U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-12-2022.

Wet · BWBR0037522

Wet tegemoetkomingen loondomein

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 december 2015, houdende tegemoetkomingen in de loonkosten van specifieke groepen (Wet tegemoetkomingen loondomein)Wet tegemoetkomingen loondomeinWij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van de vereenvoudiging van de processen van de Belastingdienst en het terugdringen van administratieve lasten van werkgevers een instrument te introduceren dat het mogelijk maakt om op basis van reeds bij de overheid beschikbare gegevens geautomatiseerd en zonder de loonaangifteketen te belasten een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers te verstrekken en de bestaande premiekortingen voor ouderen en arbeidsgehandicapten te vervangen, mede om de bestaande verzilveringsproblematiek weg te nemen, en voorts een lage-inkomensvoordeel in te voeren voor werkgevers met werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar23 december 2015Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Financiën, E.D.WiebesDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F.Asscher de dertigste december 2015De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteur

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Een werkgever kan in de loonaangifte een verzoek doen voor de volgende tegemoetkomingen:

waarbij een uiterlijk op de in artikel 4.1, tweede of zevende lid, bedoelde datum van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft ingediend correctiebericht wordt opgevat als een in de loonaangifte gedaan verzoek.

Een loonkostenvoordeel oudere werknemer bedraagt € 3,05 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.2, doch ten hoogste € 6.000 per werknemer per kalenderjaar.

Een loonkostenvoordeel arbeidsgehandicapte werknemer bedraagt € 3,05 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.6, doch ten hoogste € 6.000 per werknemer per kalenderjaar.

Een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt € 1,01 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.10, doch ten hoogste € 2.000 per werknemer per kalenderjaar.

Een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer bedraagt € 3,05 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.14, doch ten hoogste € 6.000 per werknemer per kalenderjaar.

Een minimumjeugdloon voordeel bedraagt:

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Wijzigt deze wet.

Teneinde zo veel mogelijk evenwicht te bereiken tussen de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2.2, 2.6, 2.10, 2.14, 3.1 en 3.3, en de hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedragen, kunnen bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met ingang van 1 januari van enig jaar de in de artikelen 2.5, 2.9, 2.13, 2.17, 3.2 en 3.4 opgenomen bedragen worden verlaagd dan wel verhoogd.

Een werkgever die:

heeft met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 5.1 aanspraak op het overeenkomstige loonkostenvoordeel op grond van deze wet, waarbij de reeds verstreken duur van de premiekorting, bedoeld in onderdeel b, wordt afgetrokken van de maximale duur van de toepassing van het loonkostenvoordeel. De aanspraak bestaat niet of niet langer indien artikel 2.2, tweede lid, artikel 2.6, derde lid, artikel 2.10, tweede lid, of artikel 2.14, tweede lid, van toepassing is.

Vervallen

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet of onderdelen daarvan, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de tegemoetkomingen, bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1, in de praktijk.

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12 van de Wet raadgevend referendum.