Wijzigingen Officiële bron
Wet van 9 juli 2014 tot wijziging van onder meer de Wet participatiebudget en de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake het invoeren van een specifieke uitkering educatie en het vervallen van de verplichte besteding van educatiemiddelen bij regionale opleidingencentraWijzigingswet Wet participatiebudget, enz. (invoeren specifieke uitkering educatie en vervallen verplichte besteding educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra)Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een specifieke uitkering educatie in te voeren, de verplichte besteding van educatiegelden bij regionale opleidingencentra te laten vervallen en in verband daarmee de Wet participatiebudget, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Les- en cursusgeldwet aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar9 juli 2014Willem-AlexanderDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.Bussemakerde achttiende juli 2014De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W.Opstelten

Wijzigt de Wet participatiebudget.

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.

De artikelen 1, 2, 3, 7 en 14 van de Wet participatiebudget, 1.1.1, 1.3.1, 1.3.5, 2.3.1, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6, 2.3.6a, 2.3.6c, 2.3.6d, 7.3.1, 8.1.1d, 8.1.3, 8.1.8a, 8.2.1 en 8.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en 1 van de Les- en cursusgeldwet zoals luidend op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op uitkeringen en opleidingen educatie die betrekking hebben op de periode voor de inwerkingtreding van deze wet.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.