Wijzigingen Officiële bron
Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW 2016Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW 2016De directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement, de Arbeidstijdenwet, het Arbeidstijdenbesluit vervoer, het Besluit Personenvervoer 2000 en artikel 4:83 Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

De directie van de Dienst Wegverkeer,H. vanSantenDirecteur Bedrijfsvoering

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 april 2016.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW 2016.

Dit is het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. Als erkenninghouder bent u gerechtigd een aantal taken uit te voeren namens de RDW. Het uitvoeren van deze taken kent een grote verantwoordelijkheid. De RDW houdt hier toezicht op. Hoe en waarom de RDW toezicht houdt, is vastgelegd in het toezichtbeleid. U vindt hier de regels die voor iedere erkenning gelden.

Het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief bevat algemene informatie voor iedere erkenninghouder, terwijl de bijlagen specifieke informatie bevatten over de afzonderlijke erkenningen. Voor het toezichtbeleid dat bij uw erkenning(en) hoort, leest u het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief én de bijlage(n) bij uw erkenning(en).

Het Algemeen Deel is niet van toepassing op APK-keurmeesters en op deelnemers aan de handelaarskentekenregeling. Voor het toezichtbeleid met betrekking tot de APK-keurmeester hoeft u alleen de Bijlage APK Keurmeester te lezen. Voor deelnemers aan de handelaarskentekenregeling is de Bijlage Bedrijfsvoorraad en Handelaarskentekenbewijzen van toepassing.

Samenvattend een illustratie van de samenstelling van de Toezichtbeleidsbrief:

Dit deel is getiteld: Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

Bij de RDW kunnen de volgende erkenningen en bevoegdheden worden aangevraagd:

Het is mogelijk dat u in het bezit bent van meerdere erkenningen en bevoegdheden.

De bevoegdheden die voor een natuurlijk persoon of rechtspersoon kunnen worden aangevraagd bij een erkenning bedrijfsvoorraad, zijn onderdeel van de erkenning bedrijfsvoorraad. Bent u erkenninghouder bedrijfsvoorraad met één of meerdere aanvullende bevoegdheden, dan geldt voor u dat u op de hoogte moet zijn van het Algemeen Deel, de Bijlage Erkenning Bedrijfsvoorraad en handelaarskentekenbewijzen en de bijlage Bevoegdheid tot het versneld aanvragen van de inschrijving van voertuigen (Versnelde Inschrijving).

Indien u zowel de erkenninghouder APK als de APK-keurmeester bent, leest u voor de erkenning APK het Algemeen Deel + de Bijlage Erkenninghouder APK. Voor de keuringsbevoegdheid richt u zich alleen op de Bijlage APK Keurmeester.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenningen en bevoegdheden. Dit gebeurt op basis van de Wegenverkeerswet 1994, de Arbeidstijdenwet en het Besluit personenvervoer 2000. De bepalingen die voor uw erkenning van toepassing zijn staan o.a. beschreven in de erkenningsregelingen. De geldende wet- en regelgeving kunt u vinden op www.overheid.nl.

De RDW houdt toezicht door middel van het uitvoeren van administratieve / registercontroles en bezoeken. In beginsel kondigt de RDW deze bezoeken aan. Daarnaast heeft de RDW het recht erkenninghouders onaangekondigd te bezoeken om toezicht uit te oefenen.

De RDW brengt de erkenninghouder een bezoek naar aanleiding van:

In iedere bijlage is aangegeven wat de frequentie is van het toezicht dat u van de RDW kunt verwachten.

Als erkenninghouder bent u bevoegd om namens de RDW bepaalde taken uit te voeren. Dit kan uiteenlopen van het inbouwen van alcoholsloten tot het tenaamstellen van voertuigen of het keuren van voertuigen. Door deze taken kunt u een breed pakket aan diensten aanbieden aan uw klanten. Naast het profijt dat u van de erkenning kunt hebben, brengt deze ook een grote verantwoordelijkheid voor u met zich mee. De RDW vertrouwt erop dat u op de juiste wijze gebruik maakt van de erkenning(en) en bevoegdheden en de verplichtingen uit de regelgeving naleeft. De RDW houdt toezicht op de correcte naleving van de eisen en voorschriften die uit de regelgeving voortvloeien en het juiste gebruik van de verantwoordelijkheden die u op eigen verzoek heeft ontvangen.

Een erkenning van de RDW brengt een aantal verplichtingen met zich mee. In dit hoofdstuk kunt u lezen aan welke verplichtingen u als erkenninghouder (blijvend) moet voldoen. Per bijlage worden deze, indien van toepassing, aangevuld met specifieke verplichtingen voor uw erkenning.

U en uw medewerkers moeten alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht door de RDW. Het niet meewerken aan toezicht leidt tot een sanctie.

Indien men zijn of haar emoties richt op de persoon van de RDW-medewerker d.m.v. verbale agressie (uitschelden), discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie in uw bedrijf door daar aanwezige personen dan is dit een categorie IV overtreding en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning. Ook bij fysiek geweld of dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker in uw bedrijf door daar aanwezige personen volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning en wordt aangifte gedaan door de RDW ten behoeve van strafrechtelijke vervolging.

Ook bij agressie, discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie dan wel dreiging daarmee ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW-medewerker buiten uw bedrijf geldt dat dit een categorie IV overtreding is en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning. Tevens geldt dat dit aanleiding kan zijn om aangifte te doen.

U moet beschikken over de algemeen verplicht gestelde documentatie. Per erkenning of bevoegdheid kan de documentatie verschillen. Per bijlage is weergegeven over welke documentatie u moet beschikken voor de betreffende erkenning of bevoegdheid.

U mag het RDW-erkenningsschild alleen voeren als u over een geldige erkenning of bevoegdheid beschikt. Wanneer u, om welke reden dan ook, geen gebruik meer kunt of mag maken van uw erkenning, dient u per direct de zaken die u voor het uitvoeren van de erkenning of bevoegdheid heeft verkregen, in te leveren bij de RDW. Het gaat hier in ieder geval om het erkenningsschild. Heeft u meerdere erkenningen op één locatie, dan moet u alleen de goederen inleveren die bij de erkenning of bevoegdheid horen waarvoor de intrekking voor onbepaalde tijd is opgelegd. Heeft u meerdere erkenningen verspreid over meerdere locaties, dan hoeft u alleen de zaken in te leveren van de locatie waarvoor de intrekking voor onbepaalde tijd van toepassing is. Per bijlage is aangegeven welke zaken nog meer moeten worden ingeleverd. Tevens dient u na intrekking voor onbepaalde tijd alle stickers, die op de ingetrokken erkenningen en/of bevoegdheden betrekking hebben, te verwijderen.

Als erkenninghouder moet u aan uw financiële verplichting voldoen. Dit geldt voor alle kosten die u als erkenninghouder moet voldoen. Voldoet u niet aan uw financiële verplichting, dan wordt de erkenning in eerste instantie voor de duur van zes weken geschorst. De ingangsdatum is dan 1 week na dagtekening van de verzending van dit besluit. Heeft u na deze periode nog steeds niet aan de financiële verplichting voldaan, dan wordt een intrekking voor onbepaalde tijd opgelegd.

Voor een goed gebruik van uw erkenning is het van groot belang dat u uw personeel voldoende instrueert. Hoe u dit invult is uw eigen verantwoordelijkheid. De gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel komen voor uw rekening en risico. Naast de gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel, komen ook fouten gemaakt door uw personeel, voor uw rekening en risico.

Met betrekking tot verschillende stukken en zaken is er sprake van een bewaarplicht. De betreffende stukken en zaken dient u ten minste twee jaar in een afsluitbare voorziening, zoals een kast of kluis, te bewaren.

Kijkt u in de bijlage van uw erkenning welke stukken en zaken u voor welke termijn moet bewaren, op welke manier u deze moet bewaren en of u de stukken ook moet vernietigen.

In het kader van erkenningen en bevoegdheden is de erkenninghouder verplicht de tellerstand aan de RDW te verstrekken. In de bijlage van uw erkenning kunt u lezen hoe hiermee om wordt gegaan.

De verplichting bestaat echter ook bij reparatie en onderhoud boven een bedrag van € 150,–. Bandenwissel wordt als een bijzondere vorm van onderhoud gezien. In dat geval geldt de bijlage van de erkenning en/of bevoegdheid die aan u verstrekt is.

Als een schorsing is opgelegd, betekent dit dat u uw erkenning of bevoegdheid niet mag gebruiken, omdat u niet meer aan alle eisen of (algemene) voorschriften voldoet. Een schorsing geldt voor 6 of 12 weken en duurt tot het moment waarop u hebt aangetoond weer te voldoen aan de betreffende eisen of voorschriften. U moet zelf aantonen dat de reden voor de schorsing is verholpen. Een schorsing kan leiden tot een herschouwing. Dit is afhankelijk van de reden waarvoor de schorsing is opgelegd. De herschouwing vindt plaats tegen geldend tarief (u vindt dit op www.rdw.nl). De schorsing gaat per direct in. In verband met de vereiste spoed wordt afgezien van het horen. Als u binnen de termijn van de schorsing de tekortkoming niet heeft verholpen, volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning. De geldigheid van handelaarskentekens wordt niet geschorst.

De RDW kan verscherpt toezicht opleggen in combinatie met een sanctie. Dit is een maatregel waardoor de frequentie van het toezicht op uw erkenning hoger wordt. Ook behoudt de RDW zich het recht voor om op andere momenten verscherpt toezicht op te leggen. In hoofdstuk 4 leest u hier meer over.

Bij een overtreding van de categorie IV kan bij de intrekking voor onbepaalde tijd tevens een wachttijd van 30 maanden voor het indienen van een aanvraag worden opgelegd. Zie verder ook de bijlage(n) bij uw erkenning(en).

Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld:

Als een overtreding is geconstateerd, krijgt u van de RDW in beginsel de gelegenheid uw zienswijze te uiten voordat wordt besloten u een sanctie op te leggen. In verband met de vereiste spoed zal uw zienswijze niet worden gevraagd in geval sprake is agressie, intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie dan wel dreiging daarmee ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW medewerker in uw bedrijf door daar aanwezige personen. Dit geldt ook indien agressie, intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie dan wel dreiging daarmee ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW medewerker buiten uw bedrijf plaatsvindt. In uw zienswijze kunt u alle feiten en omstandigheden weergeven, met name ook bijzondere feiten of omstandigheden. Niet als bijzonder feit of omstandigheid geldt het gestelde onder 4.4. Ook het naleven van de regelgeving of specifieke onderdelen daarvan geldt niet als bijzonder feit of omstandigheid. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het al dan niet opleggen van een sanctie en de zwaarte van de sanctie. Per bijlage staat beschreven hoe u uw zienswijze kunt uiten.

Een sanctie treedt in beginsel direct in werking. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd. Deze treedt in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking. Deze termijn is gesteld, zodat u uw eerstkomende afspraken met klanten kunt nakomen. De RDW zal bij meer dan één intrekking voor bepaalde tijd, de sanctie opvolgend ten uitvoer leggen.

Voor sancties en attenties inzake tellerstanden wordt een verjaringstermijn van 30 maanden gehanteerd. Dit betekent dat bij het opleggen van een vervolgsanctie eerdere overtredingen worden meegewogen. De verjaringstermijn geldt in alle gevallen. Dit betekent dat zowel uw goede historie als overtredingen niet meer dan 30 maanden meetellen. Dat u voor de verjaringstermijn de regelgeving heeft nageleefd, geen overtredingen heeft begaan of sancties zijn opgelegd, geldt dus niet als bijzonder feit of omstandigheid.

De RDW heeft mogelijke overtredingen ondergebracht in vier categorieën, te weten:

I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen betreft en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen betreft. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding is ingedeeld.

In het stroomschema op de laatste pagina worden de sancties schematisch weergegeven. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het vaker begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.

Meervoudige overtreding

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld. Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld, maar wordt een sanctie opgelegd in overeenstemming met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte. Als u na een meervoudige overtreding een volgende overtreding begaat wordt slechts de zwaarste overtreding van de meervoudige overtreding als historie aangemerkt. Of dit voor uw erkenning en/of bevoegdheden van toepassing is, zie de bijlage(n) bij uw erkenning(en).

De RDW kent de volgende sancties:

Schriftelijke waarschuwing

De waarschuwingen worden schriftelijk aan u bekend gemaakt. Dit kan in combinatie met verscherpt toezicht. Uit het stroomschema is te herleiden wanneer een waarschuwing met verscherpt toezicht wordt opgelegd. De schriftelijke waarschuwing heeft een geldigheidsduur van 30 maanden.

Waarschuwing via datacommunicatie

De waarschuwing via datacommunicatie wordt getoond op het scherm op een door uw provider aangegeven wijze (bijvoorbeeld bij ‘Raadplegen KI-gegevens’ c.q. bij ‘Raadplegen keurmeester-gegevens’). Dit gebeurt bij plaatsing in de P-klasse (geldt voor erkenningen APK/CA/ASP/Gasinstallaties). Een waarschuwing via datacommunicatie heeft altijd verscherpt toezicht tot gevolg.

Intrekking voor bepaalde tijd

Een intrekking voor bepaalde tijd houdt in dat u gedurende de aan u gemelde periode geen gebruik mag maken van de erkenning. Een intrekking voor bepaalde tijd wordt altijd gevolgd door een herschouwing tegen het geldende tarief (zie www.rdw.nl). In beginsel vindt de herschouwing plaats voordat u de erkenning weer mag gebruiken. Zie verder ook de bijlage(n) bij uw erkenning(en).

Een intrekking voor bepaalde tijd kan voor de periode van zes, negen, twaalf weken of zes maanden zijn. Dit is afhankelijk van uw historie en/of de categorie waarin de overtreding(en) valt of vallen. Ook gedurende de periode dat uw erkenning tijdelijk is ingetrokken, dient u aan alle voorschriften te voldoen.

Intrekking voor onbepaalde tijd

Een intrekking voor onbepaalde tijd betekent dat uw erkenning is ingetrokken. Om weer in aanmerking te komen voor een erkenning moet u een nieuwe aanvraag indienen bij de RDW.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een sanctiebesluit bezwaar indienen bij de RDW. U dient dit te doen binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit. U moet uw bezwaarschrift indienen bij de directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer. In uw bezwaarschrift geeft u aan waarom u het niet eens bent met het besluit. Uw bezwaar dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld.

Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW krijgt u in de regel de gelegenheid uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift. Stelt u prijs op een telefonische hoorzitting dan kunt u dit aangeven. Hoe u dit doet, kunt u lezen in de uitnodigingsbrief. U mag zich altijd laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Als u iemand die geen advocaat is, machtigt om namens u het woord te doen en u komt zelf niet naar de hoorzitting moet u een schriftelijke verklaring meegeven. Hierin geeft u aan dat deze persoon gemachtigd is om u te vertegenwoordigen. Als u zelf ook naar de hoorzitting komt is dit niet nodig.

Op basis van jurisprudentie kan tegen een schriftelijke waarschuwing en een waarschuwing via datacommunicatie geen bezwaar worden gemaakt.

Als u bezwaar, dat dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld, aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van maximaal 12 weken of een ongeldigverklaring van een handelaarskenteken, die wordt opgelegd naar aanleiding van een geconstateerde overtreding van (een van) uw handelaarskenteken(s), wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld. De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken nadat deze is verstuurd.

De RDW behoudt zich het recht voor om in bovenstaande gevallen geen opschortende werking te verlenen of deze te beëindigen. In dat geval wordt u hierover geïnformeerd.

Als de RDW een beslissing heeft genomen op uw bezwaarschrift, kunt u ongeacht het resultaat daartegen in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op uw bezwaar vindt u de clausule waarin beschreven staat hoe u in beroep kunt gaan. Indien u in beroep gaat wordt de werking van de beslissing op uw bezwaar niet opgeschort.

Als u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd of een intrekking voor 6 maanden, verleent de RDW bij een bezwaarprocedure geen opschortende werking van de sanctie. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de Rechtbank aanvragen.

Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘overheidsinformatie’ > ‘overheidsorganisaties’ > ‘rechterlijke macht’.

De Bijlage Erkenninghouder APK is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder APK. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder APK.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder APK van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Geldt uw erkenning APK voor meerdere keuringsplaatsen? Dan wordt in de regel de kwaliteit per keuringsplaats beoordeeld. Een eventuele sanctie wordt hierop afgestemd. In beginsel wordt steeds per keuringsplaats gesanctioneerd. Uitbreiding of wijziging van een erkenning is als gevolg van artikel 19, vijfde lid van de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.

Voor mobiele keuringseenheden geldt dat er aantoonbaar afwisselend keuringen moeten worden verricht in de op bijlage van de erkenning vermelde inrichtingen. Uitbreiding van een erkenning voor mobiele keuringseenheden is sinds 1 juli 2014 niet meer mogelijk.

Verder geldt dat uitbreidingen of wijzigingen van de erkenning zoals in uw uittreksel van de Kamer van Koophandel moeten worden gemeld aan de RDW ten behoeve van de aanpassing van het erkenningsbesluit.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning APK. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK.

(zie Algemeen deel)

Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de uitgevoerde APK-keuring. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en de voorschriften houdt.

De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde APK-keuringen en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem. U leest hier meer over in de Regelgeving APK, Cusumsysteem ErkenninghouderAPK.

De RDW brengt u daarnaast in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.

Als u in bezit bent van de erkenning APK, moet u een keuringsplaats hebben waarin een door de RDW erkend keurmeester voertuigen APK mag keuren. Hiermee levert u een bijdrage aan de kwaliteit van het Nederlandse wagenpark. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning APK.

De erkenning APK kan nog op twee manieren worden uitgevoerd: met een vaste keuringsplaats en met mobiele keuringseenheden. Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen de mobiele erkenninghouder en de niet-mobiele erkenninghouder, is dit in de tekst aangegeven.

Het raadplegen en afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden op de in het handboek regelgeving APK aangegeven tijden.

In de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK staat het keuringsproces beschreven. U wordt er met nadruk op gewezen dat u uw bedrijfsvoering zodanig inricht dat aan alle verplichtingen wordt voldaan. De volledige keuring van het voertuig wordt door de keurmeester uitgevoerd. Kort gezegd houdt dit het volgende in:

Bij al deze handelingen moeten zowel het voertuig als de keurmeester in de keuringsruimte aanwezig zijn. De aan de keurmeesters verstrekte pincodes ten behoeve van het afmelden zijn persoonsgebonden. Deze mogen niet door iemand anders worden gebruikt. Ook u als erkenninghouder moet er zorg voor dragen dat het gebruik van de pincode van een keurmeester persoonsgebonden is en blijft.

Sleutelen in quarantainetijd

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefherkeuring een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de keuringsplaats aanwezig persoon, of dit nu uw personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Ook als u of anderen tijdens de uitvoering van de steekproef, inclusief een eventuele herkeuring in beroep, zonder toestemming van de RDW medewerker aan het voertuig wijzigingen aanbrengt of aan laat brengen, wordt dit aangemerkt als ‘sleutelen in quarantainetijd’.

Het verlenen van medewerking tijdens de steekproef

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig, de keurmeester en het keuringsrapport aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Dit houdt onder meer in dat na de melding dat het voertuig in een steekproef valt:

Als een voertuig de keuringsplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden voor u de volgende, in artikel 32 van de Regeling opgenomen verplichtingen:

Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan en is om deze reden dan ook niet als bijzonder feit of omstandigheid aan te merken.

Ook de aanwezigheid van het kentekenbewijs bij aankomst van de steekproefcontroleur, bijvoorbeeld omdat het voertuig uw eigendom is of in uw bedrijfsvoorraad is opgenomen, vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest, maar maakt de overtreding van artikel 31 van de Regeling niet ongedaan en is om die reden dan ook geen bijzonder feit of omstandigheid.

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u het keuringsrapport alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

Als erkenninghouder APK moet u over de volgende documentatie op papier of digitaal beschikken:

De documentatie moet u ook aan uw keurmeesters ter beschikking stellen ten behoeve van de APK-keuringen.

Als aan u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd of u beëindigt de erkenning op eigen verzoek dan moet u de in het Algemeen Deel genoemde stukken, per direct inleveren bij de RDW. Bent u een mobiele erkenninghouder APK, dan voert u geen erkenningsschild of raamstickers. U kunt deze dus ook niet inleveren bij de RDW.

Bij een verzoek om beëindiging van een erkenning, waarbij daaraan voorafgaand sancties zijn opgelegd, wordt aan dit verzoek voldaan na effectuering van de sancties.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Als erkenninghouder APK moet u uw personeel in ieder geval over de volgende zaken instrueren:

De steekproefcontrolerapporten die u ontvangt moeten 30 maanden worden bewaard.

Als erkenninghouder APK moet u beschikken over een werkplaats die voldoet aan de Arbo-eisen, goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet een dusdanige capaciteit hebben dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.

De keuringsplaats moet ook voorzien zijn van een deugdelijke hefinrichting of een inspectieput. Wat de RDW verstaat onder deugdelijkheid met betrekking tot deze voorzieningen vindt u in hoofdstuk 6 van deze bijlage.

Voor de erkenninghouder van een mobiele keuringseenheid geldt dat bovenstaande verplichtingen ook van toepassing zijn op de inrichtingen.

Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u het register kunt inzien en een keuring kunt afmelden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde keuringsplaats worden gebruikt.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

U mag in uw keuringsplaats alleen die voertuigen keuren waarvoor uw erkenning van toepassing is. Let hierbij vooral op brandstofsoort, de afmetingen (let daarbij op de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting en het blijvend functioneren van de afrijbeveiliging) en de toegestane maximum massa van de voertuigen die naar uw keuringsinstantie komen. Het keuren van een voertuig buiten de erkenning, is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Als blijkt dat een voertuig niet in het zogenaamde APK-register van de RDW voorkomt, maar er voor dat voertuig wel een keuringsrapport door u afgegeven, is dit fraude. U kunt zelf controleren of een afgemeld voertuig ook daadwerkelijk is geaccepteerd door de RDW en dus in het keuringsregister is opgenomen. U kunt dit doen aan de hand van:

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

Als u een erkenning heeft ten behoeve van het eigen wagenpark treedt iedere sanctie onmiddellijk in werking. Voor de andere erkenningen geldt dat de sanctie in beginsel direct in werking treedt. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van 6, 9 of 12 weken. Deze treedt in beginsel na 1 week na het versturen ervan in werking. Deze termijn is gesteld om uw eerstkomende afspraken met klanten na te kunnen komen.

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

Zie Algemeen Deel

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

Indien de som van een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

(zie Algemeen Deel)

Bij een overtreding van de categorie IV of een vierde overtreding binnen 3 jaar wordt een sanctie van intrekking voor onbepaalde tijd en een wachttijd van 30 maanden voor het doen van een nieuwe aanvraag opgelegd.

Zowel op het keuringsrapport als het steekproefcontrolerapport staan deze procedures vermeld.

Voor meer informatie over artikel 90 en 91 procedure van de Wegenverkeerswet 1994 wordt u verwezen naar de Administratieve procedures van de Regelgeving APK.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Omdat u tegen elke steekproefherkeuring in beroep kunt gaan, is het niet mogelijk om afzonderlijk tegen de plaatsing in de P-klasse in beroep te gaan.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In dit hoofdstuk leest u hoe een aantal erkenningseisen bij het toezicht van de RDW wordt beoordeeld.

Bij de aanvraag van een erkenning wordt onderzocht of u voldoet aan de erkenningseisen. Hiervoor geldt dat u onder meer de beschikking moet hebben over ruimte en apparatuur. U moet permanent aan deze eisen voldoen. De periodieke controlebezoeken door de RDW zijn primair bedoeld om te beoordelen of u nog aan deze eisen voldoet, maar dit kan eveneens ten tijde van steekproeven plaatsvinden.

Verlichting

Onder goede verlichting in de keuringsruimte wordt verstaan dat de gemiddelde lichtopbrengst minimaal 300 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. Bij twijfel wordt de lichtopbrengst in de keuringsruimte vastgesteld aan de hand van een lichtmeting. De lichtmeting wordt uitgevoerd met een luxmeter. Dit gebeurt als volgt:

Verwarming

De keuringsruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de keuringsruimte minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.

De verwarming van de keuringsruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Hefinrichting

Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:

De deugdelijkheid en goede staat van onderhoud van de hefinrichting blijkt uit een minimaal eenmaal per jaar, door een bij de RDW aangemelde en geaccepteerde voor hefinrichtingen gecertificeerd bedrijf of persoon, afgegeven certificaat en geldige goedkeursticker hiervoor heeft afgegeven aan de erkenninghouder.

Inspectieput

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

Koplamptester

Een koplamptestapparaat wordt geacht deugdelijk te zijn indien:

Krik

Als gebruik wordt gemaakt van een putkrik, moet deze doelmatig zijn. Hieronder wordt verstaan dat deze is voorzien van een beveiligingsvoorziening waarbij het voertuig niet kan zakken in geval van problemen met de krik (bijvoorbeeld lekkage). De krik moet minimaal voorzien zijn van een terugstroombeveiliging.

De Bijlage Erkenninghouder Controleapparaten is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder controleapparaten. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

De erkenning controleapparaten kan gelden als installateur controleapparaten of als reparateur controleapparaten. In het algemeen spreken we van de erkenninghouder controleapparaten. Daarmee bedoelen we zowel de installateur als de reparateur. Als er onderscheid gemaakt moet worden, wordt dit aangegeven.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(Zie Algemeen Deel)

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder controleapparaten.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Controleapparaten van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Uitbreiding of wijziging van een erkenning met een mobiele installatie eenheid of werkplaats is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie. Voor mobiele activeringseenheden geldt dat er aantoonbaar afwisselend activeringen moeten worden verricht in de op de bijlage van de erkenning vermeldde inrichtingen

In beginsel wordt een sanctie per mobiele installatie eenheid dan wel werkplaats van een erkenninghouder opgelegd. Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele installatie eenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende, werkplaatsen of met mobiele activeringseenheden in inrichtingen, drie overtredingen van de categorie III zijn geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken voor een periode van 12 weken. Dit houdt in dat u als erkenninghouder gedurende die 12 weken geen activeringen kunt verrichten,

Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele installatie eenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende werkplaatsen of met mobiele installatie eenheden in inrichtingen, een categorie IV overtreding wordt geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning controleapparaten. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Arbeidstijdenwet Vervoer, het Arbeidstijdenbesluit, de Regeling controleapparaten 2005 en de Regeling tachograafkaarten.

(Zie Algemeen deel).

Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de inbouw of het onderzoek van het controleapparaat. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.

De frequentie van het toezicht door middel van herkeuringen (steekproeven) is afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde onderzoeken c.q. reparaties en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem. U leest hier meer over in het Cusumsysteem Controleapparaten 2005.

De RDW brengt u daarnaast in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.

Als erkenninghouder controleapparaten mag u digitale en analoge controleapparaten installeren, onderzoeken, kalibreren en/of repareren. Dit moet gebeuren in de door u opgegeven werkplaats, door een bevoegd persoon. Dit is iemand die is opgeleid om te werken met de typen controleapparaten waarvoor uw erkenning geldig is. Voor digitale tachografen geldt dat de bevoegde persoon niet alleen met succes een opleiding hebben afgerond, maar ook moet beschikken over een werkplaatskaart. Deze werkplaatskaart wordt afgegeven door de KIWA. Nadere informatie over het aanvragen en verkrijgen van een werkplaatskaart kunt u vinden op www.kiwa.nl

Deze bevoegdheid kan u in uw dienstverlening naar de klant grote voordelen opleveren. U kunt zo een volledig pakket aan diensten verlenen. De erkenning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door uw handelen, kan het toezicht op de arbeidstijden van uw klanten worden beïnvloed.

In de Regeling controleapparaten 2005 is beschreven aan welke eisen u permanent moet voldoen en hoe u uw erkenning moet gebruiken. In de Regeling tachograafkaarten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een tachograafkaart zijn verbonden.

U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en in het Handboek Tachograaf

De erkenning controleapparaten kan op twee manieren worden uitgevoerd: mobiel en niet-mobiel (vaste werkplaats). Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen een erkenninghouder met een vaste werkplaats en een erkenninghouder met een mobiele installatie-eenheid, is dit in de tekst aangegeven.

Het raadplegen en afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het Handboek Tachograaf opgegeven tijden.

Op 4 februari 2014 is de Verordening nr. 165/2014 vastgesteld, ter vervanging van de 3821/85. Deze Verordening, nr. 165/2014 geldt per 2 maart 2016. In de Regeling controleapparaten 2005 staan aanvullende nationale voorschriften beschreven voor het installeren, het onderzoeken en het repareren van controleapparaten. Om uw erkenning naar behoren te kunnen gebruiken heeft u naast de verplicht gestelde documentatie de verordening nodig.

Samengevat moet u bij elke installatie of onderzoek in ieder geval aan de volgende voorschriften voldoen:

Ik wijs u er met nadruk op dat ook installaties en onderzoeken (inclusief de manipulatiecheck) van voertuigen met een niet Nederlands kenteken moeten worden afgemeld. In artikel 36, tweede lid, is geregeld in dat geval moet het volledige identificatienummer worden gebruikt bij de melding.

Sleutelen in quarantainetijd

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de installatie. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de keuringsplaats aanwezig persoon, of dit nu uw personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Ook als er tijdens de uitvoering van de steekproefcontrole, inclusief de second opinion zonder toestemming van de RDW-medewerker aan het voertuig of het controleapparaat wijzigingen worden aangebracht, wordt dit aangemerkt als ‘sleutelen in quarantainetijd’.

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. Als een voertuig in de steekproef valt, is de bevoegde persoon verplicht aanwezig. Aan de steekproef moet alle medewerking worden verleend. Naast de aanwezigheid van de bevoegde persoon betekent dit dat hij ook meteen feitelijke assistentie verleent, door onder meer zijn werkplaatskaart ter beschikking te stellen. Ook moet u de ruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking stellen. De steekproefcontroleur moet uiterlijk binnen 15 minuten na aankomst aan de steekproef kunnen beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om de bevoegde persoon of het voertuig van elders (buiten de werkplaats) te laten komen. Bij een overtreding van deze voorschriften wordt een intrekkingsprocedure gestart.

U als erkenninghouder bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig en de bevoegde persoon aanwezig zijn en blijven zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Heeft u een erkenning voor een mobiele installatie-eenheid controleapparaten, dan geldt dat ook de mobiele installatie-eenheid, bij de steekproef aanwezig moet zijn.

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten in uw werkplaats aanwezig, dan mag u het voertuig vrijgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

Als een voertuig in de steekproef valt moet u al het mogelijke doen om te voorkomen dat het voertuig de werkplaats verlaat. U doet dit bijvoorbeeld door uw klanten goed te informeren over de steekproef, hen niet op de installatie, onderzoek of kalibratie te laten wachten, hun vervangend vervoer aan te bieden of hen weg te laten brengen. In ieder geval moet u uw klant voorafgaand aan de installatie duidelijk maken dat de mogelijkheid bestaat dat zijn voertuig in de steekproef valt en dat hij verplicht is hieraan mee te werken. Als een voertuig de werkplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur.

De aanwezigheid van het kentekenbewijs bij aankomst van de steekproefcontroleur, bijvoorbeeld omdat het voertuig uw eigendom is of in uw bedrijfsvoorraad is opgenomen, vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest, maar maakt de overtreding niet ongedaan en is om die reden dan ook geen bijzonder feit of omstandigheid.

Als erkenninghouder controleapparaten moet u beschikken over de werkplaatshandboeken en documentatie die door de fabrikant of importeur van de controleapparaten wordt voorgeschreven. Uw personeel moet hier ook over kunnen beschikken. Daarnaast moet u gebruik maken van het Handboek Tachograaf.

Bent u een erkenninghouder met een mobiele installatie-eenheid, dan hoeft u geen erkenningsschild of raamstickers te voeren.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Bevoegd personeel

Onder bevoegd personeel wordt personeel verstaan dat de vereiste opleiding om controleapparaten te installeren, repareren en kalibreren met succes heeft afgerond. Voor de erkenninghouder van digitale tachografen geldt dat de bevoegde persoon per erkende werkplaats over maximaal één werkplaatskaart mag beschikken. Deze heeft hij nodig om als installateur of reparateur controleapparaten te onderzoeken en te kalibreren. Verricht de bevoegde persoon deze werkzaamheden in meerdere erkende werkplaatsen, dan heeft hij voor iedere erkende werkplaats een werkplaatskaart nodig.

De cursus voor het installeren en onderzoeken van controleapparaten wordt verzorgd door de fabrikant of de importeur van de controleapparaten. Een afschrift van het scholingsbewijs moet altijd in de werkplaats aanwezig zijn en op verzoek worden getoond.

Per 2 maart 2016 gelden nieuwe verplichtingen voor de bevoegde persoon.

Naast de opleiding door de fabrikanten of importeurs moeten deze personen worden getoetst door een door de RDW aangewezen instelling. Dit is het IBKI. De bevoegde personen ontvangen na diplomering een pas en pincode van de RDW die 4 jaar geldig is. Voor verlenging van de pas en pincode moet de bevoegde persoon opnieuw met goed gevolg een toets afleggen.

De bevoegdheidspas en pincode moet worden gebruikt voor het afmelden van de tachografen in het RDW register. Deze verstrekte pas en pincodes zijn persoonsgebonden en mogen niet door iemand anders worden gebruikt. Ook u als erkenninghouder moet er zorg voor dragen dat het gebruik van de pincode persoonsgebonden is en blijft.

Over de invoering van de verplichte toets met bevoegdheidspas en pincode, per 1 januari 2017, ontvangt u nader bericht.

Overig personeel

Om de regelgeving goed te kunnen naleven en de erkenning in stand te houden, moet het personeel in ieder geval over de volgende zaken zijn geïnformeerd:

U moet de gegevens op de registerkaart tot ten minste drie jaar na installatie, onderzoek of reparatie bewaren zoals aangegeven in de Regeling controleapparaten 2005. Daarnaast mogen de verzegelinrichting, de werkplaatskaarten en de toegangscodes alleen toegankelijk zijn voor bevoegd personeel.

Als erkenninghouder controleapparaten moet u beschikken over een werkplaats die goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik.

De verwarming van de werkplaats moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u een tachograafonderzoek kunt afmelden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde werkplaats worden gebruikt.

In de Regeling controleapparaten 2005 staat beschreven over welke apparatuur en gereedschap de bevoegde installateur en reparateur moet beschikken. Dit kan door de fabrikant of importeur voorgeschreven apparatuur zijn of door de RDW daaraan gelijkwaardig geachte apparatuur. Het gaat hierbij veelal om specifieke meetapparatuur en gereedschap. Alle apparatuur en gereedschap moeten deugdelijk zijn en in goede staat verkeren.

Na installatie, onderzoek of reparatie, inclusief de manipulatiecheck van het controleapparaat moeten de gegevens op uw eigen registerkaart worden vastgelegd. Daarna moet het voertuig via datacommunicatie worden afgemeld bij de RDW.

Bij een analoog controleapparaat moeten de gegevens worden genoteerd op zogenaamde registerkaarten. Voor digitale controleapparaten mogen deze gegevens zowel op papier als digitaal worden opgeslagen.

Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de Wet bescherming persoonsgegevens(WBP) van toepassing. Dit houdt onder meer in, dat u een verwerking van persoonsgegevens moet aanmelden bij het College bescherming persoonsgegevens. Dit kan eenvoudig door middel van een formulier dat u kunt downloaden van het internet. Voor meer informatie kijkt u op www.cbpweb.nl.

Als een digitaal controleapparaat defect is en vervangen moet worden door een nieuw digitaal controleapparaat, moeten de voertuiggegevens in het defecte apparaat worden veiliggesteld. Dit blijkt in de praktijk niet altijd mogelijk. In dat geval moet u een zogenaamd ‘certificate of undownloadability’ of een ‘certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’ afgeven aan de transportondernemer (werkgever of zelfstandige). In Nederland kunnen alle erkenninghouders een dergelijk document afgeven. Dit document moet worden voorzien van een certificaatnummer die u bij de RDW kunt aanvragen; u wordt hier apart over geïnformeerd. Van de uitgegeven certificaten moet u een eigen administratie bijhouden. U moet de afgegeven certificaten en de veiliggestelde data ongewijzigd ten minste één jaar bewaren.

Is het niet mogelijk de gegevens digitaal over te brengen, maar kan er wel een afdruk uit het apparaat worden gegenereerd? Dan moet die afdruk worden gemaakt en aan het certificaat worden gehecht.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Als erkenninghouder bent u ervoor verantwoordelijk dat alleen die typen controleapparaten in uw werkplaats worden geïnstalleerd, onderzocht en gekalibreerd, waarvoor uw erkenning van toepassing is. Indien uw erkenning geldig is voor een digitaal controleapparaat dan geldt dit voor alle merken en typen digitale controleapparaten.

Als blijkt dat een voertuig niet is afgemeld bij de RDW, maar er wel een installatieplaatje is aangebracht, of de instellingen van het apparaat worden gewijzigd zonder dit bij de RDW af te melden, wordt dit aangemerkt als een overtreding.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

Als u een erkenning heeft ten behoeve van uw eigen wagenpark, treedt iedere sanctie onmiddellijk in werking.

(Zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

(Zie Algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

signaalsnelheid snelheidsbegrenzer onjuist ingesteld

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat een overtreding geconstateerd wordt die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

(zie Algemeen deel)

Als u het niet eens bent met het resultaat van de steekproefcontrole, kunt u hiertegen in beroep gaan. U moet dit direct aangeven aan de steekproefcontroleur en vermelden op het steekproefcontrolerapport. De RDW-medewerker belt dit dan door. De RDW zal vervolgens een nieuw onderzoek instellen naar het besluit van de steekproefcontroleur. Voorwaarde is wel dat het voertuig in ongewijzigde staat beschikbaar blijft. De steekproefcontroleur zal aanwezig blijven.

Bij klachten van belanghebbenden of constateringen van de politie of IL&T zal door een deskundige van de RDW onderzocht worden of het installatieplaatje ten onrechte is aangebracht. Indien bij het onderzoek vast komt te staan dat, gelet op het tijdsbestek, het installatieplaatje ten onrechte is aangebracht op de datum van afmelding, zal dit meetellen in het voornoemde cusumsysteem.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Het is niet mogelijk om tegen de plaatsing in de P-klasse in beroep te gaan.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage Erkenninghouder Gasinstallaties is een bijlage bij het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder gasinstallaties. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

Bij de erkenning gasinstallaties wordt onderscheid gemaakt tussen de erkenninghouder en de LPG-technicus. De erkenninghouder gasinstallaties beheert de werkplaats en de LPG-technicus keurt de LPG-installaties. Voor de LPG-technicus is er geen aparte bijlage in de Toezichtbeleidsbrief. Het toezicht op de erkenning wordt onder andere gehouden op basis van het cusumsysteem. Dit betekent dat wanneer de LPG-technicus een fout begaat, u daar als erkenninghouder voor kunt worden gesanctioneerd. De LPG-technicus wordt in onderdeel 3.1.5 apart besproken.

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als Erkenninghouder gasinstallaties.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder gasinstallaties van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Geldt uw erkenning voor meerdere werkplaatsen? Dan wordt in de regel de kwaliteit per werkplaats beoordeeld. Een eventuele sanctie wordt hierop afgestemd. In beginsel wordt steeds per werkplaats gesanctioneerd. Uitbreiding of wijziging van een erkenning is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning gasinstallaties. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling aanpassing voertuigen.

De RDW houdt toezicht op de erkenninghouder gasinstallaties door middel van herkeuringen (steekproeven) en periodieke controlebezoeken.

Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de keuring van de LPG-gasinstallatie. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.

De frequentie van het toezicht door middel van herkeuringen (steekproeven) is afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde keuringen van LPG-gasinstallaties en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). De RDW hanteert een percentage van gemiddeld 5% steekproeven. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem. U leest hier meer over in het Cusumsysteem LPG-Erkenninghouders. De RDW brengt u in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.

Als u in het bezit bent van een erkenning gasinstallaties mag u LPG-gasinstallaties keuren in voertuigen die in Nederland zijn geregistreerd. Dit moet gebeuren in de erkende werkplaats. Dit houdt in dat de werkplaats aan een aantal eisen moet voldoen.

Het raadplegen en afmelden van keuringen van gasinstallaties in voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het handboek keuring gasinstallaties opgegeven tijden.

In de Regeling aanpassing voertuigen staat het keuringsproces beschreven. U wordt er met nadruk op gewezen dat u uw bedrijfsvoering zodanig inricht dat aan de verplichtingen in deze regeling wordt voldaan. Dit houdt het volgende in:

Als er in uw werkplaats een G3-installatie dan wel een R115-installatie wordt gekeurd, moet de inbouw uitgevoerd zijn aan de hand van de bij de installatie geleverde documentatie. Ook moet worden gecontroleerd of de betreffende gasinstallatie voor het specifieke merk en type voertuig is toegestaan.

Bij al deze handelingen moeten zowel het voertuig als de LPG technicus in de werkplaats aanwezig zijn. Per 1 januari 2015 geldt dat de aan de LPG technicus verstrekte bevoegdheidspas en pincodes ten behoeve van het afmelden persoonsgebonden zijn. Deze mogen niet door iemand anders worden gebruikt. Ook u als erkenninghouder moet er zorg voor dragen dat het gebruik van de pincode van een LPG technicus persoonsgebonden is en blijft.

Sleutelen in quarantainetijd

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van een voertuig en de komst van een steekproefcontroleur aan een afgemeld voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een zo duidelijk mogelijk beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring van de LPG-gasinstallatie.

Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de werkplaats aanwezig persoon, of dit nu uw personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Ook als er tijdens de steekproefcontrole, inclusief de eventuele second opinion, zonder toestemming van de steekproefcontroleur aan het voertuig wijzigingen worden aangebracht, wordt dit aangemerkt als ‘sleutelen in quarantainetijd’.

Het verlenen van medewerking tijdens de steekproef

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig, de LPG- technicus en de opnamekaart gasinstallatie aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren Dit houdt onder meer in dat na de mededeling dat het voertuig in een steekproef valt:

Indien een voertuig de werkplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden de volgende verplichtingen:

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u de opnamekaart gasinstallatie alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

Als erkenninghouder moet u over de volgende documentatie op papier of digitaal beschikken:

De documentatie moet u ook aan uw LPG-technicus ter beschikking stellen ten behoeve van de keuringen van de LPG gasinstallaties.

Als erkenninghouder gasinstallatie moet u een erkenningsschild en raamsticker voeren.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Als erkenninghouder gasinstallaties moet u uw personeel in ieder geval over de volgende zaken instrueren:

De LPG-technicus

Iemand is LPG-technicus, als hij beschikt over het diploma LPG-technicus van de stichting VAM. De LPG-technicus is bevoegd om LPG-gasinstallaties te keuren.

Om de kwaliteit van keuren van gasinstallaties te onderhouden en bevorderen is per 1 januari 2014 een verplichte toets om de 4 jaar ingevoerd. Indien de toets met goed gevolg is afgelegd ontvangt de LPG technicus een bevoegdheidspas en pincode die vanaf 1 januari 2015 moet worden gebruikt bij het afmelden van gasinstallaties.

Voor nadere informatie over de toets kunt u zich wenden tot het IBKI.

In de Regeling aanpassing voertuigen vindt u een lijst met stukken die u moet archiveren. U moet deze stukken 3 jaar bewaren. Het betreft hier onder andere:

Als erkenninghouder gasinstallatiemoet u beschikken over een werkplaats die goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet een dusdanige capaciteit hebben dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.

De verwarming van de werkplaats moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

De werkplaats moet ook voorzien zijn van een deugdelijke hefinrichting of een inspectieput. Wat de RDW verstaat onder deugdelijkheid met betrekking tot deze voorzieningen vindt u in hoofdstuk 6 van deze bijlage.

Om uw erkenning te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u keuringen van LPG-gasinstallaties kunt afmelden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde werkplaats worden gebruikt.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Als blijkt dat een wijziging van de brandstof in het voertuig niet in het kentekenregister van de RDW voorkomt, maar er voor dat voertuig wel een opnamekaart gasinstallatie door u is afgegeven, is dit fraude. U kunt zelf controleren of een afgemeld voertuig ook daadwerkelijk is geaccepteerd door de RDW en dus in het register is opgenomen. U kunt dit doen aan de hand van:

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

(Zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

(Zie Algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

(zie Algemeen Deel)

Bij een overtreding van de categorie IV of een vierde overtreding binnen 3 jaar wordt een sanctie van intrekking voor onbepaalde tijd en een wachttijd van 30 maanden voor het doen van een nieuwe aanvraag opgelegd.

Als u het niet eens bent met het resultaat van de steekproefherkeuring, kunt u hiertegen in beroep gaan. Meer hierover leest u in het boekwerk Regelgeving keuring gasinstallatie onder ‘administratieve procedures’.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Het is niet mogelijk om tegen de plaatsing in de P-klasse in beroep te gaan.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

De Bijlage erkenning alcoholsloten is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de Erkenninghouder installateur Alcoholsloten. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(Zie Algemeen Deel)

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder installateur alcoholsloten.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder installateur alcoholsloten van de Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Geldt uw erkenning voor meerdere werkplaatsen? Dan wordt in de regel de kwaliteit per werkplaats beoordeeld. Een eventuele sanctie wordt hierop afgestemd. In beginsel wordt steeds per werkplaats gesanctioneerd. Uitbreiding of wijziging van een erkenning met een mobiele installatie eenheid dan wel werkplaats is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.

De RDW houdt toezicht op de verleende Erkenninghouder installateur alcoholsloten. De basis van het toezicht is vastgelegd in de volgende regelgevingen:

De RDW houdt toezicht op de Erkenninghouder installateur alcoholsloten door middel van herkeuringen (steekproeven) en periodieke controlebezoeken.

Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de werkzaamheden aan het alcoholslot. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.

De constateringen gedaan door de politie, de IVW, de RDW, het CBR of -schriftelijke- klachten van belanghebbenden die menen dat een voertuig onterecht is afgemeld dan wel ten onrechte niet is afgemeld, kunnen worden gesanctioneerd.

De frequentie van het toezicht door middel van steekproeven is afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde activeringen en onderzoeken en de resultaten van de steekproeven. De RDW hanteert een percentage van gemiddeld 5% steekproeven op de activeringen en onderzoeken van alcoholsloten. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem. U leest hier meer over in het Cusumsysteem installateur alcoholsloten. De RDW brengt u daarnaast in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.

Als erkenninghouder installateur alcoholsloten mag u werkzaamheden aan alcoholsloten uitvoeren, zoals installeren, onderzoeken, kalibreren en/of repareren. Dit moet gebeuren in de door u opgegeven werkplaats, door een gekwalificeerde persoon. Dit is een gekwalificeerd persoon die is opgeleid om te werken met de betreffende typegoedgekeurde alcoholsloten.

De erkenning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door uw handelen, kan het toezicht op de deelnemers aan het alcoholslotprogramma worden beïnvloed.

In de Regeling aanpassing voertuigen hoofdstuk 4b (installateur alcoholsloten is beschreven aan welke eisen u permanent moet voldoen en hoe u uw erkenning moet gebruiken. In de onder 2.1 vermelde regeling alcoholsloten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een erkenning alcoholslot zijn verbonden.

U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en in het Handboek Alcoholslot.

De erkenning alcoholsloten kan op twee manieren worden uitgevoerd: mobiel en niet-mobiel (vaste werkplaats). Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen een erkenning met een vaste werkplaats en een erkenning met een mobiele installatie-eenheid, is dit in de tekst aangegeven.

Het raadplegen en afmelden van alcoholsloten mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de door de RDW in het handboek Alcoholsloten opgegeven tijden.

De Wegenverkeerswet vormt de basis voor de werkzaamheden aan alcoholsloten. In de Regeling voertuigen staan aanvullende nationale voorschriften beschreven voor de werkzaamheden aan alcoholsloten. Samengevat moet u bij elke installatie of onderzoek in ieder geval aan de volgende voorschriften voldoen:

Sleutelen in quarantainetijd

Het is ten strengste verboden om tussen het melden van werkzaamheden aan het alcoholslot en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig(inclusief het alcoholslot) te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de werkzaamheden aan het alcoholslot. Het aanbrengen van wijzigingen of metingen verrichten aan het betreffende voertuig vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Ook als u tijdens de uitvoering van de steekproefcontrole zonder toestemming van de steekproefcontroleur aan het voertuig wijzigingen aanbrengt of laat aanbrengen, wordt dit aangemerkt als ‘sleutelen in quarantainetijd’.

Opgemerkt wordt dat het toegestaan is, na aankomst van de RDW medewerker, de inbouwpanelen te verwijderen om de vereiste controle van alle verbindingen en verzegelingen mogelijk te maken. Echter, het is efficiënter om de panelen open te laten wanneer u het voertuig afmeldt. Wanneer u de melding krijgt dat er geen steekproef is gevallen kunt u de panelen weer monteren. Mocht er wel een steekproef zijn gevallen dan mag u, vanzelfsprekend, geen wijzigingen meer aan de staat van het voertuig aanbrengen en kan na aankomst van de RDW medewerker de steekproef direct van start gaan.

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. Als een voertuig in de steekproef valt, is de gekwalificeerde persoon verplicht aanwezig. Aan de steekproef moet alle medewerking worden verleend. Naast de aanwezigheid van de gekwalificeerde persoon betekent dit dat hij ook meteen assistentie verleent. Ook moet u de ruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking stellen. De steekproefcontroleur moet binnen 15 minuten na aankomst aan de steekproef kunnen beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om de gekwalificeerde persoon of het voertuig van elders (buiten de werkplaats) te laten komen. Bij een overtreding van deze voorschriften wordt een intrekkingsprocedure gestart.

U als erkenninghouder bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig en de gekwalificeerde persoon aanwezig zijn en blijven zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Heeft u een erkenning voor een mobiele installatie-eenheid alcoholsloten, dan geldt dat ook de mobiele installatie-eenheid, bij de steekproef aanwezig moet zijn.

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten in uw werkplaats aanwezig, dan mag u het voertuig vrijgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

Als een voertuig in de steekproef valt, moet u al het mogelijke doen om te voorkomen dat het voertuig de werkplaats verlaat. U doet dit bijvoorbeeld door uw klanten goed te informeren over de steekproef, hen niet op de installatie, onderzoek of kalibratie te laten wachten of hen weg te laten brengen. In ieder geval moet u uw klant voorafgaand aan de installatie duidelijk maken dat de mogelijkheid bestaat dat zijn voertuig in de steekproef valt en dat hij verplicht is hieraan mee te werken. Als het voertuig de werkplaats heeft verlaten moet u dit direct telefonisch of per fax bij het APK Centrum Nederland (ACN) van de RDW. Doe dit niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur.

Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan en is om deze reden dan ook niet als bijzonder feit of omstandigheid aan te merken

Als erkenninghouder installateur alcoholsloten moet u beschikken over de werkplaatshandboeken en documentatie die door de erkenninghouder-producent van de alcoholsloten wordt voorgeschreven. Uw personeel moet hier ook over kunnen beschikken. Daarnaast wordt aangeraden gebruik te maken van het Handboek alcoholsloten.

In afwijkingen van de andere RDW erkenningen moeten bij de erkenninghouder installateur alcoholslot zowel het RDW schild als de sticker ‘alcoholsloten’ aan de binnenkant van elke werkplaats waarvoor een erkenning is verleend worden gevoerd. Hierbij dient te worden gedacht aan een voor klanten goed zichtbare plaats, zoals de balie waar klanten worden ontvangen.

Wanneer u tevens in het bezit bent van een andere RDW erkenning, zoals een APK erkenning, geldt de hoofdregel dat het schild aan de buitenzijde van de vestiging gevoerd moet worden. Echter, de sticker ‘alcoholsloten’ dient om privacy redenen van de deelnemer in alle gevallen aan de binnenzijde van de werkplaats gevoerd te worden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Gekwalificeerd personeel

Onder gekwalificeerd personeel wordt personeel verstaan dat de vereiste opleiding om werkzaamheden aan alcoholsloten uit te voeren met succes heeft afgerond.

De opleiding voor werkzaamheden aan alcoholsloten wordt verzorgd door de erkenninghouder-producent van het betreffende merk alcoholsloten. Een afschrift van het scholingsbewijs moet altijd in de werkplaats of mobiele installatie-eenheid aanwezig zijn en op verzoek worden getoond.

Overig personeel

Om de regelgeving goed te kunnen naleven en de erkenning in stand te houden, moet het personeel in ieder geval over de volgende zaken zijn geïnformeerd:

De installateur is verantwoordelijk voor het informeren van de deelnemer aan het alcoholslotprogramma over de inbouw, het functioneren, het gebruik van en omgaan met en de uitbouw van het alcoholslot. Nadat u deze uitleg heeft gegeven dient u ook schriftelijke informatie aan de deelnemer te verstrekken, zodat de deelnemer alles thuis nog eens rustig kan doorlezen. Deze schriftelijke informatie heeft u ontvangen van de erkenninghouder producent.

Zowel de installateur als deelnemer ondertekent het informatieformulier dat door de RDW beschikbaar is gesteld.

De installateur archiveert het getekende formulier bij de administratie van het alcoholslot.

U moet de relevante administratie met betrekking tot werkzaamheden aan het alcoholslot tot ten minste vijf jaar na werkzaamheden aan het alcoholslot bewaren zoals aangegeven in de Regeling aanpassing voertuigen.

Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing. Voor meer informatie kijkt u op www.cbpweb.nl.

Als erkenninghouder alcoholsloten moet u beschikken over een werkplaats die goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet deugdelijk van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik.

Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u werkzaamheden aan het alcoholslot kunt melden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde werkplaats worden gebruikt.

In de Regeling erkenning alcoholsloten staat beschreven over welke apparatuur en gereedschap de installateur alcoholsloten moet beschikken. Dit is door de erkenninghouder-producent voorgeschreven apparatuur of door de RDW daaraan gelijkwaardig geachte apparatuur. Het gaat hierbij veelal om specifieke meetapparatuur en gereedschap. Alle apparatuur en gereedschap moeten deugdelijk zijn en in goede staat verkeren.

U verwerkt persoonsgegevens in het kader van de erkenning installateur alcoholsloten.

De RDW is op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en in de terminologie van deze wet verantwoordelijke ten aanzien van deze persoonsgegevens; u bent -in de terminologie van diezelfde wet- bewerker ten aanzien van deze persoonsgegevens.

Bepalingen die gelden voor bewerkers van het alcoholslotregister

Een bewerker is degene die ten behoeve van de RDW persoonsgegevens verwerkt, zonder aan het rechtstreeks gezag van de RDW te zijn onderworpen. Daarbij gelden als criteria:

Op grond van het voorgaande wordt u volgens de Wbp aangemerkt als bewerker ten behoeve van de RDW van de persoonsgegevens.

Voor zover u toegang heeft tot persoonsgegevens mag u deze slechts verwerken in opdracht van de RDW. Het is niet toegestaan, zonder voorafgaande toestemming van de RDW, op enigerlei wijze tot persoonsgegevens herleidbare informatie, die u uit hoofde van de door u verrichte werkzaamheden ter kennis is gekomen, te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor die gegevens aan u ter beschikking zijn gesteld. Een en ander behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.

U dient de persoonsgegevens op behoorlijke en zorgvuldige wijze en in overeenstemming met toepasselijke wet- en regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens te verwerken.

U bent niet bevoegd de persoonsgegevens aan enige derde te tonen, verstrekken of anderszins ter beschikking te stellen, behoudens wettelijke verplichtingen.

U bent verplicht, technische en organisatorische maatregelen te treffen om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking. Deze maatregelen dienen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau te garanderen gelet op de risico's die de verwerking en de aard van te beschermen gegevens met zich meebrengen. De maatregelen dienen er mede op te zijn gericht, onnodige verzameling en verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen.

U dient redelijke pogingen te ondernemen om zeker te stellen dat de persoonsgegevens correct en volledig zijn.

U dient in voorkomende gevallen volledige medewerking te verlenen aan RDW om:

U bent niet bevoegd de genoemde verplichtingen geheel of gedeeltelijk over te dragen aan derden.

U dient een geheimhoudingsverplichting op te leggen aan uw personeelsleden en andere bij de uitvoering betrokken personen.

U mag de persoonsgegevens niet verder of langer verwerken dan noodzakelijk in het kader van de genoemde activiteiten. U dient zo snel mogelijk na intrekking van uw erkenning installateur alcoholslot alle persoonsgegevens die u namens RDW heeft verwerkt te vernietigen dan wel (indien de bewaartermijnen nog niet zijn verstreken) aan RDW te overhandigen.

De RDW houdt toezicht op de naleving van bovenstaande. Dit toezicht kan tevens worden uitgevoerd door een (externe) onafhankelijke auditor, in welk geval het rapport van de auditor aan de RDW ter hand wordt gesteld.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Als erkenninghouder bent u ervoor verantwoordelijk dat alleen aan die typegoedgekeurde alcoholsloten in uw werkplaats werkzaamheden worden verricht, waarvoor u gecertificeerd en gemandateerd bent.

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

Als u een erkenning heeft ten behoeve van uw eigen wagenpark, treedt iedere sanctie onmiddellijk in werking.

(Zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

(Zie Algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat een overtreding geconstateerd wordt die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In afwijking van het Algemene deel bestaat bij de erkenning installateur alcoholslot niet de mogelijkheid om tegen het resultaat van de steekproefherkeuring in beroep te gaan. Mocht de constatering leiden tot een besluit van de RDW dan kunt u hiertegen wel in bezwaar. In dit verband wordt verwezen naar paragraaf 5.2.

Bij klachten van belanghebbenden of constateringen van de politie, IVW, CBR of RDW zal door een deskundige van de RDW onderzocht worden of het alcoholslot ten onrechte is goedgekeurd. Wanneer blijkt dat het slot ten onrechte is goedgekeurd zal dit leiden tot een sanctie.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Het is niet mogelijk om tegen de plaatsing in de P-klasse in beroep te gaan.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage Erkenninghouder Boordcomputer taxi is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder boordcomputer taxi. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(Zie Algemeen Deel)

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als Erkenninghouder boordcomputer taxi.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Boordcomputer taxi van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Uitbreiding of wijziging van een erkenning met een mobiele activeringseenheid of werkplaats is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie. Voor mobiele activeringseenheden geldt dat er aantoonbaar afwisselend activeringen moeten worden verricht in de op de bijlage van de erkenning vermeldde inrichtingen

In beginsel wordt een sanctie per mobiele activeringseenheid dan wel werkplaats van een erkenninghouder opgelegd. Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele activeringseenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende, werkplaatsen of met mobiele activeringseenheden in inrichtingen, drie overtredingen van de categorie III zijn geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken voor een periode van 12 weken. Dit houdt in dat u als erkenninghouder gedurende die 12 weken geen activeringen kunt verrichten,

Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele activeringseenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende werkplaatsen of met mobiele activeringseenheden in inrichtingen, een categorie IV overtreding wordt geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning boordcomputer taxi. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Besluit Personenvervoer 2000, de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi, Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi en de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten.

De RDW houdt toezicht op de erkenninghouder boordcomputer taxi door middel van periodieke controlebezoeken.

Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.

De RDW brengt u in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.

Als erkenninghouder boordcomputer taxi mag u een boordcomputer taxi activeren en onderzoeken. Dit moet gebeuren in de door u opgegeven werkplaats of met de mobiele activeringseenheid in de door u opgeven inrichting. Per werkplaats of mobiele activeringseenheid beschikt u over maximaal 2 keuringskaarten. Deze keuringskaart wordt afgegeven door de KIWA. Nadere informatie over het aanvragen en verkrijgen van een keuringskaart kunt u vinden op www.kiwa.nl.

Deze erkenning kan u in uw dienstverlening naar de klant grote voordelen opleveren. U kunt zo een volledig pakket aan diensten verlenen. De erkenning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door uw handelen kan het toezicht op de arbeidstijden van uw klanten worden beïnvloed.

In de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi is beschreven aan welke eisen u permanent moet voldoen en hoe u uw erkenning moet gebruiken. In de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een keuringskaart zijn verbonden.

U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en op www.rdw.nl.

De erkenning boordcomputer taxi kan op twee manieren worden uitgevoerd: mobiel en niet-mobiel (vaste werkplaats). Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen een erkenninghouder met een vaste werkplaats en een erkenninghouder met een mobiele installatie-eenheid, is dit in de tekst aangegeven.

In hoofdstuk 3, paragraaf 2, van de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi staan de voorschriften die bij elke activering of onderzoek moeten worden uitgevoerd. Samengevat betreft dit:

Nadat de werkzaamheden aan de boordcomputer zijn afgerond worden de relevante gegevens vastgelegd op een registerkaart. U dient nog wel de kilometerstand door te geven aan de RDW.

Als erkenninghouder boordcomputer taxi moet u beschikken over handboeken en documentatie die voor de werkzaamheden aan de boordcomputer noodzakelijk zijn. Uw personeel moet hier ook over kunnen beschikken.

Bent u een erkenninghouder met een mobiele activeringseenheid, dan hoeft u geen erkenningsschild of raamstickers te voeren.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Onder ter zake kundig personeel wordt personeel verstaan die voldoende kennis en vaardigheden heeft om boordcomputers taxi te activeren en onderzoeken.

Om de regelgeving goed te kunnen naleven en de erkenning in stand te houden, moet het personeel in ieder geval zijn geïnformeerd:

U moet de gegevens op de registerkaart tot ten minste twee jaar bewaren. Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de Wet bescherming persoonsgegevens(WBP) van toepassing. Dit houdt onder meer in, dat u een verwerking van persoonsgegevens moet aanmelden bij het College bescherming persoonsgegevens. Dit kan eenvoudig door middel van een formulier dat u kunt downloaden van het internet. Voor meer informatie kijkt u op www.cbpweb.nl.

Indien er sprake is van de-activering van een boordcomputer taxi geldt een bewaartermijn van 6 maanden na overdracht van de gegevens op de externe gegevensdrager.

Als erkenninghouder boordcomputer taxi moet u beschikken over een werkplaats of, bij een mobiele activeringseenheid en een inrichting, die voldoet aan de Arbo- eisen, goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik.

De verwarming moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat bij verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u bij werkzaamheden aan de boordcomputer de kilometerstand kunt melden.

In de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi staat beschreven over welke apparatuur en gereedschap de erkenninghouder voor elke werkplaats of mobiele activeringseenheid permanent moet beschikken. Dit kan ook door de fabrikant of importeur voorgeschreven apparatuur zijn of door de RDW daaraan gelijkwaardig geachte apparatuur. Het gaat hierbij veelal om specifieke meetapparatuur en gereedschap. Alle apparatuur en gereedschap moeten deugdelijk zijn en in goede staat verkeren.

Als een boordcomputer defect is en vervangen moet worden, moeten de in het geheugen van het defecte apparaat opgeslagen gegevens worden veiliggesteld. Dit zal in de praktijk niet altijd mogelijk zijn. In dat geval moet u een ‘certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’ afgeven. Een model certificaat is te downloaden op www.rdw.nl. Dit document moet worden voorzien van een certificaatnummer die u bij de RDW kunt aanvragen. Van de uitgegeven certificaten moet u een eigen administratie bijhouden. U moet de afgegeven certificaten en de veiliggestelde data ongewijzigd ten minste één jaar bewaren.

Is het niet mogelijk de gegevens digitaal over te brengen, maar kan er wel een afdruk uit het apparaat worden gegenereerd? Dan moet die afdruk worden gemaakt en aan het certificaat worden gehecht.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

De constateringen gedaan door de politie, de ILT, de RDW of -schriftelijke- klachten van belanghebbenden, kunnen worden gesanctioneerd.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

(Zie Algemeen Deel)

(Zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

(Zie Algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Er zijn geen voorbeelden van overtredingen in categorie II.

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat een overtreding geconstateerd wordt die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage Erkenning Tenaamstelling (dienstverlening aan het loket) is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder tenaamstelling en diens loketten. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen. Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

Als erkenninghouder tenaamstelling kunt u met uw landelijk dekkend netwerk van loketten, diensten voor derden aanbieden. Hierbij vervult u een loketfunctie voor burgers en bedrijven voor de volgende RDW diensten:

U bent verplicht om alle bovengenoemde diensten aan te bieden wanneer u erkenninghouder tenaamstelling bent.

U bent verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening. Dit betekent dat u de dienst uitvoert voor eigen rekening en risico.

Let op! Voor deze erkenning geldt een opzegtermijn van 1 jaar.

(zie Algemeen Deel)

Deze bijlage heeft betrekking op het zwart gearceerde onderdeel van het onderstaande schema.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Tenaamstelling (dienstverlening aan het loket) van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De erkenning tenaamstelling wordt verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze natuurlijk of rechtspersoon wordt aangeduid als de ‘erkenninghouder’. De erkenninghouder staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Alleen de erkenninghouder tenaamstelling krijgt een bedrijfsnummer toegekend, de afzonderlijke loketten niet. De loketten die onderdeel uitmaken van het landelijk dekkend netwerk van loketten van deze erkenninghouder, voeren de dienstverlening uit onder de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de erkenninghouder tenaamstelling. Bij overtredingen wordt de erkenninghouder gesanctioneerd. Omdat ook de kwaliteit per loket wordt beoordeeld, kan een eventuele sanctie inhouden dat de erkenninghouder aan een bepaald loket of door bepaalde medewerkers de handelingen behorend bij de erkenning niet meer mag uitvoeren.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning tenaamstelling. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement en de Regeling erkenning tenaamstelling.

Zie Algemeen deel. Daarnaast houdt de RDW toezicht op de erkenning tenaamstelling en de bijbehorende loketten door middel van een accountantscontrole, administratieve controles en indien nodig fysieke controles. Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van onder andere signaleringen van andere instanties zoals de Belastingdienst en Douane ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat erkende bedrijven waar overtredingen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht zullen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Ingeval u niet voldoet aan de gestelde voorwaarden dan heeft de RDW de mogelijkheid om te interveniëren. Met nadruk wordt gesteld dat overtredingen die worden geconstateerd bij de loketten aan u worden toegerekend. U heeft na constatering de verplichting om de noodzakelijke maatregelen te treffen om structureel verbeteringen door te voeren.

Als u in bezit bent van de erkenning tenaamstelling heeft u de mogelijkheid om de registratie ten aanzien van voertuigverplichtingen te wijzigen. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning.

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen, moet u permanent aan een aantal andere voorwaarden voldoen. Deze zijn weergegeven in onderdeel 3.1 A t/m D en 3.1.1 t/m 3.1.7. U moet blijvend voldoen aan de volgende vereisten:

A Loket vereisten

B ICT- en beveiligingseisen

C Facturatie

D Kwaliteit dienstverlening

Meewerken aan toezicht door de RDW

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de voor de erkenning te controleren relevante administratie ter beschikking van de accountant/auditor of de RDW moet stellen en dat u binnen de gestelde termijn aan de RDW de gevraagde informatie verstrekt. Dit houdt onder andere in dat:

Tevens dient u medewerking te verlenen aan een bedrijvencontroleur van de RDW bij een bezoek aan u of één van uw loketten.

U bent verantwoordelijk voor de kwaliteit van de dienstverlening en draagt er zorg voor dat de medewerkers die de transacties verrichten aantoonbare kennis hebben op het gebied van documentherkenning en identiteitsvaststelling. Ter ondersteuning hierbij stelt de RDW een e-learning module aan u beschikbaar over deze onderwerpen, zie hiervoor www.rdw.nl. Verder geldt dat u aan elk loket actuele documentatie beschikbaar stelt van de tenaamstellingsapplicatie, procedures en handleidingen ten behoeve van de geautoriseerde medewerkers van een loket. Bij geen gebruik wordt de documentatie in een afsluitbare voorziening opgeborgen.

Aan de buitenzijde van een loket mag alleen een erkenningsticker van de erkenning tenaamstelling zijn bevestigd als op de betreffende locatie voertuigtenaamstellingen, schorsingen en opheffen van schorsingen van de voertuigverplichtingen worden uitgevoerd. Bij een loket dat definitief is gesloten, moet de betreffende erkenningsticker direct worden verwijderd. Tevens dient u na beëindiging van de erkenning of na intrekking van de erkenning voor onbepaalde tijd, de erkenningstickers van de erkenning tenaamstelling bij de loketten te verwijderen.

Als erkenninghouder moet u aan uw financiële verplichtingen voldoen.

U bent aan de RDW een kostendekkend tarief (‘leges’) per transactie verschuldigd.

U mag voor het uitvoeren van de tenaamstellings- en schorsingshandelingen naast de leges die u verschuldigd bent aan de RDW, kosten in rekening brengen aan de klant tot het maximaal vastgestelde bedrag dat als zodanig is gepubliceerd in de Regeling tarieven van de RDW. Deze wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Voor een goed gebruik van uw erkenning is het van groot belang dat u de medewerkers die de handelingen uitvoeren voldoende instrueert. Hoe u dit invult is uw eigen verantwoordelijkheid. De gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van de medewerkers komen voor risico en kunnen voor uw rekening komen. Naast de gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van de medewerkers, komen ook fouten gemaakt door de medewerkers, voor uw risico en kunnen voor uw rekening komen. Zie tevens paragraaf 3.1 en 3.1.2 van deze bijlage.

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Niet van toepassing.

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen Deel gaat een schorsing van de erkenning 1 week na dagtekening van de brief in.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking voor onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel op 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

De verjaringstermijn van waarschuwingen en intrekkingen voor bepaalde tijd zijn voor de erkenning tenaamstelling gesteld op 30 maanden.

Voor de erkenning tenaamstelling wordt een stroomschema overtredingen en sanctionering gebruikt dat afwijkt van het Algemeen Deel. Alleen de categorie IV overtredingen komen overeen. Voor de overige overtredingen geldt dat er geen indeling in categorieën wordt toegepast. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van overtredingen. Ook de in het Algemene Deel vermelde meervoudsregel wordt niet toegepast. Dit betekent dat, indien een of meer overtredingen worden geconstateerd, het bijgevoegde sanctieschema onverkort wordt toegepast.

Meervoudige overtredingen

In afwijking van het Algemeen Deel worden meerdere of verschillende overtredingen die tijdens één controlemoment worden geconstateerd als enkelvoudige overtreding gesanctioneerd.

Voorbeelden van overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Onderstaande geldt voor de erkenning:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding bij constatering alsnog te categoriseren en te sanctioneren.

De waarschuwing is een weergave van de geconstateerde overtreding bij loket of loketten. Een waarschuwing leidt niet tot een intrekking. Dit kan in combinatie met verscherpt toezicht, afhankelijk van de termijn waarbinnen een volgende waarschuwing wordt gegeven. De erkenninghouder wordt er op gewezen dat hij de gemaakte overtreding indien noodzakelijk en mogelijk moet herstellen en maatregelen dient te nemen om herhaling van deze en eventuele andere overtredingen te voorkomen.

De RDW kan aan de erkenninghouder een gehele of gedeeltelijke intrekking van de erkenning opleggen. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar: voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Intrekking voor bepaalde tijd

Een intrekking voor bepaalde tijd houdt in dat u gedurende de bepaalde periode geen erkenning heeft of dat een bepaald loket de handelingen behorend bij de erkenning niet meer mag uitvoeren voor een bepaalde periode. Een intrekking voor bepaalde tijd kan voor de periode van zes, negen, twaalf weken of zes maanden zijn. Gedurende de periode dat de erkenning is ingetrokken kunt u op uw loketten of op een specifiek loket geen voertuigen tenaamstellen, schorsen of ontschorsen. Ook gedurende de periode van de tijdelijke intrekking, dient u aan alle voorschriften te voldoen.

Intrekking voor onbepaalde tijd

Een intrekking voor onbepaalde tijd betekent dat de erkenning is ingetrokken. Om weer in aanmerking te komen voor een erkenning moet een nieuwe aanvraag worden ingediend bij de RDW. De RDW kan bij de intrekking voor onbepaalde tijd besluiten dat daartoe een bepaalde termijn van maximaal 30 maanden geldt waarbinnen een nieuwe aanvraag door dezelfde natuurlijk- of rechtspersoon wordt afgewezen.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage Export Dienstverlening is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder Export Dienstverlening. De erkenning ‘Export Dienstverlening’ stelt een bedrijf in staat om de tenaamstelling ten behoeve van een derde in het kentekenregister te beëindigen indien de in Nederland ingeschreven en tenaamgestelde voertuigen door die derde worden geëxporteerd. Dat maakt het mogelijk om voor derden de export te verzorgen.

Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(zie Algemeen Deel)

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder Export Dienstverlening.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Export Dienstverlening van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(zie Algemeen Deel)

Vanaf 1 januari 2013 is Export Dienstverlening een zelfstandige erkenning. Het hebben van een erkenning bedrijfsvoorraad is geen voorwaarde.

De erkenning Export Dienstverlening wordt verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het bezoekadres (volgens de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel) van het bedrijf moet in Nederland, of in Duitsland of België tot maximaal 25 kilometer hemelsbreed vanaf het dichtstbijzijnde punt van de Nederlandse grens, gevestigd zijn. Daarnaast moeten de werkzaamheden op het bezoekadres plaatsvinden.

Deelerkenning

In het geval u een bedrijf met meerdere vestigingen heeft dan kunnen ook deze nevenvestigingen door middel van een apart bedrijfsnummer onder de erkenning worden gebracht. Dit wordt een deelerkenning genoemd.

Om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van een erkenning te brengen, moet u per vestiging een aanvraag indienen bij de RDW. Hierbij geldt als voorwaarde dat de nevenvestiging als zodanig staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Uiteraard moet de vestiging ook voldoen aan de overige erkenningseisen. Voor aanvullende informatie over nevenvestigingen kunt u de Informatiemap voor de voertuigbranche raadplegen die u van de RDW heeft ontvangen. De Informatiemap voor de voertuigbranche kunt u ook vinden via www.rdw.nl.

De ‘deelerkenning’ voor nevenvestigingen is een specifieke faciliteit. Deze deelerkenning houdt in dat de bedrijvencontroleur van de RDW op de deelerkende nevenvestiging informeert naar de voertuigen die daar voor export zijn aangemeld.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning Export Dienstverlening. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement en de Regeling Export Dienstverlening.

De RDW houdt toezicht op de erkenning Export Dienstverlening door middel van periodieke controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles. Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van andere instanties zoals de Belastingdienst en Douane ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

Risico Gestuurd Toezicht

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat bedrijven waar overtredingen en/of signalen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht kunnen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Periodieke controlebezoeken

De periodieke controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt. Bij geen gehoor worden, verspreid over verschillende werkdagen, maximaal twee nieuwe pogingen ondernomen om het bezoek aan te kondigen. De bedrijvencontroleurs spreken geen antwoordapparaten of voicemails in. Als na maximaal (in totaal) drie pogingen geen controlebezoek kan plaatsvinden, bezoekt de bedrijvencontroleur uw bedrijf onaangekondigd. De bedrijvencontroleur belt niet met nummerherkenning. U kunt hieraan echter geen rechten ontlenen. U bent er zelf voor verantwoordelijk dat de bedrijvencontroleur het bezoek telefonisch kan aankondigen.

Wordt bij aankomst in uw bedrijf niemand aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan laat de bedrijvencontroleur een kaartje achter waaruit blijkt dat hij bij uw bedrijf is geweest. De RDW stuurt u vervolgens een ‘verklaring controle erkenning en/of handelaarskentekens en -kentekenbewijzen’ toe. Op deze verklaring kunt u maximaal drie telefoonnummers invullen waarop u bereikbaar bent of waarop een door u gemachtigde persoon bereikbaar is. U dient dit formulier ingevuld en binnen de daarvoor gestelde termijn naar de RDW te sturen. Doet u dit niet of brengt u toevoegingen op het formulier aan, dan kan dit leiden tot een schorsing van uw erkenning voor de duur van zes weken.

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op het bedrijfsadres aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Wanneer in verband met langdurige afwezigheid uw bedrijf gesloten is en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zodat controle op de erkenning niet mogelijk is, dan brengt u de RDW hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is minimaal 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

Als u in bezit bent van de erkenning Export Dienstverlening, heeft u de mogelijkheid om de registratie van een voertuig in het Kentekenregister te beëindigen. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning.

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen voor de erkenning Export Dienstverlening, moet u aan andere voorwaarden voldoen. U moet blijvend beschikken over een inschrijving van de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarnaast moet u op uw bedrijfsadres blijvend de beschikking hebben over een door de RDW goedgekeurde, werkende kluis voor het bewaren van de blanco kentekenbewijsdelen II en verder alle overige documenten en bescheiden.

De kluis moet geschikt zijn voor opslag van de blanco kentekenbewijzendelen II (A4-formaat) en minimaal voldoen aan de Europese norm EN 14 450 Securitylevel 1. Meer informatie hierover kunt u vinden op de site van de Vereniging Geld- en Waardeberging (VGW) www.geldenwaardeberging.nl.

Als u niet meer aan een van deze verplichtingen voldoet, leidt dat tot een schorsing van de erkenning. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

Bij de aanvraag van uw erkenning hebt u van de RDW een exemplaar van de Informatiemap voor de voertuigbranche ontvangen. Hierin staan diverse procedures beschreven. Ik adviseer u deze Informatiemap goed te bewaren. De Informatiemap voor de voertuigbranche kunt u bestellen via telefoonnummer 0900-9739. U kunt de complete tekst van de Informatiemap voor de voertuigbranche ook vinden op www.rdw.nl. Als er wijzigingen in de Informatiemap voor de voertuigbranche plaatsvinden, krijgt u geen nieuwe versie toegezonden. Ik adviseer u daarom om regelmatig de website van de RDW te raadplegen om na te gaan of er wijzigingen hebben plaatsgevonden.

Als aan u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd, moet u naast de in het Algemeen Deel genoemde stukken ook alle blanco kentekenbewijs delen II (t.b.v. export) die u in bezit heeft per direct inleveren bij de RDW.

In afwijking van het Algemeen deel gaat de financiële schorsing in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

In plaats van een afsluitbare voorziening, zoals in het Algemeen Deel genoemd staat, moet u voor het volgende gebruik maken van een inbraakwerende kluis:

Voor de overige zaken en voor de overige bevoegdheden kunt u volstaan met een afsluitbare voorziening, zoals in het Algemeen Deel is beschreven.

(zie Algemeen Deel)

Indien u een aanvraag voor een erkenning en/of bevoegdheid indient, dan wordt deze aanvraag geweigerd indien in de twaalf weken voorafgaand aan uw aanvraag een reeds dezelfde aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken. In het geval dat een aan u reeds afgegeven erkenning twee keer of meer is ingetrokken, dan wordt de aanvraag geweigerd tot zes maanden na de laatste intrekking.

Tijdens de controlebezoeken wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of u de verplichtingen die uit uw erkenning voortvloeien naleeft. Omdat in de regel controle plaatsvindt door middel van steekproeven, kan het gebeuren dat tijdens de controle niet alle onregelmatigheden aan het licht komen. Het is daarom aan te raden een goede administratie van de door u voor export afgemelde voertuigen bij te houden. Dit kan u helpen problemen te voorkomen.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve sanctiebrief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve sanctiebrief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van verzending van de primaire sanctiebrief dan wel de waarschuwing.

(zie Algemeen Deel)

Hieronder worden per categorie voorbeelden van overtredingen vermeld.

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

(zie Algemeen Deel)

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole, verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenkomt met de som van de categorieën.

Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenkomt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

(zie Algemeen Deel)

Na afloop van een intrekking voor bepaalde tijd wordt de intrekking automatisch door de RDW beëindigd. Wel moet uw bedrijf daarna opnieuw bezocht worden door een bedrijvencontroleur van de RDW. Dit wordt een herschouwing genoemd. Deze herschouwing dient binnen 2 weken nadat de sanctie is opgeheven plaats te vinden. De bedrijvencontroleur kondigt het bezoek kort tevoren telefonisch aan (zie voor de procedure ‘Wijze van toezicht houden’ punt 2.2 van deze bijlage). Voldoet u bij de herschouwing niet aan de eisen en/of voorschriften dan kunt u in het stroomschema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd. Aan de herschouwing zijn kosten verbonden.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd anders dan voor het niet verlenen van medewerking aan de controle en herschouwing en ondanks telefonische aankondiging controle niet mogelijk is, wordt gekeken of er sprake is van een geldige verklaring als bedoeld onder 2.2 van deze bijlage. Is er van uw bedrijf geen (geldige) verklaring zoals bedoeld in 2.2 van deze bijlage dan kunt u onder dat punt lezen wat de gevolgen voor u zijn.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd omdat u geen medewerking heeft verleend terwijl de bedrijvencontroleur daarna gebruik heeft gemaakt van de eerder door u ingevulde en ondertekende verklaring, zoals vermeld onder 2.2 van deze bijlage, dan wordt daaraan de conclusie verbonden dat u blijvend geen medewerking verleend en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage Bedrijfsvoorraad en Handelaarskentekenbewijzen is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder bedrijfsvoorraad en/of een deelnemer aan de handelaarskentekenregeling. Als erkenninghouder bedrijfsvoorraad kunt u voertuigen waarvan u eigenaar bent in uw bedrijfsvoorraad opnemen. U bent verplicht om alle voertuigen die u bedrijfsmatig inkoopt aan te melden. Voor deze voertuigen gelden dan geen voertuigverplichtingen, die gelden voor kentekenplichtige voertuigen. Uw bedrijfsvoorraadvoertuigen moeten wel verzekerd zijn. Dit kan een verzekering per voertuig zijn of een verzekering die de gehele bedrijfsvoorraad dekt. Informeer hiernaar bij uw verzekeringsmaatschappij. Een handelaarskenteken mag u gebruiken voor voertuigen die ter bewerking of herstel aan u ter beschikking zijn gesteld en/of voor voertuigen die behoren tot uw bedrijfsvoorraad. Het gebruik van het handelaarskenteken moet altijd in het kader zijn van uw bedrijfsactiviteiten.

Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(zie Algemeen Deel)

De erkenning bedrijfsvoorraad is tevens de basis voor een aantal bevoegdheden. In deze bijlage worden de volgende bevoegdheden onderscheiden:

De bevoegdheid Aanvraag tot het versneld inschrijven van voertuigen zonder afzonderlijk onderzoek (VI), wordt beschreven in een aparte bijlage van de Toezichtbeleidsbrief.

Naast de erkenning bedrijfsvoorraad en bijbehorende bevoegdheden is voor de voertuigbranche ook het handelaarskentekenbewijs (HKB) beschikbaar. Omdat het handelaarskentekenbewijs vaak in combinatie met de erkenning bedrijfsvoorraad wordt aangevraagd, wordt het in deze bijlage samen met de erkenning bedrijfsvoorraad behandeld.

Beschikt u niet over een erkenning bedrijfsvoorraad, maar wel over een handelaarskentekenbewijs, dan kunt u direct door naar hoofdstuk 6 van deze bijlage.

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder bedrijfsvoorraad en/of gebruiker van handelaarskentekenbewijzen.

Het is mogelijk dat u alleen over een erkenning bedrijfsvoorraad beschikt of over een erkenning bedrijfsvoorraad met onderliggende bevoegdheden. In deze bijlage wordt u dan in al deze gevallen aangesproken als erkenninghouder bedrijfsvoorraad.

Voor u geldt hoofdstuk 1 tot en met 5. Voor een combinatie met een handelaarskentekenbewijs geldt daarnaast ook hoofdstuk 6. Heeft u alleen een handelaarskentekenbewijs, leest u dan hoofdstuk 6.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Bedrijfsvoorraad en Handelaarskentekenbewijzen van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(zie Algemeen Deel)

Aan uw erkenning bedrijfsvoorraad kunnen bevoegdheden zijn gekoppeld. Deze koppeling is ook van invloed op een eventuele sanctie. Mocht bij u een overtreding worden geconstateerd dan kan deze zowel betrekking hebben op de erkenning bedrijfsvoorraad als een bevoegdheid.

In het geval van een intrekking van uw erkenning bedrijfsvoorraad heeft de sanctie ook effect op uw bevoegdheden omdat in dat geval van de bevoegdheden geen gebruik meer kan worden gemaakt. De intrekking van een bevoegdheid brengt echter geen intrekking van de erkenning als zodanig met zich mee. In hoofdstuk 4 vindt u voorbeelden van overtredingen per erkenning of bevoegdheid.

De erkenning bedrijfsvoorraad wordt verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het bedrijf moet in Nederland gevestigd zijn. In het geval u een bedrijf met meerdere vestigingen heeft, kunnen ook deze nevenvestigingen door middel van een apart bedrijfsnummer onder de erkenning worden gebracht. Dit wordt een deelerkenning genoemd.

Deelerkenning

Om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van een erkenning te brengen, moet u per vestiging een aanvraag indienen bij de RDW. Hierbij geldt als voorwaarde dat de nevenvestiging als zodanig staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Uiteraard moet de vestiging ook voldoen aan de overige erkenningseisen. Voor aanvullende informatie over nevenvestigingen kunt u de Informatiemap voor de voertuigbranche raadplegen die u van de RDW heeft ontvangen. De meest actuele Informatiemap voor de voertuigbranche kunt u ook vinden via www.rdw.nl.

De ‘deelerkenning’ voor nevenvestigingen is een specifieke faciliteit. Deze deelerkenning houdt in dat de bedrijvencontroleur van de RDW op de deel erkende nevenvestiging informeert naar de voertuigen die daar zijn aangemeld. U moet de op een vestiging aangemelde voertuigen op de deelerkende nevenvestiging of op een verifieerbare stallingslocatie kunnen tonen. U hoeft dus op het bedrijfsadres van de hoofdvestiging geen administratie van deze voertuigen bij te houden. Aan een deelerkenning kunnen ook de bevoegdheden Online Registratie Export voor Handelaren (OREH), Online Registratie Auto Demontage (ORAD), Versnelde Inschrijving (VI) of Tenaamstellen Voertuigbedrijf (TV) worden toegekend. De aan de deelerkenning verleende bevoegdheden mogen enkel worden gebruikt voor voertuigen die in die betreffende bedrijfsvoorraad zijn aangemeld.

Ook kan de nevenvestiging een eigen handelaarskentekenbewijs aanvragen. Het aan een nevenvestiging afgegeven handelaarskentekenbewijs mag alleen worden gebruikt voor voertuigen die in de bedrijfsvoorraad van die nevenvestiging zijn aangemeld of in verband met de op die nevenvestiging uit te voeren herstelwerkzaamheden.

Wordt de erkenning van een hoofd- of nevenvestiging (voor bepaalde of onbepaalde tijd) ingetrokken, dan mogen daar gedurende de intrekkingsperiode geen activiteiten plaatsvinden die verband houden met de erkenning bedrijfsvoorraad. U wordt er met klem op gewezen dat het niet is toegestaan dat voertuigen uit de bedrijfsvoorraad van een andere vestiging van uw bedrijf op het terrein van, of in de directe omgeving van de ingetrokken vestiging aanwezig zijn. Overtredingen van dit voorschrift kan intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad en ongeldigverklaring van de handelaarskenteken-bewijzen van de gehele onderneming tot gevolg hebben.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning bedrijfsvoorraad, op de bijbehorende bevoegdheden en op het gebruik van de handelaarskentekenbewijzen. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement, de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad en de Regeling handelaarskentekens en -kentekenbewijzen.

De RDW houdt toezicht op de erkenning bedrijfsvoorraad en de bijbehorende bevoegdheden door middel van periodieke controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles. Voor wat betreft de bevoegdheid Versnelde Inschrijving met afzonderlijk onderzoek gaat het letterlijk om controles van de voertuigen zelf waarvoor een inschrijving is aangevraagd. Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van andere instanties zoals de Belastingdienst en Douane ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

Risico Gestuurd Toezicht

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat bedrijven waar overtredingen en/of signalen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht kunnen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Periodieke controlebezoeken

De periodieke controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt. De bedrijvencontroleur belt niet met nummerherkenning. U kunt hieraan echter geen rechten ontlenen. U bent er zelf voor verantwoordelijk dat de bedrijvencontroleur het bezoek telefonisch kan aankondigen.

Bij geen gehoor worden, verspreid over verschillende werkdagen, maximaal twee nieuwe pogingen ondernomen om het bezoek aan te kondigen. De bedrijvencontroleurs spreken geen antwoordapparaten of voicemails in. Als na maximaal (in totaal) drie pogingen geen controlebezoek kan plaatsvinden, bezoekt de bedrijvencontroleur uw bedrijf onaangekondigd.

Wordt bij aankomst in uw bedrijf niemand aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan laat de bedrijvencontroleur een kaartje achter waaruit blijkt dat hij bij uw bedrijf is geweest. De RDW stuurt u vervolgens een ‘verklaring controle erkenning en/of handelaarskentekens en -kentekenbewijzen’ toe. Op deze verklaring kunt u maximaal drie telefoonnummers invullen waarop u bereikbaar bent of waarop een door u gemachtigde persoon bereikbaar is. U dient dit formulier ingevuld en binnen de daarvoor gestelde termijn naar de RDW te sturen. Doet u dit niet of brengt u toevoegingen op het formulier aan, dan kan dit leiden tot een schorsing van uw erkenning voor de duur van zes weken.

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op het bedrijfsadres aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Wanneer in verband met langdurige afwezigheid uw bedrijf gesloten is en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zodat controle op de erkenning en/of handelaarskentekenbewijzen niet mogelijk is, dan brengt u de RDW hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is minimaal 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

Als u in bezit bent van de erkenning bedrijfsvoorraad en handelaarskentekenbewijzen en eventueel bijbehorende bevoegdheden, heeft u de mogelijkheid om de registratie ten aanzien van voertuig-verplichtingen te wijzigen. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning.

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen en te blijven voor de erkenning bedrijfsvoorraad, moet u aan een aantal andere eisen voldoen. U moet blijvend beschikken over:

Als u niet meer aan deze verplichtingen voldoet, leidt dat tot een schorsing van de erkenning bedrijfsvoorraad en eventueel aan u afgegeven bevoegdheden die onder de erkenning bedrijfsvoorraad vallen. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

Voor de bevoegdheid OREH dient u op uw bedrijfsadres blijvend te beschikken over een door de RDW goedgekeurde kluis voor het bewaren van alle documenten en bescheiden.

De kluis moet geschikt zijn voor opslag van de blanco kentekenbewijzen deel II (A4-formaat) en minimaal voldoen aan de Europese norm EN 14 450 Securitylevel 1. Meer informatie hierover kunt u vinden op de site van de Vereniging Geld- en Waardeberging (VGW) www.geldenwaardeberging.nl.

Als u niet meer aan deze verplichting voldoet, leidt dat tot een schorsing van de bevoegdheid. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren voertuigen behorende tot de bedrijfsvoorraad, de door u aangevraagde kentekencards, bewaarde kentekencards t.b.v. mogelijke export, toestemmingsverklaringen, machtigingsformulieren en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

Bij de aanvraag van uw erkenning hebt u van de RDW een exemplaar van de Informatiemap voor de voertuigbranche ontvangen. Hierin staan diverse procedures beschreven. Ik adviseer u deze Informatiemap goed te bewaren. De Informatiemap voor de voertuigbranche kunt u bestellen via telefoonnummer 0900-9739. U kunt de complete tekst van de Informatiemap voor de voertuigbranche ook vinden op www.rdw.nl. Als er wijzigingen in de Informatiemap voor de voertuigbranche plaatsvinden, krijgt u geen nieuwe versie toegezonden. Ik adviseer u daarom regelmatig de website van de RDW te raadplegen om na te gaan of er wijzigingen hebben plaatsgevonden.

Als aan u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd, moet u naast de in het Algemeen Deel genoemde stukken ook per direct inleveren bij de RDW:

In afwijking van het Algemeen deel gaat de financiële schorsing in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Voor de bevoegdheid Online Registratie Export Handelaren (OREH) moet u in plaats van een afsluitbare voorziening, zoals in het Algemeen Deel genoemd staat, voor het volgende gebruik maken van een inbraakwerende kluis:

Voor de overige zaken en voor de overige bevoegdheden kunt u volstaan met een afsluitbare voorziening, zoals in het Algemeen Deel is beschreven.

(zie Algemeen Deel)

Indien u een aanvraag voor een erkenning en/of bevoegdheid indient, dan wordt deze aanvraag geweigerd indien in de twaalf weken voorafgaand aan uw aanvraag een reeds dezelfde aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken. In het geval dat een aan u reeds afgegeven erkenning binnen 30 maanden twee keer of meer is ingetrokken, dan wordt de aanvraag geweigerd tot zes maanden na de laatste intrekking. Indien voorafgaand aan uw aanvraag een reeds aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken op basis van een categorie IV overtreding, ondermijning van het toezicht of fraude, of is ingetrokken voor een vierde keer binnen dertig maanden, dan wordt de aanvraag geweigerd tot dertig maanden na de laatste intrekking.

Tijdens de controlebezoeken wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of u de verplichtingen die uit uw erkenning voortvloeien naleeft. Voertuigen die zijn gesloopt, geëxporteerd of verkocht mogen niet in uw bedrijfsvoorraad voorkomen. Omdat in de regel controle plaatsvindt door middel van steekproeven, kan het gebeuren dat tijdens de controle niet alle onregelmatigheden aan het licht komen. Het is daarom aan te raden regelmatig bedrijfsvoorraadlijsten van uw actuele bedrijfsvoorraad aan te vragen en aan de hand daarvan uw bedrijfsvoorraad na te lopen. Dit kan u helpen problemen te voorkomen.

U kunt ook een bedrijfsvoorraadlijst aanvragen van voertuigen die vanuit het buitenland zijn ingevoerd en op uw verzoek zijn ingeschreven in het kentekenregister door deze voertuigen ter keuring bij de RDW aan te bieden. Deze voertuigen behoren tot uw bedrijfsvoorraad en hiervoor gelden dezelfde regels als voor uw overige bedrijfsvoorraad.

Stelt u vast dat er voertuigen onterecht in uw bedrijfsvoorraad zijn geregistreerd, dan moet u die registratie beëindigen, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de nieuwe eigenaar. Als u zelf alle mogelijke actie heeft ondernomen, maar dit niet tot resultaat heeft geleid, moet u zich tot de RDW wenden met bewijsstukken van tot dan toe ondernomen acties.

Heeft u een voertuig uit het buitenland ter keuring bij de RDW aangeboden en daarbij verzocht om inschrijving in het kentekenregister dan mag u het voertuig aan een ander RDW-erkend bedrijf (bedrijfsvoorraad) verkopen zonder dat het voertuig wordt tenaam gesteld. U blijft in het kader van de Versnelde Inschrijving met afzonderlijk onderzoek ketenverantwoordelijke voor dit voertuig tot de tenaamstelling. Dit betekent dat u een sanctie kan krijgen wanneer u het voertuig heeft verkocht aan een erkend bedrijf maar het erkende bedrijf, dat het voertuig heeft gekocht, niet zorgt voor tenaamstelling bij levering aan een niet-erkenninghouder.

Beschikt u over de bevoegdheden Online Registratie Export voor Handelaren (OREH) en/of Online Registratie Auto Demontage (ORAD) en is een voertuig respectievelijk geëxporteerd of gedemonteerd? Dan moet u het voertuig zelf alsnog afmelden via de applicaties.

Hoe u aan de actuele bedrijfsvoorraadlijsten komt, kunt u lezen in de Informatiemap voor de voertuigbranche en via www.rdw.nl.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking voor bepaalde en onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van verzending van de primaire sanctiebrief dan wel de waarschuwing.

(Zie algemeen Deel)

Hieronder worden per categorie voorbeelden van overtredingen vermeld, onderverdeeld naar erkenning en bevoegdheden.

Erkenning bedrijfsvoorraad:

Online Registratie Export voor Handelaren (OREH):

Online Registratie Auto Demontage (ORAD):

Tenaamstelling Voertuigbedrijf (TV):

Erkenning bedrijfsvoorraad:

Online Registratie Export voor Handelaren (OREH):

Online Registratie Auto Demontage (ORAD):

Tenaamstelling Voertuigbedrijf (TV):

Versnelde inschrijving met afzonderlijk onderzoek (VI):

Erkenning bedrijfsvoorraad:

Online Registratie Export voor Handelaren (OREH):

Online Registratie Auto Demontage (ORAD):

Onderstaande geldt voor de erkenning en voor alle bevoegdheden:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

(zie Algemeen Deel)

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole, verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenkomt met de som van de categorieën. Een constatering die betrekking heeft op tellerstanden wordt hierbij niet meegenomen.

Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenkomt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

(zie Algemeen Deel)

Na afloop van een intrekking voor bepaalde tijd wordt de intrekking automatisch door de RDW beëindigd. U hoeft hiervoor niets te doen. Wel wordt uw bedrijf daarna opnieuw bezocht door een bedrijvencontroleur van de RDW. Dit wordt een herschouwing genoemd. Deze herschouwing dient binnen 2 weken nadat de sanctie is opgeheven plaats te vinden. De bedrijvencontroleur kondigt het bezoek kort tevoren telefonisch aan (zie voor de procedure ‘Wijze van toezicht houden’ punt 2.2 van deze bijlage). Voldoet u bij de herschouwing niet aan de eisen en/of voorschriften dan kunt u in het stroomschema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd. Aan de herschouwing zijn kosten verbonden.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd anders dan voor het niet verlenen van medewerking aan de controle zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, en herschouwing ondanks telefonische aankondiging controle niet mogelijk is, wordt gekeken of er sprake is van een geldige verklaring als bedoeld onder 2.2 van deze bijlage. Is er van uw bedrijf geen (geldige) verklaring zoals bedoeld in 2.2 van deze bijlage dan kunt u onder dat punt lezen wat de gevolgen voor u zijn.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd omdat u geen medewerking heeft verleend zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, terwijl de bedrijvencontroleur daarna gebruik heeft gemaakt van de eerder door u ingevulde en ondertekende verklaring, zoals vermeld onder 2.2 van deze bijlage, dan wordt daaraan de conclusie verbonden dat u blijvend geen medewerking verleend en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd.

Bij de constatering inzake onjuiste tellerstanden of de constatering inzake onterecht opgeven dat het voertuig geen teller heeft, terwijl het voertuig is voorzien van een kilometer- of mijlenteller, wordt u de eerste twee keer hierop geattendeerd alvorens deze overtreding als een categorie I overtreding wordt aangemerkt.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Gebruikers van het handelaarskentekenbewijs zijn in twee categorieën in te delen:

Om in aanmerking te komen voor een handelaarskentekenbewijs moet u beschikken over een erkenning bedrijfsvoorraad óf moet u aantonen dat u exploitant bent van een onderneming waarin reparaties en/of andere bewerkingen aan voertuigen worden uitgevoerd. Deze reparaties en bewerkingen moeten op uw bedrijfsadres onder alle weersomstandigheden in een overdekte en behoorlijk af te sluiten ruimte kunnen worden gedaan.

Bij de aanvraag van uw handelaarskenteken heeft u aangegeven voor welke doeleinden het bestemd is. Dit is van belang voor het toezicht door de RDW. De bedrijfsactiviteiten moeten tevens blijken uit uw inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

U mag de handelaarskentekenplaten uitsluitend gebruiken voor het doel dat u bij de RDW heeft opgegeven. Als u geen gebruik maakt van de platen en het handelaarskentekenbewijs, moeten deze zijn opgeborgen in een afgesloten afsluitbare voorziening op het bedrijfsadres waaraan het handelaarskenteken is afgegeven. Het gebruik van het handelaarskenteken in België, luxemburg en Duitsland is onder strikte voorwaarden toegestaan. Deze voorwaarden kunt u vinden op www.rdw.nl.

De RDW heeft de mogelijke overtredingen ondergebracht in vier categorieën zoals beschreven in het Algemeen Deel onder 4.5. Hieronder volgen ten aanzien van de handelaarskentekenbewijzen voorbeelden van mogelijke overtredingen per categorie.

Categorie I

Categorie II

Categorie III

Categorie IV

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

(zie Algemeen Deel)

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole, verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenkomt met de som van de categorieën.

Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenkomt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

De RDW kent met betrekking tot het handelaarskentekenbewijs de volgende twee maatregelen en sancties:

Schriftelijke waarschuwing

(zie Algemeen Deel, onder 4.6)

Ongeldigverklaring

Als uw handelaarskentekenbewijs ongeldig is verklaard, mag u hier geen gebruik meer van maken. U moet het handelaarskentekenbewijs naar de RDW opsturen en de handelaarskentekenplaten vernietigen. Voor zover het handelaarskenteken is afgegeven in combinatie met de erkenning bedrijfsvoorraad, wordt na ongeldigverklaring een nieuwe aanvraag geweigerd indien de wachttijd voor uw erkenning bedrijfsvoorraad nog niet is verstreken (zie hiervoor paragraaf 3.2.3 van het Algemeen deel). Echter geldt bij een nieuwe aanvraag voor een handelaarskenteken een wachttijd van maximaal zes maanden, ook als voor uw erkenning bedrijfsvoorraad een wachttijd voor dertig maanden van toepassing is. Als het handelaarskenteken niet in combinatie met de erkenning bedrijfsvoorraad is afgegeven, kan een nieuwe aanvraag worden geweigerd tot zes maanden na ongeldigverklaring.

De ongeldigverklaring van een handelaarskentekenbewijs omvat altijd de ongeldigverklaring van alle aan het erkende bedrijf afgegeven handelaarskentekenbewijzen.

In sommige gevallen wordt de ongeldigverklaring van het handelaarskentekenbewijs onder voorwaarden opgelegd. Dit betekent dat de ongeldigverklaring alleen in werking treedt wanneer u niet binnen de gestelde termijn aan de voorwaarden kunt voldoen.

In het stroomschema op de laatste pagina van deze bijlage worden de sancties schematisch weergegeven die alleen van toepassing zijn op deelnemers aan de handelaarskentekenregeling. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het herhaaldelijk begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.

N.B. Dit schema geldt alleen voor het gebruik van handelaarskentekenbewijzen. Voor het (vergelijkbaar) schema bij de erkenning bedrijfsvoorraad en bij de overige bevoegdheden wordt verwezen naar het schema op de laatste pagina van het Algemeen Deel.

Wordt uw handelaarskentekenbewijs ongeldig verklaard of u bent het verloren, dan moet u de bijbehorende handelaarskentekenplaten direct vernietigen. Als u uw handelaarskentekenbewijs kwijt bent dan moet u hiervan aangifte doen bij de politie, daarnaast moet u van het verlies onmiddellijk melding doen aan de RDW. Het niet doen van aangifte en melding bij de RDW is een overtreding.

Afgezien van de categorisering en het stroomschema (dat voor de handelaarskentekenbewijzen in dit hoofdstuk is beschreven) zijn de andere hoofdstukken in het Algemeen Deel ook op u van toepassing.

U bent in het bezit van een handelaarskentekenbewijs, omdat u heeft aangetoond dat u exploitant bent van een onderneming waarin reparaties en andere bewerkingen aan voertuigen kunnen worden uitgevoerd. U mag uw handelaarskentekenbewijs alleen in het kader van uw bedrijfsactiviteiten gebruiken.

Het vervoeren van goederen of personen met het handelaarskenteken is alleen toegestaan als dit voor de uitoefening van uw bedrijfsvoering nodig is. Bijvoorbeeld om na schadeherstel de prestaties van het voertuig te testen als het volgeladen is. De goederen en personen die u vervoert moeten op dezelfde plek het voertuig verlaten als waar ze zijn ingeladen of zijn ingestapt.

Als u het handelaarskentekenbewijs heeft verkregen op basis van de erkenning bedrijfsvoorraad, mag u het alleen gebruiken voor voertuigen uit uw bedrijfsvoorraad. Dit betekent dat het handelaarskentekenbewijs alleen gebruikt mag worden voor:

De Bijlage Versnelde Inschrijving, per 1 januari 2014 ook wel de bevoegdheid tot het versneld aanvragen van de inschrijving van voertuigen zonder afzonderlijk onderzoek genaamd, is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

Bezitters van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving zijn in twee categorieën in te delen:

In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder die bevoegd is om via de regeling versneld inschrijving zonder onderzoek van een voertuig in het kentekenregister aan te vragen. Met de bevoegdheid ‘Versnelde Inschrijving’ kunt u inschrijvingen aanvragen voor nieuwe en ongebruikte voertuigen zonder dat er afzonderlijk onderzoek aan het voertuig (op een keuringsstation van de RDW) hoeft plaats te vinden.

Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Omdat de bevoegdheid Versnelde Inschrijving valt onder de Erkenning bedrijfsvoorraad dient u ook de Bijlage Bedrijfsvoorraad en Handelaarskentekenbewijzen te lezen.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(zie Algemeen Deel).

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als aanvrager van inschrijvingen voor nieuwe en ongebruikte voertuigen zonder afzonderlijk onderzoek (Versnelde Inschrijving).

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Bevoegdheid tot het versneld aanvragen van de inschrijving van voertuigen zonder afzonderlijk onderzoek (Versnelde Inschrijving).

De RDW houdt toezicht op de verleende bevoegdheid Versnelde Inschrijving. Deze bevoegdheid is beschreven in artikel 6, eerste lid, onder b van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad.

De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement en de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad.

De RDW houdt toezicht op de bevoegdheid Versnelde Inschrijving door middel van periodieke controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles. Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van andere instanties zoals de Belastingdienst en Douane ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

Risico Gestuurd Toezicht

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat bedrijven waar overtredingen en of signalen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht kunnen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Periodieke controlebezoeken

De periodieke controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt. De bedrijvencontroleur belt niet met nummerherkenning. U kunt hieraan echter geen rechten ontlenen. U bent er zelf voor verantwoordelijk dat de bedrijvencontroleur het bezoek telefonisch kan aankondigen.

Bij geen gehoor worden, verspreid over verschillende werkdagen, maximaal twee nieuwe pogingen ondernomen om het bezoek aan te kondigen. De bedrijvencontroleurs spreken geen antwoordapparaten of voicemails in. Als na maximaal (in totaal) drie pogingen geen controlebezoek kan plaatsvinden, bezoekt de bedrijvencontroleur uw bedrijf onaangekondigd.

Wordt bij aankomst in uw bedrijf niemand aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan laat de bedrijvencontroleur een kaartje achter waaruit blijkt dat hij bij uw bedrijf is geweest. De RDW stuurt u vervolgens een ‘verklaring controle erkenning en/of handelaarskentekens en -kentekenbewijzen’ toe. Op deze verklaring kunt u maximaal drie telefoonnummers invullen waarop u bereikbaar bent of waarop een door u gemachtigde persoon bereikbaar is. U dient dit formulier ingevuld en binnen de daarvoor gestelde termijn naar de RDW te sturen. Doet u dit niet of brengt u toevoegingen op het formulier aan, dan kan dit leiden tot een schorsing van uw erkenning voor de duur van zes weken.

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op het bedrijfsadres aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

De administratieve controles vinden steekproefsgewijs plaats. Bij een administratieve controle worden CVO’s bij de aanvrager opgevraagd. De RDW controleert aldus de aanwezigheid en juistheid van de CVO’s. Na de controle krijgt het bedrijf bericht of er onregelmatigheden zijn aangetroffen. Er wordt naar gestreefd om per bedrijf een representatief aantal aanvragen te controleren. Per maand neemt de RDW in de regel één steekproef, waarbij de omvang evenredig is naar het aantal aanvragen, met dien verstande dat in principe niet meer dan tien aanvragen worden gecontroleerd. De RDW behoudt zich echter het recht voor om wanneer daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld ingeval van een externe melding, maandelijks meerdere steekproeven te nemen en/of meer dan 10 aanvragen per steekproef te controleren.

Het adres waar de door de RDW opgevraagde CVO’s met betrekking tot de bevoegdheid Versnelde Inschrijving naar toe moeten worden gestuurd is:

RDW

T.a.v.: de Unit Voertuigregistratie en Documenten (VRD)

Postbus 30.000

9640 RA Veendam

Met ingang van 1 april 2015 vindt de inschrijving van een voertuig zonder afzonderlijk onderzoek plaats op basis van het CVO. De RDW zal op basis van het digitaal aangeleverd CVO versneld inschrijven en dit digitaal CVO toetsen op juistheid en echtheid. Hiervoor gebruikt de RDW de Europese Typegoedkeuring. Indien er een verschil is tussen het digitale CVO en de Europese Typegoedkeuring, kan de RDW ter controle alsnog het papieren CVO opvragen. Indien uit de controle afwijkingen in het CVO worden geconstateerd, is de aanvraag niet ingediend met het juiste CVO.

Indien het digitaal CVO niet bij de RDW aanwezig is, zullen alle gegevens van het CVO aan de RDW moeten worden opgegeven via de daarvoor bestemde applicatie. In deze situatie zal de RDW het CVO bij u opvragen om de aanwezigheid van het CVO en de juistheid van de aangeleverde gegevens te toetsen.

Fysieke controles worden gehouden wanneer bij een administratieve controle één of meer onregelmatigheden worden aangetroffen. Hierop worden in de periode van enkele maanden 3 fysieke steekproeven gehouden. Een steekproef is als volgt ingericht. Na de aanvraag van een inschrijving voor een nieuw of ongebruikt voertuig ontvangt de aanvrager binnen 24 uur een terugmelding dat het voertuig in de steekproef is gevallen. Hierbij neemt een medewerker van de RDW telefonisch contact op met de aanvrager waarna deze aangeeft waar en op welk dagdeel het voertuig binnen vijf dagen kan worden gecontroleerd. De RDW kijkt intern of er een bedrijvencontroleur beschikbaar is en neemt opnieuw telefonisch contact op met de aanvrager om aan te geven of de steekproef doorgang zal vinden. Eerst op dit moment telt de controle als steekproef. Vervolgens vindt de afgesproken fysieke controle plaats. De aanvrager is er voor verantwoordelijk dat het voertuig en het bijbehorende CVO kunnen worden gecontroleerd. Bij de controle wordt tevens nagegaan of bij de aanvraag de juiste gegevens zijn verstrekt.

Wanneer tijdens een bedrijfsbezoek, administratieve- of fysieke controle of uit externe meldingen blijkt dat het bedrijf niet (meer) aan de eisen voldoet of de voorschriften niet naleeft kan een sanctie worden opgelegd.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is minimaal 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

De aanvrager van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek moet voldoen aan een aantal eisen. Zo dient u te beschikken over een erkenning bedrijfsvoorraad, over de nationale typegoedkeuring dan wel een machtiging van de fabrikant om die te gebruiken. Indien echter sprake is van een Europese typegoedkeuring dient u te beschikken over een procesbeschrijving, waaruit onder meer is op te maken, dat het CVO van het betreffende voertuig aanwezig is bij de aanvrager op het moment van de aanvraag van de inschrijving. Tevens dient u te beschikken over door de RDW goedgekeurde datacommunicatieapparatuur, een organisatieschema en een door de RDW goedgekeurd kwaliteitshandboek van uw bedrijf. Het niet voldoen aan de eisen leidt tot een schorsing van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

De bevoegdheid Versnelde Inschrijving brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw bevoegdheid Versnelde Inschrijving.

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving, moet u aan een aantal andere voorschriften voldoen.

Voorschriften zijn de gedragsregels waaraan het bevoegde bedrijf zich dient te houden. Deze voorschriften zijn terug te vinden in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad. Deze regelingen zijn alle te vinden op www.overheid.nl.

Overtreding van de voorschriften kan leiden tot een sanctie. U wordt geacht zich op de hoogte te stellen van de regels en deze in te passen in de bedrijfsvoering. U dient de procedures in het bedrijf dan ook nauwkeurig af te stemmen op de regelgeving.

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren voertuigen en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

Bij de aanvraag van uw erkenning hebt u van de RDW een exemplaar van de Informatiemap voor de voertuigbranche ontvangen. Hierin staan diverse procedures beschreven. Ik adviseer u deze map goed te bewaren. De Informatiemap voor de voertuigbranche kunt u bestellen via telefoonnummer 0900-9739. U kunt de complete tekst van de Informatiemap voor de voertuigbranche ook vinden op www.rdw.nl.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

In afwijking van het Algemeen deel gaat de financiële schorsing in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in.

(zie Algemeen Deel)

Bij de steekproefsgewijze fysieke controle gaat het letterlijk om controles van de voertuigen zelf waarvoor een inschrijving is aangevraagd. Vaak zal het betreffende voertuig bij een van uw dealers staan. Wanneer de medewerker van de RDW contact met u opneemt voor het maken van een afspraak voor de fysieke steekproef kunt u deze locatie doorgeven.

Het is in dat verband wel belangrijk dat u uw dealers van deze toezichtbeleidsbrief op de hoogte brengt, zodat zij namens u kunnen meewerken aan de steekproef. Naast de gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel, komen ook fouten gemaakt door uw personeel, voor uw rekening en risico.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Indien u een aanvraag voor een erkenning en/of bevoegdheid indient, dan wordt deze aanvraag geweigerd indien in de twaalf weken voorafgaand aan uw aanvraag een reeds dezelfde aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken. In het geval dat een aan u reeds afgegeven erkenning twee keer of meer is ingetrokken, dan wordt de aanvraag geweigerd tot zes maanden na de laatste intrekking. Indien voorafgaand aan uw aanvraag een reeds aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken op basis van een categorie IV overtreding, ondermijning van het toezicht of fraude, of is ingetrokken voor een vierde keer binnen dertig maanden, dan wordt de aanvraag geweigerd tot dertig maanden na de laatste intrekking.

In het kader van de administratieve controle kunnen CVO’s door de RDW worden opgevraagd (zie ook punt 2.2 van deze bijlage). Als u deze niet binnen de gevraagde termijn naar de RDW stuurt, wordt een schorsing van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving opgelegd. Deze schorsing houdt in dat u gedurende de schorsingstermijn van 12 weken geen kentekens meer via de bevoegdheid Versnelde Inschrijving kunt aanvragen. U kunt de schorsing binnen deze 12 weken zelf opheffen door alsnog aan het gevraagde verzoek te voldoen. Zodra alle gevraagde CVO’s door de RDW ontvangen zijn, zal de schorsing worden opgeheven en kunt u weer gebruik maken van de bevoegdheid om versneld inschrijvingen aan te vragen. Indien u binnen deze 12 weken niet aan het verzoek van de RDW om de CVO’s te sturen heeft voldaan, zal uw bevoegdheid Versnelde Inschrijving worden ingetrokken voor onbepaalde tijd.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking voor onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van verzending van de primaire sanctiebrief dan wel de waarschuwing (zie Algemeen Deel)

De verjaringstermijn van de waarschuwing en intrekkingen voor bepaalde tijd zijn voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving gesteld op 12 maanden.

Voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving wordt een stroomschema overtredingen en sanctionering gebruikt dat afwijkt van het Algemeen Deel. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van overtredingen. Ook de in het Algemeen Deel vermeldde meervoudsregel wordt niet toegepast. Dit betekent dat, indien een of meer overtredingen worden geconstateerd, het bijgevoegde sanctieschema onverkort wordt toegepast.

Onderstaande geldt voor de erkenning en voor alle bevoegdheden:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder kentekenplaatfabrikant en de erkenninghouder lamineerder. Als erkenninghouder kentekenplaatfabrikant kunt u kentekenplaten fabriceren en afgeven en als erkenninghouder lamineerder kunt u blanco-kentekenplaten fabriceren en leveren. De erkenning kentekenplaatfabrikant en lamineerder zijn zelfstandige erkenningen. Per productieplaats wordt slechts één erkenning kentekenplaatfabrikant en lamineerder afgegeven.

Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Alleen een erkenninghouder kentekenplaatfabrikant is bevoegd om kentekenplaten te fabriceren en af te leveren. Een kentekenplaat moet aan de voorschriften voldoen die gesteld zijn in wet- en regelgeving. Is dit niet het geval dan is de kentekenplaat onjuist. Als kentekenplaat wordt beschouwd: Een plaat die op een kentekenplaat lijkt. Dit houdt in dat een plaat met een formaat gelijkend aan een kentekenplaat en voorzien van een kenteken of van een combinatie van cijfers en letters die op een kenteken lijkt, een kentekenplaat is. Ongeacht of de plaat voorzien is van de benodigde merken, lamineercode en EU logo en ongeacht de kleur en het materiaal van de plaat.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

(zie Algemeen Deel)

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning kentekenplaatfabrikant en/of lamineerder. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten of de Erkenningsregeling lamineerders.

De RDW houdt toezicht op de erkenning kentekenplaatfabrikant en de erkenning lamineerder door middel van periodieke controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles.

Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van derden ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

Risico Gestuurd Toezicht

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat bedrijven waar overtredingen en of signalen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht kunnen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Periodieke controlebezoeken

De periodieke controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt. Bij geen gehoor worden, verspreid over verschillende werkdagen, maximaal twee nieuwe pogingen ondernomen om het bezoek aan te kondigen. De bedrijvencontroleurs spreken geen antwoordapparaten of voicemails in. Als na een (in totaal) derde poging geen controlebezoek tot stand kan komen, bezoekt de bedrijvencontroleur uw bedrijf onaangekondigd.

Wordt bij aankomst in uw bedrijf niemand aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan laat de bedrijvencontroleur een kaartje achter waaruit blijkt dat hij bij uw bedrijf is geweest. De RDW stuurt u vervolgens een ‘Verklaring controle erkenning en/of handelaarskentekens en -kentekenbewijzen’ toe. Op deze verklaring kunt u drie telefoonnummers invullen waarop u bereikbaar bent of waarop een door u gemachtigde persoon bereikbaar is.

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op de locatie aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Wanneer in verband met langdurige afwezigheid uw bedrijf gesloten is en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zodat controle op de erkenning niet mogelijk is, dan brengt u de RDW hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is minimaal 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

Als u in het bezit bent van de erkenning lamineerder heeft u de mogelijkheid om blanco-kentekenplaten te fabriceren en te leveren aan erkende kentekenplaatfabrikanten. Bent u in het bezit van de erkenning kentekenplaatfabrikant dan heeft u de mogelijkheid om kentekenplaten te fabriceren en af te geven. Kentekenplaten worden bevestigd op voertuigen die daarmee gebruik kunnen maken van de openbare weg. Deze erkenningen brengen dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee.

Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning(en).

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen voor een erkenning kentekenplaatfabrikant, moet u aan een aantal andere voorwaarden voldoen.

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen voor een erkenning lamineerder, moet u aan een aantal andere voorwaarden voldoen.

Als u niet meer aan deze verplichtingen voldoet, leidt dat tot een schorsing van de erkenning. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren (blanco-)kentekenplaten, de aanverwante zaken en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

De erkenninghouder kentekenplaatfabrikant en lamineerder kan nadere informatie inwinnen via de RDW-publicaties ‘Gebruikershandleiding Webapplicaties RDW algemeen’, ‘Gebruikershandleiding voor kentekenplaatfabrikanten’, ‘Gebruikershandleiding voor lamineerders’, ‘Gebruikershandleiding ophalen bestanden WEBREB GAIK Online’ en ‘Procedures GAIK Online’.

Deze zijn te verkrijgen bij de unit Erkenningen en Toezicht van de RDW, Postbus 30000, 9640 RA te Veendam. Ook is de informatie te vinden op: gaik.rdw.nl

Als aan u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd, moet u naast de in het Algemeen Deel genoemde stukken ook de droogstempel en blinddruktang die door de RDW is verstrekt per direct inleveren bij de RDW. Tevens dient u na intrekking alle stickers te verwijderen.

In afwijking van het Algemeen deel gaat de financiële schorsing in beginsel op de vijfde werkdag na dagtekening van het besluit in.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Indien u een aanvraag voor een erkenning en/of bevoegdheid indient, dan wordt deze aanvraag geweigerd indien in de twaalf weken voorafgaand aan uw aanvraag een reeds dezelfde aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken. In het geval dat een aan u reeds afgegeven erkenning twee keer of meer is ingetrokken, dan wordt de aanvraag geweigerd tot zes maanden na de laatste intrekking.

Via GAIK Online kan de erkenninghouder een overzicht opvragen van de op hem betrekking hebbende gegevens van (blanco-)kentekenplaten.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van verzending van de primaire sanctiebrief, dan wel de waarschuwing.

(Zie algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Erkenning kentekenplaatfabrikant:

Erkenning lamineerder:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Erkenning kentekenplaatfabrikant:

Erkenning lamineerder:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Erkenning kentekenplaatfabrikant:

Erkenning lamineerder:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is.

De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

Meervoudige overtredingen

(zie Algemeen Deel)

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole, verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenstemt met de som van de categorieën.

Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenstemt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

(zie Algemeen Deel)

Na afloop van een intrekking voor bepaalde tijd wordt de intrekking automatisch door de RDW beëindigd. U hoeft hiervoor niets te doen. Wel wordt uw bedrijf daarna opnieuw bezocht door een bedrijvencontroleur van de RDW. Dit wordt een herschouwing genoemd. Deze herschouwing dient binnen 2 weken nadat de sanctie is opgeheven plaats te vinden. De bedrijvencontroleur kondigt het bezoek kort tevoren telefonisch aan (zie voor de procedure ‘Wijze van toezicht houden’ punt 2.2 van deze bijlage). Voldoet u bij de herschouwing niet aan de eisen en/of voorschriften dan kunt u in het stroomschema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd. Aan de herschouwing zijn kosten verbonden.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd anders dan voor het niet verlenen van medewerking aan de controle zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, en herschouwing ondanks telefonische aankondiging controle niet mogelijk is, wordt gekeken of er sprake is van een geldige verklaring als bedoeld onder 2.2 van deze bijlage. Is er van uw bedrijf geen (geldige) verklaring zoals bedoeld in 2.2 van deze bijlage dan kunt u onder dat punt lezen wat de gevolgen voor u zijn.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd omdat u geen medewerking heeft verleend zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, terwijl de bedrijvencontroleur daarna gebruik heeft gemaakt van de eerder door u ingevulde en ondertekende verklaring, zoals vermeld onder 2.2 van deze bijlage, dan wordt daaraan de conclusie verbonden dat u blijvend geen medewerking verleend en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

De Bijlage APK Keurmeester is een bijlage van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW die los van het Algemeen Deel moet worden toegepast. Deze bijlage is bedoeld voor APK-keurmeesters. U leest hier hoe de RDW toezicht houdt op uw keuringsbevoegdheid.

Bent u alleen APK-keurmeester en geen erkenninghouder (in de zin van de Wegenverkeerswet 1994), dan hoeft u uitsluitend deze bijlage te lezen en geldt het Algemeen Deel niet voor u. U hebt andere rechten en plichten.

Bent u naast APK-keurmeester ook erkenninghouder APK, dan moet u de volgende onderdelen van de Toezichtbeleidsbrief lezen:

Ter illustratie van de opbouw van de Toezichtbeleidsbrief volgt hieronder een schematische weergave. Deze afbeelding geeft per kolom weer welk onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief vereist is per erkenning of bevoegdheid. Het zwart gearceerde deel is van toepassing voor de APK-keurmeester.

De Bijlage APK Keurmeester staat dus los van het Algemeen Deel en de bijlagen voor erkenninghouders.

Deze bijlage van de Toezichtbeleidsbrief is getiteld: Bijlage APK Keurmeester.

De RDW houdt toezicht op de aan u verleende keuringsbevoegdheid. Dit gebeurt op basis van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK.

De RDW houdt toezicht door middel van herkeuringen (steekproeven) en periodieke controlebezoeken. Tijdens deze herkeuringen (steekproeven) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de uitgevoerde APK-keuring. Daarnaast wordt gecontroleerd of aan de andere voorschriften is voldaan die voor de keurmeester gelden, zoals de controle op de aanwezigheid van de vereiste documentatie of de naleving van de keuringsvoorschriften.

De frequentie van het toezicht is afhankelijk van het aantal door de erkenninghouder uitgevoerde APK-keuringen en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven)controles. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem. Voor iedere keurmeester wordt een eigen cusumverloop bijgehouden. U leest hier meer over in de Regelgeving APK, Cusumsysteem Keurmeester APK.

U bent bevoegd voertuigen APK te keuren als u het examen APK-keurmeester bij Stichting VAM (IBKI) succesvol heeft afgerond. De keuringsbevoegdheid APK-keurmeester bestaat uit drie categorieën:

De RDW verwacht van u dat u op de juiste wijze gebruik maakt van uw keuringsbevoegdheid en de verplichtingen uit de regelgeving naleeft. De RDW houdt toezicht op de correcte naleving van de eisen en voorschriften die uit de regelgeving voortvloeien en het juiste gebruik van de verantwoordelijkheden die u op eigen verzoek heeft ontvangen.

Het raadplegen en afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het boekwerk regelgeving APK opgegeven tijden.

Als bewijs van het behalen van uw APK-keurmeesterexamen krijgt u een bevoegdheidspas, de zogenaamde keurmeesterpas. Op deze pas staat onder andere vermeld:

Iedere keurmeester beschikt naast de pas over een pincode. Deze pincode is nodig om een voertuig te kunnen afmelden. De bevoegdheidspas en pincode zijn strikt persoonlijk. Het is niet toegestaan uw bevoegdheidspas en/of pincode door iemand anders te laten gebruiken. Het uitlenen van uw pas en/of pincode is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Als u keuringsbevoegd bent, moet u iedere twee jaar met goed gevolg een toets afleggen bij de Stichting VAM, om deze te behouden. Dit wordt de bevoegdheidsverlenging genoemd. Daarnaast kan de RDW als sanctie uw keuringsbevoegdheid intrekken en u verplichten tot het afleggen van een sanctietoets. Meer informatie hierover vindt u in hoofdstuk 4: Overtredingen en sancties.

Als u een voertuig wilt keuren, moet u een geldige keuringsbevoegdheid hebben. U bent zelf verantwoordelijk voor het controleren van de geldigheid van uw keuringsbevoegdheid. Het keuren van een voertuig waarvoor u geen geldige keuringsbevoegdheid heeft, is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Voordat u aan de technische keuring van het voertuig begint, moet u een aantal zaken controleren. Hieronder leest u wat u moet controleren.

Allereerst overtuigt u zich ervan dat de erkenninghouder APK (namens wie u de keuring uitvoert) over de juiste documentatie, op papier of digitaal, en voorzieningen beschikt. Het betreft hier in ieder geval:

In de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK staat het keuringsproces beschreven. U wordt er met klem op gewezen dat u uw werkzaamheden zodanig inricht dat aan alle verplichtingen wordt voldaan. De volledige keuring van het voertuig wordt door u als keurmeester uitgevoerd. Kort gezegd houdt dit het volgende in:

Bij al deze handelingen moeten zowel het voertuig en u als APK keurmeester in de keuringsruimte aanwezig zijn.

De RDW houdt toezicht op de uitvoering van APK-keuringen die worden uitgevoerd door erkenninghouders en keurmeesters. Het is van groot belang dat de RDW een goed beeld krijgt van de kwaliteit van keuringen die hebben plaatsgevonden. Daarom voert de RDW steekproefcontroles uit.

Sleutelen in quarantainetijd

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefherkeuring een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de keuringsplaats aanwezig persoon, of dit nu u of ander aanwezig personeel, een klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Ook als u tijdens de uitvoering van de steekproef, inclusief een eventuele herkeuring in beroep, zonder toestemming van de RDW medewerker aan het voertuig wijzigingen aanbrengt of aan laat brengen, wordt dit aangemerkt als ‘sleutelen in quarantainetijd’.

Het verlenen van medewerking tijdens de steekproef

U moet alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht door de RDW. Het niet meewerken aan toezicht leidt tot een sanctie. Indien men zijn of haar emoties richt op de persoon van de RDW-medewerker d.m.v. verbale agressie (uitschelden), discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie in het bedrijf door u of de daar aanwezige personen dan is dit een categorie IV overtreding en volgt een intrekking van uw keuringsbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Ook bij bedreiging of fysiek geweld of dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker in het bedrijf door u of de daar aanwezige personen volgt een intrekking van uw keuringsbevoegdheid voor de duur van 6 maanden en wordt aangifte gedaan door de RDW ten behoeve van strafrechtelijke vervolging.

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat u zelf, het voertuig, en het keuringsrapport aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Dit houdt onder meer in dat na de mededeling dat het voertuig in de steekproef valt:

Uw aanwezigheid en medewerking is in uw eigen belang. Een cusumbijdrage geldt voor u persoonlijk, evenals de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen het resultaat van de steekproefherkeuring (artikel 90 van de Wegenverkeerswet 1994). De eventueel door u gemaakte missers worden vermeld op het steekproefcontrolerapport. Ook andere overtredingen (zie hoofdstuk 4) worden op het steekproefcontrolerapport vermeld.

Als een voertuig de keuringsplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden op grond van artikel 32 de volgende verplichtingen:

Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan en is om deze reden dan ook niet als bijzonder feit of omstandigheid aan te merken.

Ook de eventuele aanwezigheid van het kentekenbewijs vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest in de keuringsplaats, maar maakt de overtreding niet ongedaan en vormt evenmin een bijzonder feit of omstandigheid.

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u het keuringsrapport alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

Iedere twee jaar dient u als keurmeester de zogenoemde bevoegdheidsverlenging met goed gevolg af te leggen om uw keuringsbevoegdheid te behouden (zie 3.1.2). Als u niet meer beschikt over een geldige keuringsbevoegdheid, wordt een schorsing opgelegd. Dit betekent dat u geen keuringen mag uitvoeren. Een schorsing geldt tot het moment waarop u weer een geldige APK-keuringsbevoegdheid heeft. De duur van de schorsing heeft u zelf in de hand. Zodra u hebt aangetoond weer te beschikken over een geldige keuringsbevoegdheid, wordt de schorsing opgeheven en kunt u weer keuren. Het tweejaarlijkse interval gaat na de schorsing weer lopen.

Als blijkt dat een voertuig niet in het zogenaamde APK-register van de RDW voorkomt, maar er voor dat voertuig wel een keuringsrapport door u is afgegeven, is dit fraude. U kunt zelf controleren of een afgemeld voertuig ook daadwerkelijk is geaccepteerd door de RDW en dus in het keuringsregister is opgenomen. U kunt dit doen aan de hand van:

Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld:

Als een overtreding is geconstateerd stelt de RDW u in de gelegenheid uw zienswijze te uiten voordat wordt besloten al dan niet een sanctie op te leggen. In verband met de vereiste spoed zal uw zienswijze niet worden gevraagd in geval sprake is van intimidatie, verbaal of fysiek geweld dan wel dreiging daarmee tegen een RDW medewerker in de keuringsplaats door de daar aanwezige personen.

In de regel wordt voor het geven van uw zienswijze een afspraak gemaakt voor een bezoek.

Het doel van deze horing is om alle relevante feiten en omstandigheden te verzamelen. Met name ook bijzondere feiten of omstandigheden. Niet als bijzonder feit of omstandigheid geldt het gestelde onder 4.4. Ook het op juiste wijze naleven van de regelgeving of specifieke onderdelen daarvan gelden niet als bijzonder feit of omstandigheid. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het bepalen of er al dan niet een sanctie wordt opgelegd. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

Een sanctie treedt in beginsel direct in werking. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van 6, 9 of 12 weken. Deze treedt in beginsel na vijf werkdagen na het versturen ervan in werking. Deze termijn is gesteld, zodat u de eerstkomende afspraken met klanten kunt nakomen.

De RDW hanteert een verjaringstermijn van 30 maanden. Dit betekent dat op het moment van constatering van een overtreding, er 30 maanden wordt teruggekeken in uw historie als APK-keurmeester. Grondslag voor de verjaringstermijn is de datum van constatering van de overtreding. Zowel uw goede historie als overtredingen begaan niet meer dan 30 maanden voorafgaand aan de huidige geconstateerde overtreding worden beoordeeld. Als er binnen de verjaringstermijn een eerdere overtreding is geconstateerd, wordt er naar de categorie van die overtreding gekeken. Deze telt mee bij het opleggen van de nieuwe sanctie. De zwaarte van de sanctie van de eerdere overtreding is hierbij niet van belang. Deze kan beïnvloed zijn door een overtreding die meer dan 30 maanden geleden is geconstateerd. Heeft u buiten deze verjaringstermijn (meer dan 30 maanden terug) de regelgeving nageleefd, zijn er geen overtredingen geconstateerd of geen sancties opgelegd, dan is dit niet van belang voor uw historie en telt dit evenmin als bijzonder feit of omstandigheid.

De RDW heeft mogelijke overtredingen ondergebracht in vier categorieën, te weten:

I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen bevat en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen bevat. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding wordt ingedeeld.

In het stroomschema op de laatste pagina worden de sancties schematisch weergegeven. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het herhaaldelijk begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.

Meervoudige overtreding

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, tijdens één steekproefcontrolemoment of naar aanleiding van één periodiek controlebezoek, meerdere, dezelfde of verschillende, overtredingen worden geconstateerd. We spreken dan van een meervoudige overtreding.

Als bij u meerdere overtredingen zijn geconstateerd, zal in beginsel de volgende regel worden toegepast:

Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenstemt met de som van de categorieën. Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenstemt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. (zie voor voorbeelden schema)

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

Indien een volgende overtreding wordt geconstateerd nadat u voor een meervoudige overtreding bent gesanctioneerd geldt dat voor het bepalen van de historie van die meervoudige overtreding alleen de categorie van de zwaarste overtreding wordt geteld als sanctiehistorie.

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

De RDW kent de volgende sancties:

Schriftelijke waarschuwing

De waarschuwingen worden schriftelijk aan u bekend gemaakt. Dit kan in combinatie met verscherpt toezicht. Het stroomschema op de laatste pagina geeft aan wanneer een waarschuwing met verscherpt toezicht wordt opgelegd. Een waarschuwing duurt 3 jaar.

Waarschuwing via datacommunicatie

De waarschuwing via datacommunicatie wordt getoond op het scherm op een door een provider aangegeven wijze (bijvoorbeeld bij ‘Raadplegen keurmeestergegevens’). Dit gebeurt bij plaatsing in de P-klasse.

Intrekking voor bepaalde tijd

Als aan u een intrekking voor bepaalde tijd wordt opgelegd, kunt u gedurende een bepaalde periode geen keuringen verrichten. De intrekking voor bepaalde tijd beslaat een periode van 6, 9, 12 weken of 6 maanden. Dit is afhankelijk van uw historie en/of de categorie waarin de overtreding(en) valt of vallen. De RDW zal bij meer dan één intrekking voor bepaalde tijd, de sanctie opvolgend ten uitvoer leggen.

Sanctietoets

Een sanctietoets wordt altijd opgelegd in combinatie met een intrekking voor 12 weken of 6 maanden. Als naar aanleiding van een overtreding tevens een sanctietoets wordt opgelegd, zal uw keuringsbevoegdheid ook na afloop van de intrekking voor bepaalde tijd geschorst blijven, totdat u de sanctietoets met goed gevolg hebt afgelegd. Een sanctietoets geeft geen recht op verlenging van de geldigheidsduur van uw bevoegdheidspas.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een besluit bezwaar indienen bij de RDW. U moet dit doen binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit.

U moet uw bezwaarschrift schriftelijk indienen bij de Directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer. In uw bezwaarschrift geeft u aan waarom u het niet eens bent met het besluit. Uw bezwaar dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld

Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW, wordt u in de regel in de gelegenheid gesteld uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift.

Stelt u prijs op een telefonische hoorzitting, dan kunt u dit aangeven. Hoe u dit kunt doet, kunt u lezen in de uitnodigingsbrief.

U mag zich altijd laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Als u iemand die geen advocaat is machtigt om namens u het woord te doen en u komt zelf niet naar de hoorzitting, dan dient u een schriftelijke verklaring mee te geven dat die persoon gemachtigd is om u te vertegenwoordigen. Als u zelf ook naar de hoorzitting komt, is dit niet nodig.

Op basis van jurisprudentie kan tegen een schriftelijke waarschuwing en een waarschuwing via datacommunicatie geen bezwaar worden gemaakt.

Als u bezwaar, als bedoeld in 5.1, aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd tot maximaal 12 weken wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld.

De RDW behoudt zich het recht voor om in bovenstaande gevallen geen opschortende werking te verlenen of deze te beëindigen. In dat geval wordt u hierover schriftelijk geïnformeerd.

Zowel op het keuringsrapport als het steekproefcontrolerapport staan deze procedures vermeld.

Voor meer informatie over de artikel 90 en 91 procedure van de Wegenverkeerswet 1994 wordt u verwezen naar de Administratieve procedures van de Regelgeving APK.

Als de RDW een beslissing heeft genomen over uw bezwaarschrift kunt u ongeacht het resultaat daartegen in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op uw bezwaar vindt u de clausule waarin beschreven staat hoe u in beroep kunt gaan.

Als u een intrekking voor bepaalde tijd van 6 maanden wordt opgelegd, verleent de RDW bij een bezwaarprocedure geen opschortende werking van de sanctie. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de rechtbank aanvragen.

Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘alle overheidsorganisaties’ > ‘rechterlijke macht’.

In dit hoofdstuk leest u hoe het gebruik van de keuringsruimte en deugdelijke apparatuur bij het toezicht van de RDW wordt beoordeeld.

De erkenninghouder moet beschikken over een goed verwarmde keuringsruimte en deugdelijke apparatuur. U moet deze ruimte en apparatuur gebruiken bij het uitvoeren van uw APK keuringen. Daarom is het belangrijk dat u controleert of de ruimte en apparatuur voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld.

Verlichting

Onder goede verlichting in de keuringsruimte wordt verstaan dat de gemiddelde lichtopbrengst minimaal 300 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. Bij twijfel kunt u de lichtopbrengst in de keuringsruimte vaststellen aan de hand van een lichtmeting met een luxmeter. Dit gebeurt als volgt:

Verwarming

De keuringsruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de keuringsruimte minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.

De verwarming van de keuringsruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Gebruik apparatuur

Bij de keuringen moet u gebruik maken van de apparatuur van de erkenninghouder. De apparatuur moet doelmatig en deugdelijk zijn en hieronder staat beschreven wat de RDW onder deugdelijk of doelmatig verstaat

Hefinrichting

Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:

De deugdelijkheid en goede staat van onderhoud van de hefinrichting kunt u controleren doordat minimaal eenmaal per jaar, door een bij de RDW aangemelde en geaccepteerde voor hefinrichtingen gecertificeerd bedrijf of persoon, een certificaat en geldige goedkeursticker hiervoor heeft afgegeven aan de erkenninghouder.

Inspectieput

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

Koplamptester

Een koplamptestapparaat wordt geacht deugdelijk te zijn indien:

Krik

Als gebruik wordt gemaakt van een putkrik, moet deze doelmatig zijn. Hieronder wordt verstaan dat deze is voorzien van een beveiligingsvoorziening waarbij het voertuig niet kan zakken in geval van problemen met de krik (bijvoorbeeld lekkage). De krik moet minimaal voorzien zijn van een terugstroombeveiliging.