U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 11-03-2023.

ZBO-regeling · BWBR0037933

Takencode gas LNB

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202165, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet (Takencode gas LNB)Takencode gas LNBDe Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage21 april 2016De Autoriteit Consument en Markt,namens deze:F.J.H.Donbestuurslid

Deze code betreft wettelijke taken van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, aanhef en onder d, Gaswet.

Dit document bevat de voorwaarden betreffende de in artikel 10a, eerste lid, aanhef en onder a, e en g, Gaswet, genoemde wettelijke taken.

De voorwaarden betreffende de in artikel 10a, eerste lid, aanhef en onder b, c en d, Gaswet genoemde wettelijke taken zijn opgenomen in de Transportcode gas LNB.

Begrippen, die in de Gaswet of de Begrippencode gas zijn gedefinieerd, hebben de in de Gaswet of Begrippencode gas gedefinieerde betekenis.

Ingevolge het Besluit leveringszekerheid Gaswet treft de netbeheerder van het landelijk gastransportnet voorzieningen teneinde de vergunninghouder in staat te stellen de pieklevering te verzorgen aan alle kleinverbruikers in Nederland.

Hiertoe reserveert de netbeheerder van het landelijk gastransportnet entry- en exitcapaciteit in het landelijk gastransportnet en kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet zowel productiecapaciteit als gas reserveren.

Pieklevering betreft het deel van de feitelijke aflevering van gas in een uur aan alle kleinverbruikers in het portfolio van de erkende programmaverantwoordelijke dat de hoeveelheid te boven gaat zoals die maximaal in een uur aan de kleinverbruikers zou worden geleverd op een dag met een gemiddelde effectieve etmaal temperatuur in De Bilt van -9 °C. Deze maximale levering wordt door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet maandelijks bepaald conform 2.1.2b van de Transportcode gas LNB, waarbij steeds als referentietemperatuur -9 oC wordt gebruikt. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zal aan de vergunninghouders gas leveren ten behoeve van pieklevering en het portfolio onbalans signaal van erkende programmaverantwoordelijken dienovereenkomstig aanpassen.

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet brengt de gereserveerde entry- en exitcapaciteit, het benodigde gas en overige (capaciteits-)middelen in rekening bij de vergunninghouders. Vaste kosten voor productiecapaciteit voor de pieklevering wordt gespreid over het hele jaar maandelijks per profielcategorie verdeeld over de vergunninghouders naar rato van hun marktaandeel in de profielcategorieën G1 en G2 van het kleinverbruikersegment. De variabele kosten, waartoe in elk geval de kosten van in het kader van de pieklevering feitelijk geleverde hoeveelheid gas moeten worden gerekend, worden bij de vergunninghouder over de desbetreffende maand achteraf in rekening gebracht. De bedragen toe te rekenen aan gereserveerde entry- en exitcapaciteit worden verdeeld over de maanden december, januari en februari aan de vergunninghouders in rekening gebracht. Een vergunninghouder betaalt de hem toe te rekenen bedragen aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, tenzij de vergunninghouder met een erkende programmaverantwoordelijke is overeengekomen dat de kosten voor de voorzieningen ten behoeve van de pieklevering in rekening gebracht kunnen worden bij de erkende programmaverantwoordelijke.

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet bepaalt op basis van de informatie conform artikel 2.1.2c van de Transportcode gas LNB ten behoeve van het afrekenen voor de pieklevering voor elke maand het marktaandeel van de vergunninghouders. De regionale netbeheerders doen aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet maandelijks opgave conform 2.1.2c van de Transportcode gas LNB.

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet draagt zorg voor de vaststelling van de aan de pieklevering toe te wijzen volumes. Om de allocatie van pieklevering per vergunninghouder vast te stellen vergelijkt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de laatste maandelijkse allocaties voor kleinverbruik met de exitcapaciteit voor kleinverbruik van de vergunninghouders van de betreffende maand, die berekend wordt zoals beschreven in de Transportcode gas LNB, artikel 2.1.2d van waarbij steeds als referentietemperatuur -9 oC wordt gebruikt. De pieklevering wordt bij de vergunninghouder in rekening gebracht en bij de betreffende erkende programmaverantwoordelijken in mindering gebracht op de exit allocaties. Om het near-real-time volume vast te stellen waarmee het portfolio onbalans signaal van de erkende programmaverantwoordelijken wordt aangepast, vergelijkt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de near-real-time allocaties van het centraal stuur systeem met de exitcapaciteit voor kleinverbruik in het portfolio van de betreffende erkende programmaverantwoordelijke van de betreffende maand, die berekend wordt zoals beschreven in de Transportcode gas LNB, artikel 2.1.2b waarbij steeds als referentietemperatuur -9oC wordt gebruikt. Bij de near-real-time berekening gaat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet uit van de meest recente gegevens over de standaardjaarverbruiken per portfolio.

Indien de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt tot intrekking van de leveringsvergunning van een vergunninghouder meldt de Autoriteit Consument en Markt dit zo spoedig mogelijk aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de regionale netbeheerders handelen dan volgens het bepaalde in het Besluit leveringszekerheid Gaswet en volgens het bepaalde in dit onderdeel. De Autoriteit Consument en Markt vermeldt in het besluit de datum waarop de leveringsvergunning wordt ingetrokken.

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet brengt onmiddellijk alle regionale netbeheerders op de hoogte van het in 2.2.1 bedoelde besluit.

Vervallen

Iedere vergunninghouder geeft aan welke erkende programmaverantwoordelijke de programmaverantwoordelijkheid dient te dragen voor aansluitingen die op grond van het Besluit leveringszekerheid Gaswet aan de vergunninghouder worden toegewezen.

Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de te zijnen laste blijvende kosten volgens artikel 3, zevende lid, Besluit leveringszekerheid Gaswet, in rekening brengt bij de vergunningshouders, zal de verdeling naar evenredigheid van het aantal kleinverbruikers dat zij beleveren van dat moment en worden uitgedrukt in procenten, waarbij zal worden afgerond op tienden van procenten.

In bijlage 1 is de leidraad opgenomen voor een machineleesbaar en interoperabel formaat van de gegevens ten behoeve van de uitvoering door de vergunninghouders van artikel 3, vijfde lid, van het Besluit vergunning levering gas aan kleinverbruikers.

De verdeling van het bestand van kleinverbruikers als bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het Besluit Leveringszekerheid Gaswet, wordt uitgedrukt in procenten waarbij wordt afgerond op tienden van procenten waarbij, tenzij de Autoriteit Consument en Markt anders beslist, een minimum van vijf aansluitingen per vergunninghouder geldt. Zodra de wijze van verdeling bekend is meldt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet deze aan de regionale netbeheerders.

De regionale netbeheerder wijst vanaf de bekendmaking van het in 2.2.1 bedoelde besluit switchverzoeken betreffende wijziging van leverancier en/of erkende programmaverantwoordelijke af:

Met vensterperiode wordt in het bepaalde in dit onderdeel 2.2 bedoeld de periode tussen die bekendmaking en de intrekking van de leveringsvergunning.

In afwijking van 2.2.3 nemen regionale netbeheerders switches in het kader van het intrekken van de leveringsvergunning wel in behandeling op verzoek van

De switches dienen zo snel mogelijk doch uiterlijk voor het einde van de vensterperiode te zijn doorgevoerd. In alle gevallen is het verzoek voorzien van een opgave van de te switchen aangeslotenen in een door de regionale netbeheerders redelijkerwijs te verwerken format.

Regionale netbeheerders voeren zo snel mogelijk doch uiterlijk voor het einde van de vensterperiode de switches betreffende de overige aangeslotenen ter uitvoering van de verdeling als bedoeld in 2.2.2 uit nadat zij hiertoe opdracht hebben gekregen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet.

3.1

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet draagt zorg voor beschikbaarheid van voldoende entry- en exitcapaciteit met het oog op voldoende transportzekerheid als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, aanhef en onder g, Gaswet, op de korte en op de lange termijn.

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet vervult deze taak op de lange termijn door middel van het realiseren van de capaciteitsuitbreidingen die worden voorzien in het investeringsplan en door te voldoen aan de aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet gestelde kwaliteitseisen op basis van artikel 8 Gaswet alsmede de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet vervult deze taak op de korte termijn door middel van het toedelen van entry- en exitcapaciteit op objectieve, transparante en non-discriminatoire wijze alsmede door het in voorkomende gevallen toepassen van de regels voor het aanbieden van gecontracteerde entry- en exitcapaciteit die niet zal worden gebruikt conform de Transportcode gas LNB.

4.1

De Wettelijke taken LNB van algemeen belang, zoals vastgesteld bij besluit van 27 juni 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.

4.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

4.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Takencode gas LNB.