U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-2016.

Ministeriële regeling · BWBR0038484

Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo

Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 augustus 2016, nr. VO/937567, houdende regels voor het verstrekken van resultaatafhankelijke bekostiging ten behoeve van de aanpak van voortijdig schoolverlaten (Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo)Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv voDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 2.2.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 74 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekker

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing, met uitzondering van de hoofdstukken 3, 4 en 6.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt per 1 januari 2020.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Voor het voortgezet onderwijs wordt het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in drie categorieën ingedeeld: onderbouw (inclusief brug 3), bovenbouw vmbo (inclusief vm2) en bovenbouw havo/vwo. De leerlingen van het vo die uitbesteed zijn naar een roc voor een opleiding vavo (de zogenaamde Rutte-leerlingen) blijven ingeschreven staan bij de vo-school en tellen als zodanig mee bij de vo-school als leerling en mogelijk als nieuwe voortijdig schoolverlater.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school per categorie per schooljaar (t) wordt door de minister berekend op basis van de volgende formule:

X= A – (B1+B2+B3) – (C1+C2+C3+C4+C5+C6+C7+C8 +C9) – (D1+D2)

Waarbij:

X = Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per vo-school per categorie per schooljaar (t) in het voortgezet onderwijs

A = (ook wel startpopulatie genoemd) het aantal jongeren per categorie in de leeftijd tot 22 jaar dat op de teldatum bij aanvang van het schooljaar (t) door de onderwijsinstelling:

B = Het aantal jongeren onder B is de som van B1, B2 en B3:

B1: het aantal jongeren onder A dat voor of op teldatum t + 1 is overleden of geëmigreerd naar het buitenland. Deze gegevens worden ontleend aan de basisregistratie personen;

B2: het aantal jongeren onder A dat woonachtig is in het buitenland of zonder vaste woon- of verblijfplaats is op teldatum t of op teldatum t + 1;

B3: het aantal jongeren onder A dat op teldatum t + 1 onder de vrijstellingen van de artikelen 5 en 15 van de Leerplichtwet 1969 valt en als zodanig is bevestigd door de leerplichtambtenaar in het Register vrijstellingen LPW;

C = Het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende schooljaar (t + 1) nog een opleiding volgt. De opleiding kan dezelfde of een andere (beroeps)opleiding zijn aan dezelfde of een andere instelling dan wel vervolgonderwijs betreffen. C is de som van:

C1: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van het daaropvolgende schooljaar (t + 1) nog steeds is ingeschreven als leerling in het voortgezet onderwijs op basis van gegevens zoals geregistreerd in het basisregister;

C2: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 als deelnemer is ingeschreven en voor bekostiging wordt meegeteld in het middelbaar beroepsonderwijs en als zodanig geregistreerd in het basisregister;

C3: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 als vavo-deelnemer is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

C4: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 is ingeschreven in het hoger onderwijs zoals geregistreerd in het basisregister;

C5: het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 als leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs of praktijkonderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

C6: het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 als leerling in het niet-bekostigd voorgezet onderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

C7: het aantal jongeren onder A dat op teldatum van schooljaar t + 1 als deelnemer in het niet-bekostigd middelbaar beroepsonderwijs is ingeschreven zoals geregistreerd in het basisregister;

C8: het aantal jongeren onder A dat op de teldatum van schooljaar t + 1 als leerling is ingeschreven binnen een traject zijnde onderdeel van een met de Onderwijsinspectie afgesproken maatschappelijke prestatie;

C9: het aantal jongeren onder A dat op teldatum van studiejaar t + 1 als deelnemer aan de politieschool of defensieopleidingen is ingeschreven op basis van het register van het UWV;

D = Het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) is uitgeschreven met een startkwalificatie. D is de som van:

D1: het aantal jongeren onder A dat gedurende schooljaar (t) een startkwalificatie heeft behaald zoals geregistreerd in het basisregister;

D2: het aantal jongeren onder A dat in de periode vanaf begin 1998/1999 tot aan schooljaar (t) reeds een startkwalificatie heeft behaald in het voortgezet onderwijs zoals geregistreerd in het Examen resultaten register of in het basisregister