Ministeriële regeling · BWBR0036785

Regeling windenergie op zee 2015

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken van 30 juni 2015, nr. WJZ/15031513, tot aanwijzing van productie-installaties voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee als een subsidiabele categorie in het kader van de stimulering van duurzame energieproductie (Regeling windenergie op zee 2015)Regeling windenergie op zee 2015De Minister van Economische Zaken, handelende na overleg met de Minister van Financiën,

Gelet op artikel 3, eerste en tweede lid, van de Kaderwet EZ-subsidies en de artikelen 2, tweede tot en met vierde en zesde lid, 6, derde lid, 7, 8, eerste lid, 19, tweede lid, 20, eerste lid, 22, vijfde lid, 23, derde tot en met vijfde lid, 56, eerste en derde lid, 60, tweede lid, 61, eerste en derde lid, en 63, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage30 juni 2015De Minister van Economische Zaken,H.G.J.Kamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee die is gelegen op kavel I of kavel II.

Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt:

Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,124 per kWh.

Wijzigt de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2015. Indien het kavelbesluit betreffende kavel I of kavel II in werking treedt na 1 december 2015, treedt deze regeling in werking op het tijdstip waarop het kavelbesluit dat als laatste in werking treedt, in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling windenergie op zee 2015.

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie, bedoeld in de Beschikking, tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 10 van de Regeling bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst Wind op zee Staat/...................... kavel ... Borssele ’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .......

Ondernemer

te 's-Gravenhage op ....................

De Minister van Economische Zaken.

DE ONDERGETEKENDE,

............................., gevestigd te ......., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank.