Ministeriële regeling · BWBR0037156
Sanctieregeling Burundi 2015
Gelet op Verordening 2015/1755 van de Raad van de Europese Unie van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi (Pb L 257);
Gelet op artikel 2, tweede lid, en artikel 3 van de Sanctiewet 1977;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Buitenlandse Zaken,A.G.KoendersHet is verboden te handelen in strijd met artikel 2, eerste en tweede lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8 van Verordening 2015/1755 van de Raad van de Europese Unie van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi (Pb L 257).
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in gevallen waarin artikel 3, eerste lid, artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, of artikel 6 van Verordening 2015/1755 van toepassing is.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, artikel 5, artikel 6, en artikel 7, eerste lid, van Verordening 2015/1755 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard.
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, artikel 5 en artikel 7, eerste lid, van Verordening 2015/1755 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Burundi 2015.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.