken van een zodanige melding bij de uitvoering van het toezicht op de naleving van de wet, beschouwd als in overeenstemming met dat artikel, tenzij uit andere feiten of omstandigheden blijkt dat er aanleiding is om het tegendeel aan te nemen.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels toepassing WNT 2014.