Ministeriële regeling · BWBR0035909
Tijdelijke subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag8 december 2014De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.AsscherIn deze regeling wordt verstaan onder:
beroepskracht: de persoon van 18 jaar of ouder die werkzaam is bij een kindercentrum, bezoldigd is en belast is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen;
gastouder: een gastouder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
gastouderbureau: een gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum of een gastouderbureau exploiteert;
kindercentrum: een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De minister verstrekt overeenkomstig deze regeling op aanvraag subsidie als bijdrage in de kosten van trainingsactiviteiten die strekken tot het versterken van taal- en interactievaardigheden van beroepskrachten en van gastouders.
Als subsidiabele kosten kunnen slechts in aanmerking genomen worden kosten voor het deelnemen aan een training als vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage.
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen trainingen voor:
- a.
individuele beroepskrachten, of
- b.
leidinggevenden of stafmedewerkers bij een kindercentrum of bemiddelingsmedewerkers van een gastouderbureau, om de tijdens de training verworven kennis en vaardigheden over te dragen aan beroepskrachten van dat kindercentrum of aan gastouders aangesloten bij dat gastouderbureau.
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type van de te volgen training.
Voor een training als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, bedraagt de subsidie € 650,–.
Voor een training als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, bedraagt de subsidie € 2000,–.
De subsidie bedraagt per subsidieaanvrager gedurende een in artikel 6 bedoeld aanvraagtijdvak in totaal ten hoogste € 25 000.
Het subsidieplafond voor subsidie op grond van deze regeling bedraagt voor het tijdvak van 16 december 2014 tot 16 december 2015 € 3.300.000, voor het tijdvak van 4 januari 2016 tot 1 januari 2017 € 3.400.000, voor het tijdvak van 2 januari 2017 tot 1 januari 2018 € 3.400.000 en voor het tijdvak van 2 januari 2018 tot 1 januari 2019 € 3.000.000.
De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde vier aanvraagtijdvakken, gelegen in de periode van 16 december 2014 tot 16 december 2018.
Het eerste aanvraagtijdvak loopt vanaf 16 december 2014, 9.00 uur tot en met 30 april 2015, 17.00 uur. Het tweede aanvraagtijdvak loopt vanaf 4 januari 2016, 9.00 uur tot en met 30 april 2016, 17.00 uur. Het derde aanvraagtijdvak loopt vanaf 2 januari 2017, 9.00 uur tot en met 3 maart 2017, 17.00 uur. Het vierde aanvraagtijdvak loopt vanaf 2 januari 2018, 9.00 uur tot en met 9 februari 2018, 17.00 uur.
De subsidie wordt aangevraagd door de houder van een kindercentrum of een gastouderbureau.
De subsidie wordt verleend aan de subsidieaanvrager, die zich als zodanig geregistreerd heeft.
De registratie als subsidieaanvrager als bedoeld in het tweede lid, vindt plaats door gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier.
Voor de indiening van een aanvraag voor subsidie wordt gebruik gemaakt van het hiervoor beschikbaar gestelde elektronische aanvraagformulier.
De aanvrager geeft in zijn aanvraag aan op welke wijze hij de door de beroepskrachten of gastouders opgedane kennis en vaardigheden gaat borgen in de organisatie.
De aanvrager geeft in zijn aanvraag aan op welke wijze hij zijn personeel over de subsidieaanvraag heeft geïnformeerd.
Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen. Van een volledige subsidieaanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 7 en 8 en het formulier volledig is ingevuld.
Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.
De minister beslist binnen 13 weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.
De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de termijn waarbinnen de subsidiabele activiteiten uiterlijk zijn verricht.
De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot van 100% van de te verlenen subsidie.
De subsidie wordt uiterlijk 74 weken na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve vastgesteld. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de termijn waarbinnen de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld.
Subsidie wordt geweigerd indien de training ten behoeve waarvan subsidie is aangevraagd niet is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.
Activiteiten waarvoor in het kader van een eerder tijdvak subsidie is toegekend, komen niet in aanmerking voor subsidie in het kader van een volgend tijdvak.
Indien de activiteiten in het kader van een tijdvak niet volledig zijn afgerond, wordt subsidie in het kader van een volgend tijdvak geweigerd.
De subsidieontvanger doet onverwijld aan de minister een schriftelijke melding zodra aannemelijk is dat:
- a.
de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
- b.
niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
- c.
voor de onderneming van de aanvrager surseance van betaling wordt aangevraagd, of in geval van dreiging of aangifte van faillissement; of
- d.
aanspraak bestaat op subsidie of financiering uit andere hoofde.
De subsidieontvanger is verplicht om binnen 52 weken, te rekenen vanaf de datum van dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend volledig te doen afronden.
De subsidieontvanger verleent desgevraagd kosteloos medewerking aan een steekproef door of namens de minister teneinde te onderzoeken of de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en of is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
De subsidieontvanger toont in het kader van de in het tweede lid bedoelde steekproef op een daartoe strekkend verzoek van of namens de minister door overlegging van een certificaat, diploma of bewijs van deelname aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.
De subsidieontvanger werkt mee aan de door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister informatie te verschaffen over de effecten en waardering van de gevolgde trainingen in het kader van de evaluatie van deze regeling en de ontwikkeling van beleid.
Vervallen
De Algemene regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 december 2014 en vervalt met ingang van 1 januari 2019.
In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2018, van toepassing op de afwikkeling van subsidies op grond van deze regeling.
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling versterking taal- en interactievaardigheden beroepskrachten en gastouders in de kinderopvang.
- –
TINK, ontwikkeld door Sardes B.V., gevestigd te Utrecht;
- –
Oog voor interactie, ontwikkeld door de Stichting Nederlands Jeugdinstituut, gevestigd te Utrecht.
- –
TINK, ontwikkeld door Sardes B.V., gevestigd te Utrecht;
- –
Oog voor interactie, ontwikkeld door de Stichting Nederlands Jeugdinstituut, gevestigd te Utrecht.