Ministeriële regeling · BWBR0037026

Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot

Wijzigingen Officiële bron
Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvlootRegeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvlootDe Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 5 van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen 1 tot en met 6, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T.Netelenbos

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder ton: kubieke meter waterverplaatsing als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978.

De eigenaar van het binnenschip die voldoet aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, ontvangt van de Minister daarvan een bewijs.

Aanvragen om een slooppremie als bedoeld in artikel 6 van de Raadsverordening dan wel aanmeldingen van compenserende tonnage als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Raadsverordening voor een binnenschip worden ingediend bij de Minister.

Bij de indiening van een aanvraag dan wel aanmelding als bedoeld in artikel 4 legt de eigenaar met betrekking tot het desbetreffende binnenschip, ter vaststelling of dat binnenschip tot de actieve vloot behoort en bedrijfszeker is, de volgende bescheiden over:

Bij de vaststelling of aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, is voldaan en bij de vaststelling van de slooppremie wordt een gedeelte van een ton naar boven afgerond tot een hele ton, een gedeelte van een kilowatt naar boven afgerond tot een hele kilowatt en delen van guldens onderscheidenlijk euro’s naar boven afgerond tot hele guldens onderscheidenlijk euro’s.

De eigenaar van een binnenschip dat definitief uit de vaart is genomen in afwachting van sloop levert de volgende bescheiden bij de Minister in:

Artikel 7, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, b, c en d, en het derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de sloop van een binnenschip als bedoeld in artikel 8.

In het geval ter voldoening aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, een in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland geregistreerd binnenschip is gesloopt, levert de eigenaar van het in de vaart te brengen binnenschip een door de bevoegde autoriteit van het desbetreffende land afgegeven verklaring in omtrent de vaststelling, dat aan alle vereisten met betrekking tot de sloop van een binnenschip in het kader van de oud-voor-nieuwregeling is voldaan.

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.