Beleidsregel · BWBR0037773

Richtlijn voor strafvordering mensenhandel

Wijzigingen Officiële bron
Richtlijn voor strafvordering mensenhandelRichtlijn voor strafvordering mensenhandel

De richtlijn is van toepassing op gevallen van mensenhandel in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, met uitzondering van mensenhandel met het oogmerk van orgaanverwijdering.

Eerst worden in deze richtlijn de basiseisen van de diverse vormen van uitbuiting uitgewerkt (seksuele uitbuiting, dienstbaarheid en arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen bedelarij), daarna volgen strafmaat beïnvloedende factoren.

Mensenhandel maakt een grove inbreuk op de menselijke waardigheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers. Mensenhandel is een moderne vorm van slavernij. Het delict heeft bovendien een ondermijnend karakter, onder andere door de enorme financiële profijttrekking die daarvan het gevolg is. Mensenhandel heeft hoge prioriteit krijgt in de opsporing en vervolging.

De richtlijn geeft duidelijke uitgangspunten voor de te eisen straffen, waarmee de werkbaarheid wordt vergroot en de rechtszekerheid gediend.

Als basisstraf staat steeds een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vermeld voor mensenhandel gepleegd ten aanzien van één slachtoffer (uitzonderingen zijn de strafbandbreedtes voor arbeidsuitbuiting en gedwongen bedelarij), exclusief strafmaat beïnvloedende omstandigheden. Deze factoren zijn opgenomen in een aparte tabel. Het is aan de beoordelaar om te bepalen, kijkend naar de omstandigheden van het geval en de persoon van de verdachte, of er bij de strafvordering plaats is voor een voorwaardelijk strafdeel met eventueel bijzondere op te leggen voorwaarden. Afhankelijk van de pleegperiode of het aantal slachtoffers kan het uitgangspunt binnen de bandbreedte schuiven.

De (basis)straffen die zijn gesteld op mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting zijn hoger dan voor niet-seksuele uitbuiting vanwege de grove inbreuk van seksuele uitbuiting op de lichamelijke integriteit van slachtoffers.

1 In afwijking van bovenstaande bedraagt de bandbreedte voor de strafeis bij overtreding van artikel 273f lid 1 sub 3 Sr bij één meerderjarig slachtoffer zonder strafverzwarende omstandigheden drie tot negen maanden gevangenisstraf.

Voor de betekenis van de termen ‘dienstbaarheid’ en ‘arbeidsuitbuiting’ en het daaraan verwante begrip ‘slavernij’ wordt verwezen naar en aangesloten bij de publicatie ‘Materieelrechtelijke aspecten van mensenhandel’, Preadvies voor de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland:1

‘Slavernij en daarmee te vergelijken praktijken zijn ook begrippen die afkomstig zijn uit internationale regelgeving. Slavernij is de situatie waarbij de uitbuiter ‘eigendomsrecht’ over een ander uitoefent, d.w.z. macht uitoefent die verbonden is met het recht van eigendom De uitbuiter behandelt de ander als zijn bezit. Met slavernij te vergelijken praktijken zijn vormen van ontoelaatbare (schuld)binding, zoals lijfeigenschap, gedwongen huwelijk en uitbuiting van kinderen.

Dienstbaarheid is onderworpenheid, een toestand van dominantie over het slachtoffer op werk- en leefgebied en van een (dubbele of meervoudige afhankelijkheid van het slachtoffer, waarin het wordt gedwongen om arbeid of diensten te verrichten en het (redelijkerwijs) gelooft dat het geen uitvoerbaar alternatief heeft voor het verrichten daarvan. Dienstbaarheid vormt een ernstige inbreuk op de persoonlijke vrijheid en is te beschouwen als een lichtere vorm van slavernij.’

Bij de begrippen ‘slavernij’, ‘met slavernij te vergelijken praktijken’, ‘dienstbaarheid’ en ‘gedwongen arbeid of diensten’ is sprake van een glijdende schaal van absolute onvrijheid naar relatieve onvrijheid. De ruimte voor het slachtoffer om te kiezen voor een reëel alternatief is afwezig (bij slavernij) dan wel, – in verschillende gradaties –, ingeperkt. Gedwongen arbeid of diensten vormen de ondergrens’.

Per 15 november 2013 zijn gedwongen bedelarij en uitbuiting van strafbare activiteiten expliciet opgenomen in artikel 273f Sr (ter implementatie van de Europese richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan).2

Bedelarij wordt in de richtlijn uitgelegd als ‘het voor de bedelarij inzetten van (afhankelijke) personen. Onder uitbuiting van strafbare activiteiten (ook wel criminele uitbuiting genoemd) moet volgens de richtlijn worden verstaan: ‘het uitbuiten van individuen door hen strafbare feiten te laten plegen, zoals: zakkenrollen, winkeldiefstal, drugshandel en soortgelijke strafbare feiten waarmee financieel gewin is gemoeid’.3

Voorbeelden van dergelijke zaken zijn:

1 Ten aanzien van de invloed van (ernstige) recidive wordt verwezen naar de Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen.

Bovenstaande lijst bevat veelvoorkomende strafmaat beïnvloedende factoren waarmee rekening gehouden kan worden.4

De factoren kunnen een strafverhogende of verlagende werking hebben. De weging van elk van de factoren kan van geval tot geval verschillen. Er dient daarom steeds te worden beoordeeld in hoeverre de hierboven omschreven strafmaat beïnvloedende factoren van toepassing zijn, en of een bepaalde factor ook in dit concrete geval strafverhogend of verlagend dient te werken.

Niet aangegeven wordt hoe zwaar elk van de factoren in de regel dient te wegen, omdat dit van geval tot geval zal verschillen. Steeds zal naar de specifieke omstandigheden van de voorliggende zaak gekeken moeten worden om te beoordelen of en in hoeverre de hieronder omschreven delict specifieke strafmaat beïnvloedende factoren van toepassing zijn. Om deze reden dient de te vorderen straf altijd nader te worden gemotiveerd.

Afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval kan het uitgangspunt binnen de bandbreedte schuiven. Bij uitzonderlijke omstandigheden kan de strafeis buiten de bandbreedte treden.