Wijzigingen Officiële bron
Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, regelende de samenwerking tussen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland op het gebied van de overdracht van personen aan wie rechtens hun vrijheid is ontnomen op grond van een veroordeling tot een vrijheidsstrafBottom of FormOnderlinge regeling Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland ex artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (samenwerking op het gebied van de overdracht van personen aan wie rechtens hun vrijheid is ontnomen op grond van een veroordeling tot een vrijheidsstraf)Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,

Overwegende, dat de optimale resocialisatie van gedetineerden gediend is bij een detentie in het land waar deze gedetineerden de sterkste banden hebben met de lokale gemeenschap en dat dit in gevallen vereist dat de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke vonnissen wordt overgedragen aan een ander land binnen het Koninkrijk;

Overwegende, dat in gevallen van overdracht van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke vonnissen zowel de interne rechtsgelijkheid als de rechtszekerheid is gediend bij een volledige overdracht van verantwoordelijkheden, verplichtingen en bevoegdheden aan het aangezochte land;

Gelet op artikel 38, eerste lid en artikel 40 van het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden;

Komen het volgende overeen:

Deze onderlinge regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, de Landscourant van Aruba, het Publicatieblad van Curaçao en het Afkondigingsblad van Sint Maarten worden geplaatst.

Voor Nederland:De Minister van Veiligheid en JustitieI.W.OpsteltenVoor Aruba:De Minister van JustitieA.L.DowersVoor Curaçao:De Minister van JustitieN.G.NavarroVoor Sint Maarten:De Minister van JustitieD.L.Richardson

Na ontvangst van een beslissing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, verwittigt de Minister van Justitie van het aangezochte land onverwijld de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst van het aangezochte land, waarna deze advies uitbrengt aan de Minister van Justitie van het aangezochte land omtrent de toewijsbaarheid van het verzoek, gegrond op de door hem daartoe ingewonnen inlichtingen.

Bij de overbrenging is de bewaking van verzoeker opgedragen aan ambtenaren van het verzoekende land. Deze ambtenaren zijn bevoegd alle dienstige maatregelen te nemen ter beveiliging van de verzoeker en ter voorkoming van zijn ontvluchting. Deze bevoegdheden staan gelijk aan die welke overeenkomstig het recht van het aangezochte land ten aanzien van een veroordeelde kunnen worden uitgeoefend.

De tijd die vereist is om verzoeker naar het aangezochte land over te brengen wordt in mindering gebracht op de straftijd, zoals in beginsel door aangezochte land is overgenomen.

De kosten van het transport van de verzoeker en van de hem begeleidende ambtenaren komen voor rekening van het verzoekende land. Het aangezochte land draagt de kosten van de verdere tenuitvoerlegging van de straf.

Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het publicatiemedium waarin zij wordt geplaatst.