Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2014, nr. 573094, betreffende de uitoefening van een aantal ministeriële bevoegdheden op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ter bevordering van de doelmatigheid in het hoger onderwijs (Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014)Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister van Economische Zaken voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 6.2, 7.8a, derde lid en 7.17, tweede en derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Bussemaker

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

De aanvraag gaat vergezeld van de volgende informatie:

De minister stemt in met een voornemen tot het verzorgen van een nieuwe opleiding indien is aangetoond:

Aan de hand van een beschrijving van de inhoud en het curriculum, dat uitbreiding van het landelijk opleidingenaanbod met de nieuwe opleiding nodig is en de vernieuwing in het onderwijsaanbod niet kan worden gerealiseerd binnen het landelijk bestaande opleidingenaanbod. Het landelijk bestaande opleidingenaanbod bestaat voor Associate-degreeprogramma’s uit Associate-degreeprogramma’s, voor hbo-bacheloropleidingen uit hbo-bacheloropleidingen, voor wo-bacheloropleidingen uit wo-bacheloropleidingen en voor hbo-masteropleidingen en wo-masteropleidingen uit alle masteropleidingen.

Bij een beroep op arbeidsmarktbehoefte wordt in elk geval ingegaan op de volgende elementen:

Of overwegend sprake is van een maatschappelijke behoefte aan de opleiding, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte, beoordeelt de minister aan de hand van een onderbouwd betoog van het instellingsbestuur, waarin wordt ingegaan op de volgende elementen:

Of overwegend sprake is van een wetenschappelijke behoefte aan de opleiding, in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte, beoordeelt de minister aan de hand van een onderbouwd betoog van het instellingsbestuur, waarin wordt ingegaan op de volgende elementen:

Het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 11 is van overeenkomstige toepassing op het voornemen tot het verzorgen van een joint degree.

Vervallen

Hetgeen in de paragrafen 3, 4 en 5 is bepaald ten aanzien van het voornemen voor een nieuwe opleiding, dan wel voor een nevenvestiging of verplaatsing is van overeenkomstige toepassing op het voornemen voor een nieuwe Ad, een nevenvestiging of verplaatsing van een Ad.

De aanvraag gaat vergezeld van het oordeel van de NVAO of ter zake sprake is van een nieuwe opleiding of een joint degree, zijnde een nieuwe opleiding. De aanvraag betreffende de samenvoeging van bestaande opleidingen tot een brede opleiding gaat voorts vergezeld van de volgende informatie:

Een aanvraag die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregel is ingediend, alsmede een bezwaarschrift tegen een besluit op dat voornemen, wordt overeenkomstig de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2012 afgehandeld, tenzij toepassing van deze beleidsregel tot een voor de aanvrager respectievelijk de bezwaarde, gunstiger uitkomst leidt.

Onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2012 treedt deze beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs 2014.