Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 16 januari 2015, nr. 2015-0000020857, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Gelet op artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en artikel 37h van de Wet waardering onroerende zaken;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 maart 2015, nr. W04.15.0005/l);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 3 juli 2015, nr. 2015-0000188706, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar8 juli 2015Willem-AlexanderDe Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A.Blokde veertiende juli 2015De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteurWijzigt het Besluit huurprijzen woonruimte.
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken.
Onverminderd het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte worden bij ministeriële regeling de op 30 september 2015 krachtens dat artikel geldende maximale huurprijsgrenzen voor zelfstandige woonruimten op 1 oktober 2015 geïndexeerd met –3,8%, met dien verstande dat de op basis daarvan berekende bedragen naar boven worden afgerond op hele eurocenten.
Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst zendt 2 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2015.