U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2020.

Beleidsregel · BWBR0037981

Beleidsregel verlagen subsidie POP

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 19 mei 2016, nr. WJZ/16027022, houdende beleidsregels omtrent het verlagen van subsidie verleend voor plattelandsontwikkeling in het kader van Verordening (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1698/2005 (Beleidsregel verlagen subsidie POP)Beleidsregel verlagen subsidie POPDe Staatssecretaris van Economische Zaken, handelende na overleg met Gedeputeerde Staten van de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland, Utrecht, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage19 mei 2016De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. vanDam

In dit besluit wordt verstaan onder:

De bepalingen inzake het verlagen van subsidies of van subsidiabele kosten zoals die zijn opgenomen in verordening 1306/2013, verordening 640/2014 en in onderhavige beleidsregel zijn van overeenkomstige toepassing op subsidies die zijn verstrekt ter uitvoering van het POP2 en POP3 en die volledig worden bekostigd met nationale middelen.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die zijn verstrekt ter uitvoering van het POP2 en POP3, waarbij de hoogte van de subsidie is gebaseerd op de oppervlakte waarop de subsidiabele activiteit dient te worden uitgevoerd.

De uniforme buffertolerantie, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van verordening 809/2014, bedraagt 1 meter.

De verlagingen die op grond van dit hoofdstuk opgelegd worden, kunnen niet meer dan 100% van de subsidie of de jaarbetaling bedragen.

Indien een subsidieontvanger niet alle in artikel 16 van Verordening 640/2014 bedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de betalingsaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3 procent van de aangegeven oppervlakte, wordt het totale bedrag van de jaarbetalingen die in dat jaar aan die subsidieontvanger moet worden gedaan als volgt verlaagd:

Indien een subsidieontvanger één of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft, wordt de subsidieverlening geheel ingetrokken.

De jaarbetaling wordt geweigerd indien de subsidieontvanger verhindert dat door of vanwege Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie monitoringswerkzaamheden inzake het beheer worden uitgevoerd.

Indien een subsidieontvanger ten aanzien van één of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, dan wordt de jaarbetaling voor het betreffende leefgebied en kalenderjaar:

Indien de subsidieontvanger in de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies, oppervlaktes opgeeft die geen bedrijfsperceel zijn, dan wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig artikel 2.11.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies worden verleend ter uitvoering van het POP3 en waarbij de hoogte van de subsidie niet is gebaseerd op de oppervlakte van landbouwgrond.

Indien de subsidieontvanger aanbestedingplichtig is op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet 2012 niet of niet volledig is nageleefd bij een aanbestedingplichtige activiteit, dan worden de gedeclareerde kosten die betrekking hebben op de desbetreffende opdracht gecorrigeerd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel II.

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden inzake communicatie in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies wordt de subsidietoekenning verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.

Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan andere verplichtingen dan bedoeld in de artikelen 3.3, 3.4 of 3.5, die zijn opgenomen in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of in de beschikking tot subsidieverlening, worden correcties of sancties toegepast waarbij voor de kortingspercentages wordt aangesloten bij de kortingspercentages zoals opgenomen in Bijlage 4, deel I.

Indien een subsidieontvanger een op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of de beschikking tot subsidieverlening voorgeschreven verslag omtrent de voortgang niet of niet tijdig aanlevert of het verslag voldoet niet aan de eisen die daaraan worden gesteld, wordt de vast te stellen subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.

Voor subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4, titel 4.1, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies geldt dat indien blijkt dat de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag lager is dan de oppervlakte vermeld in de verzekeringspolis, de subsidie evenredig procentueel wordt verlaagd met het vastgestelde verschil.

De bepalingen uit hoofdstuk 3 en bijlage 4 zijn van overeenkomstige toepassing op niet-oppervlakte gebonden subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, met uitzondering van titel 4.1 daarvan.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie POP.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De hoogte van de subsidieverlaging wordt vastgesteld volgens de onderstaande tabel:

De hoogte van de verlaging wordt vastgesteld volgens de onderstaande tabel:

Vooraf: