Ministeriële regeling · BWBR0035511
Uitvoeringsregeling bijzondere Europese maatregelen inzake Russische boycot groenten en fruit
Gelet op:
artikelen 219, eerste lid, en 228 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (Pb L 347);
Gedelegeerde Verordening (EG) nr. 932/2014 van de Commissie van 29 augustus 2014 tot vaststelling van tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van producenten van bepaalde soorten groenten en fruit en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 913/2014 (Pb L 259), en
artikelen 13, eerste lid, onderdeel b, 15, en 19, eerste lid, onderdeel a, van de Landbouwwet;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage2 september 2014De Staatssecretaris van Economische Zaken,S.A.M.DijksmaIn deze regeling wordt verstaan onder:
- –
minister: Minister van Economische Zaken;
- –
Verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (Pb L 347),
- –
Verordening 932/2014: Gedelegeerde Verordening (EG) nr. 932/2014 van de Commissie van 29 augustus 2014 tot vaststelling van tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van producenten van bepaalde soorten groenten en fruit en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 913/2014 (Pb L 259);
- –
producentenorganisatie: erkende producentenorganisatie als bedoeld in artikel 154 van Verordening 1308/2013 in de sector groenten en fruit;
- –
producent: producent in de sector groenten en fruit, die als zodanig is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, die niet is aangesloten bij een producentenorganisatie;
- –
verordening 1031/2014: Gedelegeerde Verordening (EG) nr. 1031/2014 van de Commissie van 29 september 2014 tot vaststelling van verdere tijdelijke buitengewone maatregelen ter ondersteuning van producenten van bepaalde groenten en fruit (Pb L 284).
De minister verstrekt op aanvraag bijstand voor:
- a.
de uitgaven voor verrichtingen van producentenorganisaties en producenten in de periode van 18 augustus 2014 tot en met 3 september 2014 voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten van de producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 932/2014,
- b.
de uitgaven voor verrichtingen van producentenorganisaties en producenten vanaf 30 september 2014 tot en met 31 december 2014 voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten van de producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 1031/2014;
- c.
de uitgaven voor verrichtingen van producentenorganisaties en producenten vanaf 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten van de producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 1031/2014, en
- d.
de uitgaven voor verrichtingen van producentenorganisaties en producenten vanaf 8 augustus 2015 tot en met 30 juni 2016 voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten van de producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 1031/2014.
Meldingen voor verrichtingen als bedoeld in het eerste lid worden afgedaan op volgorde van binnenkomst.
Voor producentenorganisaties zijn ten aanzien van:
- a.
het uit de markt nemen van producten de artikelen 230a, derde, vierde en vijfde lid, 230b, 230d, 230e en 230f, alsmede de artikelen 289, 291, 302, 307 tot en met 310 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit van toepassing, en
- b.
het groen oogsten en het niet oogsten de artikelen 230i, 230j en 230k, alsmede de artikelen 289, 291, 302, 307 tot en met 310 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit van toepassing.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is ten aanzien van meldingen van uit de markt nemen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, artikel 230b, vierde lid, van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit niet van toepassing.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is ten aanzien van meldingen van groen oogsten en niet oogsten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, artikel 230i, vierde lid, van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit niet van toepassing.
In de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid vindt de controle, bedoeld in artikel 108, eerste lid, en 110, eerste en tweede lid, van verordening 543/2011, uiterlijk de zevende dag na inwerkingtreding van deze regeling plaats.
Onverminderd artikel 4, derde en vierde lid, van verordening 932/2014 en artikel 5, derde en vierde lid, van verordening 1031/2014, kunnen producenten het uit de markt nemen van producten melden aan de minister.
Ten aanzien van het uit de markt nemen van producten door een producent die de melding, bedoeld in het eerste lid, verricht, zijn de artikelen 230a, derde, vierde en vijfde lid, 230b, 230d, 230e en 230f, alsmede de artikelen 289, 291, 302, 307 tot en met 310 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van het tweede lid is ten aanzien van meldingen van uit de markt nemen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, artikel 230b, vierde lid, van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit niet van toepassing.
In de gevallen bedoeld het derde lid vindt de controle, bedoeld in artikel 108, eerste lid, van verordening 543/2011, uiterlijk de zevende dag na inwerkingtreding van deze regeling plaats.
Het vrij in te zetten productvolume van 3.000 ton, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 1031/2014 wordt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1031/2014 aangewend ten behoeve van meldingen voor producten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen c, e, h en k, van verordening 1031/2014.
Het vrij in te zetten productvolume van 3.000 ton, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 1031/2014 wordt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van verordening 1031/2014 aangewend ten behoeve van meldingen voor producten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen c, e, h, k en l, van verordening 1031/2014.
Voor zover het vrij in te zetten productvolume, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening 1031/2014, niet volledig wordt benut ten behoeve van meldingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt het ingezet ten behoeve van meldingen voor de producten waarvoor aan Nederland een maximum hoeveelheid is toegewezen in tabel I van verordening 1031/2014.
De voor Nederland in bijlage I bis van verordening 1031/2014 vastgestelde maximum producthoeveelheid voor de groep producten tomaten, wortelen, paprika’s, komkommers en augurken wordt als volgt onderverdeeld:
- a.
tomaten, paprika’s, komkommers en augurken: 12.325 ton, en
- b.
wortelen: 12.325 ton.
De voor Nederland in bijlage I ter van verordening 1031/2014 vastgestelde maximum producthoeveelheid voor de groep producten tomaten, wortelen, paprika’s, komkommers en augurken wordt als volgt onderverdeeld:
- a.
tomaten, paprika’s, komkommers en augurken: 11.400 ton, en
- b.
wortelen: 11.400 ton.
De minister kan besluiten de onderverdeling:
- a.
bedoeld in het eerste lid aan te passen indien gedurende de periode, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van verordening 1031/2014, blijkt dat de in het eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, bedoelde maximum producthoeveelheid niet volledig dreigt te worden benut, terwijl de in het eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel a, bedoelde maximumhoeveelheid wordt overschreden dan wel dreigt te worden overschreden, of
- b.
bedoeld in het tweede lid aan te passen indien gedurende de periode, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel c, van verordening 1031/2014, blijkt dat de in het tweede lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, bedoelde maximum producthoeveelheid niet volledig dreigt te worden benut, terwijl de in het tweede lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel a, bedoelde maximumhoeveelheid wordt overschreden dan wel dreigt te worden overschreden.
Artikel 7a is van overeenkomstige toepassing indien de maximumhoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, of het tweede lid, onderdeel a, respectievelijk, onderdeel b, wordt bereikt, tenzij de minister op grond van het derde lid besluit tot een aanpassing van de in het eerste lid bedoelde onderverdeling.
Ten aanzien van het groen oogsten en het niet oogsten door producenten zijn de artikelen 230g, derde lid, 230i, 230j en 230k, alsmede de artikelen 289, 291, 302, 307 tot en met 310 van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van het eerste lid is ten aanzien van meldingen van groen oogsten en niet oogsten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, artikel 230i, vierde lid, van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit niet van toepassing.
In de gevallen bedoeld het tweede vindt de controle, bedoeld in artikel 110, eerste en tweede lid, van verordening 543/2011, uiterlijk de zevende dag na inwerkingtreding van deze regeling plaats.
De minister stelt de voor groen oogsten en niet oogsten te betalen bijstand per hectare, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening 932/2014 en artikel 6, tweede lid, van verordening 1031/2014 vast.
Meldingen van producenten en producentenorganisaties voor verrichtingen van het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten, gedaan in afwachting van de publicatie van verordening 932/2014, alsmede meldingen op basis van de artikelen 230b, eerste lid, of 230 i, eerste lid, van de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit die zijn gedaan van 18 augustus tot de dag waarop Europese Commissie de mededeling aan de lidstaten doet dat zij geen meldingen meer in ontvangst zal nemen, zoals bedoeld in artikel 9, tweede alinea, van verordening 932/2014, worden geacht te zijn gedaan op basis van verordening 932/2014.
Meldingen van producenten en producentenorganisaties voor verrichtingen van het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten gedaan tussen 4 september 2014 en de datum van inwerkingtreding van deze regeling voor producten, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 1031/2014, worden geacht te zijn gedaan op basis van verordening 1031/2014, voor zover de in de melding omschreven activiteiten niet zijn verricht voor 30 september 2014.
Meldingen, als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, worden aangemerkt als meldingen op grond van verordening 1031/2014.
Wanneer het plafond genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, respectievelijk onderdeel c, van verordening 1031/2014 bereikt is, beëindigt de minister de mogelijkheid om voorafgaande meldingen als bedoeld in de artikelen 78, eerste lid, en 85, tweede lid, van verordening 543/2011, voor verrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel c, respectievelijk onderdeel d, in te dienen met ingang van het moment waarop het plafond is bereikt.
Na de beëindiging, bedoeld in het eerste lid, gedane meldingen komen niet meer in aanmerking voor de verstrekking van de bijstand, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel c respectievelijk onderdeel d.
Aanvragen tot uitbetaling van de bijstand, bedoeld in:
- a.
artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden ingediend van 6 oktober 2014 tot en met 15 oktober 2014 met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel;
- b.
artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden ingediend van 7 november 2014 tot en met 31 januari 2015 met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel;
- c.
artikel 2, eerste lid, onderdeel c, worden ingediend van 1 maart 2015 tot en met 31 juli 2015 met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel, en
- d.
artikel 2, eerste lid, onderdeel d, worden ingediend van 1 oktober 2015 tot en met 31 juli 2016 met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
Voor iedere afzonderlijke melding voor het uit de markt nemen, groen oogsten of niet oogsten op grond van deze regeling wordt een afzonderlijke aanvraag als bedoeld in het eerste lid ingediend.
Als bewijsstukken bij de aanvraag, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, worden de vrachtbrief en de weegbonnen overgelegd aan minister.
In afwijking van het eerste lid wordt wanneer bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 7b, eerste lid, onderdeel a, de verrichting nog niet is afgerond een incomplete vrachtbrief overgelegd.
In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, worden de complete vrachtbieven uiterlijk op 15 december 2014 overgelegd aan de minister.
Wijzigt de Regeling uitvoering GMO groenten en fruit.
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling bijzondere Europese maatregelen inzake Russische boycot groenten en fruit.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 augustus 2014.