U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 09-02-2022.

ZBO-regeling · BWBR0037951

Tarievencode elektriciteit

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202153, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 27 van de Elektriciteitswet 1998 (Tarievencode elektriciteit)Tarievencode elektriciteit De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage21 april 2016De Autoriteit Consument en Markt,namens deze:F.J.H.Donbestuurslid

Deze code beschrijft de elementen en wijze van berekening van het tarief waarvoor aangeslotenen zullen worden aangesloten op een net, van het tarief waarvoor transport van elektriciteit, met inbegrip van de invoer, uitvoer en doorvoer van elektriciteit, ten behoeve van aangeslotenen zal worden uitgevoerd en waarvoor de systeemdiensten worden verricht, alsmede de energiebalans wordt gehandhaafd en het tarief voor meting van elektriciteit bij kleinverbruikers.

Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Begrippencode elektriciteit.

[Vervallen]

Voor deze code wordt in geval van een aansluiting tussen twee netten van een ongelijk spanningsniveau het net van het lagere spanningsniveau geacht te zijn aangesloten op het net van het hogere spanningsniveau.

Voor deze code worden in geval van een aansluiting tussen twee netten van een gelijk spanningsniveau de netten geacht over en weer op elkaar te zijn aangesloten.

Vervallen

Waar in deze code sprake is van kosten worden bedoeld die kosten die de grondslag vormen voor de tarieven die door de Autoriteit Consument en Markt worden vastgesteld.

Indien een aansluit- en transportovereenkomst in de loop van de maand wordt aangegaan, gewijzigd of beëindigd worden de maandelijks verschuldigde vergoedingen voor die maand op dagbasis bepaald en in rekening gebracht.

Door een netbeheerder wordt aan iedere aangeslotene die een aansluiting op het door die netbeheerder beheerde net heeft of daarom verzoekt de aansluitdienst aangeboden.

De aansluitdienst omvat de werkzaamheden, genoemd in artikel 28 van de Elektriciteitswet 1998.

De aansluitdienst heeft betrekking op de aansluiting voor aangeslotenen met een door de aangeslotene gewenste aansluitcapaciteit.

Voor het leveren van de aansluitdienst wordt aan iedere aangeslotene het aansluittarief in rekening gebracht. In geval op verzoek van de aangeslotene meerdere verbindingen zijn aangelegd, wordt elke extra verbinding die geen deel uitmaakt van de standaardaansluiting als extra aansluiting beschouwd waarvoor het aansluittarief in rekening wordt gebracht. Voor verbindingen gerealiseerd voor 1 januari 2004 en voor aansluitingen groter dan 10 MVA of 1 MVA, indien de aangeslotene daar om verzocht heeft, zullen de instandhoudingskosten in geval van meerdere verbindingen in overleg tussen de netbeheerder en de aangeslotene tot stand komen.

Een aangeslotene heeft recht op een aansluiting op het door hem gevraagde spanningsniveau, tenzij dit om technische redenen redelijkerwijs niet van de netbeheerder kan worden verlangd. De netbeheerder en de aangeslotene overleggen over onder welke voorwaarden en tegen welke vergoeding de aansluiting in deze gevallen wordt gerealiseerd.

Indien een aangeslotene in de zin van artikel 16c, eerste en tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998, aansluitingswerkzaamheden laat uitvoeren door een ander dan de netbeheerder, wordt in uitzondering op het gestelde in artikel 2.1.4, door de netbeheerder geen aansluittarief in rekening gebracht voor de desbetreffende aansluiting, maar slechts de vergoeding bedoeld in artikel 2.1.7.

In de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.39, eerste tot en met derde lid, van de Netcode elektriciteit, wordt vastgelegd welke aansluitingswerkzaamheden de aangeslotene openbaar zal aanbesteden en welke daarmee samenhangende taken de netbeheerder, als bedoeld in artikel 16c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, heeft. Voor deze in de overeenkomst vermelde taken komen de aangeslotene en de netbeheerder een redelijke vergoeding overeen die gespecificeerd wordt naar taak en gebaseerd is op het aantal door de netbeheerder daaraan daadwerkelijk te besteden uren. Daarbij worden tevens de loonkosten van de per taak bestede uren gespecificeerd.

Het aansluittarief dient ter bestrijding van de kosten die de netbeheerder in verband met de onder 2.1.2 genoemde werkzaamheden maakt, en voor zover deze geen deel uitmaken van de transportkosten. Deze kosten zijn te onderscheiden in:

Met betrekking tot de in 2.2.1 sub a genoemde kosten geldt dat slechts de kosten van rechtstreeks met de totstandbrenging van de aansluiting gemoeide investeringen in aanmerking worden genomen, waarbij de netbeheerder voor de standaardaansluitingen, zoals aangegeven in de tabel in 2.3.3c en nader omschreven in bijlage A, uitgaat van gemiddelden.

Het aansluittarief bestaat uit ten hoogste drie tariefdragers:

[Vervallen]

Het eenmalige aansluittarief bestaat uit een bedrag dat is opgebouwd uit een vast bedrag voor de verbreking van het net van de desbetreffende netbeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een aangeslotene met dat net tot stand te brengen (de knip), een vast bedrag voor het installeren van voorzieningen om het net van de desbetreffende netbeheerder te beveiligen en beveiligd te houden (de beveiliging) en een vast bedrag voor het tot stand brengen van een verbinding met een maximale kabellengte van 25 meter tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen (de verbinding), aangevuld met een bedrag per meter voor elke meter meer dan die 25 meter.

De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit kleiner dan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten van het instandhouden van de aansluiting en voor elke meter meer dan de maximale kabellengte van 25 meter tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen (de verbinding). De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit groter dan of gelijk aan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten van het instandhouden van de aansluiting, aangevuld met een bedrag per meter ter dekking van de kosten van het instandhouden voor elke meter meer dan die 25 meter.

Met inachtneming van de tabel genoemd in 2.3.3c en bijlage A wordt het aansluittarief bepaald door de aansluitcapaciteit die de aangeslotene wenst. Het is de netbeheerder toegestaan om voor zijn gebied afwijkende grenzen vast te stellen. Deze afwijkende grenzen liggen ter inzage bij de netbeheerder en worden, ook bij wijzigingen ervan, schriftelijk gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt.

Een voornemen tot het wijzigen van de grenzen wordt aan de Autoriteit Consument en Markt ter kennis gebracht, tegelijk met het voorstel voor de tarieven als bedoeld in artikel 41b van de Elektriciteitswet 1998. Wijzigingen van de grenzen zijn van toepassing met ingang van de datum waarop ook nieuw vastgestelde tarieven in werking treden.

Voor de volgende aansluitingen:

geldt een aansluittarief dat is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting. Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt de onderstaande standaardfactuur toegepast. Indien de netbeheerder de aanleg van de aansluiting aanbesteed, dan biedt de netbeheerder de aangeslotene inzicht in de criteria, de procedure en het resultaat van aanbesteding.

Het aansluittarief voor een aansluiting van een netbeheerder op het net van een andere netbeheerder is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting.

1) Indien de netbeheerder in de tabel in 2.3.3c afwijkende grenzen hanteert, dan worden die afwijkende grenzen eveneens gehanteerd in 3.7.2.

2) In gebieden waar geen TS voorhanden is, wordt de aansluiting op het naast hogere of lagere spanningsniveau gerealiseerd.

Artikel 2.3.3a is van overeenkomstige toepassing op eenmalige werkzaamheden van de netbeheerder ten behoeve van het aanpassen van de aansluiting en het realiseren van voorzieningen aan de aansluiting voor het kunnen toekennen van secundaire allocatiepunten aan een aansluiting.

Voor de instandhouding van de in 2.3.3a, onderdelen a en b, en 2.3.3b bedoelde aansluitingen verricht de netbeheerder de in de tabel in 2.3.5.5 genoemde (categorieën) werkzaamheden.

De periodieke vergoeding voor de instandhouding van de in 2.3.3a, onderdelen a en b en 2.3.3b bedoelde aansluitingen wordt door de netbeheerder vastgesteld, waarbij de volgende uitgangspunten in acht worden genomen:

De periodieke aansluitvergoeding van de in 2.3.3a, onderdelen a en b, en 2.3.3b bedoelde aansluitingen wordt bij wijziging van de aansluiting opnieuw op basis van vorenbedoelde uitgangspunten vastgesteld.

Voor de periodieke aansluitvergoeding voor de instandhouding van de in 2.3.3a, onderdeel c, bedoelde aansluitingen zijn de standaardvergoedingen voor standaardaansluitingen met dezelfde aansluitcapaciteit verschuldigd.

*) Eventueel differentiatie in % voor de afzonderlijke componenten van de met de aangeslotene overeengekomen investeringskosten.

**) De in bovenstaande tabel gegeven omschrijvingen van ‘beheer’ en ‘vervanging’ zijn uitsluitend van toepassing op paragraaf 2.3.5.

***) Uitgesplitst naar knip, verbinding, beveiliging.

De in de tabel in 2.3.5.5 onder ‘beheer’ genoemde omschrijvingen hebben in deze tabel de volgende betekenis:

De in 2.3.5.2 en 2.3.5.5 genoemde percentages betreffen voor alle in paragraaf 2.3.5 bedoelde aansluitingen van een netbeheerder uniforme percentages. Deze percentages worden periodiek door de netbeheerder herijkt. De herijkte percentages gelden vanaf dat moment voor alle in paragraaf 2.3.5 bedoelde aansluitingen.

Bij het verbreken of aflopen van de aansluit- en transportovereenkomst worden de kosten voor het uitgebruik nemen van de aansluiting via een éénmalige bijdrage in rekening gebracht bij de aangeslotene.

Bij het verlengen van de aansluit- en transportovereenkomst hoeven bestaande aansluitingen niet ingrijpend te worden aangepast, tenzij wijzigingen noodzakelijk zijn om de netbeheerder in de gelegenheid te stelen zijn wettelijke taken uit te voeren.

Bij wijziging van een aansluiting op verzoek van aangeslotenen geldt een tarief gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke wijziging tot een maximum van het aansluittarief dat geldt voor de nieuwe aansluiting volgens de tabel genoemd onder 2.3.3c plus eventueel de éénmalige bijdrage conform artikel 2.4.1 voor het verwijderen van de oude aansluiting.

Voor het berekenen van de éénmalige bijdrage voor het uitgebruik nemen van de aansluiting ex artikel 2.4.1 en voor het berekenen van de voorcalculatorische projectkosten voor het wijzigen van een aansluiting ex artikel 2.4.3 wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.3.3a, toegepast.

In het geval dat op een bestaande aansluiting een nieuwe aansluiting wordt gemaakt, zodat een deel van de aansluitkabel in een net verandert, zal de netbeheerder onder de volgende voorwaarden overgaan tot restitutie van een deel van het door de “eerstaangeslotene” betaalde éénmalige aansluittarief:

De restitutie genoemd in artikel 2.4.5 wordt als volgt berekend. De hoogte van de restitutie wordt bepaald door de lengte van het gemeenschappelijke deel van de voormalige aansluitkabel van de “eerstaangeslotene” te vermenigvuldigen met het tarief voor de meerlengte van de aansluitkabel dat de “eerstaangeslotene” destijds betaald heeft. Deze restitutie wordt toegepast bij elke nieuwe aansluiting waarbij weer een deel van de aansluitkabel van de “eerstaangeslotene” verandert in net. Voor aansluitingen groter dan 10 MVA, tijdelijke aansluitingen en aansluitingen waarvan de werkzaamheden zijn uitbesteed aan derden zal tussen de netbeheerder en de aangeslotene overleg worden gevoerd over de hoogte van restitutie.

Indien de bestaande en de nieuwe aansluiting, zoals bedoeld in artikel 2.4.5, betrekking hebben op hetzelfde WOZ-object, zijn artikelen 2.4.5 en 2.4.6 niet van toepassing.

Door een netbeheerder wordt aan iedere aangeslotene die een aansluiting op het door die netbeheerder beheerde net heeft de transportdienst aangeboden.

De transportdienst omvat het transporteren van elektriciteit van producenten naar verbruikers door gebruik te maken van het net. Hieronder wordt mede verstaan:

Voor het leveren van de transportdienst wordt het transportonafhankelijk transporttarief en het transportafhankelijk transporttarief in rekening gebracht per aansluiting van een aangeslotene die elektriciteit ontvangt. Voor aansluitingen bestaande uit meer verbindingen geldt dat deze verbindingen voor het transporttarief als één aansluiting beschouwd worden voor zover de verbindingen in één en dezelfde tariefcategorie vallen en de netaansluitpunten van deze verbindingen liggen in delen van het net van de netbeheerder die in de normale bedrijfstoestand galvanisch met elkaar verbonden zijn. Indien door deze sommatie het transportvermogen uitgaat boven de grenzen van de betreffende tariefcategorie volgens 3.7.2, dan blijft toch de tariefcategorie, waarin de afzonderlijke verbindingen vallen, gelden.

Het transporttarief dient ter dekking van de kosten van de door de netbeheerder beheerde infrastructuur voorzover deze kosten geen deel uitmaken van de aansluitkosten.

De kosten, welke worden bepaald conform de normen en eisen van de Autoriteit Consument en Markt, worden ingedeeld in twee categorieën:

In aanvulling op artikel 3.2.1 dient het transporttarief van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tevens ter bestrijding van de kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt ten behoeve van de taken en werkzaamheden genoemd in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder p, van de Elektriciteitswet 1998, alsmede al hetgeen naast deze taken en werkzaamheden nodig is tot nakoming van in ENTSO-E-verband aangegane verplichtingen, te onderscheiden in:

De kosten zoals bedoeld in 3.2.2a worden toegerekend aan het netvlak bedoeld in 3.2.3, onderdeel a.

Voor de transport-afhankelijke kosten wordt de volgende indeling van netvlakken gehanteerd:

De 50 / 25 kV-netten kunnen op grond van de specifieke netconfiguratie en in het verleden gevoerde beleid aan de netvlakken HS of MS worden toegerekend en voor de overige artikelen als zodanig worden beschouwd.

Met betrekking tot de 1 tot en met 25 kV-netten kan op grond van de specifieke netconfiguratie en in het verleden gevoerde beleid in de kostentoerekening onderscheid worden gemaakt tussen een netvlak MS-transport en een netvlak MS-distributie.

Indien een netbeheerder van een of meer van de in 3.2.4 geboden mogelijkheden gebruik wil maken, wordt het voornemen hiertoe aan de Autoriteit Consument en Markt ter kennis gebracht, tegelijk met het voorstel voor de tarieven als bedoeld in artikel 41b van de Elektriciteitswet 1998. Wijzigingen zijn van toepassing met ingang van de datum waarop ook nieuw vastgestelde tarieven in werking treden.

In de verhouding tussen netbeheerders onderling geldt met betrekking tot de toerekening van de transportafhankelijke kosten van de netten op de in artikel 3.2.3 genoemde spanningsniveaus, dat:

De transporttarieven zijn:

Het in 3.3.1, onder a, genoemde tarief valt uiteen in een transportafhankelijk tarief, beschreven in de paragrafen 3.4 – 3.7, en een transportonafhankelijk tarief, beschreven in paragraaf 3.8.

Een streng van lichtmasten wordt voor de toepassing van het transporttarief beschouwd als één aansluiting waarbij de indeling in een transporttariefcategorie, conform artikel 3.7.2, wordt gebaseerd op (de som van) het gecontracteerd vermogen van de lichtmasten in deze streng. Daarbij wordt een “streng van lichtmasten” gedefinieerd als:

Een aantal lichtmasten, niet zijnde een OV-installatie, dat wordt gevoed vanuit dezelfde laagspanningsrail in een transformatorstation en waarover slechts één aangeslotene kan beschikken.

Voor de bepaling van het transportafhankelijke tarief vindt een toerekening van de in 3.2.2, onder a, genoemde kosten plaats tussen producenten enerzijds, verbruikers anderzijds, aldus dat aan aangeslotenen die elektriciteit ontvangen 100 (honderd) procent van de som van de transportafhankelijke kosten van EHS en HS netten alsmede de transportafhankelijke kosten met betrekking tot de overige netvlakken wordt toegerekend, een en ander volgens het cascade-beginsel, bedoeld in 3.6.1 en volgende.

Voor de kostentoerekening aan verbruikers worden kosten van een net op een hoger spanningsniveau toegerekend aan een net op een lager spanningsniveau naar rato van het aandeel van laatstgenoemd net in de totale afname van energie en/of vermogen van het eerstgenoemde net (het cascade-beginsel), zulks met inachtneming van het hierna, onder 3.6.2, bepaalde.

Voor de toepassing van het cascade-beginsel ten aanzien van de kosten van de in 3.4.1, onder a en b bedoelde netten wordt de voorcalculatorische vastgestelde opbrengst van het LUP op die kosten in mindering gebracht.

De verdeelsleutels voor de kostentoerekening volgens het cascade-beginsel zijn de volgende:

Voor de toepassing van de onder 3.6.3 uitgedrukte verdeelsleutels wordt:

Met inachtneming van artikel 3.2.5 worden voor de bepaling van het transportafhankelijke verbruikers-transporttarief (TAVT) de volgende tariefcategorieën onderscheiden:

Verbruikers worden ingedeeld in de onder 3.7.1 genoemde categorieën volgens onderstaande regels:

De grenzen genoemd in 3.7.2 komen overeen met de grenzen in de tabel in 2.3.3c. De verdeling van de aangeslotenen over de categorieën voor het gecontracteerde transportvermogen ex artikel 3.7.2 kan echter afwijken met die voor de gewenste aansluitcapaciteit ex artikel 2.3.3 in die zin dat aangeslotenen voor het gecontracteerde transportvermogen op verzoek van de aangeslotene in een lagere categorie kunnen worden ingedeeld dan voor de gewenste aansluitcapaciteit.

Onder gecontracteerd transportvermogen wordt verstaan dat vermogen dat een verbruiker redelijkerwijs verwacht maximaal op enig moment in het jaar nodig te hebben voor zijn aansluiting. Iedere verbruiker met een aansluiting groter dan 3x80A is verplicht om aan de netbeheerder een waarde voor het gecontracteerde transportvermogen op te geven. Deze waarde is gelijk of kleiner dan de waarde van de gewenste aansluitcapaciteit.

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in 3.7.1, onder a tot en met c, zijn:

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers met een bedrijfstijd (totaal aantal afgenomen kWh’s per jaar / maximaal afgenomen vermogen per jaar) van maximaal 600 uur in de tariefcategorieën, genoemd in 3.7.1, onder a tot en met c, zijn:

Onder de in dit onderdeel genoemde week wordt verstaan een kalenderweek, die loopt van maandag 06:00 uur tot de volgende maandag 06:00 uur. Week 1 is de week, waarin de eerste donderdag van het jaar valt.

Op basis van het ingeschatte gebruik, dat wordt afgerekend met deze twee tariefdragers, dient een deel van de kosten, die met toepassing van artikel 3.6.3 worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde netvlakken, met de in dit artikel onder a en b genoemde tariefdragers te worden gedekt.

De in 3.7.5, onder a, en de in 3.7.5a onder a, genoemde tariefdragers worden gebaseerd op de waarde van het gecontracteerde transportvermogen voor een kalenderjaar. Bij overschrijding wordt het gecontracteerde transportvermogen aangepast en geldt de nieuwe waarde voor het gehele kalenderjaar waarin de overschrijding zich voordoet. Dit is alleen van toepassing wanneer de verschillende netaansluitpunten van een aangeslotene in de normale bedrijfstoestand operationeel zijn.

Het gecontracteerde transportvermogen voor verbruikers genoemd in 3.7.5 en 3.7.5a kan maximaal eenmaal gedurende het jaar naar beneden of boven worden aangepast, indien er sprake is van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien, onverminderd het bepaalde in 3.7.6.

[Vervallen]

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in 3.7.1, onder d, zijn:

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorie, genoemd in 3.7.1, onder e, zijn:

Voor de in 3.7.9 en 3.7.10, telkens onder a, genoemde tariefdrager wordt uitgegaan van een waarde voor het gecontracteerde transportvermogen die voor onbepaalde tijd geldt. Deze waarde wordt aangepast in de navolgende gevallen:

De tariefdragers voor het TAVT, die met toepassing van 3.6.3 worden toegerekend aan verbruikers in de tariefcategorieën, genoemd in 3.7.1 onder f en g, zijn:

Met betrekking tot de tariefdrager, genoemd in 3.7.12, onder a, geldt dat:

Het TAVT voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A wordt berekend door de totale toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van het aantal aansluitingen per afnemerscategorie vermenigvuldigd met de rekencapaciteit van deze afnemerscategorie (zie tabel). De rekencapaciteit wordt gebruikt om de capaciteitsafhankelijke tarieven voor de onderscheiden afnemerscategorieën te bepalen.

2 Of 3x40A indien een schakelautomaat wordt toegepast.

Bij aangeslotenen met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A in de tariefcategorie, genoemd in artikel 3.7.1, onderdeel f, en waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installatie(s) bevind(t)(en) en geen ander verbruik dan het eigen verbruik van de desbetreffende productie-installatie(s), wordt geen TAVT in rekening gebracht.

De netbeheerder stelt, na overleg met de in zijn gebied actieve vergunninghouders, de laaguren en de normaaluren vast en gaat daarbij uit van de in het verleden gehanteerde schakeltijden.

De transportonafhankelijke kosten worden toegerekend aan de in 3.7.1 genoemde tariefcategorieën naar de mate waarin zij in een tariefcategorie zijn veroorzaakt.

[Vervallen]

[Vervallen]

Vanaf 1 januari 2005 zijn per tariefcategorie de transportonafhankelijke tarieven van alle netbeheerders aan elkaar gelijk.

Voor verbruikers geldt een blindenergietarief indien de uitgewisselde blindenergie zoals bedoeld in artikel 2.27 van de Netcode elektriciteit, uitgaat boven de bij de arbeidsfactor van 0,85 (inductief) of 1.0 (capacitief) behorende hoeveelheid. Als tariefdrager geldt de kvarh.

Voor het blindenergietarief voor verbruikers worden twee tariefcategorieën gehanteerd:

Voor productie-eenheden aangesloten op:

Voor de verrekening van de tussen netten onderling uitgewisselde blindenergie stellen de gezamenlijke netbeheerders een regeling vast die op een door hen te bepalen tijdstip in werking treedt.

De kostentoerekening en de vaststelling van de waarden van de tariefdragers vinden plaats op basis van gemeten waarden, waarbij de eisen die in de Meetcode elektriciteit zijn neergelegd in acht worden genomen. Uitgezonderd worden de waarden van de tariefdrager voor aangeslotenen in de tariefcategorieën genoemd in 3.7.1 onder f met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A en g. Deze waarden worden bepaald volgens 3.7.13a.

[Vervallen]

Over de in hoofdstuk 13 van de Netcode elektriciteit bedoelde gegevensuitwisseling tussen aangeslotenen en de netbeheerders is geen vergoeding verschuldigd.

Indien regionale netbeheerders door faillissement van een leverancier als gevolg van toepassing van het leveranciersmodel, zoals bedoeld in artikel 95cb van de Elektriciteitswet 1998, tariefinkomsten derven, mogen zij deze gederfde inkomsten gezamenlijk met alle kleinverbruikers verrekenen, waarbij elke kleinverbruiker een gelijk bedrag in rekening wordt gebracht.

De in artikel 5.1.1. bedoelde verrekening heeft ten hoogste betrekking op de gederfde tariefinkomsten gedurende

De te verrekenen gederfde tariefinkomsten bedragen ten hoogste de overeenkomstig paragraaf 8.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas vastgestelde verplichting over de overeenkomstig artikel 5.1.2 vastgestelde periode minus de over die periode door regionale netbeheerders van de in artikel 5.1.1 bedoelde leverancier ontvangen afdrachten.

Het moment van de in artikel 5.1.1 bedoelde verrekening is twee jaar na het jaar waarin de vergunninghouder in staat van faillissement is verklaard. De netbeheerder dient dit verzoek tot correctie voor gederfde transporttariefinkomsten te doen met het tariefvoorstel voor het betreffende jaar. Daarbij moet de netbeheerder aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht overleggen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, van de gederfde tariefinkomsten.

Indien een netbeheerder, als bedoeld in artikel 5.1.1, gederfde inkomsten verrekent, dient deze netbeheerder in het jaar van het einde van het faillissement van de betreffende vergunninghouder een verklaring van de curator bij de Autoriteit Consument en Markt te overleggen van de uitkomsten van het faillissement. Het einde van een faillissement is de dag waarop het einde van een faillissement wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

Inkomsten die de netbeheerder alsnog heeft kunnen verhalen op de failliete boedel worden op gelijke wijze als bij de verrekening onder artikel 5.1.1 gezamenlijk in mindering gebracht op de tarieven twee jaar na het jaar van het einde van het faillissement.

De Tarievencode Elektriciteit, zoals vastgesteld bij besluit van 30 september 1999 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

Dit besluit wordt aangehaald als: Tarievencode elektriciteit.

Deze bijlage betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van de aansluiting (artikel 2.2.2 van de Tarievencode elektriciteit) per type aansluiting zoals gedefinieerd in tabel 2.3.3c van de Tarievencode elektriciteit: de knip, de verbinding en de beveiliging. Voorts wordt in deze bijlage nader geregeld welke kosten voor het straatwerk in de aansluittarieven voor de verschillende typen standaardaansluitingen kunnen worden verwerkt. Deze bijlage heeft niet tot doel alle onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om duidelijk aan te geven waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de netbeheerder bepalen welke materialen en werkzaamheden behoren tot de aansluiting en welke kosten gedekt worden door het aansluittarief (zowel de eenmalige bijdrage als de periodieke vergoeding voor onderhoud en voor herbruikbare activa).

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 1x6A is op de laagspanningskabel (figuur 1a), hulpader (figuur 1b) of o.v.kabel (figuur 1c) die deel uitmaken van het net van de netbeheerder. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel, hulpader of o.v.kabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in een aansluitkast die in het object is gemonteerd. De aansluitkast wordt nog toegerekend tot de aansluitdienst van de netbeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het net van de netbeheerder.

Figuur 1 LS geschakeld aansluitingen (1x6A)

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 60 kVA is op de laagspanningskabel. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. De aansluitkast en het meterbord worden nog gerekend tot de aansluitdienst van de netbeheerder. Ook het elektrisch aansluiten van de meter behoort tot de aansluitdienst van de netbeheerder. De aangeslotene kan in de categorie tot 3x25A bij sommige netbeheerders kiezen tussen bijvoorbeeld 3x25A, 1x35A of 1x25A. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het net van de netbeheerder.

Figuur 2 LS aansluiting (3x25A – 60 kVA)

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 60 kVA tot en met 0,3 MVA is op het dichtstbijzijnde algemene LS-voedingspunt in het net van de netbeheerder (MS/LS-transformatorstation). De knip ligt in het transformatorstation en begint vanaf de strook op het laagspanningsrek. De verbinding bestaat uit een laagspanningskabel die loopt vanaf het transformatorstation tot aan de beveiliging binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. Het overdrachtspunt (beveiliging en scheiding) bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. Het meterbord wordt nog toegerekend aan de beveiliging op de onroerende zaak van de aangeslotene. De meettransformatoren dienen vergoed te worden middels het gereguleerde aansluittarief. Ook het elektrisch aansluiten van de meter behoort tot de aansluitdienst van de netbeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot het dichtstbijzijnde MS/LS-transformatorstation, dat deel uitmaakt van het net van de netbeheerder.

Figuur 3 LS aansluiting af LS-rek transformator (60 – 300 kVA)

De standaard aansluitmethode voor aansluitingen vanaf 0,3 MVA tot en met 3MVA is inlussen in het middenspanningsnet. De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het net te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee scheiders en een vermogensschakelaar en een MS-meetveld (inclusief meettransformatoren). De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het net van de netbeheerder (figuur 4).

Figuur 4 Zuivere MS aansluiting (0,3 – 3 MVA)

A.5.1

Deze aansluiting wordt gerealiseerd door een transformatiestap aan te bieden en te meten op laagspanning. Deze meting wordt teruggerekend naar een meting op middenspanningsniveau. Het transporttarief dat voor deze aangeslotene geldt, wordt door de keuze van de aangeslotene voor deze variant niet beïnvloed. Tot 630 kVA wordt vaak een compactstation gebruikt waarin transformator, schakelinstallatie en laagspanningsrek in een kleine behuizing bijeen zijn geplaatst. Deze oplossing (figuur 5) is voor de aangeslotene voordeliger dan het aanvragen van een zuivere middenspanningsaansluiting met een middenspanningsmeting en een vermogensschakelaar (fig. 4).

A.5.2

Netbeheerders geven bij het uitbrengen van een offerte aan de aangeslotene aan dat de aangeslotene zelf zorg dient te dragen voor een transformator en bijbehorende behuizing (het compact station). De netbeheerder stemt het aanleggen van de aansluiting af met de leverancier en/of installateur van de transformator en het compact station. De kosten van de transformator, de behuizing ten behoeve van deze transformator en alle andere onderdelen aan de installatiezijde van de beveiliging (b.v. het laagspanningsrek) dienen niet in het gereguleerde aansluittarief te worden opgenomen. Bij het indienen van voorstellen voor aansluittarieven dient de netbeheerder duidelijk aan te geven dat de aangeslotene de transformator ook van een derde kan betrekken en dient de netbeheerder expliciet rekening te houden met de plaatsing van een transformator door een derde partij.

A.5.3

Bij het aanbieden van zo'n middenspanningsaansluiting (figuur 5) is het gereguleerde aansluittarief opgebouwd uit de volgende elementen:

De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het net te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee kabelscheiders en transformatorveld (KKT-installatie). Ook de meettransformatoren die aan de laagspanningskant van de aansluiting worden aangebracht behoren tot het gereguleerde aansluittarief. De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een compactstation of een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het net van de netbeheerder.

Figuur 5 MS aansluiting met meting op LS (0,3 – 1 MVA)

Netbeheerders hebben de mogelijkheid boven 3 MVA op basis van voorcalculatorische projectkosten (maatwerk) aansluitkosten te bepalen. Voor de categorie aansluitingen tussen de 3 MVA en 10 MVA wordt dit alleen op verzoek van de aangeslotene gedaan. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.3.3a, toegepast. Indien de aangeslotene geen verzoek doet geldt de standaard aansluitmethode. De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 3 MVA tot en met 10 MVA is op een middenspanningsrail van een HS/MS-, TS/MS-, MS/MS-transformatorstation of op de MS stamvoeding. De knip bestaat in deze categorie uit twee of meer afgaande velden van een middenspannings- of tussenspanningsrail. De verbinding bestaat uit een n-1 veilige voeding bestaande uit twee of meer kabels in een tracé. De beveiliging bestaat uit minimaal twee vermogensschakelaars, een scheider en een meetveld aangeboden in één inkoopstation binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. De lengte van de verbinding, die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde MS rail in een HS/MS-station, TS/MS-station of MS/MS-station of de MS stamvoeding, dat deel uitmaakt van het net van de netbeheerder.

Figuur 6 MS aansluiting op MS rail (3 – 10 MVA)

Boven 10 MVA bepalen netbeheerders het aansluittarief op basis van de voorcalculatorische projectkosten. Voor de bepaling van het aansluittarief wordt als uitgangspunt voor de offerte genomen het dichtstbijzijnde punt in het net van de netbeheerder waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De netbeheerder dient mee te werken aan onderzoek dat door de aangeslotene of in opdracht van de aangeslotene wordt uitgevoerd ter controle van de plaats in het net waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De aansluittarieven dienen non-discriminatoir en transparant te worden berekend en vooraf bekend gemaakt te worden. De netbeheerder dient de standaardelementen van de aansluiting de knip, de verbinding en de beveiliging nader in te vullen in componenten. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.3.3a, toegepast.

Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de netbeheerder aan de bestrating moet verrichten om een aansluiting te maken. De netbeheerder onderhandelt met gemeenten en anderen over de kosten van het terugleggen van de definitieve bestrating zowel voor de bestrating ten behoeve van aansluitingen als ten behoeve van werkzaamheden aan het net van de netbeheerder. De definitieve straatwerkkosten op de openbare weg en onroerende zaken van derden die ten behoeve van de aansluiting worden doorkuist, dienen gedekt te worden door middel van het standaardtarief. Daarbij dient de netbeheerder in het standaard aansluittarief een gemiddelde op te nemen van de straatwerkkosten. Binnen de onroerende zaak van de aangeslotene valt alleen het openen en dichtvleien van open verharding onder het standaardtarief. Derhalve dient in de aansluittarieven een standaardopslag te worden opgenomen voor straatwerk, die bestaat uit: