U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.

Ministeriële regeling · BWBR0036096

Uitvoeringsregeling Wmo 2015

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, houdende regels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Uitvoeringsregeling Wmo 2015)Uitvoeringsregeling Wmo 2015De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de artikelen 3 van de Kaderwet VWS-subsidies, 5, derde lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen, 48i, tweede lid, van de Wet Justitie-subsidies, 2.5.1, vierde lid, 4.2.10, derde lid, 4.2.13, 4.2.14, 5.2.9, zesde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, 107 van de Vreemdelingenwet 2000, 21 van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, 3.13, eerste lid, 4.3.3, eerste en tweede lid, en 5.3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 7a, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968;

Besluiten:

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M.J. vanRijnDe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,F.Teeven

In deze regeling wordt verstaan onder:

De gegevensverwerking, bedoeld in artikel 5.2.9, zesde lid, van de wet, voldoet aan NEN-ISO-IEC 27001 en NEN-ISO-IEC 27002 of is aan deze normen gelijkwaardig.

Een AMHK verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek structureel de gegevens, bedoeld in artikel 4.3.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit, op de wijze beschreven in de bijlage bij deze regeling.

Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Uitvoeringsbesluit wordt in verband met zak- en kleedgeld in mindering gebracht:

Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Uitvoeringsbesluit wordt in mindering gebracht:

Wijzigt de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector.

Wijzigt de Regeling Halt 2013.

Wijzigt de Regeling kwaliteitsjaarverslag zorginstellingen 2010.

Wijzigt de Subsidieregeling donatie bij leven.

Wijzigt het Voorschrift Vreemdelingen 2000.

Wijzigt de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers.

Artikel 2, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op het verrichten van betalingen uit het persoonsgebonden budget voor een verzekerde als bedoeld in artikel 8.3, derde lid, van de wet, gedurende de looptijd van het indicatiebesluit of uiterlijk tot 1 januari 2016.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wmo 2015.

In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.

De beleidsinformatie AMHK betreft informatie over het aantal adviezen dat het AMHK heeft gegeven, evenals het aantal meldingen dat bij het AMHK is gedaan en het aantal onderzoeken dat het AMHK heeft uitgevoerd. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van deze adviezen, meldingen en onderzoeken in beeld gebracht. Een deel van de gegevens betreft anonieme, niet aan een persoon gerelateerde gegevens. Op twee onderdelen gaat het om het verstrekken van persoonsgegevens, namelijk het BSN, de geboortedatum en het geslacht van de personen waarover een melding is gedaan en van de personen waarop het onderzoek betrekking had.

Het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (artikel 4.3.1) bepaalt dat de gegevens voor de beleidsinformatie door het AMHK worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon of instelling te herleiden mogen zijn.

Dit informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk:

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle gegevens die aangeleverd moeten worden. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf van het informatieprotocol de gegevens worden uitgewerkt.

Ook is in het informatieprotocol opgenomen (hoofdstuk 5) welke gegevens van de AMHK organisaties zelf aan CBS geleverd moeten worden. Deze gegevens heeft het CBS nodig om de halfjaarlijkse gegevens uitvraag te doen.

Het informatieprotocol wordt beheerd door het ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in afstemming met:

Jaarlijks wordt bezien of wijzigingen in het informatieprotocol nodig zijn, bijvoorbeeld om begrippen of procedures te verhelderen of aan te passen.

Het informatieprotocol bestaat uit drie delen:

Toelichting:

In dit deel zijn alle definities uitgewerkt van de begrippen waarover het AMHK gegevens dient aan te leveren aan het CBS. Waar van toepassing is aangegeven welke keuzeopties het AMHK dient te hanteren, bijvoorbeeld bij de aard van het geweld of de mishandeling, inclusief de code die CBS voor deze opties hanteert. Deze codes zijn terug te vinden in de specificaties van de aanleverbestanden die CBS maakt voor het AMHK.

In feite worden er drie sets met gegevens aan CBS geleverd:

De drie gegevenssets worden ieder in een eigen hoofdstuk uitgewerkt. Een aantal begrippen komt in meerdere sets voor. Voor de leesbaarheid is er voor gekozen om deze begrippen te herhalen. Per set gegevens zijn de begrippen dan compleet. De uitwerking van de begrippen verschilt echter niet.

Deel 1 sluit af met een hoofdstuk waarin de gegevens staan weergegeven die CBS nodig heeft over de organisaties het AMHK. Deze gegevens heeft CBS nodig om de uitvraag van de gegevens te doen.

Om in beeld te hebben hoe vaak het AMHK een advies geeft in verband met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling, worden gegevens uitgevraagd over de adviezen die het AMHK heeft gegeven. Per advies wordt aangegeven wat de aanleiding was om contact op te nemen met het AMHK (vorm van huiselijk geweld en/of kindermishandeling) en wat de hoedanigheid is van degene die met het AMHK contact heeft opgenomen. Geen van deze gegevens zijn persoonsgegevens.

Artikel 4.1.1 van de Wmo 2015 bepaalt dat het college van B&W zorg draagt voor de organisatie van een AMHK. Eén van de taken van het AMHK is het geven van advies en zo nodig bieden van ondersteuning aan ieder die in verband met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling om dit advies vraagt (artikel 4.1.1, lid 3).

Toelichting:

In bijlage 1 van het Model Handelingsprotocol AMHK is het advies als volgt uitgewerkt:

Een advies is een op de behoefte van de adviesvrager afgestemde set van aanwijzingen, raadgevingen en tips met als doel de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te kunnen handelen in situaties van huiselijk geweld of kindermishandeling of bij een vermoeden daarvan.

Bij het leveren van gegevens aan CBS krijgt elk gegeven advies een voor het betreffende AMHK uniek nummer.

Als aanleiding om contact op te nemen met het AMHK wordt een keuze gemaakt uit de volgende opties:

Toelichting:

In feite betreft het hier verschillende vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn meerdere opties per advies mogelijk. Een uitgebreide toelichting op bovenstaande keuzemogelijkheden is opgenomen in bijlage A.

Zie ook paragraaf 3.2. en 4.2.

Bij de hoedanigheid van adviesvrager wordt een keuze gemaakt uit één van de volgende opties:

Beroepsmatig:

Niet-beroepsmatig:

Toelichting:

Er is steeds maar één optie mogelijk.

Zie ook paragraaf 3.4.

Om in beeld te krijgen hoeveel meldingen er over huiselijk geweld of kindermishandeling, of een vermoeden daarvan, zijn gedaan bij het AMHK worden gegevens uitgevraagd over de meldingen die het AMHK heeft geregistreerd. Per melding wordt aangegeven of wat de aanleiding was om contact op te nemen met het AMHK, wat de aard van het geweld en/of de mishandeling is, wat de hoedanigheid is van degene die contact heeft opgenomen met het AMHK, de datum van de melding en het vervolg op de melding. Tot slot wordt aangegeven op welke personen de melding betrekking had. Van deze personen worden BSN, geboortedatum en geslacht uitgevraagd.

Artikel 4.1.1 van de Wmo 2015 bepaalt dat het college van B&W zorg draagt voor de organisatie van een AMHK. Eén van de taken van het AMHK is fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling (artikel 4.1.1, lid 2).

Toelichting:

In bijlage 1 van het Model Handelingsprotocol AMHK is de melding als volgt uitgewerkt:

Het kenbaar maken aan het AMHK van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens van de direct betrokkene(n).

Bij het leveren van gegevens aan CBS krijgt elke melding een voor het betreffende AMHK uniek nummer.

Verreweg de meeste gemeenten kiezen er voor om de afhandeling van zorgmeldingen van de politie door het AMHK te laten uitvoeren. Het AMHK wordt daarmee het loket voor de zorgmeldingen van de politie. De zorgmeldingen die geen betrekking hebben op huiselijk geweld en/of kindermishandeling worden onmiddellijk doorgezet naar de juiste instantie voor bijvoorbeeld hulp. Deze zorgmeldingen moeten niet beschouwd worden als melding zoals hierboven beschreven en gegevens over deze zorgmeldingen van de politie worden niet meegenomen in de gegevensverstrekking van de AMHK’s aan het CBS.

Als aanleiding om contact op te nemen met het AMHK wordt een keuze gemaakt uit de volgende opties:

Toelichting:

In feite betreft het hier verschillende vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn meerdere opties per advies mogelijk. Een uitgebreide toelichting op bovenstaande keuzemogelijkheden is opgenomen in de toelichting op vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling hieronder.

Zie ook paragraaf 2.2. en 4.2.

Bij de aard van het geweld en/of de mishandeling wordt gekozen uit de volgende opties:

Toelichting:

De aard van het geweld en/of de mishandeling is een verbijzondering van de vorm van het huiselijke geweld of de kindermishandeling (zie 3.2.). Sommige opties zijn alleen van toepassing bij kindermishandeling, zoals pedagogische verwaarlozing, getuige van geweld in het gezin, Münchenhausen-by-proxy en vrouwelijke genitale verminking. Er zijn meerdere opties mogelijk per melding.

Zie ook paragraaf 4.6.

Bij de hoedanigheid van de melder wordt een keuze gemaakt uit één van de volgende opties:

Beroepsmatig:

Niet-beroepsmatig:

Toelichting:

Er is steeds maar één optie mogelijk.

Zie ook paragraaf 2.3.

De dag waarop de melding van de situatie of het vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bij het AMHK heeft plaatsgevonden. De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.

Vervolg melding kent de volgende opties:

Toelichting:

Na de melding vindt triage plaats door het AMHK (zie hoofdstuk 8 van het Model Handelingsprotocol AMHK). De melding kan leiden tot het starten van een onderzoek, maar ook tot het inzetten van een vervolgtraject zonder onderzoek te doen. Het inzetten van een vervolgtraject is beschreven in hoofdstuk 9 van het Model Handelingsprotocol AMHK. In een dergelijk geval blijft het AMHK verantwoordelijk totdat het vervolgtraject feitelijk start. Dan eindigt de verantwoordelijkheid en bemoeienis van het AMHK. Ook kan na de triage besloten worden dat de melding moeten worden omgezet in een advies of kan besloten worden om de bemoeienis van het AMHK direct na de triage of de melding te beëindigen.

Indien bij vervolg op melding gekozen wordt voor optie (1) start onderzoek, dan wordt tevens het nummer van het betreffende onderzoek aangegeven.

Toelichting:

Een belangrijk onderwerp voor de beleidsinformatie zijn de doorlooptijden bij het AMHK. Om de doorlooptijd tussen de melding en de start van het onderzoek te kunnen berekenen is het nodig om te weten welke melding bij welk onderzoek hoort. Om die reden is bij de optie ‘start onderzoek’ het vermelden van het onderzoeksnummer opgenomen in de gegevensset. Zie ook paragraaf 4.1.

Indien bij vervolg op melding gekozen wordt voor optie (2) inzetten vervolgtraject, dan wordt tevens de datum waarop de AMHK medewerker feitelijk start met het regelen van het vervolgtraject vermeld. De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Een belangrijk onderwerp voor de beleidsinformatie zijn de doorlooptijden bij het AMHK. Een van deze doorlooptijden is de periode tussen de start van het inzetten van het vervolgtraject en het einde daarvan.

Indien bij vervolg op melding gekozen wordt voor optie (2) inzetten vervolgtraject, dan wordt tevens de datum weergegeven waarop de bemoeienis van de AMHK medewerker is geëindigd. Na deze dag heeft het AMHK geen bemoeienis meer met de casus. In het geval van de optie ‘inzetten vervolgtraject’ houdt dit in dat het vervolgtraject gerealiseerd is en start. De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Een belangrijk onderwerp voor de beleidsinformatie zijn de doorlooptijden bij het AMHK. Een van deze doorlooptijden is de periode tussen de start van het inzetten van het vervolgtraject en het einde daarvan. In het Model Handelingsprotocol AMHK is in hoofdstuk 8 opgenomen dat het inzetten van het vervolgtraject binnen 10 weken gerealiseerd moet zijn.

Per melding is aangegeven over welke persoon of personen de melding gaat. Van deze persoon worden het BSN, de geboortedatum en het geslacht opgenomen in het gegevensbestand. Het betreft hier persoonsgegevens. Het gaat niet over persoonsgegevens van de melder, maar over degene(n) die betrokken zijn bij het geval of vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. In principe betreft het de slachtoffers. Het onderscheid tussen dader en slachtoffer is echter niet altijd even duidelijk of wordt niet altijd geregistreerd. Het kan dus voorkomen dat de persoonsgegevens betrekking hebben op dader en slachtoffer.

Het unieke persoonsnummer dat iedereen heeft die staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP).

Toelichting:

Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 000000000 genoteerd. Bij ongeboren kinderen wordt 999999999 genoteerd.

Per melding kunnen meerdere BSN’s worden vermeld. Een melding kan namelijk betrekking hebben op meerdere personen tegelijk.

Zie ook paragraaf 4.8.1.

De geboortedatum van de persoon wordt weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Bij sommige personen is de exacte geboortedatum niet bekend. Indien de geboortedag niet bekend is, wordt dat aangegeven door JJJJMM00 te noteren. Indien (ook) de geboortemaand niet bekend is, dan wordt dat aangegeven door JJJJ0000 te noteren. Bij ongeboren kinderen wordt 99999999 genoteerd.

Zie ook paragraaf 4.8.2.

Het geslacht van de persoon, waarbij de volgende opties gelden:

Zie ook paragraaf 4.8.3.

Om zicht te hebben op het aantal onderzoeken dat het AMHK uitvoert en op de uitkomst en het vervolg, wordt een aantal gegevens over de uitgevoerde onderzoeken uitgevraagd. Het betreft de start- en einddatum van de onderzoeken, de uitkomst ervan en indien van toepassing de aard van het geweld of de mishandeling en het vervolg voor de betrokkene(n). Ook wordt uitgevraagd over welke personen het onderzoek gaat. Daartoe worden het BSN, de geboortedatum en het geslacht van deze personen opgenomen in het gegevensbestand.

Artikel 4.1.1 van de Wmo 2015 bepaalt dat het college van B&W zorg draagt voor de organisatie van een AMHK. Eén van de taken van het AMHK is het naar aanleiding van een melding onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling (artikel 4.1.1, lid 2).

Toelichting:

In bijlage 1 van het Model Handelingsprotocol AMHK is het onderzoek als volgt uitgewerkt:

Het verzamelen, analyseren en beoordelen van feiten en professionele oordelen over een gemeld (vermoeden van) huiselijk geweld of kindermishandeling met het doel te komen tot vaststelling of sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling en welke stappen dienen te worden gezet om het geweld en de veiligheid en de schade te herstellen.

Zie ook hoofdstuk 10 van het Model Handelingsprotocol AMHK.

Bij het leveren van gegevens aan CBS krijgt elke onderzoek een voor het betreffende AMHK uniek nummer.

Als aanleiding om contact op te nemen met het AMHK wordt een keuze gemaakt uit de volgende opties:

Toelichting:

In feite betreft het hier verschillende vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn meerdere opties per advies mogelijk. Een uitgebreide toelichting op bovenstaande keuzemogelijkheden is opgenomen in opgenomen in de toelichting op vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling hieronder.

Zie ook paragraaf 2.2. en 3.2.

De dag waarop het AMHK het onderzoek naar aanleiding van de melding start. De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de dag waarop een medewerker van het AMHK start met het uitvoeren van de onderzoekswerkzaamheden. Het gaat niet om de dag waarop het onderzoek wordt ‘uitgedeeld’ of toebedeeld aan een medewerker.

De dag waarop het AMHK het onderzoek naar aanleiding van de melding afrondt. De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Het betreft de dag waarop alle onderzoekswerkzaamheden zijn afgerond. Dit is inclusief het bepalen van de stappen die nodig zijn om het geweld, de veiligheid en de schade te herstellen.

Voor de uitkomst van het onderzoek gelden de volgende opties:

Toelichting:

Het doel van het onderzoek (zie ook 4.1.) is om vast te stellen of er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Dit wordt weergegeven middels bovenstaande opties als uitkomst van het onderzoek. Soms heeft het onderzoek betrekking op huiselijk geweld en kindermishandeling, dan worden meerdere opties ingevuld.

Het kan zijn dat het onderzoek wordt afgesloten zonder dat het is afgerond. Om die reden zijn de twee laatste opties toegevoegd.

Bij de aard van het geweld en/of de mishandeling wordt gekozen uit de volgende opties:

Toelichting:

Het gaat in dit geval om de aard van het geweld en/of de mishandeling zoals in het onderzoek zijn vastgesteld. Dit houdt in dat als het onderzoek uitwijst dat er geen sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, of dat het onderzoek het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling niet bevestigd, er ook geen aard van dit geweld of de mishandeling is opgenomen.

Sommige opties zijn alleen van toepassing bij kindermishandeling, zoals pedagogische verwaarlozing, getuige van geweld in het gezin, Münchenhausen-by-proxy en vrouwelijke genitale verminking.

Er zijn meerdere opties mogelijk per onderzoek.

Zie ook paragraaf 3.3.

Het onderzoek naar aanleiding van de melding kan de volgende opties voor vervolg hebben:

Toelichting:

Het betreft het vervolg voor de betrokkene(n). Het kan zijn dat betrokkene(n) reeds hulp kregen van één van bovenstaande instanties ten tijde van de melding en/of de uitvoering van het onderzoek. Ook in deze gevallen wordt de overdracht geregistreerd.

Er zijn meerdere opties tegelijk mogelijk.

Per onderzoek is aangegeven over welke persoon of personen de melding gaat. Van deze persoon worden het BSN, de geboortedatum en het geslacht opgenomen in de gegevenslevering. Het betreft hier persoonsgegevens. Het gaat over degene(n) die betrokken zijn bij het geval of vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling. In principe betreft het de slachtoffers. Het onderscheid tussen dader en slachtoffer is echter niet altijd even duidelijk of wordt niet altijd geregistreerd. Het kan dus voorkomen dat de persoonsgegevens betrekking hebben op dader en slachtoffer.

Het unieke persoonsnummer dat iedereen heeft die staat ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP).

Toelichting:

Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 000000000 genoteerd. Bij ongeboren kinderen wordt 999999999 genoteerd.

Per onderzoek kunnen meerdere BSN’s worden vermeld. Een onderzoek kan namelijk betrekking hebben op meerdere personen tegelijk.

Zie ook paragraaf 3.8.1.

De geboortedatum van de persoon weergegeven als JJJJMMDD.

Toelichting:

Bij sommige personen is de exacte geboortedatum niet bekend. Indien de geboortedag niet bekend is, wordt dat aangegeven door JJJJMM00 te noteren. Indien (ook) de geboortemaand niet bekend is, dan wordt dat aangegeven door JJJJ0000 te noteren. Bij ongeboren kinderen wordt 99999999 genoteerd.

Zie ook paragraaf 3.8.2.

Het geslacht van de persoon, waarbij de volgende opties gelden:

Zie ook paragraaf 3.8.3.

Om de AMHK’s periodiek te kunnen benaderen met het verzoek om gegevens te verstrekken en om eventueel contact op te nemen ter controle, heeft het CBS een aantal gegevens van het AMHK zelf nodig.

De gemeenten dienen de contactgegevens van het AMHK aan het CBS door te geven. Aangezien het AMHK regionaal is georganiseerd, wijst elke regio een gemeente aan die de contactgegevens aan het CBS levert en deze op verzoek van het CBS periodiek controleert.

Het betreft de volgende gegevens per organisatie:

Artikel 4.3.1 van de het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de AMHK’s de gegevens voor de beleidsinformatie aanleveren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het CBS schrijft alle AMHK’s aan. CBS verzoekt middels dit schrijven om de gegevens voor de beleidsinformatie aan te leveren. In de brief staat vermeld om welke gegevens het gaat en wanneer de gegevens uiterlijk bij CBS aangeleverd moeten zijn. Ook bevat de brief informatie over hoe de organisaties de gegevens aan dienen te leveren. In feite betreft het een samenvatting van de informatie zoals opgenomen in dit informatieprotocol.

Er wordt gebruik gemaakt van de upload-voorziening die het CBS daarvoor ter beschikking heeft. Meer informatie hierover is opgenomen in deel 3 van dit informatieprotocol.

Het CBS is, in afstemming met gemeenten, verantwoordelijk voor een actueel landelijk databestand met AMHK’s die gegevens voor beleidsinformatie moeten aanleveren.

De levering en verwerking van gegevens door het AMHK voor beleidsinformatie in het kader van de Wmo 2015 is strikt geregeld in de Wmo 2015 en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Daarin is met het oog op de bescherming van de privacy bepaald welke persoonsgegevens verwerkt mogen worden en met welk doel. Daarnaast regelt de CBS-wet op welke wijze het CBS de gegevens mag verwerken en welke voorschriften van toepassing zijn als het gaat om het publiceren van deze gegevens.

De door CBS gepubliceerde gegevens zijn nooit tot een persoon herleidbaar. De gepubliceerde gegevens zijn ook niet tot organisaties herleidbaar, tenzij de organisaties daar toestemming voor geven.

De gegevens voor de beleidsinformatie over het AMHK dienen twee keer per jaar bij CBS aangeleverd te worden. Hiervoor zijn er twee verslagperiodes:

De allereerste verslagperiode wijkt van bovenstaande af en is van 1 januari 2015 t/m 31 maart 2015. De volgende levering gaat over de periode 1 januari 2015 t/m 30 juni 2015. Dit betekent dat het eerste kwartaal nogmaals wordt uitgevraagd. Na de eerste uitvraag worden de reguliere verslagperiodes gehanteerd.

In de brief van CBS aan de AMHK’s staat per keer aangegeven op welke datum de gegevens uiterlijk bij CBS moeten zijn aangeleverd. Het CBS vraagt de AMHK’s om de gegevens binnen een termijn van drie weken na afloop van de verslagperiode aan te leveren.

Het aanleveren van de gegevens aan CBS is verplicht op grond van artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 en artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.

In artikel 4.3.2 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijn de gegevens opgenomen die de AMHK’s aan het CBS dienen te leveren voor de beleidsinformatie. In deel 1 van dit informatieprotocol is elk gegeven uitgewerkt in een definitie en, waar van toepassing, voorzien van keuzeopties. De AMHK’s leveren de gegevens aan het CBS in een door het CBS gedefinieerd gegevensbestand (zie deel 3 van dit informatieprotocol).

Het gegevensbestand dat de AMHK’s genereren en uploaden bij het CBS dient de volgende inhoud te hebben:

Als er correcties of aanvullingen bekend zijn over de voorgaande verslagperiode, kunnen deze doorgegeven worden door een nieuwe selectie over de vorige periode aan te leveren. Het AMHK kan zelf bepalen of correcties en aanvullende gegevens voldoende belangrijk zijn om als correctie aangeleverd te worden. Ook kan het CBS vragen om een correctielevering.

Alle gegevens die betrekking hebben op die periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname is dat de nieuwe levering alle gegevens uit de oude levering overschrijft. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd. In principe worden alleen berichten verwerkt die betrekking hebben op de meest actuele afgelopen verslagperiode en de daaraan voorafgaande verslagperiode.

Voor het aanleveren van de gegevens aan CBS dienen de AMHK’s gebruik te maken van de uploadvoorziening van het CBS. Het betreft een beveiligde voorziening.

De uploadvoorziening is te benaderen via Internet:

http://www.cbs.nl/bestandslevering

Elke AMHK krijgt inloggegevens die bestaan uit een enquêtecode, een correspondentienummer en een controle nummer per brief/e-mail. Met deze gegevens zijn de bestanden op eenvoudige wijze en veilig te versturen.

Het CBS kan de volgende bestandformaten verwerken:

Voor het aanleveren van de gegevens middels het ASCII fixed format en de standaard spreadsheet is een bestandspecificatie gemaakt. De geldende versie van deze specificatie is gepubliceerd op de website van CBS:

www.cbs.nl/beleidsinformatie-jeugd

Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. De term huiselijk verwijst niet naar de plaats waar het geweld plaatsvindt, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer, bijvoorbeeld (ex)partner, gezins- en familieleden. Dat geweld kan onder andere fysiek, seksueel en psychisch van aard zijn[1]. Vormen van huiselijk geweld zijn: (ex)partnergeweld, ouderen-mishandeling, eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en genitale verminking, mishandeling van ouders door hun kinderen. (Factsheet huiselijk geweld (2013) van Movisie).

Huiselijk geweld onderscheidt zich van publiek geweld doordat het plaatsvindt binnen intieme relaties, gezins- of familieverhoudingen. Er is sprake van emotionele afhankelijkheid en loyaliteitsbanden (Lünnemann en Verwijs, 2012).

Onder kindermishandeling wordt verstaan:

'Elke vorm van voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen, ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.' De definitie omvat verschillende vormen van kindermishandeling. (www.amk-nederland.nl)

Geweld1 tussen partners onderscheidt zich van geweld tegen kinderen in het gezin, omdat partners beide volwassen zijn en kinderen per definitie kwetsbaarder zijn dan hun ouders.

Partners hebben een wederzijdse zorgverplichting en zijn vaak financieel, economisch en sociaal afhankelijk van elkaar. Bij partnergeweld is vaak sprake van machtsongelijkheid, waarbij de pleger een bepaald overwicht heeft op het slachtoffer. Er kan een patroon ontstaan waardoor het slachtoffer (en het hele gezin) in een isolement kunnen raken.

Profielen) van (ex-)partnergeweld:

(Graham, Kevan en Archer, 2003; Johnson, 2008; Lünnemann en Verwijs, 2012)

Het wederrechtelijk stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer, bijvoorbeeld door die ander voortdurend, hinderlijk te achtervolgen, te bespieden, te bellen en te mailen of persoonlijk te bedreigen.

Belaging kan deel uitmaken van andere vormen van geweld tegen een (ex-)partner.

Eergerelateerd geweld omvat elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld, gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of een vrouw en daarmee van zijn of haar familie, waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken’ (Werkdefinitie ministerie van Justitie, Beke 2005).

Het begrip ‘eergerelateerd geweld’ is de overkoepelende term voor alle vormen van dwang en psychisch en fysiek geweld om te voorkomen dat een lid van de familie een ‘misstap’ zet die de familie-eer in de gemeenschap kan schaden en alle geweld tegen de (vermeende) ‘eerschender’ om de geschonden eer te herstellen. Bij ‘eer’ kan het gaan om persoonlijke eer (iemand houdt zich aan de basisvoorwaarden van de sociale groep) of om maatschappelijke eer (men is gelijkwaardig en kan elkaar vertrouwen, waardoor men respect, steun en bescherming krijgt). Daarnaast telt in veel bevolkingsgroepen met een groepscultuur ook de familie-eer, die vooral is gekoppeld aan de seksuele eer van met name vrouwen en meisjes. Mannen en jongens hebben de taak deze eer te beschermen, zo nodig te herstellen, desnoods met geweld. Dit zogenaamde eergerelateerd geweld komt vooral voor in culturen rond de Middellandse Zee (Spanje en Italië kenden ook eermoord), het Midden-Oosten, Zuid- en Centraal-Azië. Ook onder Roma en Hindoestaanse gemeenschappen komt eergeweld voor. Onder orthodox-christelijke en joodse gemeenschappen zien we vergelijkbare mechanismen rond kuisheid, aanzien, groepsdruk en sociale uitsluiting.

Er is een diversiteit aan vormen van eergerelateerd geweld en gradaties van ernst. Denk hierbij aan eermoord, trotsmoord, (gedwongen) zelfmoord, verstoting, seksueel misbruik, genezingsrituelen en bezweringen. Ook huwelijksdwang en achterlating kunnen hieronder vallen, maar zijn niet altijd een gevolg van een eerkwestie, want hebben soms bijvoorbeeld een financiële of verblijfsrechtelijke reden.

Ouderenmishandeling (in huiselijke kring en professionele relatie) is het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid. (VWS, 2011; H. Comijs, 1996).

In Nederland onderscheiden we als verschijningsvormen van ouderenmishandeling: lichamelijke mishandeling, psychische mishandeling, verwaarlozing, financiële uitbuiting, seksueel misbruik. Soms wordt een zesde vorm genoemd: schending van rechten. Voorbeelden hiervan: schending van het recht op privacy, instemmingsrecht en recht op bewegingsvrijheid. Deze worden beschouwd als een vorm van psychische mishandeling.

Overschrijding van de grens van goede zorg door een mantelzorger, veroorzaakt door overbelasting, onmacht, onkunde of onwetendheid. Verschijningsvormen van ontspoorde mantelzorg: psychisch geweld, fysiek geweld, verwaarlozing, seksueel grensoverschrijdend gedrag en financieel misbruik.

Werkdefinitie voor de verkenning van TNO en Movisie naar geweld tegen ouders (Vink en Goes, 2014). Een breed gedragen definitie ontbreekt nog.

‘Oudermishandeling is niet-incidenteel geweld in het gezin, gepleegd door een jeugdige van 12 tot 23 jaar, gericht op (een van) de ouders/verzorgers.

Het gaat om herhaaldelijk en ernstig geweld dat niet alleen vanuit de puberteit verklaard kan worden. Het geweld kan psychisch, fysiek en seksueel zijn, maar ook financiële uitbuiting betreffen. Uitgezonderd van de definitie zijn (ex-)partnergeweld, geweld tussen broers en zussen en ouderenmishandeling (deze vormen kunnen wel voorkomen naast het geweld tegen de ouders/verzorgers)’. (Vink en Goes, 2014).

Huwelijksdwang is een religieus of wettelijk huwelijk waarbij de (voorbereidende) huwelijkshandelingen tegen de vrije wil van minstens een van de huwelijkskandidaten plaats hebben en waarmee onder een bepaalde vorm van dwang is ingestemd. (Cornelissen, Kuppens en Ferwerda, 2009)

Huwelijksdwang is het dwingen van een meisje, jongen, vrouw of man tot een huwelijk. Bij huwelijksdwang hebben een of beide huwelijkspartners weinig of geen zeggenschap over de sluiting van het huwelijk, het huwelijk is tegen hun wil. Een weigering wordt vaak niet geaccepteerd.

Slachtoffers van huwelijksdwang hebben doorgaans niet alleen te maken met een gebrek aan vrije partnerkeuze, maar ook met een dwang om te trouwen, vaak voor een bepaalde leeftijd. Als jongeren vervolgens tegen de wil van hun ouders/familie toch kiezen voor een zelfgekozen partner, raken ze meestal het contact kwijt met de ouders of worden ze verstoten.

Meestal gaat het bij huwelijksdwang om ouders die hun dochter of zoon een huwelijk en/of een bepaalde partner opdringen. Vaak oefent op de achtergrond ook de familie of de etnische gemeenschap druk uit. Die druk kan subtiel tot zeer dwingend zijn.

Huwelijksdwang is een vorm van huiselijk geweld en van eergerelateerd geweld. Blijvend verzet tegen het huwelijk kan aanleiding zijn tot een gedwongen achterlating of eermoord.

Het tegen de zin achterlaten in het land van herkomst (van de ouders) van jongeren, met name meisjes van 12-23 jaar; vaak wordt het paspoort of de verblijfsvergunning van het slachtoffer afgenomen om terugkeer naar het nieuwe thuisland te verhinderen.

Naast het gedwongen worden om te trouwen, kan een persoon ook gedwongen worden om getrouwd te blijven. Een vrouw of man is in dat geval een huwelijk aangegaan en wil dit be-eindigen, terwijl daarvoor de medewerking van de echtgenoot nodig is. Als de echtgenoot deze medewerking weigert, is sprake van huwelijkse gevangenschap. Dit kan voorkomen bij een formeel huwelijk, maar ook bij een informeel, religieus huwelijk. Vaak zijn het vrouwen die door hun man gedwongen worden om gehuwd te blijven. Maar het komt ook voor dat de vrouw haar man dwingt om gehuwd te blijven.

(www.huiselijkgeweld.nl)

Onderdeel van de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is de zogenaamde kindcheck, die betrekking heeft op professionals die met volwassenen werken. Aks de situatie van de cliënt aanleiding geeft om zich zorgen te maken over mogelijk aanwezige kinderen, dan zijn de professionals verplicht om na te gaan of hun cliënt verantwoordelijkheid draagt voor de opvoeding of verzorging van kinderen. Als dat het geval is, dan moeten zij nagaan of de kinderen veilig zijn. Ze dienen daarvoor een aantal stappen te volgend die beschreven staan in de Wet verplichte meldcode. De uitkomst hiervan kan zijn dat de professional contact opneemt met het AMHK.

(Model handelingsprotocol voor het AMHK)

Gesproken kan worden van een vechtscheiding als een scheiding zeer complex verloopt door slepende meningsverschillen die vaak ook worden uitgevochten via mediators, advocaten en hulpverleners. Niet alleen de twee ouders, ook de familie en vrienden om hun heen, en ook scholen en andere instanties, raken betrokken in de strijd. In de loop van dit proces is veel achterdocht en wantrouwen gegroeid die het steeds moeilijker maakt tot constructieve oplossingen te komen. In deze scheidingen raken kinderen gevangen en beschadigd. Het polariseren van de standpunten en het demoniseren van de andere ouder leidt bij kinderen tot verwarring aangezien kinderen vaak niet in staat zijn tot meervoudige partijdigheid. Het demoniseren van de andere ouder heeft als gevolg dat ouders zichzelf superieur vinden aan de ander. Hierdoor voelen ouders zich in hun recht staan om de opvoeding van het kind op zich te nemen en denken hierbij te handelen in het belang van het kind. Dit leidt echter tot intensere conflicten, minder vergevingsgezindheid en minder samenwerking bij onderhandelingen. Het kind wordt hiermee de inzet van het conflict wat als gevolg kan hebben dat alle betrokken partijen vooral over het kind spreken en niet langer met het kind. De kern van de verwaarlozing is dat niemand meer aan het kind vraagt hoe het met hen gaat, wat ze ervaren en wat ze nodig hebben, terwijl ze hier juist in scheidingssituatie extra behoefte aan hebben. De negatieve gevolgen voor het kind bestaan uit psychosociale problemen, zoals angsten, depressie en agressief gedrag. Er bestaat een sterke relatie tussen de ernst van de conflicten tussen ouders en de ernst van de psychosociale gevolgen. (www.kindernuitdeknel.nl)