U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-10-2014.

Ministeriële regeling · BWBR0035634

Regeling producenten- en brancheorganisaties

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 oktober 2014, nr. WJZ / 14152482, houdende regels over producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en brancheorganisaties (Regeling producenten- en brancheorganisaties)Regeling producenten- en brancheorganisatiesDe Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 152, eerste, derde en vierde lid, 154, vierde lid, 156, 157, eerste en derde lid, 158, eerste lid, 161, eerste en derde lid, 163, eerste en derde lid, 164, eerste, vijfde en zesde lid, en 165 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347) en de artikelen 13, tweede lid, onder b, en 19, eerste lid, van de Landbouwwet;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage10 oktober 2014De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

Deze regeling is niet van toepassing op producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties in de sector groenten en fruit.

Een deelnemer in het kapitaal van een producentenorganisatie, van een unie van producentenorganisaties of van een brancheorganisatie geldt voor de toepassing van deze regeling tevens als een lid van die organisatie.

De minister is bevoegd tot het verlenen van een erkenning overeenkomstig de artikelen 152, eerste of derde lid, of 161, eerste lid, van verordening 1308/2013.

Het minimum ledental als bedoeld in de artikelen 154, eerste lid, onderdeel b, en 161, eerste lid, onderdeel b, van verordening 1308/2013 bedraagt 15.

Een producentenorganisatie die verzoekt om erkenning verstrekt bij dat verzoek de volgende informatie:

De minister is bevoegd tot het verlenen van een erkenning overeenkomstig artikel 156 van verordening 1308/2013.

De minister is bevoegd tot het verlenen van een erkenning overeenkomstig de artikelen 157, eerste of derde lid, of 163, eerste lid, van verordening 1308/2013.

Het aanzienlijk deel van de economische activiteiten, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onderdeel c, van verordening 1308/2013, bedraagt ten minste 25% van de bij de brancheorganisatie betrokken producenten en tenminste 25% van de bij de brancheorganisatie betrokken distributeurs, verwerkers of handelaren.

Een brancheorganisatie die verzoekt om erkenning verstrekt bij dat verzoek de volgende informatie:

De minister wijst overeenkomstig de artikelen 164, eerste lid, of 165 van verordening 1308/2013 geen verzoek toe indien:

Een verzoek als bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 165 van verordening 1308/2013, kan uitsluitend worden ingediend door een erkende organisatie die blijkens de statuten jegens iedere marktdeelnemer die daaraan is onderworpen is gehouden tot:

Een erkende organisatie die verzoekt om een besluit als bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 165 van verordening 1308/2013, verstrekt bij dat verzoek:

De minister stelt belanghebbenden in de gelegenheid om hun zienswijze kenbaar te maken omtrent een op grond van artikel 165 van verordening 1308/2013 te nemen besluit.

Marktdeelnemers of groepen van marktdeelnemers die op grond van artikel 164, eerste lid, of artikel 165 van verordening 1308/2013 zijn gebonden om een voorschrift uit te voeren, of die een financiële bijdrage moeten afdragen zijn gehouden tot de naleving van dat voorschrift of tot de afdracht van die financiële bijdrage jegens de erkende organisatie die daartoe heeft verzocht.

Een erkende organisatie leeft, voor zover van toepassing, de voorschriften na als bedoeld in de artikelen 152, 153, 154, eerste lid, 155, 156, 157, eerste en derde lid, 158, eerste lid, 161, eerste lid, 163, eerste lid, 164, eerste, derde en vierde lid, 165, 209 en 210, eerste tot en met derde lid, van verordening 1308/2013.

In geval van niet-naleving van een voorschrift als bedoeld in artikel 6:2 kan de minister:

Een verzoek als bedoeld in artikelen 152, eerste of derde lid, 156, 157, eerste of derde lid, 164, eerste lid of 165, of een zienswijze als bedoeld in artikel 165, of het verstrekken van informatie als bedoeld in artikel 6:1, wordt ingediend met behulp van een door de minister beschikbaar gesteld middel.

Wijzigt de Regeling marktordening zuivel.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling producenten- en brancheorganisaties.