Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregels van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 juli 2016, kenmerk 782071, betreffende de verlening van niet-incidentele kansspelvergunningen door de raad van bestuur van de kansspelautoriteit op grond van artikel 3 van de Wet op de kansspelen voor het organiseren van loterijen (Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen)Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningenDe Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 3 van de Wet op de kansspelen;

Besluit:

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,K.H.D.M.Dijkhoff

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Deze beleidsregels hebben uitsluitend betrekking op de verlening van vergunningen voor het organiseren van loterijen.

De raad van bestuur verleent een vergunning voor de duur van maximaal vijf jaar. De raad van bestuur kan beslissen om de vergunning voor een kortere duur te verlenen.

De raad van bestuur verbindt nadere voorschriften aan de vergunning met betrekking tot de noodzakelijke kosten, bedoeld in artikel 2, onder d, van het Kansspelenbesluit. Deze nadere voorschriften houden in ieder geval in dat de vergunninghouder bij het organiseren van het vergunde kansspel:

De raad van bestuur verbindt in ieder geval als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder:

De raad van bestuur kan de vergunning in ieder geval intrekken, indien:

De raad van bestuur kan de vergunning schorsen op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om de vergunning in te trekken.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen.