ZBO-regeling · BWBR0035709

Beoordelingskader Forensische Toxicologie

Wijzigingen Officiële bron
Beoordelingskader Forensische ToxicologieBeoordelingskader Forensische ToxicologieCollege gerechtelijk deskundigen

In het op de Wet deskundige in strafzaken gebaseerd Besluit register deskundige in strafzaken (hierna: Brdis) heeft de wetgever het College gerechtelijk deskundigen (hierna: College) van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (hierna: NRGD) de taak gegeven om voor de registratie van aanvragers welomlijnde deskundigheidsgebieden te definiëren.

Het College omlijnt deskundigheidsgebieden met het doel duidelijkheid te verschaffen aan:

Hieronder staat de beschrijving van het deskundigheidsgebied Forensische Toxicologie.

De toxicologie beschrijft de lotgevallen en werking van stoffen in – en hun potentieel schadelijke effecten op – levende organismen, met als oogmerk de risico's van blootstelling aan deze stoffen voor mens, dier en milieu te schatten en ongewenste effecten te minimaliseren. De toxicologie is een interdiscipline tussen de medische, biologische en chemische gebieden van wetenschap en omvat alle chemische verbindingen (van biologische, minerale of synthetische origine).

De toxicologie kent een aantal subspecialismen; zoals

Over het algemeen wordt de forensische toxicologie gezien als een aandachtsgebied binnen het subspecialisme Humane of Medische Toxicologie.

Forensische toxicologie kan men nader definiëren als het aandachtsgebied dat de consequenties van blootstelling aan stoffen bestudeert ten behoeve van de rechtspraak in de ruimste zin.

Voor de forensisch toxicoloog is het van groot belang dat hij/zij een overzicht heeft over het gehele vakgebied van de toxicologie. De forensisch toxicoloog moet met name ook de principes van de klinische toxicologie beheersen in verband met de vertaalslag naar de juridische implicaties. Bovendien is kennis en ervaring op het gebied van de bio-analytische chemie vereist.

Forensische toxicologie is van belang in straf- en civielrechtelijke zaken – alsook zaken op het gebied van bestuurs- en tuchtrecht – die betrekking hebben op een slachtoffer(s) of dader(s).

Tot de kerntaken van de forensisch toxicoloog behoren: het overleg over de vraagstelling, het onderzoeksplan, de analysekeuze en de interpretatie van de laboratoriumresultaten.

Belangrijke vragen hierbij zijn:

Pre-analytische fase: keuze van het te analyseren monster en het opzetten van een bio-analytische onderzoeksstrategie.

Analytische fase: supervisie van het bio-analytisch onderzoek door gekwalificeerd analytisch personeel. Het is van belang dat het forensisch-toxicologisch laboratorium voldoet aan vooraf gedefinieerde en controleerbare kwaliteitseisen en geaccrediteerd is.

Post-analytische fase: het aangeven van de waarschijnlijkheid waarmee de bio-analytische resultaten de beschreven effecten kunnen verklaren. Hierbij worden alle relevante feiten voor zover bekend uit de lijkschouw, het pre-analytische en analytische traject en overige relevante feiten meegewogen. De forensisch toxicoloog dient hiertoe op de hoogte te zijn van de mogelijkheden en beperkingen van de gebruikte analysetechnieken.

Bij het rapporteren als deskundige binnen het deskundigengebied Forensische Toxicologie dient de deskundige zich bewust te zijn van de mogelijkheden en beperkingen van bovenstaande technieken en/of specialisaties. Daarnaast dient de deskundige zich bewust te zijn van de voor- en nadelen van deze technieken, specialisaties en/of ontwikkelingen.

Verdovende Middelen valt onder Toxicologie voor zover het de biologische lotgevallen en effecten bij de mens betreft.

Ten aanzien van bovenstaande vraagstellingen is de forensisch toxicoloog het eerste aanspreekpunt, waarbij opgemerkt dient te worden dat de forensisch toxicoloog zich ervan bewust dient te zijn dat ook vanuit specialistische deelgebieden (bijvoorbeeld de psychofarmacologie) uitspraken kunnen worden gedaan ten aanzien van bijvoorbeeld:

en dient zijn beperkingen ten opzichte van andere deskundigheidsgebieden te onderkennen.

Het register zal de desbetreffende deskundige vermelden als een deskundige op het gebied van Forensische Toxicologie.

De kwaliteitseisen, geformuleerd in het tweede lid van artikel 12 van het Brdis vormen de algemene criteria waarop de toetsing door het NRGD van forensisch deskundigen is gebaseerd. Het College formuleert voor elk deskundigheidsgebied op basis van de algemene criteria specifieke eisen.

Deel II geeft de registratie-eisen voor het deskundigheidsgebied Forensische Toxicologie weer waaraan de deskundige moet voldoen die een aanvraag voor (her)inschrijving in het register indient.

De registratie-eisen verschillen per type aanvrager. Het NRGD onderscheidt twee typen aanvragers: de initiële aanvrager (A) en de heraanvrager (B). De initiële aanvrager is een rapporteur die nog niet eerder geregistreerd is geweest voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet. De heraanvrager is een deskundige die al is geregistreerd in het NRGD, al dan niet voor beperkte duur, voor het deskundigheidsgebied waar de aanvraag op ziet.

Deze twee typen aanvragers worden voorts als volgt onderverdeeld:

De algemene, ingevolge het tweede lid van artikel 12 van het Brdis aan de te (her)registreren deskundige te stellen eisen zijn in onderstaande tekst in cursief opgenomen met een verwijzing naar de onderdelen (a t/m i). Bij de algemene eis volgen, indien van toepassing, een of meer specifieke eisen. Wanneer geen specifieke eis is aangegeven, is de desbetreffende algemene eis op zich reeds afdoende bevonden.

Het tweede lid van artikel 12 van het Brdis luidt als volgt:

Een deskundige wordt op zijn aanvraag slechts als deskundige in strafzaken in het register ingeschreven wanneer hij naar het oordeel van het College:

Artikel 12(2) a. (...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring binnen het eigen deskundigheidsgebied waarop de aanvraag betrekking heeft.

Een aanvrager dient:

en

onderscheiden per type aanvrager

A. Initiële aanvrager

B. Heraanvrager

Artikel 12(2) b. (...) beschikt over voldoende kennis van en ervaring in het desbetreffende rechtsgebied en voldoende bekend is met de positie en de rol van de deskundige daarin.

Toelichting:

Voor (buitenlandse) deskundigen die overwegen een aanvraag voor inschrijving in te dienen is artikel 19 Brdis van belang. Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel is een registratie voor beperkte duur mogelijk indien de aanvrager niet voldoet aan de eisen genoemd in artikel 12, tweede lid, onder b.

Artikel 12(2) c. (...) in staat is de opdrachtgever inzicht te bieden in de vraag of en zo ja, in hoeverre de vraagstelling van de opdrachtgever voldoende helder en onderzoekbaar is om deze vanuit zijn specifieke deskundigheid te kunnen beantwoorden.

Artikel 12(2) d,e en f

Artikel 12(2) g. (...) in staat is zowel schriftelijk als mondeling over de opdracht en elk ander relevant aspect van zijn deskundigheid gemotiveerd, controleerbaar en in voor de opdrachtgever begrijpelijke bewoordingen te rapporteren.

Een aanvrager dient:

Artikel 12(2) h. (...) in staat is een opdracht te voltooien binnen de daarvoor gestelde of afgesproken termijn.

Artikel 12(2) i. (...) in staat is zijn werkzaamheden als deskundige onafhankelijk, onpartijdig, zorgvuldig, vakbekwaam en integer te verrichten.

Zie de op de website van het NRGD gepubliceerde Gedragscode NRGD die door het College gerechtelijk deskundigen is vastgesteld.

Om te beoordelen of een aanvrager voldoet aan de eisen voor het deskundigheidsgebied Forensische Toxicologie en in aanmerking komt voor registratie in het NRGD, schrijft het College de volgende toetsingsprocedure voor.

De toetsing geschiedt in beginsel op basis van informatie die de aanvrager heeft verstrekt:

A. Initiële aanvrager

verplicht

A. Type (i) en (ii)

indien aanwezig

B. Heraanvrager

verplicht

Toelichting:

In tegenstelling tot de initiële aanvrager mag de aanvrager in het kader van de herregistratie zaaksrapporten naar eigen keuze overleggen. Deze zaaksrapporten dienen een zo goed en breed mogelijk beeld te geven van de competenties van de aanvrager. Van de aanvrager wordt daarom verwacht dat de zaaksrapporten de meer complexe en zwaardere zaken betreffen.

B. Type (iii) en (iv)

indien aanwezig

Voor alle deskundigheidsgebieden geldt dat de beoordeling plaatsvindt op basis van schriftelijke stukken, waaronder in ieder geval zaaksrapporten en bewijsstukken, in beginsel aangevuld met een mondelinge toetsing. Van deze mondelinge toetsing wordt afgezien indien de deskundigheid van de aanvrager reeds duidelijk is gebleken uit de schriftelijke stukken.

Voor alle typen geldt dat de toetsing ook kan plaatsvinden op basis van nadere informatie zoals een onderzoek in open bronnen of andere gedetailleerde rapporten, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor een adequate toetsing.

De toetsingswijzen voor de verschillende typen aanvragers zijn:

A. Initiële aanvrager

B. Heraanvrager

Dit document wordt aangehaald als: Beoordelingskader Forensische Toxicologie.

Dit document treedt in werking met ingang van 1 maart 2015.

Een deskundige Forensische Toxicologie dient op de hoogte te zijn van de basisbegrippen uit de onderstaande gebieden: