Ministeriële regeling · BWBR0036007

Regeling Jeugdwet

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, kenmerk 694624-130150-WJZ, houdende nadere regels op grond van de Jeugdwet (Regeling Jeugdwet)Regeling JeugdwetDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de artikelen 1.1, 2.10, 4.3.1, derde lid, 5.3, tweede lid, 7.2.5, 7.4.5, 8.1.2, 8.3.1, van de Jeugdwet en de artikelen 7.5.4, 8.3, 8.1.2, 8.2.2 en 8.2.4 van het Besluit Jeugdwet;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. vanRijnDe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

De redelijke termijn, bedoeld in artikel 8.2.1, eerste lid, van de wet, is in ieder geval verstreken wanneer het college binnen twee weken na ontvangst van een informatieverzoek van een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling over welk college financieel verantwoordelijk is voor de aan een jeugdige te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering niet de gevraagde informatie heeft verstrekt.

Als categorieën van gekwalificeerde gedragswetenschappers worden aangewezen:

Als categorie van deskundigen als bedoeld in de begripsomschrijving van jeugdhulpverantwoordelijke in artikel 1.1 van de wet worden aangewezen:

Een jeugdhulpaanbieder die moet voldoen aan artikel 4.4.1, eerste lid, van de wet en een gecertificeerde instelling legt op de volgende wijze vast hoe hij voldoet aan het bepaalde bij en krachtens artikel 4.4.1, eerste en tweede lid, van de wet:

De pleegzorgaanbieder verstrekt een door de pleegzorgaanbieder vast te stellen vergoeding voor bijzondere kosten voor het pleegkind voor zover:

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 5.1, en de toeslagen, bedoeld in artikel 5.2, worden jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de wijze, bedoeld in onderdeel d van bijlage 1 bij deze regeling.

Vervallen

Indien een jeugdige bij de opname of gedurende het verblijf in een accommodatie geen of onvoldoende kleding of schoeisel tot zijn beschikking heeft, verstrekt de jeugdhulpaanbieder op de kortst mogelijke termijn benodigde kleding en schoeisel aan de jeugdige.

Het bedrag, bedoeld in artikel 5a.1, tweede lid, wordt periodiek aangepast.

De beveiliging van de gegevensverwerking, bedoeld in de artikelen 7.2.1 en 7.2.4 van de wet, voldoet aan NEN-ISO-IEC 27001 en NEN-ISO-IEC 27002 of aan daaraan gelijkwaardige normen.

Vervallen

Een jeugdhulpaanbieder die jeugdhulp heeft verleend of zal verlenen of een aanbieder die preventie heeft verleend of zal verlenen, vermeldt bij de declaratie naast de in artikel 6a.1, eerste lid, bedoelde gegevens de persoonsgegevens die hij ingevolge door of namens het college gemaakte afspraken dan wel gegeven instructies moet vermelden, met dien verstande dat niet meer persoonsgegevens worden vermeld dan de persoonsgegevens die voor de gemeente noodzakelijk zijn ten behoeve van het verrichten van de formele controle en de betaling van de declaratie.

Een gecertificeerde instelling die een kinderbeschermingsmaatregel uitvoert, vermeldt bij de declaratie naast de in artikel 6a.1, eerste lid, bedoelde gegevens of sprake is van:

Een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert vermeldt bij de declaratie naast de in artikel 6a.1, eerste lid, bedoelde gegevens of sprake is van:

De artikelen 6a.1 tot en met 6a.5 gelden niet voor jeugdhulp, preventie, maatregelen van kinderbescherming of jeugdreclassering die is verleend ten behoeve van een jeugdige wiens verblijfplaats geheim dient te blijven omdat hij ernstig wordt bedreigd, mits ter zake van de declaratie afspraken tussen de aanbieder en de gemeente gelden en de aanbieder deze afspraken in acht neemt.

Vervallen

Het college stelt voorafgaand aan de uitvoering van de materiële controle het doel ervan vast door te bepalen wanneer voldoende zekerheid is verkregen dat de door de aanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd en, indien het college de materiële controle daar ook toe wenst uit te strekken, of die prestatie:

Het college maakt informatie openbaar over het ingevolge artikel 6b.2 vastgestelde controledoel en het ingevolge artikel 6b.3 vastgestelde algemene controleplan op een zodanige wijze dat die informatie voor jeugdigen of degenen die het gezag over hen uitoefenen alsmede voor aanbieders gemakkelijk verkrijgbaar is.

Indien de iJw worden gewijzigd, wordt de wijziging van kracht vanaf het moment waarop deze openbaar is gemaakt door het Zorginstituut.

De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling verstrekken aan het Centraal Bureau voor de Statistiek structureel de gegevens, bedoeld in artikel 7.5.1, eerste lid, van het Besluit Jeugdwet, op de wijze beschreven in bijlage 2 bij deze regeling.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verstrekt, doet aan de Sociale verzekeringsbank op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van gegevens waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, van de wet, of het uitvoeren van betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget.

De zorgautoriteit verstrekt colleges en Jeugdregio’s om zelf zo vroeg mogelijk een risico voor de aanwezigheid van een toereikend aanbod of ontoereikend aanbod als bedoeld in artikel 9a.2, eerste lid, van de wet in hun eigen gemeente of regio te kunnen signaleren de volgende gegevens, met dien verstande dat de zorgautoriteit geen bedrijfsgevoelige informatie van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekt:

De zorgautoriteit verstrekt aan de in artikel 71f van de Wet marktordening gezondheidszorg genoemde instanties persoonsgegevens indien en voor zover verwerking van die gegevens voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden noodzakelijk is en voor zover die gegevens behoren tot de hieronder bij die instanties vermelde categorieën van persoonsgegevens:

De Regeling beleidsinformatie jeugdzorg 2011 blijft nadat zij met ingang van 1 januari 2015 is vervallen, van toepassing op informatieverstrekkingen met betrekking tot de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling.

In afwijking van artikel 6c.1, tweede lid, hoeven de iJw niet te worden toegepast bij de uitvoering van contracten die door de contractspartijen zijn ondertekend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, behalve voor zover:

Artikel 4.1, tweede lid, zoals dat luidde op 31 december 2021, blijft van toepassing op de jaarverslaggeving over verslagjaar 2020.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2014, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2015.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Jeugdwet.

Basisbedragen en toeslagen pleegvergoeding

Informatieprotocol

Op 1-1-2015 is de Jeugdwet in werking getreden. Onderdeel van de Jeugdwet is een regeling voor beleidsinformatie. Deze regeling bepaalt welke gegevens worden verwerkt, door wie, met welk doel, op welke wijze ze worden verstrekt en aan wie. De beleidsinformatie in de Jeugdwet betreft informatie over het jeugdhulpgebruik en de inzet van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daartoe verstrekken jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen op persoonsniveau gegevens. In het Besluit Jeugdwet, artikel 7.5.1, staat dat deze gegevens aangeleverd worden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze opdat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) worden niet openbaar gemaakt. Het CBS levert wel de eigen gegevens aan instellingen in de vorm van een gestructureerde spiegelrapportage terug. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daartoe door het CBS zijn geautoriseerd onder de geldende privacy-voorwaarden van de CBS-wet en de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming.

De gegevensverstrekking vindt plaats opdat gemeenten doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid kunnen voeren ten aanzien van preventie, jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gegevensverstrekking vindt voorts plaats opdat het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) een zorgvuldig en samenhangend jeugdbeleid kunnen voeren en hun stelselverantwoordelijkheid kunnen waarborgen.

In het Besluit Jeugdwet ligt vast welke gegevens de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen verstrekken aan het CBS ten behoeve van de beleidsinformatie voor gemeenten, VWS en JenV. In onderstaande tabel is aangegeven om welke gegevens het gaat. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf de gegevens worden uitgewerkt.

Dit informatieprotocol is opgesteld om er voor te zorgen dat de gegevens op de juiste wijze worden aangeleverd, zowel qua inhoud als qua proces. Het informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk welke definities de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen dienen te hanteren en hoe zij deze gegevens aanleveren bij het CBS.

Het informatieprotocol wordt beheerd door het Ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in samenwerking met:

Regelmatig wordt bezien of wijzigingen in het informatieprotocol nodig zijn, bijvoorbeeld om begrippen of procedures te verhelderen of aan te passen.

Relatie van Informatieprotocol met iJw berichtenverkeer

Het iJw berichtenverkeer gaat over de communicatie tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Er is een vertaling tussen de productcodelijst en zorgvormen in het informatieprotocol. Zie hiervoor: https://www.istandaarden.nl/ijw/over-ijw/productcodelijst-jeugdwet En zie ook: https://www.istandaarden.nl/binaries/content/assets/istandaarden/ijw/productcodelijst-jw/standaardproductcodelijst-jeugdwet-.xlsx

Alle jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente jeugdhulp bieden, respectievelijk uitvoering geven aan de kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen jeugdreclassering dienen gegevens aan het CBS te leveren voor de beleidsinformatie. De jeugdhulpaanbieder die daadwerkelijk (een deel van) de jeugdhulp levert, is de organisatie die de data hierover aanlevert bij het CBS. Dus in geval van het werken in onderaannemerschap, levert de onderaannemer zelf de data over de eigen geleverde jeugdhulp. De hoofdaannemer levert deze data dan dus niet. Het betreft alleen de jeugdhulp die in natura wordt geboden. Over jeugdhulp die wordt geboden op basis van een persoonsgebonden budget (PGB) dienen de jeugdhulpaanbieders geen gegevens bij het CBS aan te leveren.

In veel gemeenten zijn wijk- of buurtteams opgericht. Deze teams kunnen diverse functies vervullen. Indien de wijk- of buurtteams jeugdhulp bieden conform de definities van de Jeugdwet, dan dienen zij daarover gegevens aan te leveren bij het CBS. Er hoeven geen gegevens te worden aangeleverd aan het CBS over de toeleidings- of verwijzingstaken (toegangstaken), over de preventieve inzet of informatie & advies. Zie voor het onderscheid tussen preventie en jeugdhulp ook de leidraad toegang preventief-ambulant.

Zie de link: https://jeugdmonitor.cbs.nl/publicaties/Leidraad-toegang-preventief-ambulant

Het informatieprotocol bestaat uit drie delen:

Het informatieprotocol is onderdeel van de op de Jeugdwet gebaseerde Regeling Jeugdwet.

Voor de beleidsinformatie jeugd worden gegevens over de jeugdige uitgevraagd om de informatie op persoonsniveau beschikbaar te hebben. Op deze manier kunnen kruistabellen worden gemaakt tussen kenmerken zoals leeftijd en geslacht en het gebruik van jeugdhulp, of de inzet van jeugdbescherming (ondertoezichtstelling (ots), voogdij en uithuisplaatsing) en jeugdreclassering. Ook is samenloop van diverse vormen van jeugdhulp en inzet vanuit het gedwongen kader op deze manier inzichtelijk te maken. De publicatie van de gegevens zal altijd op geaggregeerd niveau zijn en nooit herleidbaar tot personen. Omdat niet elke jeugdige een BSN heeft, worden ook de geboortedatum en het geslacht uitgevraagd. De postcode wordt uitgevraagd voor controledoeleinden en om de woonplaats van de jeugdige conform het woonplaatsbeginsel aan te duiden.

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet de persoon die:

Toelichting:

Jeugdhulp is op grond van bovenstaande definitie beschikbaar voor personen tot 18 jaar. De onderdelen 20 en 30 geven aan welke uitzonderingen daarop gelden.

Het unieke persoonsnummer waarmee de jeugdige staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP).

Toelichting:

Bij wet is geregeld dat het burgerservicenummer (BSN) gebruikt moet worden. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag daarom onbekend worden ingevuld. Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 999999999 genoteerd. Bij ongeboren kinderen wordt 000000000 genoteerd.

De geboortedatum van de jeugdige weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Bij sommige jongeren is de exacte geboortedatum niet bekend. Indien de geboortedag niet bekend is, wordt dat aangegeven door JJJJMM00 te noteren. Indien (ook) de geboortemaand niet bekend is, dan wordt dat aangegeven door JJJJ0000 te noteren. Bij ongeboren kinderen wordt 000000000 genoteerd.

Het geslacht van de jeugdige, waarbij de volgende opties gelden:

De wijze waarop het woonplaatsbeginsel gehanteerd moet worden is te vinden op www.rijksoverheid.nl en op de website van de VNG: www.vng.nl. Er wordt gekeken welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Van die gemeente wordt de postcode van het adres gebruikt.

Als de postcode niet bekend is, dan volstaat de CBS code van de gemeente.

Toelichting:

De postcode is nodig om te bepalen aan welke gemeente en wijk de beleidsinformatie over de betreffende jeugdige moet worden toegekend.

Zo veel als mogelijk dient de postcode (6 posities) doorgegeven te worden. Dit is belangrijk om de beleidsinformatie waar mogelijk ook op wijkniveau weer te geven. Uiteraard zullen ook de aantallen per wijk niet tot de persoon herleidbaar zijn en hanteert het CBS hiervoor de geldende privacyregels.

De beleidsinformatie jeugd richt zich op het inzichtelijk maken van het jeugdhulp-gebruik. Dit houdt in dat jeugdhulpaanbieders een aantal gegevens over de door hen geleverde jeugdhulp dienen aan te leveren. Het gaat om het type jeugdhulp, de start- en einddata, de organisatie die verwezen heeft naar de jeugdhulp en de reden van beëindiging van de jeugdhulp.

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdhulp:

Toelichting:

Alleen over de jeugdhulp in natura dient gerapporteerd te worden aan het CBS. Dit is de jeugdhulp, betaald door de gemeente, waarvoor de wettelijke kwaliteitseisen van hoofdstuk 4 van de Jeugdwet en de eisen gegevensverwerking uit hoofdstuk 7 gelden. Dat betekent dat geen informatie aan het CBS wordt verstrekt over de toegangsgesprekken, PGB’s en preventie. Dit wordt hieronder nader toegelicht.

Toegang

De gesprekken die een deskundige in de gemeentelijke toegang in het kader van de toeleiding naar en advisering over eventuele jeugdhulp met jeugdigen en ouders voert, worden niet beschouwd als jeugdhulp. Ook als die deskundige preventieve opvoedondersteuning verleent, geldt dit niet als jeugdhulp. Hierover dient dan ook niet aan het CBS te worden gerapporteerd.

PGB

Zoals in paragraaf 1.3 reeds is opgenomen, betreft het alleen de jeugdhulp die in natura wordt geleverd. Over jeugdhulp die wordt gefinancierd met een PGB dienen geen gegevens aan het CBS te worden verstrekt. Deze gegevens worden integraal door de SVB aan het CBS geleverd.

Preventie

Als een jeugdhulpaanbieder een jeugdige of ouders van een jeugdige (anonieme) adviezen of consulten biedt, ook al is dat voorafgaand aan de start van jeugdhulp, dan wordt dit niet als jeugdhulp beschouwd, maar als preventie. En daarover moeten geen gegevens verstrekt worden aan het CBS. Dit geldt tevens voor het verstrekken van folders en overige vormen van informatie. Voor het nader onderscheiden van preventieve hulp en ambulante jeugdhulp, wordt verwezen naar de leidraad toegang preventief-ambulant.

Zie de link: https://jeugdmonitor.cbs.nl/publicaties/Leidraad-toegang-preventief-ambulant

De organisatie of persoon die de jeugdige en/of zijn/haar ouders heeft verwezen naar de jeugdhulp, waarbij de volgende opties gelden:

Toelichting:

Alleen de niet eenduidig uitlegbare opties worden hieronder toegelicht.

(01) De keuzes bij verwijzer betreffen alleen de routes zoals deze in de Jeugdwet worden onderkend. Allereerst gaat het om de toegang zoals deze door de gemeente is georganiseerd. Medewerkers binnen bijvoorbeeld een wijkteam of een Centrum voor Jeugd en Gezin zijn dan gemandateerd om namens het betreffende college een verleningsbeslissing jeugdhulp te nemen. Ook kan het zijn dat een gemeente professionals bij een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder mandaat heeft verleend voor het nemen van een verleningsbeslissing jeugdhulp. Gemeenten kunnen ook afspraken hebben gemaakt met onderwijsinstellingen over leerlingen die jeugdhulp nodig hebben. Indien jeugdhulp gestart is via het onderwijs, dan wordt dit in het kader van de beleidsinformatie beschouwd als jeugdhulp die is gestart via de gemeentelijke toegang. Dit geldt ook voor jeugdhulp die wordt geboden in het kader van drang/ preventieve jeugdbescherming.

(04) Jeugdhulp kan ook starten indien een gecertificeerde instelling in het kader van de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering betrokken is bij een jeugdige en bepaalt dat jeugdhulp noodzakelijk is. In het kader van een jeugdreclasseringmaatregel betreft dit de jeugdhulp die niet rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing: 1) jeugdhulp die gedurende een toezicht- en begeleidingstraject wordt ingezet; 2) jeugdhulp die in het kader van vrijwillige toezicht en begeleiding door jeugdreclassering wordt ingezet.

(06) Afhankelijk van de gemeentelijke verordening is het ook mogelijk dat jeugdhulp gestart wordt zonder een verleningbeslissing of een verwijzing; dit betreft dan vrij toegankelijke jeugdhulp. Als de jeugdhulp is uitgevoerd door het wijk- of buurtteam (zie paragraaf 3.3 over de hulpvorm), dan is deze per definitie vrij toegankelijk en dient gekozen te worden voor deze optie -06 geen verwijzer.

(08) Op basis van de Jeugdwet kan een rechter alleen verwijzer naar jeugdhulp zijn als sprake is van een strafrechtelijke beslissing (dus bijvoorbeeld een advies van de rechter voor hulp in het kader van een familierechtzaak/gezag- en omgang valt niet onder deze categorie). Het betreft in deze categorie jeugdhulp die rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing: 1) jeugdhulp als bijzondere voorwaardelijke veroordeling, schorsing of OM-afdoening als zodanig in beslissing genomen, evenals jeugdhulp als onderdeel van een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) als zodanig in vonnis opgenomen; 2) jeugdhulp als onderdeel van een Scholings- en TrainingsProgramma (STP) evenals jeugdhulp als onderdeel van een voorwaardelijke beëindiging Plaatsing in Inrichting Jeugdigen (PIJ). Ook hulp voor een 18+jeugdige veroordeeld onder het jeugdstrafrecht, waarbij de volwassenreclassering (3RO) de Toezicht- & Begeleidingsmaatregel uitvoert, valt onder categorie 08 (dit betreft namelijk altijd alleen jeugdhulp die rechtstreeks voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing, namelijk jeugdhulp die is opgenomen in het vonnis). Tot slot: met ‘functionaris JJI’ wordt bedoeld de selectiefunctionaris/inrichtingsarts/directeur van een justitiële jeugdinrichting (JJI).

Andere opties dan bovenstaande zijn er niet.

De volgende jeugdhulpvormen worden onderscheiden:

Toelichting

In onderstaande tabel staat een toelichting per hulpvorm:

De beleidsinformatie wordt per jeugdige en per type jeugdhulp (of maatregel) geleverd aan het CBS. Alle jeugdhulp van dezelfde hulpvorm die onderdeel is van één hulpverleningsplan of behandelplan, wordt als één record aan het CBS geleverd. Als een jeugdhulpaanbieder meerdere ambulante modules of programma’s tegelijkertijd of na elkaar aanbiedt in een jeugdhulptraject, dan gelden deze samen als record waarover aan CBS gegevens moeten worden geleverd. Daarbij is de startdatum van de eerste module de datum aanvang jeugdhulp en de einddatum van de laatste module de datum einde jeugdhulp. Als twee verschillende jeugdhulpaanbieders (kunnen ook wijk- of buurtteams zijn) tegelijkertijd een ambulante module aanbieden, dan leveren zij beiden daarover gegevens aan bij het CBS. Ieder doet dat over de eigen betrokkenheid. Alle hulpverlening en behandeling die gedurende de pleegzorg en het residentiële verblijf plaatsvinden en door dezelfde jeugdhulpaanbieder worden aangeboden, vallen onder de pleegzorg en het residentiële verblijf. Als een andere jeugdhulpaanbieder in deze situatie een ambulante module aanbiedt, dan levert hij daarover afzonderlijk gegevens aan bij het CBS. Het betreft dan jeugdhulp zonder verblijf.

Het bovenstaande leidt ertoe dat de sleutel van een record in principe wordt gevormd door het BSN, de datum aanvang jeugdhulp en de hulpvorm. Als het BSN onbekend is, dan wordt de sleutel gevormd door het geslacht, de geboortedatum, de postcode, de datum aanvang jeugdhulp en de hulpvorm. Indien er meerdere vormen van hulp worden geboden waarbij deze sleutelcombinatie hetzelfde is, dan dienen deze gegevens samengevoegd te worden tot één record (tenzij er sprake is van een tweeling). Als er vervolgens alsnog twee (of meer) records zouden ontstaan met dezelfde BSN en hulpvorm maar verschillende aanvangsdatums, waarbij de records wél overlappen in de tijd, dan dienen ook deze records te worden samengevoegd tot één record. De aanvangsdatum wordt de eerste aanvangsdatum en de einddatum wordt pas ingevuld als de laatste zorg eindigt. Het is alleen mogelijk om in één verslagperiode 2 (of meer) records te leveren met dezelfde BSN en hulpvorm als deze records elkaar niet overlappen in de tijd. Met andere woorden, de aanvangsdatum van het ene record moet steeds na de einddatum van het daarvoor gestarte record liggen.

Als de hulpverlening is aangevangen met het stabiliseren van een crisissituatie, dient dit te worden aangegeven. Hierbij gelden de volgende opties

Toelichting

Of de jeugdhulp is aangevangen met het stabiliseren van een crisissituatie is het professionele oordeel van de jeugdhulpprofessional. Er is daarmee geen vaste definitie van crisis. Iedere professional heeft een beeld bij het onderscheid crisis-geen crisis.

De dag waarop de jeugdhulpaanbieder start met het uitvoeren van de jeugdhulp. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de dag waarop de feitelijke hulpverlening start. In geval van jeugdhulp zonder verblijf gaat het om het eerste gesprek tussen de jeugdige en/of de ouders met de hulpverlener/ behandelaar om met elkaar kennis te maken en te starten met de hulpverlening/behandeling. De hulpverlening dient in dit gesprek daadwerkelijk te starten, dus niet een eerste kennismaking gevolgd door plaatsing op een wachtlijst.

Bij jeugdhulp met verblijf wordt de dag aangehouden volgend op de eerste overnachting.

De laatste dag waarop de jeugdhulpaanbieder uitvoering geeft aan de jeugdhulp. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de dag waarop de jeugdhulp eindigt. Dit kan twee dingen betekenen:

In geval van jeugdhulp met verblijf is de datum einde jeugdhulp de dag na de laatste overnachting. Dit is de overnachting waarna de jongere weer structureel naar huis gaat. Een traject waarbij de jongere tussentijds af een toe een nacht naar huis gaat, of juist alleen in de weekenden of nog sporadischer overnacht bij de aanbieder wordt als één doorlopend traject aangeleverd bij het CBS met als einddatum de datum van de laatste overnachting.

De reden van de beëindiging van de jeugdhulp geeft een indruk van de ‘uitval’ tijdens de uitvoering van de jeugdhulp.

De reden waarom de jeugdhulp is beëindigd, waarbij de volgende opties gelden:

Toelichting: Reden beëindiging jeugdhulp

Beëindigd volgens plan (01):

Toelichting: Enige wijzigingen in het plan zijn normaal. Het is niet wenselijk om te rigide vast te houden aan een vooropgesteld plan. Als je met elkaar, zoals gepland, het traject doorloopt en niet voortijdig stopt, is het traject volgens plan afgesloten. Ook als de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt en de jeugdhulp wordt beëindigd óf wordt voortgezet onder een andere wet (Zvw, Wmo, Wlz) dan dient als reden beëindiging te worden gekozen voor ‘beëindigd volgens plan’ (01).

Voortijdig afgesloten: in overeenstemming (02).

Toelichting: De situatie van de jeugdige of het gezin is veranderd waardoor de gestarte hulp niet meer passend is. Als de cliënt en behandelaar het eens zijn dat de eerder afgesproken hulp geen toegevoegde waarde meer heeft, of dat andere hulp nodig is dan dat binnen het lopende traject geboden kan worden, geldt: Voortijdig afgesloten: in overeenstemming (02).

Voortijdig afgesloten: eenzijdig door de cliënt (03).

Toelichting: Het traject wordt voortijdig afgesloten, bijvoorbeeld omdat:

Dit kan gaan om cliënten die ineens niet meer op afspraken verschijnen maar ook in een overleg aangeven te willen stoppen. Als de aanbieder nog wel mogelijkheden ziet om de client te helpen, is de afsluiting eenzijdig door de cliënt. Dit brengt in beeld hoe vaak je cliënten verliest waarmee je dacht nog vooruitgang te kunnen boeken, uitval.

Voortijdig afgesloten: eenzijdig door de aanbieder (04).

Toelichting: Het lukt de aanbieder niet voldoende passende hulp te bieden. De aanbieder komt tot de conclusie dat verdere hulp vanuit aanbieder niet meer haalbaar is, verantwoord is (bijvoorbeeld vanwege agressie richting de hulpverlener) en/of geen perspectief meer kent. Als de cliënt die conclusie niet deelt, geldt: ‘Voortijdig afgesloten: eenzijdig door de aanbieder (04)’. Dit brengt het aantal cliënten in beeld die volgens de aanbieder beter op een andere wijze geholpen kunnen worden, niet bij de betreffende aanbieder zelf.

Voortijdig afgesloten: wegens externe omstandigheden (05)

Toelichting: externe omstandigheden zijn bijvoorbeeld:

In dit hoofdstuk zijn de gegevens opgenomen die worden uitgevraagd over de outcomecriteria jeugdhulp. Met deze gegevens wordt de outcome van de ingezette jeugdhulp in kaart gebracht. In deze paragraaf is nader uitgewerkt om welke gegevens het precies gaat.

Het aanleveren van gegevens over outcome jeugdhulp aan het CBS is verplicht voor alle jeugdhulpaanbieders, ook voor solistisch werkende jeugdhulpverleners. Deze verplichting geldt dus ook voor aanbieders die andere afspraken hebben met de gemeente.

Het aanleveren van gegevens over outcome jeugdhulp aan het CBS is niet verplicht voor gecertificeerde instellingen1.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten en branches van aanbieders zijn eerder een set van outcomecriteria overeengekomen waarmee inzicht in resultaat kan worden verschaft. Deze set bestaat uit de volgende outcomecriteria:

Twee van bovenstaande outcomecriteria kunnen al afgeleid worden uit de verplichte gegevens die over jeugdhulp uitgevraagd worden. Dit betreft het outcomecriterium ‘uitval van cliënten’ (op basis van reden beëindiging jeugdhulp, zie paragraaf 3.7) en dit betreft het outcomecriterium ‘mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp plaatsvindt’.

Dit outcomecriterium is gebaseerd op de volgende vraag: Geef met een rapportcijfer van 1 tot 10 aan hoe nuttig deze hulp voor u / jou was?

(1 = volkomen nutteloos, ik had er niets aan; 10 = uitstekend, ik had er heel veel aan).

Voor deze indicator gelden de volgende opties: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Met dit outcomecriterium vragen we of de cliënt verwacht in de toekomst nog jeugdhulp nodig te hebben of in hoeverre de jeugdhulp nog passend is (en wat dit eventueel betekent voor vervolghulp). Hierbij gelden de volgende opties:

Bij elke meting van outcomecriteria die wordt aangeleverd, dient ook te worden aangegeven wie de meting heeft ingevuld.

Hierbij gelden de volgende opties:

Bij ieder jeugdhulprecord dat aan het CBS wordt geleverd, moeten de outcomecriteria worden meegeleverd. Daarbij kan er worden gescoord door de jeugdige zelf én door een ouder/ opvoeder. Hierdoor kunnen per jeugdhulprecord maximaal 2 metingen aan het CBS worden aangeleverd.

In dit hoofdstuk zijn de gegevens opgenomen die worden uitgevraagd over jeugdbescher- ming en jeugdreclassering. Het betreft gegevens die door de gecertificeerde instellingen worden aangeleverd aan het CBS. Met deze gegevens wordt de inzet van het gedwongen kader in kaart gebracht. Type maatregel, start- en einddatum en reden beëindiging maken onderdeel uit van de gegevensset.

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is een kinderbeschermingsmaatregel:

Voogdij en de voorlopige voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 255, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 257, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Er zijn vijf verschillende kinderbeschermingsmaatregelen. Deze zijn beschreven in de artikelen 254 en 255 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het betreft:

De datum van de eerste dag waarop de beschermingsmaatregel geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instelling deze datum niet meer door.

De datum van de laatste dag waarop de kinderbeschermingsmaatregel wordt toegepast. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt pas aan het CBS geleverd nadat de kinderbeschermingsmaatregel daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum einde kinderbeschermingsmaatregel wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

Met deze gegevens wordt de inzet van een machtiging uithuisplaatsing in kaart gebracht.

Het betreft gegevens die door de gecertificeerde instellingen worden aangeleverd aan het CBS.

Type machtiging, start- en einddatum maken onderdeel uit van de gegevensset.

Er zijn twee verschillende machtigingen uithuisplaatsing. Het betreft:

Een kinderrechter kan op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven.

Een kinderrechter kan op verzoek een GI, die belast is met de uitvoering van een ondertoezichtstelling, machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.

Toelichting: Het betreft hier de machtiging uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (machtiging uithuisplaatsing) en artikel 6.1.2 Jeugdwet (machtiging gesloten plaatsing).

De datum van de eerste dag waarop de machtiging uithuisplaatsing geldt. De datum staat in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instelling deze datum niet meer door.

De datum van de laatste dag waarop machtiging uithuisplaatsing geldt. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum einde machtiging uithuisplaatsing wordt pas aan het CBS geleverd nadat de machtiging uithuisplaatsing daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de beschikking (schriftelijke uitspraak) van de kinderrechter.

De datum einde machtiging uithuisplaatsing wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de machtiging is belast.

Conform artikel 1.1 van de Jeugdwet is jeugdreclassering:

Reclasseringswerkzaamheden, genoemd in artikel 77hh, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, begeleiding, genoemd in artikel 77hh, tweede lid, van dat wetboek en het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deel nemen aan een scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, het geven van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van die wet, of de overige taken die bij of krachtens de wet aan de gecertificeerde instellingen zijn opgedragen.

De volgende typen jeugdreclassering worden onderscheiden:

De datum van de eerste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. Het gaat om de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum van de aanvang wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als eerste met de uitvoering van de maatregel start. Als tussentijds de uitvoering van de maatregel wordt overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling, dan geeft de ‘nieuwe’ instellingen deze datum niet meer door.

De datum van de laatste dag waarop de maatregel jeugdreclassering geldt. De datum is vastgelegd in het document waarin het besluit tot het inzetten van de maatregel is vastgelegd. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

De datum einde jeugdreclassering wordt pas aan het CBS geleverd nadat de jeugdreclassering daadwerkelijk is geëindigd. Deze datum wordt dus niet op voorhand al aan het CBS geleverd op basis van de te verwachten einddatum zoals opgenomen in de betekende beschikking die onherroepelijk is geworden.

De datum einde jeugdreclassering wordt doorgegeven door de gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

In het dossier van de jeugdige waarvoor een gecertificeerde instelling jeugdreclassering uitvoert, neemt de gecertificeerde instelling op of er gedurende de uitvoering van de jeugdreclassering en in het kader van de uitvoering van de jeugdreclassering één of meer erkende interventies zijn ingezet.

Toelichting:

Het gaat er niet om, om aan te geven welke interventies zijn ingezet of hoeveel of wanneer. Alleen de notie of er een erkende interventie is ingezet (ja of nee) is voldoende.

Hierbij gelden de volgende opties

Het betreft hier interventies die zijn erkend door de deelcommissie justitiële interventies. Voor meer informatie zie: www.justitieleinterventies.nl/erkende-interventies

Bij de reden of wijze waarop de maatregel voor de jeugdige is beëindigd, gelden per type maatregel andere opties.

Reden beëindiging bij (voorlopige) ondertoezichtstelling:

Reden beëindiging bij (tijdelijke/voorlopige) voogdij:

Wijze beëindiging bij jeugdreclassering:

Optie bij activiteiten in het preventief justitieel kader (zie ook paragraaf 5.4.):

Toelichting:

De reden of wijze beëindiging wordt doorgegeven door gecertificeerde instelling die als laatste met de uitvoering van de maatregel is belast.

Bij de wijze van beëindiging bij de jeugdreclassering wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van het landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen (LIJ).

De dag waarop de gecertificeerde instelling de uitvoering voor een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering heeft overgedragen aan een andere gecertificeerde instelling. De datum van deze dag wordt weergegevens als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de laatste dag waarop de ‘vorige’ gecertificeerde instelling nog verantwoordelijk was voor de uitvoering van de maatregel.

De dag waarop de gecertificeerde instellingen de uitvoering van een maatregel kinderbescherming of jeugdreclassering heeft overgedragen gekregen van de ‘vorige’ gecertificeerde instelling. De datum van deze dag wordt weergegevens als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de eerste dag waarop de ‘nieuwe’ gecertificeerde instelling verantwoordelijk is geworden voor de uitvoering van de maatregel. Deze dag is één dag later dan de datum overgedragen (zie 5.3.2).

Dit betreft activiteiten van de gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze specifieke preventieve- en nazorgactiviteiten die zich in het veld van de vrijwillige hulpverlening afspelen betreffen geen jeugdhulp, maar activiteiten die uitgaan van de inzet van de specifieke expertise van de gecertificeerde instelling om (opnieuw) een maatregel te voorkomen.

Toelichting:

Indien er sprake is van activiteiten in het preventief justitieel kader, dan wordt dit middels de code (31) weergegeven in het veld ‘type maatregel’.

De eerste dag waarop de gecertificeerde instelling de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

De laatste dag waarop de gecertificeerde instellingen de activiteiten in het preventief justitieel kader inzet. De datum van deze dag wordt weergeven als JJJJMMDD.

Om de gegevens voor de beleidsinformatie jeugd aan het CBS te kunnen verstrekken en controleren is een aantal gegevens van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling nodig. Gemeenten dienen deze gegevens aan het CBS te verstrekken voor alle jeugdhulpaan- bieders en gecertificeerde instellingen waar zij afspraken mee hebben gemaakt over het leveren van jeugdhulp, jeugdbescherming en/of jeugdreclassering.

Het betreft de volgende gegevens per organisatie:

Het CBS is verantwoordelijk voor het actueel houden van het bestand. Het CBS zal gemeenten periodiek vragen om een actuele lijst en dan zal het CBS deze doornemen. Gemeenten nemen in hun contracten met aanbieders op dat zij zich melden als nieuwe aanbieder bij het CBS, zodat zij de verplichte gegevens over het jeugdhulpgebruik gaan leveren.

Uit artikel 7.5.1 van de het Besluit Jeugdwet volgt dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen de gegevens voor de beleidsinformatie aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS schrijft alle door gemeenten aangeleverde jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen aan. Het CBS verzoekt middels dit schrijven om de gegevens voor de beleidsinformatie aan te leveren. In de brief staat vermeld om welke gegevens het gaat en wanneer de gegevens uiterlijk bij het CBS aangeleverd moeten zijn. Ook bevat de brief informatie over hoe de organisaties de gegevens aan dienen te leveren. In feite betreft het een samenvatting van de informatie zoals opgenomen in dit informatieprotocol.

Er wordt gebruik gemaakt van de upload-voorzieningen en webformulieren die het CBS daarvoor ter beschikking stelt. Meer informatie hierover is opgenomen in deel 3 van dit informatieprotocol.

Het CBS is, in afstemming met gemeenten, verantwoordelijk voor een actueel landelijk databestand met organisaties die gegevens voor beleidsinformatie moeten aanleveren.

De levering en verwerking van gegevens voor beleidsinformatie in het kader van de Jeugdwet is strikt geregeld in de Jeugdwet en het Besluit Jeugdwet. Daarin is met het oog op de bescherming van de privacy bepaald welke persoonsgegevens verwerkt mogen worden en met welk doel. Daarnaast regelt de CBS-wet op welke wijze het CBS de gegevens mag verwerken en welke voorschriften van toepassing zijn als het gaat om het publiceren van deze gegevens.

De gegevens voor de beleidsinformatie over jeugdhulp (JH) en jeugdbescherming (JB) dienen twee keer per jaar bij het CBS aangeleverd te worden. Hiervoor zijn er twee verslagperiodes:

De gegevens voor de beleidsinformatie over jeugdreclassering (JR) dienen vier maal per jaar bij het CBS te worden aangeleverd. Hiervoor zijn er vier verslagperiodes:

In de brief van het CBS aan de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen staat per keer aangegeven op welke datum de gegevens uiterlijk bij het CBS moeten zijn aangeleverd. Het CBS vraagt jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen om de gegevens binnen een termijn van drie weken na afloop van de verslagperiode aan te leveren.

Het aanleveren van de gegevens aan het CBS is verplicht op grond van artikel 7.4.3 jo. 7.4.1. jo 7.4.5, tweede lid, van de Jeugdwet jo. artikel 7.5.1 van het Besluit Jeugdwet.

In artikel 7.5.3 van het Besluit Jeugdwet zijn de gegevens opgenomen die jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen aan het CBS dienen te leveren voor de beleidsinformatie. In deel 1 van dit informatieprotocol is elk gegeven uitgewerkt in een definitie en, waar van toepassing, voorzien van keuzeopties. De jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen leveren de gegevens aan het CBS in een door het CBS gedefinieerd gegevensbestand.

Het gegevensbestand dat de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen genereren en uploaden bij het CBS dient de volgende inhoud te hebben:

Samengevat: Per verslagperiode worden gegevens van alle jeugdigen doorgegeven die jeugdhulp (enzovoort) hebben gekregen van de betreffende jeugdhulpaanbieder (of gecertificeerde instelling): gestart, lopend en geëindigd.

De ontvangende gecertificeerde instelling geeft de datum ‘overgedragen gekregen’ door in de verslagperiode waarin deze datum valt. Deze instelling geeft niet meer de datum start uitvoering maatregel door. De instelling die als laatste verantwoordelijk is voor de uitvoering van de maatregel, geeft de datum einde maatregel door, de reden van de beëindiging van de maatregel en bij jeugdreclassering de inzet van erkende interventies (ja/nee).

Als er correcties of aanvullingen bekend zijn over de voorgaande verslagperiode, kunnen deze doorgegeven worden door een nieuwe selectie over de vorige periode aan te leveren. De aanleverende organisatie kan zelf bepalen of correcties en aanvullende gegevens voldoende belangrijk zijn om als correctie aangeleverd te worden. Ook kan het CBS vragen om een correctielevering als een levering niet voldoet aan de criteria.

Alle gegevens die betrekking hebben op die periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname is dat de nieuwe levering alle gegevens uit de oude levering overschrijft. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd. In principe worden alleen berichten verwerkt die betrekking hebben op de meest actuele afgelopen verslagperiode en de daaraan voorafgaande verslagperiode.

Voor het aanleveren van de gegevens aan het CBS dienen de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen gebruik te maken van de uploadvoorziening van het CBS. Het betreft een beveiligde voorziening.

Elke jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling die geacht wordt om gegevens aan te leveren krijgt elk verslagperiode de benodigde inloggegevens van het CBS.

Daarna is het bestand op eenvoudige wijze op te zoeken en te versturen.

Het CBS kan de volgende bestandformaten verwerken:

Het CBS stelt standaard formulieren en in te vullen bestanden beschikbaar (standaard spreadsheet) op www.cbs.nl/jeugdzorg. Gegevensleveranciers kunnen deze formulieren downloaden, invullen en via de beveiligde uploadvoorziening naar het CBS versturen.

Het CBS biedt de optie voor jeugdhulpaanbieders om de gegevens via een webformulier aan te leveren. De jeugdhulpaanbieder hoeft dan geen query te maken binnen het eigen cliënt registratie systeem, maar vult de gegevens in op het webformulier. Verwachting is dat deze optie met name voor jeugdhulpaanbieders met relatief weinig cliënten een alternatief is. In het webformulier kunnen maximaal 50 hulptrajecten worden ingevuld.

Voor het aanleveren van de gegevens middels het ASCII fixed format en de standaard spreadsheet is een berichtspecificatie gemaakt. De geldende versie van deze specificatie is gepubliceerd op de website van het CBS: www.cbs.nl/jeugdzorg