Ministeriële regeling · BWBR0035939
Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES, voor het jaar 2015
Gelet op de artikelen 6.3, 7.4, vijfde lid, en 11.1, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000, artikel 17 van het Besluit studiefinanciering 2000, de artikelen 8.1, eerste lid, en 11.1, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, artikel 5 van het Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de artikelen 4.3, 5.2, derde lid, en 8.1 van de Wet studiefinanciering BES;
BESLUIT:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.BussemakerIn deze regeling wordt verstaan onder:
Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000 en artikel 5, derde lid, van het BTOS wordt onder indexcijfer van de cao-lonen verstaan: de reeks ‘CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 0,92 procent.
Voor de toepassing van artikel 17, derde lid, van het BSF 2000, en artikel 5, derde lid, van het BTOS, wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de reeks ‘consumentenprijsindex alle huishoudens’, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd in het Statistisch Bulletin. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 2,51 procent.
Voor de toepassing van artikel 8.1, eerste lid, van de WSF BES wordt onder consumentenprijsindex verstaan: de index opgenomen in de reeks ‘consumentenprijsindex Caribisch Nederland’ voor Bonaire, zoals die is berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en is gepubliceerd op internet. De van toepassing zijnde procentuele ontwikkeling is 1,73 procent.
Het rentepercentage, bedoeld in artikel 6.3 van de WSF 2000, en artikel 4.3 van de WSF BES, wordt voor het jaar 2015 vastgesteld op 0,12 procent.
Met ingang van 1 januari 2015 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.4, tweede lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 9.234,45.
Met ingang van 1 januari 2015 worden de bedragen, genoemd in artikel 3.9, derde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 16.890,62 respectievelijk € 21.399,51.
Met ingang van 1 januari 2015 wordt het bedrag, genoemd in artikel 3.17, eerste lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 13.856,11.
Naar de maatstaf van 1 januari 2015 bedraagt het bedrag, genoemd in artikel 3.17, vierde lid, van de WSF 2000, € 332,30.
De bedragen, genoemd in de overzichten 1 en 2 van artikel 3.18 van de WSF 2000 luiden per maand naar de maatstaf van 1 januari 2015 als volgt:
A. Beroepsonderwijs | |
Normbedrag thuiswonend | € 496,64 |
Normbedrag uitwonend | € 701,42 |
B. Hoger onderwijs | |
Normbedrag | € 854,13 |
A. Beroepsonderwijs | |
Basisbeurs (exclusief toeslag eenoudergezin) | |
thuiswonend | € 81,02 |
uitwonend | € 264,40 |
Basislening | |
thuis- en uitwonend | € 176,49 |
Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | |
thuiswonend | € 239,13 |
uitwonend | € 260,53 |
B. Hoger onderwijs | |
Basislening | € 475,91 |
Maximale aanvullende beurs/lening of veronderstelde ouderlijke bijdrage | € 378,22 |
Van 1 januari 2015 tot 1 januari 2016 wordt het bedrag, genoemd in de artikelen 4.7, derde lid, 4.18, tweede lid, en 5.2, vierde lid, van de WSF 2000, vastgesteld op € 916,96.
Naar de maatstaf van 1 januari 2015 bedraagt het bedrag, genoemd in artikel 6.2a, tweede lid, van de WSF 2000, € 1.230,12.
Naar de maatstaf van 1 januari 2015 bedragen de bedragen, genoemd in artikel 12.14, tweede lid, van de WSF 2000:
thuiswonende | uitwonende | |
a. maandbedrag als bedoeld in overzicht 1 van artikel 3.18 | € 649,34 | € 854,13 |
b. basisbeurs als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 102,77 | € 286,15 |
c. maximale aanvullende beurs of lening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 245,30 | € 266,71 |
d. basislening als bedoeld in overzicht 2 van artikel 3.18 | € 301,27 | € 301,27 |
Naar de maatstaf van 1 januari 2015 bedragen de bedragen, genoemd in artikel 12.16, eerste en tweede lid, van de WSF 2000, € 266,71 onderscheidenlijk € 109,67.
Naar de maatstaf van 1 januari 2015 bedraagt het bedrag, genoemd in artikel 12.17, vierde lid, van de WSF 2000, € 598,95.
Met ingang van schooljaar 2015–2016 wordt het grensbedrag draagkracht, bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 33.329,43.
Met ingang van 1 januari 2015 wordt het grensbedrag toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, van de WTOS, vastgesteld op € 3.746,89.
Met ingang van 1 januari 2015 wordt de hoogte van de basistoelage per kalendermaand, bedoeld in artikel 4.3 van de WTOS, als volgt vastgesteld:
- a.
€ 111,53 voor een thuiswonende leerling;
- b.
€ 260,03 voor een uitwonende leerling.
Met ingang van schooljaar 2015–2016 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 4.6 van de WTOS, als volgt vastgesteld:
a. onderbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en onderbouw + bovenbouw volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum | € 78,63 |
b. bovenbouw volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 86,10 |
c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 107,67 |
d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 115,17 |
e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 52,24 |
f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 115,17 |
Met ingang van het schooljaar 2015-2016 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in artikel 5.4 van de WTOS, vastgesteld op € 724,40.
Met ingang van het schooljaar 2015–2016 wordt de tegemoetkoming schoolkosten, bedoeld in de overzichten 1 en 2 van artikel 5.10 van de WTOS, als volgt vastgesteld:
aantal minuten per week | schoolkosten |
540 of meer | € 309,94 |
540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 154,97 + € 154,97 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
270 tot 540 | € 208,81 |
270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 104,41 + € 104,40 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
minder dan 270 | nihil |
aantal minuten per week | schoolkosten |
540 of meer | € 154,97 |
540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | € 77,49 + € 77,48 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
270 tot 540 | € 104,41 |
270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | € 52,21 + € 52,20 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
Minder dan 270 | nihil |
Met ingang van het schooljaar of studiejaar 2015–2016 wordt de tegemoetkoming in de schoolkosten, genoemd in artikel 10.7, derde lid, van de WTOS, als volgt vastgesteld:
- a.
€ 724,00 voor het onderwijs genoemd in onderdeel a;
- b.
€ 309,94 voor het onderwijs genoemd in onderdeel b;
- c.
€ 208,81 voor het onderwijs genoemd in onderdeel c.
Met ingang van 1 januari 2015 worden de bedragen, bedoeld in artikel 2.2 van de WSF BES, als volgt vastgesteld:
I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs of gift per maand | IV. Lening tijdens prestatiebeurs per maand | V. Lening na prestatiebeurs per maand |
Beroepsonderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 73,15 | USD 146,30 | USD 219,45 |
Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 237,74 | USD 475,48 | USD 713,22 | |
Overig deel Caribische regio | USD 365,75 | USD 731,50 | USD 1.097,25 | |
Verenigde Staten van Amerika | USD 501,73 | USD 1.003,46 | USD 1.505,19 | |
Hoger onderwijs | Eigen openbaar lichaam | USD 137,15 | USD 274,30 | USD 411,45 |
Ander openbaar lichaam, Aruba, Curaçao, Sint Maarten | USD 274,30 | USD 548,60 | USD 822,90 | |
Overig deel Caribische regio | USD 365,75 | USD 731,50 | USD 1.097,25 | |
Verenigde Staten van Amerika | USD 501,73 | USD 1.003,46 | USD 1.505,19 |
I. Onderwijstype | II. Plaats opleiding | III. Prestatiebeurs | IV. Lening |
Beroepsonderwijs opleiding niveau 3 of 4 en hoger onderwijs | Europees deel van Nederland | USD 2.524,81 | USD 5.049,62 |
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling normen WSF 2000, WTOS en WSF BES.