U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 18-09-2016.

Wet · BWBR0038498

Wet scheepsuitrusting 2016

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 augustus 2016, houdende regels met betrekking tot de productie, de conformiteitsbeoordeling en het plaatsen aan boord van scheepsuitrusting (Wet scheepsuitrusting 2016)Wet scheepsuitrusting 2016Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, gelet op richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van richtlijn 96/98/EG van de Raad (PbEU L 257), noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot de productie, de conformiteitsbeoordeling en het plaatsen aan boord van scheepsuitrusting;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Wassenaar23 augustus 2016Willem-AlexanderDe Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H.Schultz van Haegen-Maas Geesteranusde negende september 2016De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteur

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze wet is niet van toepassing op scheepsuitrusting, bestemd voor plaatsing aan boord van oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen die in gebruik zijn voor de uitvoering van een militaire taak.

De eigenaar draagt er zorg voor dat scheepsuitrusting die aan boord van een Nederlands schip is geplaatst, voldoet aan aan de vereisten opgenomen in de internationale instrumenten zoals deze vereisten luidden op het moment van plaatsing van die scheepsuitrusting. Indien vereisten die op een later moment zijn vastgesteld, van toepassing zijn verklaard op de scheepsuitrusting die al aan boord is geplaatst, draagt de eigenaar zorg voor tijdige vervanging van de scheepsuitrusting.

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij regeling van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

Onze Minister is bevoegd tot toepassing van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen gesteld bij of krachtens deze wet.

Voor zover op grond van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte de richtlijn ook verbindend is voor een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, wordt deze staat voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een lidstaat van de Europese Unie.

Wijzigt het Besluit draagbare blustoestellen 1997.

Wijzigt het Besluit kwik en kwikhoudende producten.

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

De Wet scheepsuitrusting wordt ingetrokken.

Deze wet treedt in werking met ingang van 18 september 2016. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst wordt uitgegeven na 17 september 2016, treedt deze wet in werking met ingang van de dag, volgende op die van plaatsing van deze wet in het Staatsblad.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet scheepsuitrusting 2016