Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de implementatie van richtlijn 2010/63/EU betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt noodzakelijk is de Wet op de dierproeven te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Wassenaar26 november 2014Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M.DijksmaDe Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A.Blokde vijfde december 2014De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W.OpsteltenWijzigt de Wet op de dierproeven.
Wijzigt de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990.
Wijzigt de Wet dieren.
Een dierproef waarover voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 10a van de Wet op de dierproeven een positief advies is uitgebracht door een dierexperimentencommissie of een positief oordeel is gegeven door de centrale commissie dierproeven, kan worden verricht tot 1 januari 2018.
Een dierproef waarover voor de inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 10a van de Wet op de dierproeven een positief advies is uitgebracht door een dierexperimentencommissie of een positief oordeel is gegeven door de centrale commissie dierproeven en die eerst na 1 januari 2018 wordt afgerond, wordt na de laatst genoemde datum slechts voortgezet indien de centrale commissie dierproeven voor 1 januari 2018 een projectvergunning heeft verleend voor het project waar deze dierproef onderdeel van uitmaakt.
De erkenning van een dierexperimentencommissie die op grond van artikel 18a van de Wet op de dierproeven erkend is voor inwerkingtreding van deze wet, blijft na inwerkingtreding van deze wet in stand.
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.