U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2020.

Regeling · BWBR0037160

Tabaks- en rookwarenbesluit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 14 oktober 2015, houdende samenvoeging van de algemene maatregelen van bestuur op basis van de Tabakswet tot één besluit (Besluit uitvoering Tabakswet)Tabaks- en rookwarenbesluitWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 7 juli 2015, kenmerk 767940-136602-WJZ;

Gelet op de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3d, 7, eerste en tweede lid, 9, vierde lid en 10, eerste en tweede lid, van de Tabakswet;

Gelet op richtlijn 2015/1139/EU tot wijziging van Richtlijn 2012/9/EU wat de datum van omzetting en de uiterste datum van de overgangsperiode betreft (PbEU 2015, L 185);

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 augustus 2015, No.W13.15.0233/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 oktober 2015, kenmerk 767933-136602-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar14 oktober 2015Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. vanRijnde vijfde november 2015De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteur

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot de ingrediënten en de presentatie van tabaksproducten. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten tabaksproducten.

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld aan het ontwerp van een elektronische sigaret en een elektronische sigaret zonder nicotine en aan een navulverpakking, navulverpakking zonder nicotine, patroon zonder nicotine en de ingrediënten van nicotinehoudende en niet-nicotinehoudende vloeistof.

Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot de presentatie, verschijningsvorm en inhoud van een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van tabaksproducten. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende tabaksproducten.

Bij ministeriële regeling worden ter bescherming van de volksgezondheid of ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn eisen gesteld met betrekking tot aanduidingen op een verpakkingseenheid en een buitenverpakking van een rookloos tabaksproduct, elektronische dampwaar en een voor roken bestemd kruidenproduct.

Vervallen

Het verbod op bedrijfsmatige verstrekking van tabaksproducten en aanverwante producten aan particulieren voor de instellingen, diensten en bedrijven, die door de Staat of andere openbare lichamen worden beheerd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Tabakswet geldt niet in justitiële inrichtingen als bedoeld in:

Als categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Tabakswet worden met uitzondering van verpleeghuizen, revalidatiecentra, psychiatrische ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen, gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten en verzorgingshuizen aangewezen:

Een detaillist die op grond van artikel 5.5 geregistreerd is en grensoverschrijdende verkoop op afstand van een tabaksproduct, elektronische sigaret of navulverpakking verricht naar een staat van de Europese Economische Ruimte waar een natuurlijk verantwoordelijk persoon verplicht is die verifieert of het tabaksproduct, de elektronische sigaret of de navulverpakking voldoet aan de eisen die in de lidstaat van bestemming gelden, is verplicht met dit doel een natuurlijk verantwoordelijk persoon aan te stellen.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld aan de wijze waarop tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, de wijze waarop de registratie, bedoeld in artikel 5.9, plaatsvindt en de gegevens en bescheiden die daarbij worden verstrekt.

Degene die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b van de Tabakswet – het beheer heeft over een van de volgende gebouwen of ruimten, is verplicht daarin een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven:

Indien in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, ouderenzorg, gehandicaptenzorg of maatschappelijke opvang meer dan één ruimte, behorend tot een van de categorieën wachtruimten, kantines, recreatie- of soortgelijke ruimten aanwezig is, kan het bevoegde orgaan besluiten per categorie ten hoogste de helft van dit aantal ruimten van het rookverbod uit te zonderen.

Voor elektronische sigaretten zonder nicotine, navulverpakkingen zonder nicotine en patronen zonder nicotine die voor inwerkingtreding van dit artikel in de handel zijn gebracht, worden de in artikel 4.6, eerste lid, bedoelde gegevens en bescheiden uiterlijk zes maanden na het moment waarop dit artikel in werking is getreden aan Onze Minister verstrekt.

Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot voor roken bestemde tabaksproducten tot 20 mei 2019 andere regels gesteld over de positie van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing en merknamen en logo’s in verband met de positie van de accijnszegel, bedoeld in de Wet op de accijns, waarbij voor verschillende voor roken bestemde tabaksproducten verschillende regels kunnen worden gesteld.

Een wijziging van de tabaksproductenrichtlijn en besluiten vastgesteld ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn gaan voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging van de tabaksproductenrichtlijn of besluiten vastgesteld ter uitvoering van de tabaksproductenrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Elektronische sigaretten zonder nicotine, navulverpakkingen zonder nicotine en patronen zonder nicotine die zijn geproduceerd voor 1 juli 2018 en die niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens artikel 2.4 en 3.3 mogen tot 1 juli 2019 in de handel worden gebracht.

Op een tabaksautomaat waarmee tabaksproducten of aanverwante producten in de handel werden gebracht reeds voor de datum waarop artikel I, onderdeel A, van het besluit van ..., houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit ter regeling van een uitzondering voor verkooppunten op het verbod te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten te tonen, verbod op verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten zonder ter handstelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon, en faciliteiten in aangewezen rookruimtes (Stb. 2019, XXX ), in werking is getreden, blijft tot 1 januari 2022, artikel 5.3 zoals dat luidde voor dat tijdstip van inwerkingtreding, van toepassing.

Dit besluit wordt aangehaald als: Tabaks- en rookwarenbesluit.

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.