U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2018.

Regeling · BWBR0035779

Besluit Jeugdwet

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 5 november 2014, houdende regels ter uitvoering van de Jeugdwet (Besluit Jeugdwet)Besluit JeugdwetWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 5 augustus 2014, registratienummer 547112, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 1.3, vierde lid, 2.14, 3.4, zesde lid, 4.1.5, eerste lid, 4.1.9, tweede lid, 6.2.1, tweede lid, 6.5.1, tweede lid, 7.1.1.2, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, 7.1.2.2, vierde lid, 7.1.4.2, vierde lid, 7.2.8, eerste en vijfde lid, 7.4.5, eerste en tweede lid, 8.2.1, vierde lid, en 8.3.2 van de Jeugdwet, 4.1.1, vijfde lid, 4.2.3, eerste lid, 4.2.6, tweede lid, 4.2.12, derde en vierde lid en 5.3.1, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet, 2:1, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, 3.6, tweede lid, en 3.22, vierde lid, van de Wet basisregistratie personen, 3, tweede lid, 3b, tweede lid, 5a, 20, tweede lid, 29, derde lid, en 63, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, 24 van de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg, 24, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens, 7, vijfde lid, 239, vijfde lid, en 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, 43 en 44, tweede lid, van de Wet op de jeugdzorg, 40, tweede lid, en 42, vijfde lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, 48g van de Wet Justitie-subsidies, 11, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting, 13, vierde lid, van de Wet politiegegevens, 47, eerste lid, van de Politiewet 2012, 77z en 77ff, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, 493, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering, 3.14 van de Wet studiefinanciering 2000, 11, eerste lid, van de Tabakswet, 9, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, 1.50, tweede lid, 1.56b, tweede lid en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, artikel 11, derde lid, van de Zorgverzekeringswet, alsmede 2, tweede lid, en 5, achtste lid, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 18 september 2014, RvS, no. W13.14.0281/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 4 november 2014, kenmerk 681853-128589-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar5 november 2014Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. vanRijnDe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F.Teevende eenentwintigste november 2014De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W.Opstelten

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, van de wet, draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van relevante deskundigheid met betrekking tot:

Het college draagt er zorg voor dat de ambtenaar of de functionaris, bedoeld in artikel 11aa, eerste lid, van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee jaar.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie ziet toe op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de wet door de certificerende instelling.

Gedurende de looptijd van de aanwijzing als certificerende instelling stelt Onze Minister van Veiligheid en Justitie vast of de instelling nog steeds voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften.

Een certificaat of een voorlopig certificaat wordt geschorst of ingetrokken door de certificerende instelling:

De ondersteuning door de vertrouwenspersoon in aangelegenheden die samenhangen met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, is met name gericht op de uitoefening door jeugdigen, ouders en pleegouders van hun rechten.

De vertrouwenspersoon die een jeugdige, ouder of pleegouder ondersteunt, onthoudt zich van ondersteuning van anderen indien dat een onafhankelijke taakuitoefening jegens die jeugdige, ouder of pleegouder in gevaar kan brengen.

Het college, voor zover het betreft de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, informeren jeugdigen, ouders en pleegouders tijdig over de vertrouwenspersoon die aan hen op hun verzoek ondersteuning kan verlenen, over wat deze taak inhoudt, en op welke plaats en tijdstippen de vertrouwenspersoon voor hen bereikbaar en beschikbaar is.

De vertrouwenspersoon heeft vrije toegang tot de gebouwen van de gemeente voor zover deze gebruikt worden voor de toeleiding naar, advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, en tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen waar jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De vertrouwenspersoon behoeft geen toestemming van derden om met een jeugdige te spreken.

Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde verschaffen het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen en tonen zij alle bescheiden die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Het college, de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling, verschaffen aan de vertrouwenspersoon de faciliteiten die deze voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft.

De gecertificeerde instelling beziet zo vaak als noodzakelijk, doch ten minste eenmaal per jaar, in hoeverre het plan van aanpak, bedoeld in artikel 4.1.3 van de wet, bijstelling behoeft.

Indien de mogelijkheid tot registratie in het kwaliteitsregister jeugd wordt uitgebreid naar nieuwe categorieën van beoefenaren van beroepen in het jeugddomein, blijft artikel 5.1.1 gedurende een termijn van een jaar buiten toepassing op werktoedelingen waarvan het college voor zover het betreft de toeleiding naar, de advisering over, de bepaling en het inzetten van de aangewezen voorziening, de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling aannemelijk kan maken dat die toedeling plaatsvindt aan een niet tot die categorie behorende beroepsbeoefenaar, indien die beroepsbeoefenaar reeds bij de aanvang van die periode binnen de betreffende organisatie werkzaam was.

Indien de mogelijkheid tot registratie in het kwaliteitsregister jeugd wordt uitgebreid naar nieuwe categorieën van beoefenaren van beroepen in het jeugddomein, kan gedurende een termijn van vijf jaar en drie maanden vanaf het tijdstip van aanvang van die termijn in afwijking van artikel 5.4.2, eerste lid, aanhef en onder c, een tot die categorie behorende beroepsbeoefenaar in het kwaliteitsregister jeugd zijn ingeschreven indien:

De erkenning, bedoeld in artikel 5.2.1, eerste lid, vindt slechts plaats indien het beroepsregister onderscheidenlijk de registerstichting voldoet aan de in de artikelen 5.3.1 tot en met 5.4.4 gestelde voorwaarden.

De statuten van de registerstichting regelen op afdoende wijze dat de leden van het bestuur, dan wel leden van andere organen van de registerstichting geen functies vervullen die onverenigbaar, strijdig zijn of strijdig kunnen zijn met de belangen of doelstellingen van de registerstichting.

De registerstichting regelt dat het beroepsregister voor een ieder kosteloos raadpleegbaar is. Zij regelt voorts dat de maatregelen bedoeld in artikel 5.4.3, tweede lid, gedurende een door haar vast te stellen periode voor het publiek kenbaar zijn. Zij houdt daarbij rekening met de aard van de maatregelen, de verwijtbaarheid van het handelen en het belang van degenen die daarvan kennis kunnen nemen.

Na de beëindiging van de erkenning verleent de registerstichting alle medewerking die noodzakelijk is voor de overdracht van taken aan een andere, door Onze Ministers aan te wijzen organisatie.

Van de erkenning, bedoeld in artikel 5.2.1, eerste lid, en de intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 5.2.3, eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Indien de klager daarom verzoekt, wordt de klacht ter kennis gebracht van één lid van de klachtencommissie teneinde te bemiddelen.

Van de klachtencommissie maken in ieder geval deel uit:

Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet in het domein jeugdhulp worden aangewezen:

Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet in het domein jeugdgezondheidszorg worden aangewezen instanties die de in artikel 5, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid genoemde werkzaamheden in opdracht van het college uitvoeren.

Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet in het domein maatschappelijke ondersteuning worden aangewezen de aanbieders in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, niet zijnde aanbieders van hulpmiddelen of woningaanpassingen.

Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet in het domein werk en inkomen worden aangewezen de gemeentelijke kredietbanken, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Als categorieën van instanties als bedoeld in artikel 7.1.1.2, eerste lid, onder a, van de wet in het domein politie en justitie worden aangewezen:

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport doet van een wijziging van een norm als bedoeld in 7.2.1, derde lid, of artikel 7.2.2, tweede lid, mededeling in de Staatscourant.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt, voor zover mogelijk aan de hand van bij of krachtens de wet gestelde vereisten voor de hoedanigheid van de jeugdhulpaanbieder, vast of de aanvraag, bedoeld in artikel 7.4.1.1, is gedaan door een jeugdhulpaanbieder.

De geautoriseerde stelt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onmiddellijk op de hoogte van een wijziging van de in de autorisatielijst opgenomen gegevens en van andere omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het schorsen of doorhalen van de opname.

Zolang de inschrijving van een jeugdhulpaanbieder in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, is geschorst, is zijn opname in de autorisatielijst van jeugdhulpaanbieders geschorst.

Verwijdering van de autorisatielijst vindt slechts plaats:

Jeugdhulpaanbieders kunnen uitsluitend door tussenkomst van de SBV-Z gebruik maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

De jeugdhulpaanbieder die is aangesloten op de SBV-Z draagt zorg dat de verbinding van zijn geautomatiseerde systeem met de SBV-Z en de uitwisseling van gegevens tussen zijn geautomatiseerde systeem en de SBV-Z functioneren op een wijze die overeenstemt met hetgeen daarover in de systeembeschrijving is vastgelegd.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan op aanvraag middelen verschaffen waarmee de geautoriseerde toegang kan verkrijgen tot de SBV-Z. De artikelen 18 tot en met 25 en 33 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij onder «geregistreerde» verstaan wordt: geautoriseerde.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze paragraaf wordt verstaan onder «gegevens»: de in artikel 8.3.2 van de wet bedoelde gegevens betreffende de exploitatie van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.

Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet door de Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

Wijzigt het Arbeidstijdenbesluit.

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Wijzigt het Besluit basisregistratie personen.

Wijzigt het Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksprodukten.

Wijzigt het Besluit externe klachtencommissie raad voor de kinderbescherming.

Wijzigt het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg.

Wijzigt het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp.

Wijzigt het Besluit geslachtsnaamswijziging.

Wijzigt het Besluit gezagsregisters.

Wijzigt het Besluit gezondheidszorgpsycholoog.

Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Wijzigt het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

Wijzigt het Besluit studiefinanciering 2000.

Wijzigt het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten.

Wijzigt het Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht 1994.

Wijzigt het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Wijzigt het Besluit zorgaanspraken AWBZ.

Wijzigt de Reclasseringsregeling 1995.

Wijzigt het Reglement justitiële jeugdinrichtingen.

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Een erkenning van een beroepsregister als enig kwaliteitsregister jeugd door Onze Ministers op grond van artikel 68a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg, geldt als erkenning op grond van artikel 5.2.1, eerste lid, van dit besluit.

Het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van artikel 9.27, blijft van toepassing op de afwikkeling van indicatiebesluiten die voor deze inwerkingtreding zijn afgegeven door de stichting, bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Jeugdwet.