U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-09-2019.

Ministeriële regeling · BWBR0036487

Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 maart 2015, nummer 625779, tot besteding van de gelden uit het Europese Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid (instrument voor financiële steun voor politiële samenwerking, voorkoming en bestrijding van criminaliteit, en crisisbeheersing en instrument voor financiële steun voor de buitengrenzen en visa) (Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020)Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, artikel 5 en artikel 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies, artikel 2, eerste lid, onder g, artikel 3 en artikel 4, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 48s en 48t van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage26 maart 2015De Minister van Veiligheid en Justitie,G.A. van derSteurDe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,K.H.D.M.DijkhoffDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,L.F.Asscher

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister kan met inachtneming van deze regeling en onder het voorbehoud, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Horizontale Verordening, subsidie verlenen ten behoeve van projecten zonder winstoogmerk op het gebied van:

De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen om subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken, gelegen in de jaren 2014 tot en met 2022. De minister maakt de aanvraagtijdvakken vooraf bekend in de Nederlandse Staatscourant, waarbij tevens het maximaal beschikbare bedrag per actie per aanvraagtijdvak wordt vastgesteld.

Een aanvraag tot verlening van subsidie kan in ieder geval door de minister geheel of gedeeltelijk worden afgewezen, indien:

De subsidie ten behoeve van projecten als bedoeld in artikel 4 bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Niet voor subsidiëring komen in aanmerking:

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat voor subsidieaanvragen met betrekking tot een project op het gebied van een actie als bedoeld in artikel 4, onderdelen d tot en met h, deze regeling terugwerkt tot en met 1 januari 2015.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel a: het behoud en verbeteren van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel.

De subsidie wordt aangevraagd door:

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 februari 2019, 09.00 uur, tot en met 28 februari 2019, 17.00 uur.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel b: de bevordering van de participatie in de samenleving van onderdanen van een niet-westers derde land en hun naaste verwanten.

De subsidie wordt aangevraagd door:

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 februari 2019, 09.00 uur, tot en met 28 februari 2019, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel B2, € 8.943.283.

In aanvulling op artikel 7 bevat de projectbeschrijving:

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel c: de bevordering van terugkeer van vreemdelingen die geen recht op verblijf in Nederland hebben dan wel van vreemdelingen die nog in afwachting zijn van een beslissing op hun verzoek tot verblijf, dan wel van vreemdelingen met een tijdelijk verblijfsrecht.

De subsidie wordt aangevraagd door:

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 februari 2019, 09.00 uur, tot en met 28 februari 2019, 17.00 uur.

Projecten worden altijd uitgevoerd in samenwerking met of na afstemming met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Over de voortgang van de ondersteuningstrajecten wordt op zaaks niveau informatie uitgewisseld met de Dienst Terugkeer en Vertrek. Een bewijs van de afspraken met de Dienst Terugkeer en Vertrek wordt bijgevoegd bij de aanvraag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot subsidieaanvragen voor actie D als bedoeld in artikel 4, onderdeel d: financieel rechercheren.

De subsidie wordt aangevraagd door het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012, het directoraat-generaal Rechtshandhaving en Rechtspleging of het directoraat-generaal Politie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 12 mei 2015, 09.00 uur, tot en met 31 december 2018, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel D2, bedraagt € 9.921.161,50.

Projecten zijn uitsluitend gericht op activiteiten die zien op:

In afwijking van artikel 11, eerste lid, bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot subsidieaanvragen in het kader van actie E, als bedoeld in artikel 4, onderdeel e: het Europees opleidingsprogramma voor Rechtshandhaving.

De subsidie wordt aangevraagd door de Politieacademie, genoemd in artikel 73, eerste lid van de Politiewet 2012.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 4 juni 2018, 09.00 uur, tot en met 31 december 2018, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel E2 bedraagt € 1.984.161,50.

Een project is gericht op de volgende doelgroepen:

Een project is gericht op het implementeren van het Europees opleidingsprogramma voor Rechtshandhaving in het politieonderwijs in Nederland.

Specifieke bepalingen met betrekking tot aanvragen in het kader van actie F, als bedoeld in artikel 4, onderdeel f: verbeteren van slachtofferzorg.

De subsidie wordt aangevraagd door de politie, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 12 mei 2015, 09.00 uur tot en met 29 december 2017, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel F2, bedraagt € 7.937.000.

Voor subsidie komen uitsluitend activiteiten die de Richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten (richtlijn 2012/29/EU) bij de politie implementeren in aanmerking, waaronder:

Na verlening van de subsidie wordt het verleende subsidiebedrag in de begroting van de politie opgenomen en worden de uitgaven verantwoord in de jaarrekening.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel g: risico- en crisisbeheersing.

De subsidie wordt aangevraagd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, met uitzondering van de subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel G4, onderdeel c, die wordt aangevraagd door het Directoraat-Generaal Politie en Veiligheidsregio’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 12 mei 2015, 09.00 uur, tot en met 31 december 2018, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel G2, € 9.921.161,50.

Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

In afwijking van artikel 11, eerste lid, bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel h: management van de externe EU-grenzen, zowel op visa als op grenzen.

De subsidie wordt aangevraagd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Koninklijke Marechaussee of de Kustwacht.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17:00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel H2 € 30.388.515, waarbij maximaal € 9.276.917 beschikbaar wordt gesteld voor subsidies voor de activiteit, bedoeld in artikel H5, onderdeel f.

Vervallen.

Voor subsidie komen uitsluitend activiteiten die het management van de buitengrenzen van de Europese Unie ondersteunen in aanmerking, en zien op:

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel i: specifieke maatregelen.

De subsidie wordt aangevraagd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst of de Dienst Terugkeer en Vertrek.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 20 februari 2017, 09.00 uur, tot en met 31 december 2018, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel Ha2, € 44.380.000, waarbij de volgende onderverdeling geldt voor activiteiten die zien op:

Voor subsidie komen uitsluitend activiteiten in aanmerking die staan vermeld in het nationaal programma AMIF 2014–2020 en het nationaal programma ISF 2014–2020 en zien op:

In afwijking van artikel 11, eerste lid, bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten, doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel j: het inrichten van een nationale passagiersinformatie-eenheid (Pi-NL).

De subsidie wordt aangevraagd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden uiterlijk 29 december 2017, 17.00 uur door de Minister ontvangen.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel Hb2, € 3.335.099.

Projecten zijn uitsluitend gericht op de volgende activiteit:

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel k: het ontwikkelen van noodzakelijke IT oplossingen om de informatie uitwisseling met andere EU lidstaten en de interoperabiliteit met IT systemen en databases ontwikkeld door de EU of andere EU lidstaten te verbeteren.

De subsidie wordt aangevraagd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden uiterlijk 29 december 2017, 17.00 uur door de Minister ontvangen.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel Hc2, € 548.174.

Projecten zijn uitsluitend gericht op het gereedmaken van de Pi-NL voor verplichte interoperabiliteit tussen Passagier Informatie Units van EU Lidstaten, Europol en derde landen als onderdeel van richtlijn Richtlijn 2016/681/EU.

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel k: het ontwikkelen van noodzakelijke IT-oplossingen om de informatie uitwisseling met andere EU lidstaten en de interoperabiliteit met IT-systemen en databases ontwikkeld door de EU of andere EU lidstaten te verbeteren.

De subsidie wordt aangevraagd door de Politie, als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de Politiewet 2012.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden uiterlijk 29 december 2017, 17.00 uur door de Minister ontvangen.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel Hd2, € 500.000.

Projecten zijn uitsluitend gericht op het optimaliseren van de behandeling, begeleiding en afhandeling van het internationale berichtenverkeer van de politie.

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel l. Inreis- en uitreissysteem (EES).

De subsidie wordt aangevraagd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel He2 € 6.412.600,00.

Voor subsidie komen in aanmerking investeringen en activiteiten ter dekking van de kosten bedoeld in artikel 64, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226 alsook de kosten in verband met de instelling en werking van de nationale uniforme interface, als bedoeld in artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 (EES Verordening).

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 100% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen met betrekking tot de actie, genoemd in artikel 4, onderdeel m. Specifieke Maatregel Frontex uitrusting die ter beschikking wordt gesteld aan het Europese Grens en Kustwacht Agentschap (EGKWA).

De subsidie wordt aangevraagd door de Koninklijke Marechaussee (Defensie).

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2019, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel Hf2 € 2.025.000,00.

Voor subsidie komen in aanmerking investeringen en activiteiten in verband met de aanschaf van een CABIN RHIB (vaartuig) inclusief uitrusting en toebehoren.

In afwijking van artikel 11 bedraagt de subsidie maximaal 90% van de subsidiabele kosten doch ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Specifieke bepalingen voor subsidieaanvragen, in het kader van de inzet van additionele AMIF-middelen, met betrekking tot artikel 4, onderdeel a: het behoud en verbeteren van de kwaliteit van het opvang- en asielstelsel.

De subsidie wordt aangevraagd door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers of de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel Hg2 € 9.000.000, waarbij de volgende onderverdeling geldt voor activiteiten die zien op:

Voor projecten gericht op de activiteiten, bedoeld in artikel Hg5, eerste lid, onder a en b, dient de doelgroep primair te bestaan uit:

Voor subsidie komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

Specifieke bepalingen voor subsidieaanvragen, in het kader van de inzet van additionele AMIF-middelen, met betrekking tot artikel 4, onderdeel c: de bevordering van terugkeer van vreemdelingen die geen recht op verblijf in Nederland hebben dan wel van vreemdelingen die nog in afwachting zijn van een beslissing op hun verzoek tot verblijf, dan wel van vreemdelingen met een tijdelijk verblijfsrecht.

De subsidie wordt aangevraagd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Dienst Justitiële Inrichtingen of de Dienst Terugkeer en Vertrek.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel Hh2 € 11.500.000, waarbij de volgende onderverdeling geldt voor activiteiten die zien op:

Bij projecten gericht op de activiteiten, bedoeld in artikel Hh5, eerste lid, onderdelen a en b, dient de doelgroep primair te bestaan uit:

Voor subsidie komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

Specifieke bepalingen voor subsidieaanvragen, met betrekking tot artikel 4, onderdeel o:de inzet van additionele AMIF-middelen gericht op Legale migratie

De subsidie wordt aangevraagd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van deze bijlage worden door de minister ontvangen tot en met 31 december 2020, 17.00 uur.

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak genoemd in artikel Hi2 € 1.200.000.

Voor projecten gericht op de activiteiten, bedoeld in artikel Hi5, eerste lid, onder a en b, dient de doelgroep primair te bestaan uit:

Voor subsidie komen uitsluitend de activiteiten gericht op Legale migratie, het project Brexit, in aanmerking.

In het kader van de verantwoording op de einddeclaratie onderbouwt de subsidieontvanger de kosten met originele bewijsstukken. Artikel 31 van de Horizontale verordening maakt het mogelijk kopieën of volledig digitale documenten te accepteren als bewijsstuk. Hiertoe moet door de lidstaat een procedure voor de vaststelling van de authenticiteit worden opgesteld. In deze bijlage worden de door Nederland vastgestelde procedures weergegeven.

De volgende documenten worden als bewijsstukken geaccepteerd:

Hieronder staan de procedures om deze stukken te kunnen gebruiken als geaccepteerde bewijsstukken in het kader van de AMIF- en ISF-administratie.

De hierboven genoemde bewijsstukken a, b en c zijn geconverteerde documenten of gegevensdragers. Bij conversie van het origineel naar het geconverteerde document of gegevensdrager wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden voldaan:

Het in samenhang bezien van de verschillende bewijsstukken strekt er mede toe de authenticiteit van het geconverteerde document of de gegevensdrager te waarborgen en dat hierop voor controledoeleinden kan worden vertrouwd.

Als de conversie op de juiste wijze gebeurt, is het in het kader van de AMIF/ISF-verantwoording, niet meer noodzakelijk de bewijsstukken op de originele gegevensdrager te bewaren. Het geconverteerde bewijsstuk mag na conversie niet meer gewijzigd kunnen worden.

De subsidieaanvrager verklaart door middel van het aanvraag-, tussendeclaratie- en einddeclaratieformulier dat de geconverteerde documenten of de nieuwe gegevensdragers die onderdeel zijn van de AMIF/ISF-administratie, voldoen aan de vereisten uit artikel 16 van de Subsidieregeling AMIF en ISF 2014–2020 en daarmee aan deze bijlage.

Indien een subsidieontvanger gebruik maakt van elektronische documenten waarbij uitsluitend een elektronische versie bestaat, worden de geautomatiseerde systemen voorzien van beheers- en beveiligingsmaatregelen die de betrouwbaarheid, authenticiteit en integriteit van de elektronische gegevens gedurende de gehele vereiste bewaartermijn waarborgen. Het is aan de subsidieontvanger om dit aan te tonen. Voor een tweetal veel voorkomende situaties zijn de voorschriften hieronder uitgewerkt.

De in deze bijlage omschreven procedures gelden voor alle bewijsstukken die getoond moeten worden in het kader van de AMIF/ISF-verantwoording. Artikel 16 is onverminderd van toepassing.