U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 07-01-2015.
Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 december 2014, nr. MBO/680640, houdende de vaststelling van het model kwalificatiedossier en het toetsingskader kwalificatiestructuur 2015–2016 (Regeling vaststelling model en toetsingskader kwalificatiedossiers 2015–2016)Regeling vaststelling model en toetsingskader kwalificatiedossiers 2015–2016De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 7.2.4, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en WetenschapM.Bussemaker

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling model en toetsingskader kwalificatiedossiers 2015–2016.

Voor kwalificatiedossiers vanaf schooljaar 2015–2016

Geldig vanaf 1 januari 2015

Deze instructie is een handleiding voor ontwikkelaars van kwalificatiedossiers. De instructie behoort bij het model kwalificatiedossier mbo.

Dit document bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat in op het ontwerp van het kwalificatiedossier. Het bevat, per onderdeel van het model, instructies voor de beschrijving van verschillende onderdelen in het basis- en profieldeel. Het tweede deel bevat de instructie voor de uitwerking van het keuzedeel. Het derde deel bevat de instructie voor de invulling van de verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier.

In bijlage 1 is een overzicht met de NLQF descriptoren opgenomen. In bijlage 2 is een overzicht van het Europees Referentiekader MVT opgenomen.

Voorbeelduitwerkingen van onderdelen van het kwalificatiedossier alsmede het keuzedeel zijn te vinden op het SBB Platform bij de helpdesk kwalificatiestructuur van de Toetsingskamer in de map ‘Kennis delen’ van de Documentenbibliotheek: https://platform.s-bb.nl/.

In het schema hieronder is een richtlijn weergegeven voor de studielast per onderdeel van het kwalificatiedossier:

Naam kwalificatiedossier en kwalificatie(s)

De naamgeving is kort, weloverwogen en herkenbaar voor onderwijs, bedrijfsleven en studenten. De naam is ook uniek in de kwalificatiestructuur. Het kwalificatiedossier bevat de kwalificaties die op basis van verwantschap in de beroepengroep gebundeld zijn.

Dat betekent het volgende:

Opleidingsdomein

Vul de naam van het opleidingsdomein in waartoe dit kwalificatiedossier behoort. Tot welk opleidingsdomein het kwalificatiedossier behoort bepaalt de paritaire commissie.

Crebonummers

De Toetsingskamer vult de betreffende Crebonummers in, o.b.v. informatie van DUO.

Binnenblad, colofon

Penvoerder

Voor ieder kwalificatiedossier is één kenniscentrum penvoerder. Geef aan welk kenniscentrum dat is.

Ontwikkeld door

Vul de naam van het kenniscentrum (-centra) in die het kwalificatiedossier heeft (hebben) gemaakt.

Gelegitimeerd door

Vul de naam in van het bestuur van het kenniscentrum (-centra) dat het kwalificatiedossier heeft (hebben) gelegitimeerd en de datum waarop dat is gedaan.

Op

Vul de datum in waarop het bestuur van het kenniscentrum het kwalificatiedossier heeft gelegitimeerd. Het besluit van het bestuur om een kwalificatiedossier te legitimeren moet zijn vastgelegd (in de notulen van de vergadering); deze datum moet overeenkomen met die in het kwalificatiedossier.

Overzicht van het kwalificatiedossier

In een tabel wordt per profiel weergegeven: naam profiel, het mbo-niveau, het NLQF-/EQF-niveau, de soort beroepsopleiding en de studieduur. Deze gegevens worden automatisch gegenereerd door DigiK.

Onderstaand volgt een nadere toelichting van betreffende door de Toetsingskamer te leveren gegevens.

Niveau-aanduiding

Geef voor de profielen in het dossier het bijbehorende mbo-niveau aan.

In onderstaande tabel staat welk NLQF niveau correspondeert met welk mbo-niveau:

Soort beroepsopleiding

In onderstaand overzicht staat welk soort beroepsopleiding behoort bij het mbo niveau van een kwalificatie:

De specialistenopleiding is een eenjarige kopopleiding op mbo niveau 4 die wordt vormgegeven bovenop een verwante mbo niveau 3 opleiding. De specialistenopleiding is voorbehouden aan twee subtypen:

Bovengenoemde subtypen hoeven niet vermeld te worden in het kwalificatiedossier, maar wel in de verantwoordingsinformatie.

De specialistenkwalificatie wordt in een zelfstandig kwalificatiedossier vormgegeven, eventueel met meerdere sectorspecifieke profielen. De specialistenkwalificatie mag niet opgenomen worden in een kwalificatiedossier met inhoudelijk verwante kwalificaties op niveau 2 of 3 of 4. Het kwalificatiedossier voor de specialistenkwalificatie voldoet aan dezelfde eisen als alle andere kwalificatiedossiers.

Studieduur van de kwalificatie

Entreekwalificaties moeten zodanig beschreven zijn dat de daarop gerichte onderwijsprogramma’s studeerbaar zijn binnen één jaar, kwalificaties op mbo 2 niveau studeerbaar zijn in ten minste één jaar en maximaal twee jaar en kwalificaties op niveau 3 studeerbaar zijn in ten minste twee en ten hoogste drie jaar en niveau 4 kwalificaties moeten studeerbaar zijn in 3 jaar. Voor niveau 4 bestaat een uitzondering waarbij, als de minister dit heeft goedgekeurd, de opleiding een studieduur langer dan 3 jaar mag zijn; in dat geval moet de kwalificatie zodanig beschreven zijn dat de daarop gerichte onderwijsprogramma’s studeerbaar zijn binnen vier jaar. De beschrijving van een specialistenkwalificatie moet zo zijn opgesteld dat daarop gerichte onderwijsprogramma’s studeerbaar zijn binnen één jaar.

Naast de tabel wordt door het kenniscentrum een overzicht gegeven van de kerntaken en werkprocessen van de basis en van de profielen.

Studielast

De studielast die gemiddeld nodig is voor de beheersing van het beroepsspecifieke deel van de basis is substantieel. Als richtlijn voor ontwikkeling geldt dat het beroepsspecifieke deel van de basis samen met de generieke kwalificatie-eisen ten minste 50% van de studielast vormen. Als richtlijn geldt 35% beroepsspecifieke basis en 15% generieke kwalificatie-eisen die gemiddeld nodig zijn voor de beheersing van de volledige kwalificatie.

De basis van het kwalificatiedossier bestaat uit het beroepsspecifieke deel van de basis en het generieke deel. Het generieke deel bestaat uit de generieke kwalificatie-eisen aan Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo niveau 4) Engels. Samen borgen deze twee delen de drievoudige kwalificering.

De basis vormt een duurzaam fundament voor het dossier. Het beroepsspecifieke deel van de basis beschrijft de kerntaken en de vakkennis, vaardigheden en houdingsaspecten die alle beginnende beroepsbeoefenaren in het betreffende werkveld delen. De basis weerspiegelt als het ware het wezen van de beroepengroep: gemeenschappelijke kerntaken die de essentie van de beroepengroep vormen.

In deze paragraaf wordt gevraagd om op beknopte wijze de kern van de beroepengroep weer te geven. De focus ligt daarbij op de gemeenschappelijke eigenschappen van de in het kwalificatiedossier geclusterde profielen: het wezen van de beroepengroep.

Typerende beroepshouding: Hier gaat het om de houdingselementen en specifieke (gedrags-) kenmerken van de beginnend beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.

Context: De werkomgeving en plaats waar de beginnende beroepsbeoefenaar zijn werkzaamheden uitvoert. De tekst moet bondig zijn. Er mag geen additionele informatie, zoals handelingen die de beroepsbeoefenaar verricht, vermeld worden.

Resultaat van de beroepengroep: Wat is het resultaat van de beroepengroep wanneer het beroep op de juiste manier is uitgevoerd? Beschrijf hier geen deelresultaten, maar probeer slechts het eindresultaat dat kenmerkend is voor de beroepengroep te benoemen.

Leg nadruk op de verwantschap van de beroepen in het dossier. De typering van de beroepengroep moet een goed beeld geven van de beroepsuitoefening van de beginnende beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.

Zorg ervoor dat deze onderdelen herkenbaar terugkomen in de verdere uitwerking van het dossier:

Een kerntaak is een belangrijk, redelijk autonoom deel van de beroepsuitoefening en bestaat uit meerdere samenhangende werkprocessen die kenmerkend zijn voor de beroepsuitoefening. De gezamenlijke kerntaken in de basis van een kwalificatiedossier beschrijven de essentie van de beroepengroep. De (beroepsgerichte en generieke) kwalificatie-eisen in de basis vormen gezamenlijk een substantieel deel van de studielast.

Hou bij het formuleren van een kerntaak rekening met de volgende eisen:

Binnen de gemeenschappelijke basis is het goed voor te stellen dat elk mbo-niveau specifieke kwalificatie-eisen stelt ten aanzien van de mate van complexiteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en de beheersing van vakkennis en vaardigheden of naar de context waarin de werkprocessen uitgevoerd worden. In het model is daarom ruimte voor een gedifferentieerde uitwerking per profiel, die als aanvullende eis aangegeven kan worden. Daarmee wordt recht gedaan aan het niveau en de context van de kwalificatie.

Bewaak de transparantie van het dossier. Vermijd veel beschrijvingen van aanvullende eisen voor de profielen in de basis. Hoe meer specificaties uitgewerkt worden des te minder leesbaar wordt de basis en dat gaat ten koste van de uitvoerbaarheid. Specificeer daarom alleen waar dat echt nodig is.

Aanvullende eisen kunnen er zijn op alle elementen van de kerntaak:

In de eerste kolom wordt het laagsteen gemeenschappelijke niveau in het dossier beschreven. In de aanvullende eisen de toevoegingen voor het hogere niveau (het plusje) of de specifieke context per profiel.

Bij complexiteit en verantwoordelijkheid en zelfstandigheid mag van deze regel afgeweken worden. De eerste kolom beschrijft dan het gemeenschappelijke van alle profielen in het dossier en in de aanvullende eisen wat afwijkt van het gemeenschappelijke, hoger of lager. Zo kan in de aanvullende eisen bij verantwoordelijkheid en zelfstandigheid aangegeven worden dat handelingen alleen onder begeleiding uitgevoerd mogen worden.

Complexiteit is één van de aspecten die het niveau van de kerntaak bepalen. Complexiteit wordt beschreven in een lopend verhaal en in de context van de kerntaak.

Complexiteit verwijst naar de aard van het werk, de aard van de vakkennis en vaardigheden en de context waarbinnen handelingen uitgevoerd worden. Beschrijf beknopt:

Beschrijf, met behulp van de NLQF-descriptoren (zie bijlage), het niveau en in de context van de kerntaak wat de mate van zelfstandigheid en de aard van verantwoordelijkheid is. Beschrijf (waar relevant) het typerende niveau-onderscheid. Waaraan kun je zien om welk niveau het gaat? Dit moet tot uitdrukking komen in de beschrijving.

De NLQF-descriptoren laten bijvoorbeeld zien dat het onderscheid tussen niveau 3 en 4 met name zit in de mate van verantwoordelijkheid voor het werk van anderen: een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van routinewerk van anderen (3) tegenover gedeelde verantwoordelijk voor het resultaat van het werk van anderen (4). De ‘span of control’ is breder bij niveau 4. Zie de tabel hieronder.

Het kwalificatiedossier bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van vakkennis en vaardigheden van de beroepengroep (basistheorieën, principes, concepten, methodieken, instrumenten) die voorwaardelijk zijn voor het succesvol uitoefenen van de werkprocessen in een kerntaak.

Voor de beschrijving van vakkennis en vaardigheden gelden de volgende richtlijnen:

Controlevraag: is de vakkennis en/of de vaardigheid noodzakelijk om het beroep als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen uitoefenen en in hoeverre komt het aan de orde in de (actuele) beroepspraktijk?

Een omschrijving van een werkproces:

Controlevraag: Kan dit werkproces in de praktijk worden uitgevoerd door de beginnend beroepsbeoefenaar? (dus mag het ook tijdens de BPV worden geoefend?)

Een werkproces heeft een resultaat in termen van opbrengst of uitkomst waaraan de beroepsbeoefenaar bijdraagt. Probeer hierbij te komen tot een algemeen resultaat van het werkproces; geef geen opsomming van deelresultaten. Het geformuleerde resultaat moet een logisch gevolg zijn van en aansluiten bij de beschreven handelingen.

Resultaten:

Het gedrag beschrijft de gewenste houding van de beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld: proactief, initiërend, klantgericht, inlevend, samenwerkingsgericht etc.) en/of de adequate wijze van handelen (volgens de richtlijnen, planmatig, gestructureerd etc.). Noem bij ieder werkproces alleen het essentiële gedrag voor dat werkproces. Bij gedrag gaat het dus niet om wat hij doet, maar om hoe hij het doet.

In de kwalificatiedossiers voor het mbo is gebruik gemaakt van het competentiemodel KBBpowered by SHL. Het gedrag beschrijft hoe men kan ‘zien’ dat een beginnend beroepsbeoefenaar de competentie succesvol inzet om bij te dragen aan het resultaat. Beschrijf het gedrag zichtbaar met behulp van de gedragsankers uit het competentiemodel. Kies de competentie waarvan het gedrag is afgeleid en benoem deze in de beschrijving.

In afwijking van wat gevraagd werd bij prestatie-indicatoren dient niet het resultaat van het gedrag beschreven te worden (het ‘zodat’ gedeelte).

In het generieke deel van het basisdeel zijn de generieke kwalificatie-eisen voor de generieke onderdelen Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo niveau 4) Engels opgenomen. Deze kwalificatie-eisen worden bepaald door het ministerie van OCW. Er staat een standaardverwijzing in elk dossier.

NB In paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de beschrijving van beroepsgerichte taal- en rekeneisen in de basis en het profiel.

Zorg voor interne consistentie van beschrijvingen binnen één kwalificatiedossier en vermijd herhalingen. Het is belangrijk dat de dossiers transparant uitgewerkt zijn door onderdelen goed van elkaar te onderscheiden.

Bewaak de consistentie in de uitwerking van kerntaken en werkprocessen:

Het uitgangspunt is dat kwalificatie-eisen zo transparant mogelijk beschreven worden. Dat betekent dat het onderdeel op de juiste plek en op het goede abstractieniveau beschreven wordt.

In het kwalificatiedossier is er sprake van een opbouw van generiek naar specifiek. Onder ‘typeringen van de beroepen’ worden in algemene termen de typerende beroepshouding, context en resultaat beschreven. In de basis wordt dit gespecificeerd voor de beroepengroep op het niveau van de afzonderlijke kerntaken en in het profiel voor het beroep.

De relatie werkproces – resultaat – vakkennis & vaardigheden – gedrag is als volgt samen te vatten:

Naast gemeenschappelijke elementen zijn er ook verschillen tussen de kwalificaties die deel uit maken van het dossier. Die verschillen worden beschreven in het profiel (en in de aanvullende eisen in de basis). Het profiel bestaat uit beroepsgerichte taken.

Als sprake is van één profiel, zodat een profiel geen extra taken heeft ten opzichte van de basis, dan wordt bij het profiel alleen de algemene informatie ingevuld (niveau van de kwalificatie, wettelijke beroepsvereisten of branchevereisten).

Voor het profiel gelden de volgende richtlijnen:

Houd als richtlijn aan:

Elk profiel begint met een typering van het beroep (inclusief eventuele branchevereisten) en met een weergave van de eventuele wettelijke beroepsvereisten.

Beschrijf hier de typering van het beroep voor zover die specifiek geldt voor dit profiel en afwijkt van de beschrijving in de basis bij ‘typerende beroepshouding’. Hierin kunnen accenten worden aangebracht die verwijzen naar de typerende beroepshouding, de context en/of het resultaat van de beroepengroep in de basis.

Er zijn grofweg drie categorieën van wettelijke (beroeps)vereisten te onderscheiden, die – indien van toepassing – alle drie in het kwalificatiedossier verwerkt moeten worden:

Voor de verwerking van categorie 1 en 2 gelden de volgende instructies:

Voor categorie 3 geldt, dat deze niet als wettelijke beroepsvereiste hoeft worden aangekruist. Het betreft immers geen vereisten waar de instelling zorg voor draagt, en betreft ook geen eisen aan kennis, vaardigheden, inzicht of beroepshouding. Wel is het van belang dat eisen elders in het kwalificatiedossier vermeld worden zodat de onderwijsinstelling hierover de juiste voorlichting kan geven, te weten bij de typering van de beroepengroep, of indien alleen relevant voor één kwalificatie bij de typering van het beroep in het profiel.

De WEB vereist bij wettelijke beroepsvereisten een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement. Zonder goedkeurende verklaring kan een dossier de eindtoets niet passeren. Zie hiervoor paragraaf 6.4 bij de verantwoordingsinformatie.

Met een algemene maatregel van bestuur kan de minister bepalen dat aan onderdelen van een kwalificatie een certificaat is verbonden (artikel 7.2.3 van de WEB). Geef indien van toepassing aan om welke onderdelen en certificaten het gaat.

Het gaat hierbij niet om andere erkenningen, die niet krachtens de WEB worden afgegeven.

Voor branchevereisten zijn geen vastgelegde criteria zoals voor de wettelijke beroepsvereisten. Daarom geldt dat branchevereisten alleen dan opgenomen mogen worden in het dossier wanneer ze een essentiële voorwaarde vormen voor het uitoefenen van het beroep door een beginnend beroepsbeoefenaar.

Branchevertegenwoordigers zullen zelf moeten aangeven of er branchevereisten zijn en zo ja, wat deze vereisten inhouden. Hier geldt dat het niet om eisen kan gaan die de persoon of de werkplek betreffen, hiervoor kan een onderwijsinstelling immers niet verantwoordelijk worden gesteld.

Bij de uitwerking van het profiel is het noodzakelijk een nadere specificatie te geven, inclusief verifieerbare bronvermelding, zodat voor de makers van opleidingen duidelijk is waar zij de inhoud van de betreffende branchevereisten kunnen vinden en deze in de opleiding kunnen verwerken. Geef duidelijk aan om wat voor eisen het concreet gaat. Motiveer waarom het hier gaat om eisen aan de beginnend beroepsbeoefenaar.

In het profiel worden per kwalificatie de kerntaken en werkprocessen uitgewerkt. Volg hierbij de desbetreffende instructie uit de basis (paragraaf 2.3 onder 1, 3-8). Enig verschil is dat er voor individuele kwalificaties uiteraard geen sprake is van aanvullende eisen. Wel geldt de stelregel: ‘gelijke en vergelijkbare beroepsuitoefening is in de kwalificatiestructuur gelijk en vergelijkbaar beschreven’. Dat meetpunt is ook van toepassing wanneer identieke werkprocessen voorkomen in verschillende profielen.

In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze waarop eventuele beroepsgerichte taal- en rekeneisen opgenomen worden in de beroepsgerichte taken van basis én profiel.

Wanneer het voor het beroep noodzakelijk is om bepaalde talige of rekenkundige elementen op een hoger niveau te beheersen zijn deze eisen altijd direct gerelateerd aan het beroep. In dat geval moet er niet worden verwezen naar de eisen van Meijerink, maar moet via vaardigheden worden geëxpliciteerd wat de eisen zijn. Gebruik hiervoor de volgende instructies:

Vooraf

Waar?

Hoe?

Geef geen hoger referentieniveau-aanduiding aan. Dit voorkomt dat het onderwijs de volle bandbreedte van het referentieniveau toetst, terwijl het alleen maar gaat om een specifieke beroepshandeling.

Moderne vreemde talen (mvt)

Wat geldt voor Nederlandse taal en rekenen geldt ook voor beroepsgerichte mvt-eisen, namelijk:

Controlevragen:

Neem de mvt eisen op in het dossier:

In dit hoofdstuk wordt beschreven waaraan keuzedelen moeten voldoen. In de eerste paragraaf worden de karakteristieken van het keuzedeel beschreven. Daarin wordt onder meer ingegaan op de functie van het keuzedeel en het model keuzedeel. In de tweede paragraaf wordt beschreven hoe de onderdelen van het model keuzedeel uitgewerkt moeten worden en welke criteria de Toetsingskamer hanteert bij het beoordelen van het keuzedeel.

Doel

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel over het keuzedeel wordt het doel van het keuzedeel als volgt omschreven:

Keuzedelen hebben tot doel:

Afbakening

Het keuzedeel maakt geen onderdeel uit van de kwalificatie, maar komt er bovenop.

Voor de beroepskwalificering, dus om aan de slag te gaan als beginnend beroepsbeoefenaar, is het keuzedeel niet voorwaardelijk. (Daarom is het behalen van het keuzedeel niet een voorwaarde voor het behalen van het diploma. Succesvolle afronding van het keuzedeel betekent overigens wel vermelding op het diploma.) Het basis- en profieldeel bepalen de civiele waarde van het diploma. Oftewel:

Voor alle duidelijkheid: keuzedelen mogen wel beroepsvoorbereidende elementen bevatten en ook wettelijke beroepsvereisten. Maar dan gaat het altijd om elementen en beroepsvereisten die niet voorwaardelijk zijn voor de beroepsuitoefening van alle beginnend beroepsbeoefenaren.

Omvang

De omvang van de keuzedeelverplichting betreft ongeveer 15% van de totale geprogrammeerde studielast van de betreffende opleiding, in de vorm van begeleid onderwijs, bpv of zelfstudie.

15% van de totale studielast van een schooljaar is indicatief 240 uur. De keuzedelen bestaan uit eenheden van 240 uur of een veelvoud daarvan (tot een maximum van 960 uur). Voorbeeld: Voor een kwalificatiedossier op niveau 2, met een opleidingsduur van 2 jaar, is de totale omvang van studiebelastingsuren voor een keuzeruimte dus 2 x 240 uur = 480 uur. De keuzedeelverplichting kan ingevuld worden door één keuzedeel van 480 uur of door twee keuzedelen van ieder 240 uur.

Koppeling keuzedeel

Een keuzedeel is minimaal gekoppeld aan één kwalificatie, maar kan ook gekoppeld zijn aan alle kwalificaties in het dossier, meerdere kwalificaties en/of meerdere dossiers. Binnen een keuzedeel kunnen, net als in de basis van een kwalificatie, aanvullende eisen gegeven worden. Het keuzedeel moet afgestemd zijn op het niveau van de kwalificatie(s) waaraan het gekoppeld is. Afstemming op het goede niveau vindt plaats door gebruik te maken van aanvullende eisen.

Herkomst en type

De herkomst van het keuzedeel kan verschillen. Er zijn meerdere opties:

Er zijn keuzedelen die gelden voor veel kwalificaties (bijvoorbeeld het keuzedeel Duits in de beroepscontext B1 of Ondernemerschap) en er zijn keuzedelen die gelden voor één kwalificatiedossier of kwalificatie. Een keuzedeel kan verdiepen of verbreden. Verdiepende keuzedelen zijn direct gerelateerd aan de inhoud van de gekoppelde kwalificatie. De inhoud vormt een verdieping van een onderdeel eruit. Met een verdiepend keuzedeel kan georiënteerd worden op het hogere aanpalende niveau. Verbredende keuzedelen bevatten inhouden die los staan van de gekoppelde kwalificatie, maar vormen daarvoor wel een zinvolle (arbeidsmarkt- of doorstroomrelevante) aanvulling. Er is per definitie geen sprake van overlap tussen het verbredende keuzedeel en de kwalificatie.

Keuzemogelijkheden

Bij het koppelen van keuzedelen aan kwalificaties moet er rekening gehouden worden met het feit dat er altijd een daadwerkelijke keuze voor de student mogelijk moet zijn. Dit betekent dat er per kwalificatie voldoende keuzedelen beschikbaar moeten zijn gelet op de keuzedeelverplichting voor de betreffende opleiding: het aantal studiebelastingsuren dat besteed moet worden aan keuzedelen in de opleiding.

Register

Alle keuzedelen worden opgenomen in een (digitaal) register. Per keuzedeel wordt daarin aangegeven aan welk(e) kwalificatie(s) het is gekoppeld. Het register wordt gepubliceerd op www.kwalificatiesmbo.nl.

Procedure voor indiening en toetsing van keuzedelen

De procedure voor het indienen en toetsen van keuzedelen is te vinden in de Helpdesk Kwalificatiestructuur (Toetsingskamer) op het Platform SBB (https://platform.s-bb.nl): in de map ‘Toetsing van kwalificatiedossiers’, ‘Toetsing keuzedelen’. De procedure voor het indienen van keuzedelen door externen is te vinden in www.kwalificatiesmbo.nl bij Herziening, Indiening keuzedelen.

Model keuzedeel

Het model voor de keuzedelen is afgeleid van het model van het kwalificatiedossier, dus ook ingedeeld in kerntaken en werkprocessen. De instructie die geldt voor de uitwerking van kerntaken en werkprocessen (inclusief complexiteit, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, vakkennis en vaardigheden en resultaat) gelden ook voor de uitwerking van keuzedelen. Een keuzedeel bestaat uit één of meerdere kerntaken.

Afwijkend aan het model van het kwalificatiedossier geldt voor keuzedelen:

Naam keuzedeel

Geef het keuzedeel een korte en weloverwogen naam, passend bij en dekkend voor de inhoud van het keuzedeel.

Van toepassing op niveau

Geef aan op welk niveau het keuzedeel van toepassing is c.q. kan zijn. Zorg ervoor dat de inhoud van het keuzedeel in overeenstemming is met de niveaus waaraan het gekoppeld is (zie ook koppeling van het keuzedeel aan kwalificatie). Er mag geen sprake zijn van ‘scheve’ koppeling.

Studielast

Kies de omvang in studielast voor het keuzedeel. Minimaal 240 uur, maximaal 960 uur (alleen voor een keuzedeel voor een vierjarige kwalificatie). De omvang van het keuzedeel moet passen binnen de 15% studielast, bepaald door het niveau van de kwalificatie aan welke het keuzedeel wordt gekoppeld. Een keuzedeel van 720 uur kan niet gekoppeld worden aan een 2-jarige kwalificatie met een keuzedeelverplichting van 480 uur.

Branchevereiste

De paritaire commissie kan aan een keuzedeel een bepaalde extra status binnen een branche toekennen. Geef aan of dat het geval is en licht dat toe.

Certificaten

Certificaten die per AMVB zijn aangewezen kunnen hier benoemd worden.

Toelichting

De toelichting kan gebruikt worden om de gebruiker meer handvatten te bieden voor de uitvoering van het keuzedeel in de onderwijspraktijk. Gebruik deze kolom om op beknopte wijze informatie te geven over de volgende thema’s voor zover relevant:

Twee aandachtspunten bij dit onderdeel:

Omschrijving inhoud

Geef een beknopte omschrijving van de inhoud van het keuzedeel. Beschrijf in enkele zinnen waarover het keuzedeel gaat.

Omschrijving toegevoegde waarde

Beschrijf in enkele zinnen de toegevoegde waarde van het keuzedeel voor de student voor doorstroming en/of arbeidsmarkt. Hou daarbij rekening dat het keuzedeel gekoppeld kan zijn aan meerdere kwalificaties. Beschrijf de toegevoegde waarde daarom in algemene termen zodat die nog steeds relevant is bij een groot aantal koppelingen.

Koppeling van het keuzedeel aan de kwalificatie

Koppel het keuzedeel aan de relevante kwalificaties. Hou daarbij wel het volgende in de gaten:

De inhoud van het keuzedeel mag niet overlappen met de kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Anders is er geen sprake van toegevoegde waarde. Bij verbredende keuzedelen is dat niet aan de orde. Bij verdiepende keuzedelen moet het keuzedeel zodanig uitgewerkt zijn dat de inhoud ook echt verdiepend is ten opzichte van de vergelijkbare inhoud in de kwalificatie. Dat kan door het niveau op een hoger niveau uit te werken (bij complexiteit of verantwoordelijkheid en zelfstandigheid of vakkennis en vaardigheden) danwel de inhouden (werkprocessen, vakkennis en vaardigheden) uitgebreider te beschrijven dan in de kwalificatie.

Toets op koppeling keuzedelen moderne vreemde talen.

Bij de koppeling van de keuzedelen MVT is er sprake van de complicerende factor dat veel kwalificaties beroepsgerichte eisen MVT bevatten die deels overlappen met de inhoud van de (generieke) keuzedelen MVT. Daarnaast bevatten de niveau 4 kwalificaties ook nog generieke eisen Engels. Daarom zijn voor de koppeling van keuzedelen MVT specifieke regels opgesteld:

We beoordelen de reactie op de diepgang van de gevraagde beroepsmatige kennis van het Engels. Als het gaat om een enkelvoudige vaardigheid (bijvoorbeeld bij lezen: alleen een handleiding kunnen lezen) dan zijn we eerder geneigd de koppeling toe te staan dan wanneer het gaat om een bredere beheersing van de taalvaardigheid (bijvoorbeeld kan zowel informele als zakelijke gesprekken voeren).

Het kwalificatiedossier moet een verwijzing bevatten naar verantwoordingsinformatie. Deze is geen onderdeel van het dossier. De verantwoordingsinformatie dient jaarlijks geactualiseerd te worden. Kenniscentra wordt gevraagd jaarlijks de actualiteit van de informatie te controleren en aan te passen waar relevant. Dat geldt in ieder geval voor de arbeidsmarktinformatie.

Bij bron- en referentiedocumenten moeten de gebruikte bcp’s en andere gebruikte documenten met datum vermeld worden. Dit onderdeel wordt in DigiK automatisch gegenereerd als de juiste documenten geüpload zijn. De bcp’s zijn gelegitimeerd door sociale partners en de datum van het gelegitimeerde bcp komt overeen met de datum zoals vermeld in het dossier. Wanneer sprake is van meerdere sociale partners en verschillende data, controleer dan of het kwalificatiedossier verwijst naar de meest recente datum.

Informatie over kans op werk, aantal deelnemers, gediplomeerden, doorstroom en vacatures wordt centraal aangeleverd en gepresenteerd op een website door en van SBB. Deze informatie wordt dus niet meer opgenomen in de verantwoordingsinformatie. In de verantwoordingsinformatie wordt standaard een link opgenomen naar de servicepagina waar alle kwantitatieve gegevens opgenomen zijn.

Wel wordt gevraagd een tekst in te voegen met een toelichting op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de opleidingenmarkt en de stagemarkt. Hier kan zo nodig specifieke informatie over de bedrijfstak/branche worden opgenomen.

Wetgeving en regelgeving: bevat een beschrijving van (veranderingen in) wet- en regelgeving die van invloed is op de uitoefening van het beroep. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige ontwikkelingen, waaruit de relevantie en gevolgen voor het kwalificatiedossier duidelijk blijken. Het gaat dus niet om een beschrijving van de huidige situatie en algemene zaken die voor elk beroep gelden (bijvoorbeeld ARBO).

Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening: bevat technologische, bedrijfsorganisatorische, internationale veranderingen en/of marktontwikkelingen die gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening in de toekomst. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige (niet huidige) ontwikkelingen waaruit de relevantie en de gevolgen voor dit kwalificatiedossier duidelijk blijkt.

De WEB beschrijft in art 7.2.6. wat wettelijke beroepsvereisten zijn:

Wanneer al deze zaken aan de orde zijn, geldt een wettelijke beroepsvereiste.

In de verantwoording wordt aangeven in welke kerntaken en werkprocessen de wettelijke vereisten zijn verwerkt. Immers wettelijke beroepsvereisten – indien van toepassing – moeten volledig zijn geëxamineerd met examens die qua inhoud en toetsvorm passend zijn. Als de wettelijke vereisten wél eisen aan de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen van de beroepsbeoefenaar betreffen, maar niet in kerntaken en/of werkprocessen verwerkt zijn, dient aangegeven te worden hoe en waar de eisen dan wel in het kwalificatiedossier tot uiting komen.

Verklaring vakministerie

In de WEB is aangegeven dat, als er sprake is van wettelijke beroepsvereisten, er een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement aangeleverd moet worden. Het moet zich positief uitspreken over de wijze waarop de wettelijke beroepsvereisten in het kwalificatiedossier zijn verwerkt. Deze verklaring moet voor indiening van het kwalificatiedossier naar de Toetsingskamer worden gestuurd.

Kenniscentra die al een goedkeurende verklaring van het vakdepartement in hun bezit hebben die betrekking heeft op een oudere versie van het kwalificatiedossier èn die geen inhoudelijke wijzigingen in het kwalificatiedossier hebben doorgevoerd, hebben slechts een verklaring van het vakdepartement nodig dat er geen relevante wijzigingen zijn geweest in de wetgeving.

Geef aan de hand van de ERK-descriptoren een indicatie voor het ERK niveau van de beheersing van de beroepsgerichte MVT in het dossier. Hanteer daarbij onderstaand schema. Geef in het schema met ‘nvt’ aan wanneer voor een kwalificatie geen MVT eisen gelden. Geef bij het schema een nadere toelichting waarin toegelicht wordt wat de relevantie is van de MVT eisen bij de kwalificaties in het dossier.

Het indicatieve niveau voor de beheersing van beroepsspecifieke moderne vreemde talen in dit dossier is:

MVT: <naam MVT>

<Toelichting>

Bij loopbaanperspectief is aangegeven welke specifieke loopbaanmogelijkheden en doorstroommogelijkheden de gediplomeerde binnen het onderwijs heeft. Dit geldt voor alle in het kwalificatiedossier beschreven kwalificaties.

Niveau 4: De doorstroom naar een andere kwalificatie binnen en/of na het mbo en/of het hbo moet globaal aangeduid zijn met één of meerdere concrete voorbeelden. Doorstroming naar hbo kan alleen worden beschreven bij niveau 4.

Het kwalificatiedossier bevat een onderhouds- en ontwikkelagenda voor ten minste zes jaar, waarop relevante aandachtspunten zijn vermeld. In de Onderhouds- en ontwikkelagenda wordt vermeld op welke termijn het kwalificatiedossier opnieuw wordt bekeken, en welke agenda afgesproken is voor het onderhoud van het kwalificatiedossier (acties, wie verantwoordelijk, wanneer klaar?).

Kies uit één van de volgende categorieën en geef in de ruimte onder de categorieën aan wat er in het huidige kwalificatiedossier is gewijzigd ten opzichte van het kwalificatiedossier uit het vorige cohort.

Categorie 1: nieuw dossier

Dit kwalificatiedossier zat voorheen niet in de kwalificatiestructuur. Een toelichting is niet nodig.

Categorie 2: nieuwe elementen

Dit betreft een sterk gewijzigd kwalificatiedossier waarop de Toetsingskamer een ingangstoets heeft uitgevoerd. Er is bijvoorbeeld sprake van nieuwe of samengevoegde kwalificaties, nieuwe bcp’s, etc. Geef een beknopte samenvatting van wat er gewijzigd is in het dossier.

Categorie 3: wijzigingen

In vergelijking met de voorgaande versie zijn er elementen gewijzigd. Vat samen wat er gewijzigd is in het dossier.

Categorie 4: ongewijzigd

Het kwalificatiedossier is volledig ongewijzigd. Een samenvatting of toelichting is niet nodig.

Geef niet alleen aan in welke categorie de wijzigingen vallen. Geef voor wijzigingen in categorie 2 of 3 onder de tabel aan om welke wijzigingen het gaat, op zo’n manier dat een gebruiker snel kan zien wat waar gewijzigd is.

De betrokkenen bij het overleg en besluitvorming over het kwalificatiedossier zijn beschreven.

In de verantwoordingsinformatie is opgenomen een verslag van gebruikerspanel waarin is aangegeven in hoeverre het kwalificatiedossier goed vertaald kan worden naar een reëel onderwijs- en examenprogramma, passend bij de nominale studieduur die de wetgever heeft vastgesteld. Ook is verantwoord hoe in samenwerking met de BTG materieel draagvlak voor het dossier is georganiseerd.

Genoemd moeten worden:

De studieduur van mbo-4 opleidingen is per 1 augustus 2014 vastgesteld op drie jaar. De minister zondert enkele kwalificaties uit die een verblijfsduur hebben van meer dan drie jaar tot maximaal 4 jaar. Indien dit aan de orde is wordt dit hier toegelicht.

Met een algemene maatregel van bestuur kan de minister bepalen dat aan onderdelen van een kwalificatie een certificaat is verbonden (artikel 7.2.3 van de WEB). Geef indien van toepassing aan om welke onderdelen en certificaten het gaat.

Daarnaast kunnen onderdelen van een kwalificatie betiteld worden als branche-vereiste. Geef indien van toepassing aan welke dat betreft. Het gaat daarbij niet om verklaringen krachtens de WEB, zoals hierboven beschreven. Vul in het sjabloon de volgende gegevens in:

Aanvullende informatie kan bijvoorbeeld zijn: een brochure, beroepeninformatie of een verwijzing naar een toelichting op de beroepsgerichte taal- en rekeneisen. Deze informatie wordt bij het kwalificatiedossier gepubliceerd op Kwalificatiesmbo.nl.

Vetgedrukt en gearceerd zijn elementen waarin het onderscheid met het voorgaande niveau tot uitdrukking komt.

In de WEB zijn bepalingen opgenomen over de ontwikkeling en toetsing van kwalificatiedossiers voor het middelbaar beroepsonderwijs, in de artikelen 7.2.4, 7.2.5, 7.2.6 en 9.2.1 derde lid.

Dit Toetsingskader beschrijft in een tweetal hoofdstukken de wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan deze artikelen. De hoofdstukken beschrijven achtereenvolgens:

De kwalificatiestructuur omvat het samenvattend geheel van kwalificatiedossiers en keuzedelen voor het middelbaar beroepsonderwijs, de tabel ‘opleidingsdomeinen – kwalificatiedossiers – kwalificaties’ en de koppeling ‘kwalificaties – keuzedelen – kwalificaties’.

Een kwalificatiedossier bevat de kwalificatie-eisen voor een beroep of groep van beroepen op het niveau van de beginnend beroepsbeoefenaar. Ook bevat het de kwalificatie-eisen voor de generieke onderdelen Nederlandse taal, rekenen, Engels (voor mbo niveau 4), loopbaan en burgerschap, of een verwijzing naar desbetreffende kwalificatie-eisen. Daarmee is voldaan aan de eis tot drievoudige kwalificering.

De kwalificatie-eisen voor een keuzedeel zijn beschreven in een apart document keuzedeel, dat gekoppeld is aan één of meer kwalificaties. Aan iedere kwalificatie zijn meerdere keuzedelen gekoppeld.

Ook is aan ieder kwalificatiedossier het document Verantwoordingsinformatie behorend bij het kwalificatiedossier mbo <naam dossier> verbonden, waarin de paritaire commissie verantwoording aflegt over de inhoud en de totstandkoming van het betreffende dossier, maar waarin niet – zoals in het kwalificatiedossier zelf – kwalificatie-eisen zijn opgenomen. Het kwalificatiedossier, de bijbehorende keuzedelen, de tabel ‘opleidingsdomeinen – kwalificatiedossiers – kwalificaties’ en de koppeling ‘kwalificatiedossiers – keuzedelen -kwalificatiedossiers’ worden vastgesteld door de minister van OCW (of de staatssecretaris van EZ voor het groene domein); dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie bij het kwalificatiedossier.

De toetsingscriteria in het Toetsingskader beschrijven kwaliteitsstandaarden waaraan de kwalificatiestructuur als geheel, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de afzonderlijke keuzedelen moeten voldoen.

Kwalificatiedossiers en keuzedelen moeten worden ontwikkeld volgens het door OCW en EZ vastgestelde model kwalificatiedossier en conform de daarbij behorende instructie en ze moeten voldoen aan de desbetreffende toetsingscriteria uit dit Toetsingskader.

De kwaliteit van de kwalificatiestructuur, de afzonderlijke kwalificatiedossiers en de keuzedelen worden getoetst aan de hand van de volgende criteria:

De kwalificatiestructuur is doelmatig; relevant voor de arbeidsmarkt, de samenleving en vervolgonderwijs.

Kwalificatiestructuur

Kwalificatiedossier

Keuzedeel

Verantwoordingsinformatie

De kwalificatiestructuur is uitvoerbaar voor onderwijs, bpv en examinering.

Kwalificatiestructuur

Kwalificatiedossier

Verantwoordingsinformatie

De kwalificatiestructuur is herkenbaar voor bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en studenten.

Kwalificatiestructuur

Kwalificatiedossier

Verantwoordingsinformatie

De kwalificatiestructuur vormt een transparant en overzichtelijk geheel.

Kwalificatiestructuur

Kwalificatiedossier

Keuzedeel

De kwalificatiestructuur is flexibel voor onderwijs, beroepspraktijkvorming en examinering.

Kwalificatiedossier

Keuzedeel

Verantwoordingsinformatie

De kwalificatiestructuur is duurzaam voor onderwijs, beroepspraktijkvorming en examinering.

Kwalificatiedossier

Verantwoordingsinformatie

De bovenstaande kwaliteitscriteria dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. De kwaliteitscriteria zijn te onderscheiden, maar niet strikt te scheiden. Ze vullen elkaar aan, vloeien in elkaar over en er bestaat een spanningsrelatie tussen een aantal kwaliteitscriteria.

De Toetsingskamer toetst de kwaliteit van de kwalificatiedossiers, de keuzedelen en de kwalificatiestructuur als geheel aan de hand van de toetsingscriteria uit het Toetsingskader en brengt daarover een onafhankelijk advies uit aan het Bestuur SBB.

Het toetsproces van de Toetsingskamer kent twee formele toetsmomenten: de Ingangstoets en de Eindtoets. Deze twee toetsmomenten zijn van toepassing op de afzonderlijke kwalificatiedossiers, de keuzedelen en de kwalificatiestructuur.

De Ingangstoets

De Ingangstoets is van toepassing in de volgende gevallen:

De Ingangstoets heeft een tweeledig doel:

De Eindtoets

De Eindtoets dient als formele eindbeoordeling van kwalificatiedossier en/of keuzedeel. De Toetsingskamer toetst bij de Eindtoets of het kwalificatiedossier en de daarbij behorende verantwoordingsinformatie en het keuzedeel en/of keuzedelen voldoen aan de in het Toetsingskader aangegeven kwaliteitseisen.

Tussentijds toetsen en tussentijdse advisering van kenniscentra

Naast deze twee formele toetsen hanteert de Toetsingskamer voor het kwalificatiedossier tussentijdse toetsmomenten. De toetsen A en B moeten borgen dat de kwalificatiedossiers binnen de gestelde ontwikkeltijd voldoen aan de eisen. Deze toetsen hebben het karakter van een advies aan het kenniscentrum over de kwaliteit van (de conceptversie van) het dossier.

Beroep

Het bestuur van een kenniscentrum dat in zijn belang geschaad is door een beslissing van de Toetsingskamer kan in beroep gaan bij het bestuur SBB.

Advies aan het bestuur SBB

Als kwalificatiedossiers en keuzedelen voldoen aan de in het Toetsingskader aangegeven kwaliteitseisen adviseert de Toetsingskamer het algemeen bestuur SBB om deze kwalificatiedossiers en keuzedelen aan te bieden aan de minister van OCW en EZ (voor wat betreft de dossiers en keuzedelen voor de groene sector) ter formele vaststelling. Het bestuur SBB draagt dit advies over aan de minister van OCW of EZ, maar kan desgewenst gemotiveerd afwijken van het advies van de Toetsingskamer om een kwalificatiedossier of keuzedeel al dan niet aan te bieden aan de minister ter formele vaststelling.

Review

Jaarlijks rapporteert de Toetsingskamer in een review over trends en ontwikkelingen in de kwalificatiestructuur en doet daarin voorstellen tot (onderzoek naar) kwaliteitsverbetering van de kwalificatiestructuur.