U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0035367

Regeling gaskwaliteit

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2014, nr. WJZ/13196684, tot vaststelling van regels voor de gaskwaliteit (Regeling gaskwaliteit)Regeling gaskwaliteitDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 11 en 12, derde lid, van de Gaswet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage11 juli 2014De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

Wijzigt de Wijzigingsregeling Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden gas (vaststelling van gassamenstelling).

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2014.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gaskwaliteit.

1Gas mag geen stoffen bevatten waardoor de ruikbaarheid van THT na odorisatie niet meer goed waarneembaar is.

1 De volgende restrictie geldt voor de Wobbe-index op basis van het gehalte koolstofdioxide voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, koolstofdioxide, stikstof en zuurstof. De waarden voor de Wobbe-index zijn uurgemiddelden.

Daarbij geldt dat de Wobbe-index van het in te voeden gas gedurende ten minste 50% van de tijd boven de ondergrens dient te liggen en gestuurd dient te worden binnen de aangegeven grenswaarden; onderschrijdingen van minder dan 0,2 MJ/m3 mogen maximaal 200 uur per jaar voorkomen, terwijl onderschrijdingen van maximaal 0,3 MJ/m3 niet meer dan 10 uur per jaar mogen optreden.

2 Exclusief de meet- en regelonnauwkeurigheid van de mengstations. Voor de beoordeling van de Wobbe-index na een mengstation moet rekening worden gehouden met de meet- en regelonnauwkeurigheid van het mengstation. In verband hiermee mag door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet worden gestuurd op de contractuele grenswaarde voor de Wobbe-index mits de resulterende overschrijdingen op uurbasis liggen binnen een normale verdeling rond de grenswaarde met een standaarddeviatie van 0,1 MJ/m3(n).

3 A De calorische waarde van het in te voeden gas is niet meer dan 1,5% lager dan de gemiddelde calorische maandwaarde van het gas dat gedurende de afgelopen twaalf maanden vanuit het landelijk gastransportnet in het desbetreffende netgebied is ingevoed.

B Indien de calorische waarde op de aansluiting van de invoedingsinstallatie niet continu gemeten wordt, is, in afwijking van A, de calorische waarde van het in te voeden gas hoger dan of gelijk aan de gemiddelde calorische waarde van het gas dat gedurende de afgelopen twaalf maanden vanuit het landelijk gastransportnet in het desbetreffende netgebied is ingevoed.

4 Een hogere invoedtemperatuur wordt geaccepteerd indien de invoeder aantoont dat de gebruikte materialen in de leidingen tegen de hogere temperaturen bestand zijn en het gas in de aansluitleiding van de invoeder zal afkoelen zodat het gas bij de afsluiter van het aansluitpunt met het net van de netbeheerder een temperatuur tussen de 5 en 20 °C heeft bereikt. Dit kan berekend worden met de methode uit het KIWA-rapport “Eisen aan Groen Gas invoedtemperatuur” van 2 augustus 2012.

5 In RTL-leidingen die op grenspunten uitkomen mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten. Bij invoeding op aansluitingen waarvan het gas wordt gedistribueerd via gedeelten van het RNB-net waar grondwater in het gas terechtkomt, mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten.

6 Gas mag geen stoffen bevatten waardoor de ruikbaarheid van THT na odorisatie niet meer goed waarneembaar is.

Gas wordt in afwijking van deze bijlage op een RNB-net ingevoed indien dit zonder aanvullende inspanning van de beheerder van dit RNB-net leidt tot aflevering van G-gas dat voldoet aan de voorgeschreven kwaliteit op een aansluiting als bedoeld in bijlage 4.

1Voor zover de netbeheerder de aansluiting beheert.

1 Exclusief de meet- en regelonnauwkeurigheid van de mengstations. Voor de beoordeling van de Wobbe-index na een mengstation moet rekening worden gehouden met de meet- en regelonnauwkeurigheid van het mengstation. In verband hiermee mag door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet worden gestuurd op de contractuele grenswaarde voor de Wobbe-index mits de resulterende overschrijdingen op uurbasis liggen binnen een normale verdeling rond de grenswaarde met een standaarddeviatie van 0,1 MJ/m3(n).

2 De volgende restrictie geldt voor de Wobbe-index op basis van het gehalte koolstofdioxide voor gassen die tenminste voor 99 mol % bestaan uit methaan, koolstofdioxide, stikstof en zuurstof. De waarden voor de Wobbe-index zijn uurgemiddelden.

Daarbij geldt dat de Wobbe-index gestuurd dient te worden binnen de aangegeven grenswaarden en de Wobbe-index van het af te leveren gas gedurende tenminste 50% van de tijd boven de ondergrens dient te liggen; onderschrijdingen van minder dan 0,2 MJ/m3 mogen maximaal 200 uur per jaar voorkomen, terwijl onderschrijdingen van maximaal 0,3 MJ/m3 niet meer dan 10 uur per jaar mogen optreden.

3 Zeer koude dagen zijn dagen met een verwachte gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur onder de min 9 graden Celsius. Uitzonderingssituaties betreffen niet normale bedrijfsvoering, zoals momenten waarop infrastructuur in onderhoud of kapot is of een andere onvoorziene omstandigheid zich voordoet.

4 Voor zover de netbeheerder de aansluiting beheert.

5 Met uitzondering van netten met een druk lager dan 200 mbar(a).