Beleidsregel · BWBR0035593
Beleidsregel veiligheidsadviseur
Gelet op artikel 34, vijfde lid, en 46 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, artikel 1 van het Besluit toezicht en opsporing vervoer gevaarlijke stoffen, Bijlage 1, sectie 1.8.3 bij de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUIT:
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,namens deze,de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport,J.ThunnissenIn deze beleidsregel wordt verstaan onder:
VSG:Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen;
VBG::Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen;
Veiligheidsadviseur: veiligheidsadviseur als bedoeld in bijlage 1, sectie 1.8.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG;
Jaarverslag: een jaarverslag dat de activiteiten van de onderneming met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen beschrijft over een periode van 12 maanden;
ILT: Inspectie Leefomgeving en Transport.
De taken van de veiligheidsadviseur zijn de taken die zijn omschreven in subsectie 1.8.3.3 van bijlage 1, van de VLG, VSG of VBG.
De ILT treedt handhavend op indien:
- –
een onderneming geen veiligheidsadviseur heeft benoemd als bedoeld in bijlage 1, subsectie 1.8.3.1 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG.
- –
geen jaarverslag is opgesteld over de activiteiten van de onderneming met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen als bedoeld in bijlage 1, subsectie 1.8.3.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG.
- –
het jaarverslag niet de inhoud behelst van de activiteiten van de onderneming met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen.
- –
de veiligheidsadviseur niet aantoonbaar kan maken dat hij zijn taken voldoende heeft uitgevoerd en/of heeft gecontroleerd op de praktijken en procedures met betrekking tot de activiteiten als bedoeld in bijlage 1, subsectie 1.8.3.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG.
Bij de onder 1. t/m 4. van artikel 3 geconstateerde overtredingen zal de ILT bestuursrechtelijk handhaven. De hoogte van de dwangsom bedraagt:
- 1.
Indien een onderneming geen veiligheidsadviseur heeft benoemd als bedoeld in subsectie 1.8.3.1 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG: € 5.000,– (vijfduizend euro).
- 2.
Indien geen jaarverslag is opgesteld over de activiteiten van de onderneming met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in subsectie 1.8.3.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG: € 2.500,– (vijfentwintig honderd euro).
- 3.
Indien het jaarverslag niet ingaat op de in subsectie 1.8.3.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG genoemde activiteiten van de onderneming met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen: € 1.000 (duizend euro).
- 4.
Indien de veiligheidsadviseur niet kan aantonen dat hij zijn taken heeft uitgevoerd en/of niet kan aantonen dat hij heeft gecontroleerd op de praktijken en procedures met betrekking tot de activiteiten als bedoeld in subsectie 1.8.3.3 van Bijlage 1 van de VLG, VSG of VBG: € 2.500 (vijfentwintig honderd euro).
Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel veiligheidsadviseur.
Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.