Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 augustus 2016, nr. MBO 1001739, houdende de vaststelling van het model cross-over kwalificatie, inclusief de bij het model behorende instructie en het toetsingskader cross-over kwalificaties (Regeling vaststelling model cross-over kwalificatie en toetsingskader cross-over kwalificaties mbo 2016)Regeling vaststelling model cross-over kwalificatie en toetsingskader cross-over kwalificaties mbo 2016De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 9, van het Besluit experiment cross-over kwalificaties;

Besluit:

Deze regeling wordt met toelichting en bijlagen in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.Bussemaker

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2016.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling model cross-over kwalificatie en toetsingskader cross-over kwalificaties mbo 2016.

Deze instructie is een handleiding voor de ontwikkeling van de cross-over kwalificatie en verantwoordingsinformatie. De instructie behoort bij het model cross-over kwalificatie mbo.

Het eerste deel van dit document gaat in op het ontwerp van de cross-over kwalificatie. Het bevat, per onderdeel van het model, instructies voor de beschrijving van verschillende onderdelen in het basis- en profieldeel. Het tweede deel bevat de instructie voor de invulling van de verantwoordingsinformatie behorend bij de cross-over kwalificatie. De cross-over kwalificatie wordt vastgesteld door de Minister van OCW. Dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie. Het derde deel het koppelen van keuzedelen aan de cross-over kwalificatie.

In bijlage 1 is een overzicht met de NLQF/EQF descriptoren opgenomen. In bijlage 2 is een overzicht van het Europees Referentiekader MVT opgenomen. In bijlage 3 is een toelichting van de uitwerking van beroepsgerichte taal- en rekeneisen.

Een cross-over kwalificatie is opgebouwd uit een basisdeel en een profieldeel die samen de kwalificatie-eisen vormen voor het beginnend beroepsniveau. Het basisdeel bestaat uit het beroepsgerichte basisdeel (de kerntaken en werkprocessen) en het algemene basisdeel (de generieke eisen Nederlandse taal, rekenen en (bij de niveau-4 kwalificaties) Engels). In het profieldeel staat informatie over eventuele certificaten.

De cross-over kwalificatie kent een aantal specifieke kenmerken:

Er zijn altijd keuzedelen gekoppeld aan de cross-over kwalificatie. Keuzedelen hebben tot doel om bovenop de kwalificatie een verdieping of verbreding te leveren bij de toerusting voor de arbeidsmarkt of een extra voorbereiding voor een vervolgopleiding.

Het onderwijs dat gebaseerd is op het totaal van basisdeel + profieldeel + keuzedelen is de beroepsopleiding. Het vormt de basis voor de onderwijsprogrammering binnen de daarvoor geldende wettelijke studieduur.

Het model cross-over kwalificatie is geen onderwijsmodel. Het schrijft niet voor hoe het onderwijs ingericht moeten worden.

In het model is een standaardtekst opgenomen waarin staat dat de cross-over kwalificatie alleen aangeboden mag worden wanneer de onderwijsinstelling toestemming heeft van de minister van OCW.

Naam cross-over kwalificatie

De naamgeving is kort, weloverwogen en herkenbaar voor onderwijs, bedrijfsleven en student. De naam is ook uniek in de kwalificatiestructuur. De naam van de cross-over kwalificatie verwijst naar de beroepsbeoefenaar. Bijvoorbeeld: Allround Timmerman, Patissier, Glazenier.

Crebonummer, Versie, Geldig vanaf

De Toetsingskamer vult het betreffende Crebonummer in, o.b.v. informatie van DUO. Ook versie en geldig vanaf worden ingevuld door de Toetsingskamer.

In een tabel wordt per profiel weergegeven: naam van de cross-over kwalificatie, het mbo-niveau c.q. het EQF-niveau en de typering van de kwalificatie. Deze gegevens worden automatisch gegenereerd door DigiK1. Hieronder volgt een nadere toelichting op de te leveren gegevens.

Niveau-aanduiding

Geef voor de cross-over kwalificatie het bijbehorende mbo-niveau aan.

In onderstaande tabel staat welk EQF-niveau correspondeert met welk mbo-niveau:

Typering kwalificatie

In onderstaande overzicht staat welk soort beroepsopleiding behoort bij het mbo-niveau van een kwalificatie:

Naast de tabel genereert DigiK een overzicht van de kerntaken en werkprocessen van de cross-over kwalificatie.

Het basisdeel van de cross-over kwalificatie bestaat uit twee delen: het beroepsspecifieke deel en het generieke deel. Het generieke deel bestaat uit de generieke kwalificatie-eisen aan Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo niveau 4) Engels. Samen borgen deze twee delen de drievoudige kwalificering. Het beroepsspecifieke deel beschrijft de kerntaken en de vakkennis, vaardigheden en houdingsaspecten die alle beginnende beroepsbeoefenaren in het betreffende werkveld delen.

De cross-over kwalificatie bestaat altijd uit onderdelen van herziene kwalificaties uit twee of meer opleidingsdomeinen2. De kwalificatie bestaat uit kerntaken. Een kerntaak is opgebouwd uit complexiteit, verantwoordelijkheid en zelfstandigheid, vakkennis en vaardigheden, en werkprocessen. Deze onderdelen hangen onderling samen. Bij het samenstellen van een cross-over kwalificatie is een werkproces de kleinste eenheid die kan worden gebruikt. Het heeft de voorkeur om onderdelen niet aan te passen wanneer dit niet nodig is. In principe worden onderdelen een op een overgenomen uit de bestaande kwalificaties. Indien het hierdoor niet mogelijk is om de context voldoende naar voren te laten komen, dan is beperkte aanpassing van de onderdelen binnen een kerntaak mogelijk. Wanneer aanpassing gewenst is wordt altijd beargumenteerd waarom gekozen is voor een aanpassing (het principe van pas toe of leg uit).

De volgende paragrafen beschrijven welke eisen er gesteld worden aan de kwalificatie-onderdelen. Per onderdeel is uitgewerkt welke aanpassing er mogelijk is.

De typering van de beroepengroep geeft op beknopte wijze de kern van de beroepengroep weer. Dit gebeurt aan de hand van context, typerende beroepshouding en resultaat.

De typering is ook een kapstok voor het bewaken van de samenhang van de cross-over kwalificatie.

Context: De werkomgeving en plaats waar de beginnende beroepsbeoefenaar zijn werkzaamheden uitvoert. De tekst moet bondig zijn. Er mag geen additionele informatie, zoals handelingen die de beroepsbeoefenaar verricht, vermeld worden.

Typerende beroepshouding: Beschrijf de houdingselementen en specifieke (gedrags-) kenmerken van de beginnend beroepsbeoefenaar in de beroepengroep.

Resultaat van de beroepengroep: Wat is het resultaat van de beroepengroep wanneer het beroep op de juiste manier is uitgevoerd? Beschrijf hier geen deelresultaten, maar probeer slechts het eindresultaat dat kenmerkend is voor de beroepengroep te benoemen.

Deze onderdelen moeten herkenbaar terugkomen in de verdere uitwerking van de cross-over kwalificatie:

Aanpassingsmogelijkheid: het is mogelijk om de typering van de beroepengroep aan te passen.

Een kerntaak is een belangrijk, redelijk autonoom deel van de beroepsuitoefening en bestaat uit meerdere samenhangende werkprocessen die kenmerkend zijn voor de beroepsuitoefening.

Houd bij het samenstellen van kerntaken rekening met de volgende eisen:

Een nieuwe kerntaak kan worden samengesteld wanneer:

Let op: bij het samenstellen van een nieuwe kerntaak dienen alle onderdelen in onderlinge samenhang te worden beschreven.

Complexiteit is één van de aspecten die het niveau van de kerntaak bepalen. Complexiteit wordt beschreven in een lopend verhaal en in de context van de kerntaak.

Complexiteit verwijst naar de aard van het werk, de aard van de vakkennis en vaardigheden en de context waarbinnen handelingen uitgevoerd worden. Beschrijf beknopt:

Aanpassingsmogelijkheid: indien een nieuwe kerntaak wordt samengesteld dan is het mogelijk om de complexiteit te herschrijven zodanig dat het aansluit bij de gekozen werkprocessen.

Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid beschrijft wat de mate van zelfstandigheid en de aard van de verantwoordelijkheid is. Dit onderdeel is aan de hand van de NLQF-descriptoren en in de context van de kerntaak beschreven.

Aanpassingsmogelijkheid: indien een nieuwe kerntaak wordt samengesteld dan is het mogelijk om de verantwoordelijkheid en zelfstandigheid te herschrijven zodanig dat deze aansluit bij de gekozen werkprocessen.

De cross-over kwalificatie bevat een duidelijke en evenwichtige beschrijving van vakkennis en vaardigheden van de beroepengroep (basistheorieën, principes, concepten, methodieken, instrumenten) die voorwaardelijk zijn voor het succesvol uitoefenen van de werkprocessen in een kerntaak.

Vakkennis en vaardigheden zijn actief beschreven in een volledige zin met werkwoord, onderwerp en context. Hierbij is gebruik gemaakt van de beschrijvingswijze van het NLQF. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de diepgang en de inhoud van de kennis of vaardigheid:

Controlevraag: is de vakkennis en/of de vaardigheid noodzakelijk om het beroep als beginnend beroepsbeoefenaar te kunnen uitoefenen en in hoeverre komt het aan de orde in de (actuele) beroepspraktijk?

Aanpassingsmogelijkheid: indien een nieuwe kerntaak wordt samengesteld dan is het mogelijk om de vakkennis en vaardigheden te selecteren zodanig dat deze aansluiten bij de gekozen werkprocessen. Indien dit niet toereikend is kan er op beperkte schaal vakkennis en vaardigheden worden toegevoegd. Hierbij geldt pas toe of leg uit.

Een werkproces bestaat uit drie onderdelen: de omschrijving, het resultaat en het gedrag.

Een omschrijving van een werkproces bestaat uit meerdere samenhangende handelingen (nooit één handeling) en kent een begin en een eind, heeft een waarneembaar resultaat. Het beschrijft wat een beginnend beroepsbeoefenaar doet en is uitvoerbaar in het onderwijs en in het bedrijf, vormt een afgebakend geheel, d.w.z. de handelingen in een werkproces gaan over één thema/onderwerp en overlappen niet met handelingen in een ander werkproces.

Een werkproces heeft een resultaat in termen van opbrengst of uitkomst waaraan de beroepsbeoefenaar bijdraagt.

Gedragsomschrijvingen bevatten een norm die de gewenste houding van de beroepsbeoefenaar beschrijft passend bij het werkproces (bijvoorbeeld: proactief, initiërend, klantgericht, inlevend, samenwerkingsgericht etc.) en/of de adequate wijze van handelen (bijvoorbeeld: volgens de richtlijnen, planmatig, gestructureerd etc.). Bij gedrag gaat het dus niet om wat hij doet, maar om hoe hij het doet.

Aanpassingsmogelijkheid: indien het niet mogelijk is om de context voldoende naar voren te laten komen, dan is beperkte aanpassing van de werkprocessen mogelijk.

Wanneer het voor het beroep noodzakelijk is om bepaalde talige of rekenkundige elementen te beheersen zijn deze eisen altijd direct gerelateerd aan het beroep. Taal- en rekenvaardigheden kunnen voorkomen bij ‘vakkennis en vaardigheden’ (met gebruikmaking NLQF) op kerntaakniveau. Het kan voorkomen dat onder ‘gedrag’ een verduidelijking is gemaakt van hoe taal en/of rekenen wordt ingezet in dat werkproces en bij complexiteit wanneer de inzet van talige of rekenkundige vaardigheden een essentiële complicerende factor is bij een kerntaak. In bijlage 3 is de uitwerking van (moderne vreemde) taal- en rekeneisen uitgebreider beschreven.

Zorg voor interne consistentie van beschrijvingen binnen de cross-over kwalificatie en vermijd herhalingen. Het is belangrijk dat de kwalificatie transparant is uitgewerkt door onderdelen goed van elkaar te onderscheiden.

Bewaak de consistentie in de uitwerking van kerntaken en werkprocessen:

Het uitgangspunt is dat kwalificatie-eisen zo transparant mogelijk beschreven worden. Dat betekent dat het onderdeel op de juiste plek en op het goede abstractieniveau beschreven wordt.

In de cross-over kwalificatie is sprake van een opbouw van generiek naar specifiek. Onder ‘typering van de beroepen’ worden in algemene termen de typerende beroepshouding, context en resultaat beschreven. In de basis wordt dit gespecificeerd voor de beroepengroep op het niveau van de afzonderlijke kerntaken.

De relatie werkproces -– resultaat – vakkennis en vaardigheden – gedrag is als volgt samen te vatten:

In het generieke deel van het basisdeel zijn de generieke kwalificatie-eisen voor de generieke onderdelen Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en (voor mbo-niveau 4) Engels opgenomen. Deze kwalificatie-eisen worden bepaald door het ministerie van OCW. Er staat een standaardverwijzing in elke cross-over kwalificatie.

Een cross-over kwalificatie kent altijd één profieldeel. Dit betekent dat het profieldeel geen extra kerntaken ten opzichte van de basis bevat. Bij het profieldeel wordt alleen de algemene informatie ingevuld.

Elk profieldeel begint met de aanduiding van het MBO-niveau van de cross-over kwalificatie.

Met een algemene maatregel van bestuur kan de minister bepalen dat aan onderdelen van een kwalificatie een certificaat is verbonden (artikel 7.2.3 van de WEB). Alleen indien een bestaand certificaat helemaal wordt overgenomen uit een herziene kwalificatie, dan is er sprake van een onderdeel van de cross-over kwalificatie waaraan een certificaat is verbonden. Neem hiervoor de informatie uit de bestaande kwalificatie over in de cross-over kwalificatie.

Het gaat hierbij niet om andere erkenningen, die niet krachtens de WEB worden afgegeven.

Aan het onderdeel van de kwalificatie waaraan een certificaat is verbonden is ook een identificatiecode verbonden.

De cross-over kwalificatie bevat een verwijzing naar de verantwoordingsinformatie. Dit document is geen onderdeel van de cross-over kwalificatie. Hieronder volgt de instructie voor het invullen van de verantwoordingsinformatie. De verantwoordingsinformatie wordt ingevuld in DigiK en wordt beoordeeld bij de eindtoets.

Neem een tekst op met een toelichting op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, de opleidingenmarkt en de stagemarkt. Hier kan zo nodig specifieke informatie over de bedrijfstak/branche worden opgenomen. Bij dit onderdeel kan, indien nodig, een toelichting op branche specifieke aspecten worden gegeven. Bijvoorbeeld over het aantal zzp’ers in een branche, vervangingsvraag, etc.

Wetgeving en regelgeving: bevat een beschrijving van (veranderingen in) wet- en regelgeving die van invloed is op de uitoefening van het beroep. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige ontwikkelingen, waaruit de relevantie en gevolgen voor de cross-over kwalificatie duidelijk blijken. Het gaat dus niet om een beschrijving van de huidige situatie en algemene zaken die voor elk beroep gelden (bijvoorbeeld ARBO).

Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening: bevat technologische, bedrijfsorganisatorische, internationale veranderingen en/of marktontwikkelingen die gevolgen hebben voor de beroepsuitoefening in de toekomst. Vereist is dus een beschrijving van toekomstige (niet huidige) ontwikkelingen waaruit de relevantie en de gevolgen voor dit kwalificatiedossier duidelijk blijkt.

Indien op de cross-over kwalificatie andere regelingen en vereisten van toepassing zijn dan worden die in dit onderdeel toegelicht. Het kan hier gaan om zaken als:

Geef aan de hand van de ERK-descriptoren een indicatie voor het ERK-niveau van de beheersing van de beroepsgerichte MVT in de cross-over kwalificatie. Hanteer daarbij onderstaand schema. Geef in het schema met ‘nvt’ aan wanneer voor een cross-over kwalificatie geen MVT-eisen gelden. Geef bij het schema een nadere toelichting waarin toegelicht wordt wat de relevantie is van de MVT-eisen bij de cross-over kwalificatie.

Het indicatieve niveau voor de beheersing van beroepsspecifieke moderne vreemde talen voor de cross-over kwalificatie is:

MVT: <naam MVT>

<Toelichting>

Controleer goed op consistentie tussen het schema en de cross-over kwalificatie. Zorg er voor dat alle vaardigheden die in de tabel opgenomen zijn ook feitelijk te herleiden zijn naar de cross-over kwalificatie en omgekeerd dat MVT-eisen die in de cross-over kwalificatie ook verantwoord zijn in deze paragraaf.

Ook wanneer de generieke eisen Engels bij niveau 4 cross-over kwalificatie overlappen met de beroepsgerichte eisen Engels worden deze toegelicht en verantwoord in de verantwoordingsinformatie.

Geef hier aan welke specifieke loopbaanmogelijkheden en doorstroommogelijkheden de gediplomeerde binnen het onderwijs heeft.

Niveau 4: De doorstroom naar een andere kwalificatie binnen en/of na het mbo en/of het hbo moet globaal aangeduid zijn met één of meerdere concrete voorbeelden. Doorstroming naar hbo kan alleen worden beschreven bij niveau 4.

Geef aan welke terugvalopties er zijn waarop studenten een diploma kunnen halen wanneer om welke reden dan ook het niet mogelijk is om de cross-over kwalificatie te halen. Het gaat hier om een of meerdere niet-experimentele kwalificaties.

Geef aan uit welke kwalificaties de cross-over kwalificatie is opgebouwd. Maak daarbij duidelijk welke kerntaken en werkprocessen afkomstig zijn uit welke kwalificatie. Geef duidelijk aan uit welke domeinen de verschillende kwalificaties afkomstig zijn. Dit dienen tenminste twee domeinen te zijn.

Geef aan welke organisaties uit onderwijs en bedrijfsleven bij het overleg en besluitvorming over de cross-over kwalificatie zijn betrokken.

De studieduur van middenkaderopleidingen is per 1 augustus 2014 vastgesteld op drie jaar. De minister kan enkele kwalificaties uitzonderen die een verblijfsduur hebben van meer dan drie jaar tot maximaal vier jaar. Indien dit aan de orde is wordt dit hier toegelicht. Jaarlijks dient deze lijst herijkt te worden op basis van gegevens over verblijfsduur in het mbo.

Aanvullende informatie kan bijvoorbeeld zijn: een brochure, beroepeninformatie of een verwijzing naar een toelichting op de beroepsgerichte taal- en rekeneisen.

Een keuzedeel levert voor de student een verrijking ten opzichte van de cross-over kwalificatie. Het kan verbreden of verdiepen of gericht zijn op doorstroom naar de vervolgopleiding.

Het keuzedeel maakt geen deel uit van de cross-over kwalificatie, maar komt er bovenop. Dat betekent dat de inhoud van het keuzedeel niet mag overlappen met de inhoud van de cross-over kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Keuzedelen verdiepen de cross-over kwalificatie voor de arbeidsmarkt of doorstroming naar vervolgonderwijs. Keuzedelen kunnen daarom niet gericht zijn op het gebied van loopbaan en burgerschap.

De omvang van de keuzedeelverplichting is afgeleid van het soort opleiding en weergegeven in onderstaande tabel:

Kanttekening: de omvang van de keuzedeelverplichting kan 240 uur lager zijn indien de onderwijsinstelling gebruik maakt van de mogelijkheid om een deel van de keuzedeelverplichting te gebruiken voor persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming.

Uitvoering van het keuzedeel kan plaatsvinden in de vorm van begeleid onderwijs, bpv en/of zelfstudie.

De keuzedelen bestaan uit eenheden van 240 uur of een veelvoud daarvan (tot een maximum van 960 uur). Voorbeeld: voor een basisberoepsopleiding met een opleidingsduur van 2 jaar, geldt een keuzedeelverplichting van (2 x 240 uur =) 480 uur. Deze keuzedeelverplichting kan ingevuld worden door één keuzedeel van 480 uur of door twee keuzedelen van ieder 240 uur. De invulling van de keuzedeelverplichting door een set van keuzedelen noemen we een configuratie.

De onderwijsinstelling geeft aan welke keuzedeel gekoppeld dienen te worden aan de cross-over kwalificatie. Houd daarbij wel het volgende in de gaten:

Voorkom overlap tussen keuzedeel en cross-over kwalificatie

De inhoud van het keuzedeel mag niet overlappen met de cross-over kwalificatie waaraan het gekoppeld is. Anders is er geen sprake van toegevoegde waarde. Bij verbredende keuzedelen is dat niet aan de orde. Bij verdiepende keuzedelen moet het keuzedeel zodanig uitgewerkt zijn dat de inhoud ook echt verdiepend is ten opzichte van de vergelijkbare inhoud in de kwalificatie. Dat kan doordat het keuzedeel op een hoger niveau is uitgewerkt (bij complexiteit of verantwoordelijkheid en zelfstandigheid of vakkennis en vaardigheden) danwel dat de inhouden (werkprocessen, vakkennis en vaardigheden) uitgebreider en/of concreter zijn beschrijven dan in de cross-over kwalificatie.

Match het niveau keuzedeel met het niveau van de cross-over kwalificatie

Het niveau van het keuzedeel dient afgestemd te worden op het niveau van de cross-over kwalificatie waaraan het gekoppeld wordt. Dat gebeurt met behulp van het NLQF.

Daarbij geldt de volgende richtlijn: ‘De inhoud van het keuzedeel dient zodanig beschreven te zijn dat het haalbaar en uitdagend is voor alle niveaus waaraan het keuzedeel gekoppeld is.’

Bij de keuze moeten onderwijskundige en onderwijs-inhoudelijke overwegingen afgewogen worden tegenover overwegingen die te maken hebben met de organisatie van het keuzedeel.

Bij de koppeling van de keuzedelen MVT is er sprake van een complicerende factor. Namelijk: veel kwalificaties bevatten beroepsgerichte eisen MVT die deels overlappen met de inhoud van de (generieke) keuzedelen MVT. Daarnaast bevatten de niveau 4 kwalificaties ook nog generieke eisen Engels. Daarom zijn voor de koppeling van keuzedelen MVT specifieke regels opgesteld:

Vetgedrukt en gearceerd zijn elementen waarin het onderscheid met het voorgaande niveau tot uitdrukking komt. Het NLQF is de Nederlandse uitwerking van het EQF: European Qualification Framework.

Wanneer het voor het beroep noodzakelijk is om bepaalde talige of rekenkundige elementen te beheersen zijn deze eisen altijd direct gerelateerd aan het beroep. In dat geval moet er niet worden verwezen naar de eisen van het referentiekader Nederlandse taal en rekenen, maar moet worden geëxpliciteerd wat de eisen zijn. Gebruik hiervoor de volgende instructies:

Vooraf

Waar?

Hoe?

Geef geen hoger referentieniveau-aanduiding aan. Dit voorkomt dat het onderwijs de volle bandbreedte van het referentieniveau toetst, terwijl het alleen maar gaat om een specifieke beroepshandeling.

Wat geldt voor Nederlandse taal en rekenen geldt ook voor beroepsgerichte mvt-eisen, namelijk:

Controlevragen:

Neem de mvt-eisen op in de kwalificatie:

Bij middenkaderopleidingen is er sprake van generieke eisen Engels A2/B1. Wanneer er daarnaast ook nog beroepsgerichte eisen Engels gelden voor de kwalificatie verwerk die dan in het dossier alsof er geen generieke eisen zijn. Alle bovenstaande richtlijnen gelden in dit geval. Het is voor de gebruiker van belang om te weten in welke context beroepsgerichte eisen Engels aan de orde komen, ook wanneer die overlappen met de generieke eisen. En neem ook in de verantwoordingsinformatie een indicatief niveau op, ook als dit niet uitstijgt boven het generieke niveau.

In de WEB zijn bepalingen opgenomen over de ontwikkeling en toetsing van kwalificatiedossiers voor het middelbaar beroepsonderwijs, in de artikelen 7.2.3, 7.2.4 en 7.2.6. Daarnaast bevat het Besluit experiment cross-over kwalificaties aanvullende voorschriften die ook deels afwijken van met name artikel 7.2.4 van de WEB.

Dit toetsingskader beschrijft in een tweetal hoofdstukken de wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan deze artikelen. De hoofdstukken beschrijven achtereenvolgens:

Tijdens het experiment maken cross-over kwalificaties geen onderdeel uit van de kwalificatiestructuur. Voor de cross-over kwalificatie bestaat een apart toetsingskader en aparte instructie. De cross-over kwalificatie moet echter altijd gezien worden in samenhang met bestaande kwalificaties, kwalificatiedossiers, keuzedelen en de kwalificatiestructuur als geheel.

Een cross-over kwalificatie bevat de kwalificatie-eisen voor een beroep op het niveau van de beginnend beroepsbeoefenaar. Ook bevat het een verwijzing naar de kwalificatie-eisen voor de generieke examenonderdelen Nederlandse taal, rekenen, Engels (voor mbo niveau 4), loopbaan en burgerschap.

Aan iedere cross-over kwalificatie zijn meerdere keuzedelen gekoppeld.

Aan iedere cross-over kwalificatie is het document Verantwoordingsinformatie behorend bij de cross-over kwalificatie mbo <naam cross-over kwalificatie> verbonden. In dit document legt de aanvrager verantwoording af over de inhoud en de totstandkoming van de betreffende cross-over kwalificatie, maar in dit document worden niet – zoals in de kwalificatie zelf – kwalificatie-eisen opgenomen. De cross-over kwalificatie en de koppeling ‘cross-over kwalificatie – keuzedelen’ worden vastgesteld door de minister van OCW; dat geldt niet voor de verantwoordingsinformatie bij de cross-over kwalificatie.

De toetsingscriteria in het toetsingskader beschrijven kwaliteitsstandaarden waaraan de cross-over kwalificatie moet voldoen.

De cross-over kwalificatie moet worden ontwikkeld volgens het door OCW vastgestelde model cross-over kwalificatie en conform de daarbij behorende instructie en moet voldoen aan de toetsingscriteria uit dit toetsingskader.

De kwaliteit van de cross-over kwalificatie wordt getoetst aan de hand van de volgende criteria:

De bovenstaande kwaliteitscriteria dienen in onderlinge samenhang te worden bezien. De kwaliteitscriteria zijn te onderscheiden, maar niet strikt te scheiden. Ze vullen elkaar aan, vloeien in elkaar over en er bestaat een spanningsrelatie tussen een aantal kwaliteitscriteria.