Wijzigingen Officiële bron
Onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelende de samenwerking op het gebied van de implementatie van de Internationale Gezondheidsregeling tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint MaartenOnderlinge regeling samenwerking implementatie Internationale Gezondheidsregeling Nederland, Aruba, Curaçao en Sint MaartenNederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,

De ministers van Volksgezondheid van de vier landen verenigd in het Koninkrijk der Nederlanden hebben in juni 2015 een overeenkomst getekend voor samenwerking bij het implementeren en onderhouden van de Internationale Gezondheidsregeling (IGR). Dit is een internationale overeenkomst, onder auspiciën van de Wereld Gezondheidsorganisatie, voor het beheersen en bestrijden van grensoverschrijdende infectieziekten en andere incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard. Met de onderlinge regeling ontstaat een samenwerkingsverband, in netwerkvorm, tussen de publieke gezondheidsdiensten van de landen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland, inclusief de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu fungeert als coördinerend lid van het gecreëerde netwerk van IGR-deskundigen.

Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden,

Overwegende dat:

  • de landen verenigd in het Koninkrijk der Nederlanden als één partij lid zijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (Engels: WHO);

  • de landen van het Koninkrijk ieder hun eigen verantwoordelijkheid hebben om het welzijn en de gezondheid van hun burgers te beschermen via onder andere ter zake dienende wetgeving op het gebied van volksgezondheid;

  • het voorhanden zijn van nationale capaciteit voor surveillance, rapportage, detectie en samenwerking ingeval van uitbraken van infectieziekten en gerelateerde incidenten van belang voor de publieke gezondheid, kernonderdelen zijn van de Internationale Gezondheidsregeling (IGR) 1;

  • de Caribische landen van het Koninkrijk afzonderlijk onvoldoende capaciteit hebben om snel en adequaat te kunnen handelen bij het uitbreken van infectieziekten en incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard die een risico vormen voor de publieke gezondheid;

  • de economische gevoeligheid voor uitbraken van infectieziekten en overige incidenten van bacteriologische, chemische en radiologische aard groot is in elk van de Caribische landen, alsmede de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • in maart 2013 tussen de vier landen van het Koninkrijk, inclusief de drie openbare lichamen, een overleg heeft plaatsgevonden over een samenwerkingsconstructie ten behoeve van de implementatie en onderhoud van de IGR, gevolgd door een in september 2014 aangeboden rapport met aanbevelingen voor concretisering hiervan;

  • het Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM-CIb) bij ministerieel besluit van 14 februari 2007 is aangewezen als nationaal IGR-coördinatiepunt voor Nederland, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de IGR;

  • de landen het belang inzien van en de wens hebben om met elkaar samen te werken en elkaar te ondersteunen ten behoeve van implementatie en onderhoud van de IGR in het Caribisch deel van het Koninkrijk;

  • de landen de wens hebben om de kennis en expertise van het RIVM-CIb voor de gewenste samenwerking te gebruiken;

  • komen het volgende overeen:

    Deze onderlinge regeling zal met toelichting in de Staatscourant, de Landscourant van Aruba, het Publicatieblad van Curaçao en het Afkondigingblad van Sint Maarten worden geplaatst.

    Voor Nederland, inclusief de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius:De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en SportE.I.SchippersVoor Aruba:De Minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en SportC.A.SchwengleVoor Curaçao:De Minister van Gezondheid, Milieu en NatuurB.WhitemanVoor Sint Maarten:De ad interim-Minister van Volksgezondheid, Sociale Zaken en ArbeidR.Bourne-Gumbs

    De landen komen overeen, rekening houdend met ieders bestaande systeem van wet- en regelgeving, om de taken, procedures en bevoegdheden die voortvloeien uit de vereisten van de IGR in hun wetgeving te implementeren, en wel in ieder geval voor:

    Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het publicatiemedium waarin zij wordt geplaatst.

    Dit Protocol beschrijft de operationele uitvoering van meldingen, communicatie, beslissingen en interventies zoals bedoeld in artikel 6 van de onderlinge regeling.