U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.

Regeling · BWBR0037414

Regeling kinderbijslagvoorziening BES

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 december 2015, 2015-0000304113, tot vaststelling van de specifieke gevallen waarin voor een kind met een ziekte of handicap kan worden afgeweken van de termijn, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES alsmede tot vaststelling van controlevoorschriften (Regeling kinderbijslagvoorziening BES)Regeling kinderbijslagvoorziening BESDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 5, derde lid, en 15, eerste lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES;

Besluit:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag9 december 2015De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.Klijnsma

In deze regeling wordt verstaan onder:

De minister kan van de termijn van vijf jaar, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de wet afwijken, indien het kind:

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet stelt de minister onverwijld in kennis van een wijziging in zijn adres of het adres van het kind.

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet verschijnt na een oproep op het kantoor van de minister op het openbaar lichaam waar de persoon woonachtig is.

De persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet maakt controle mogelijk door de functionarissen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet.

Indien het kind geen ingezetene is om onderwijsredenen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een door de onderwijsinstelling ingevulde en ondertekende schoolverklaring, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.

Indien het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet overlegt de persoon, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verzoek van de minister binnen een door de minister vastgestelde redelijke termijn een ingevulde en ondertekende verklaring van een buiten het grondgebied van de openbare lichamen gevestigde persoon of rechtspersoon die in het land van vestiging aan het kind zorg verleent in het kader van het in dat land bestaande sociale zekerheidsstelsel, dan wel bij gebreke daarvan overeenkomstig de wetgeving van dat land rechtmatig aan het kind zorg verleent als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit zorgverzekering BES, waaruit blijkt dat het kind geen ingezetene is in verband met een ziekte of handicap als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, waarbij hij gebruik maakt van een door de minister ter beschikking gesteld formulier.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling kinderbijslagvoorziening BES.