U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 18-01-2016.

Wet · BWBR0037546

Wet pleziervaartuigen 2016

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 december 2015, houdende regels met betrekking tot de veiligheid en het in de handel brengen van pleziervaartuigen (Wet pleziervaartuigen 2016)Wet pleziervaartuigen 2016Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat het, gelet op richtlijn 2013/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 november 2013 betreffende pleziervaartuigen en waterscooters en tot intrekking van richtlijn 94/25/EG (PbEU L 354), noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot de veiligheid en het in de handel brengen van pleziervaartuigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden

Gegeven te Wassenaar23 december 2015Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranusde vijftiende januari 2016De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteur

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

In afwijking van artikel 4, derde lid, is het toegestaan om:

Keuringen ten aanzien van derden worden uitsluitend verricht door keuringsinstanties die in overeenstemming met artikel 8 beschikken over een aanmelding bij de Europese Commissie en de andere lidstaten van de Europese Unie.

Indien een keuringsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de desbetreffende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, geldt als veronderstelling dat zij voldoet aan de krachtens artikel 8, derde lid, gestelde criteria voor de beoordeling voor zover de toepasselijke geharmoniseerde normen met die criteria overeenkomen.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

Een wijziging van de bijlagen bij de richtlijn gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Deze wet treedt in werking met ingang van 18 januari 2016. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst wordt uitgegeven na 17 januari 2016, treedt deze wet in werking met ingang van de dag, volgende op die van plaatsing van deze wet in het Staatsblad.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet pleziervaartuigen 2016.