Ministeriële regeling · BWBR0036808
Mandaatbesluit Rijksvastgoedbedrijf inzake Defensievastgoed
Handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Wonen en Rijksdienst;
Gelet op het besluit van 17 december 2014 (Stcrt. 2015, 1599) waarmee het Rijksvastgoedbedrijf is belast met de behartiging van de aangelegenheden op het terrein van de Dienst Vastgoed Defensie;
Besluit:
Dit besluit zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.
’s-Gravenhage15 juni 2015De Minister van Defensie,J.A.Hennis-PlasschaertAan de Directeur-Generaal van het Rijksvastgoedbedrijf wordt mandaat verleend om namens de Minister van Defensie besluiten te nemen, stukken af te doen en te ondertekenen met betrekking tot het vastgoed van Defensie, het vastgoed in gebruik bij Defensie en met betrekking tot de omgevingsrechtelijke aspecten die verband houden met de taken van Defensie, inclusief het indirecte ruimtebeslag.
Het mandaat betreft:
- a.
het verkrijgen en beheren van toestemmingen;
- b.
regionale belangenbehartiging;
- c.
het indienen van zienswijzen en bedenkingen;
- d.
het (mede) vertegenwoordigen van de Minister van Defensie in bestuursrechtelijke procedures.
Van de in artikel 1 gemandateerde bevoegdheden kan ondermandaat worden verleend aan de functionaris die werkzaam is bij het Rijksvastgoedbedrijf en aan wie werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 zijn opgedragen.
De Directeur-Generaal van het Rijksvastgoedbedrijf en de functionaris die werkzaam is bij het Rijksvastgoedbedrijf worden geacht te hebben ingestemd met de mandatering in het eerste lid genoemd, zodra zij de in artikel 1 genoemde werkzaamheden verrichten of laten verrichten.
Ondertekening van documenten waarmee een bevoegdheid op grond van dit besluit wordt uitgeoefend vindt plaats op de volgende wijze:
De Minister van Defensie,
namens deze,
(handtekening, naam en functie van de gemandateerde)
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2015.