Ministeriële regeling · BWBR0038566
Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
Gelet op de artikelen 2, 4, eerste lid en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, artikel 118i, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 8.3.2, vijfde lid en 8.3.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 1 en 4, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.BussemakerIn deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- b.
contactschool: door de onderwijsinstellingen in de RMC-regio aangewezen onderwijsinstelling die namens hen optreedt als aanvrager en ontvanger van subsidie op grond van deze regeling;
- c.
entreeopleiding: entreeopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- d.
jongere in een kwetsbare positie: jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding, basisberoepsopleiding of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit:
- 1°.
het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, met uitzondering van leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding;
- 2°.
het praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 5, onder d, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 3°.
de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 4°.
het leerwerktraject van het vmbo, bedoeld in artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
- 5°.
de entreeopleiding; of
- 6°
jongere die niet vanuit één van de onderwijssoorten, genoemd onder 1° tot en met 5° instroomt in een entreeopleiding;
- 1°.
- e.
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- f.
onderwijsinstelling: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- g.
plusvoorziening: voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen en scholen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding en die wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten;
- h.
regionaal programma: regionaal programma voortijdig schoolverlaten, dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio;
- i.
RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- j.
RMC-regio: regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- k.
studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;
- l.
voortijdig schoolverlater: voortijdig schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra.
De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling.
De minister kan aan contactscholen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma die tot doel hebben:
- a.
realisatie van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, bedoeld in artikel 1 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo en artikel 1 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo tot maximaal 20.000 in het kalenderjaar 2021, of
- b.
het in de RMC-regio in beeld brengen en waar nodig door de gemeente dan wel de onderwijsinstellingen in de betreffende RMC-regio ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie, of
- c.
het in de RMC-regio in beeld brengen en waar nodig door de gemeente dan wel de onderwijsinstelling in de betreffende RMC-regio ondersteunen van voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten.
In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS komen activiteiten die vanaf 1 augustus 2016 zijn uitgevoerd voor subsidie in aanmerking.
In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd.
In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen en de betreffende RMC-contactgemeente samen ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma voor de betreffende RMC-regio.
Het regionaal programma omvat ten minste één plusvoorziening.
Het regionaal programma kan tevens maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting op onderwijs of arbeidsmarkt van jongeren in een kwetsbare positie dan wel voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c.
De onderwijsinstellingen wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio.
Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval tot taak:
- a.
het informeren van de desbetreffende RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio over hun betrokkenheid bij de maatregelen in het regionaal programma dat in die regio wordt uitgevoerd;
- b.
het namens de in het eerste lid bedoelde onderwijsinstellingen optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk; en
- c.
het uitvoering geven aan de afspraken in het regionaal programma over de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk.
Voor het verstrekken van het vaste bedrag en het variabele bedrag op grond van deze paragraaf is jaarlijks maximaal € 30.400.000,– voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019–2020 beschikbaar.
Indien het deel van het subsidieplafond dat is bestemd voor het vast bedrag respectievelijk het variabel bedrag, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, wordt overschreden, wordt de hoogte van het subsidiebedrag naar evenredigheid per contactschool en RMC-regio verlaagd.
Het bedrag van de subsidie voor een contactschool bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.
Het vaste bedrag bedraagt voor elke RMC-regio € 100.000 per studiejaar.
Het variabele bedrag voor een RMC-regio, bedraagt 87,17 procent van het bedrag dat de contactscholen voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 ontvingen op grond van artikel 22, eerste lid, van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 1 augustus 2016.
In afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf per e-mail ingediend. De aanvraag voor subsidie omvat het regionaal programma en het volledig ingevulde aanvraagformulier dat als bijlage A bij deze regeling is opgenomen.
Het aanvraagformulier wordt door zowel de contactschool als de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio ondertekend.
De aanvraag voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019-2020 wordt uiterlijk op 15 oktober 2016 ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. De minister kan aanvragen die na deze datum zijn ingediend afwijzen.
De minister beslist uiterlijk op 15 november 2016 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.
De betaling van de subsidie, bedoeld in dit hoofdstuk, van enig studiejaar vindt plaats in de maand november van het betreffende studiejaar. Voor het studiejaar 2016–2017 vindt de betaling plaats in december 2016.
De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.
De subsidie wordt uiterlijk in 2020 besteed.
De verantwoording geschiedt in de jaarverslaglegging overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Een contactschool meldt onverwijld schriftelijk een wijziging in de samenstelling van een RMC-regio aan de Minister. De Minister kan ambtshalve beslissen dat deze wijziging gevolgen heeft voor het subsidiebedrag.
De minister evalueert de effecten van het regionaal programma uiterlijk in 2021.
De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma.
De minister verstrekt voor 2017 op grond van dit hoofdstuk een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het uitvoeren van maatregelen uit het regionaal programma, bedoeld in artikel 2.2.
De verdeling van de specifieke uitkering over de RMC-contactgemeenten is opgenomen in bijlage D bij deze regeling.
De specifieke uitkering wordt aan de RMC-contactgemeenten betaald in december 2016.
Indien de uitkering niet of niet geheel is besteed in het jaar 2017 aan het doel waarvoor deze is bestemd mag het resterende bedrag worden besteed in een volgend jaar, maar uiterlijk in 2020. De minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, alsdan niet zijn besteed aan het doel waar zij voor waren bestemd, terug.
De RMC-contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeenten in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma, bedoeld in artikel 2.11.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a.
besluit:Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
- b.
bevoegd gezag: bevoegd gezag zoals bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs alsmede het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- c.
effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 118h, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra;
Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 9.091.104.
Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 3.733.482.
Het budget, bedoeld in artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 5.846.623.
Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 13.878.790.
De inrichting van de effectrapportage geschiedt conform bijlage B bij deze regeling.
Burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente dienen de effectrapportage uiterlijk op 1 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, in bij de minister.
De vastgestelde RMC-regio’s staan in bijlage C bij deze regeling.
De Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs wordt ingetrokken.
De Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 31 juli 2016, blijft van toepassing voor het toekennen, het betalen, het verantwoorden en het vaststellen van de subsidie voor het studiejaar 2015–2016.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2016. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 september 2016, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2016.
Deze regeling vervalt per 1 januari 2021.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017.
Met dit aanvraagformulier kunt u subsidie aanvragen voor de uitvoering van de regionale maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) en voor jongeren in een kwetsbare positie vanaf studiejaar 2016-2017 tot en met studiejaar 2019–2020.
Onderwijsinstellingen en gemeenten werken samen op basis van een regionaal programma van maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie. Op 15 februari 2016 heeft de minister per brief haar plannen kenbaar gemaakt voor het vervolg van de vsv-aanpak. Met deze brief, de eind februari verspreide handreiking en de informatie die u na verschijning van de brief via uw accountmanager van OCW heeft ontvangen, is uw regio aan de slag gegaan met het vormen van het regionaal programma.
De aanvraag voor de subsidie moet bestaan uit dit ingevulde en ondertekende aanvraagformulier en het gezamenlijk opgestelde en ondertekende regionaal programma aan maatregelen.
Daarnaast kunt u er in de regio voor kiezen om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met alle partners die bij de aanpak betrokken zijn. Daarin kan men bijvoorbeeld aanvullende afspraken maken over de wijze van samenwerking en over financiering. Er is een modelovereenkomst opgesteld die u kunt gebruiken bij het vormgeven van de samenwerkingsovereenkomst met uw partners in de regio. Deze is beschikbaar op www.kwaliteitsafsprakenmbo.nl.
Het regionaal programma hoeft niet in een bepaald format te worden aangeleverd.
Het is wel de bedoeling dat het regionaal programma zich op een aantal zaken richt: het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten en verzuim onder 12 tot 23 jarigen; aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie (waaronder jongeren uit vmbo-bb, lwt, entreeopleiding, niveau 2, uit pro en vso); aandacht voor jongeren die langer geleden uitgevallen zijn, de zgn. oude vsv’ers. Ook dient de regio minstens één plusvoorziening te bieden voor overbelaste jongeren.
Belangrijk is ook dat de regionale aanpak is gebaseerd op een analyse van de regionale problematiek, waarin gebruik is gemaakt van de meest recente kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van uw regio.
In het programma moet een begroting zijn opgenomen waarin staat wat de maatregelen kosten en hoe de financiering gedekt is. Overigens kan het programma ook maatregelen bevatten die geen aanvullende financiering behoeven, bijvoorbeeld als het gaat om afspraken over informatiedeling, overlegstructuur of verdelingen van verantwoordelijkheden. Of maatregelen die op andere wijze worden gefinancierd.
Bij dit onderdeel vult u de gevraagde contactgegevens in.
Bij dit onderdeel geeft u het totaal benodigde bedrag voor het hele regionale programma op.
Bij dit onderdeel gaat u in op de maatregelen die in uw RMC-regio worden genomen. U geeft het totaalbedrag per maatregel op, u geeft aan wat de looptijd is en wat het doel is van de maatregel (met een aantal subvragen).
U bent vrij in het aantal maatregelen dat u opvoert. Daarbij geven we u in overweging dat het weinig effectief is om veel ‘kleine’ maatregelen zonder samenhang op te voeren, noch om uiteenlopende maatregelen te bundelen tot één ‘grote’ maatregel. Bepaal in overleg met uw vsv-accountmanager over hoeveel projecten/maatregelen u hier het totale subsidiebedrag verdeelt.
Let op: Minstens één van de maatregelen dient een plusvoorziening te omvatten, bestemd voor de begeleiding van overbelaste jongeren.
Bij dit onderdeel geeft u in tabelvorm per maatregel een specificatie op de financiën.
- 1.
Ten eerste specificeert u de kosten die u begroot voor de beheers- en coördinatiekosten. Dit betreft zowel de overkoepelende beheers- en coördinatiekosten als de beheers- en coördinatiekosten van specifieke maatregelen.
- 2.
Vervolgens specificeert u per maatregel de verwachte kosten. Dit kunnen personele of materiële kosten zijn.
- 3.
U geeft ook apart de plusvoorziening ten behoeve van overbelaste jongeren weer
Waarschijnlijk ten overvloede: u bent zelf verantwoordelijk voor eventuele verschillen in de financiering die u van OCW ontvangt en het uitgavenpatroon van uw regio.
Bij dit onderdeel ondertekent u de aanvraag.
Bij het indienen van de aanvraag moet u de volgende documenten mee sturen:
- •
Onderstaand invulblad/aanvraagformulier, volledig ingevuld en ondertekend door de wethouder van de contactgemeente en het bevoegd gezag van de contactschool.
- •
Het regionaal programma van maatregelen, getekend door de wethouder van de RMC-contactgemeente en het bevoegd gezag van alle deelnemende door OCW bekostigde vo-scholen en mbo-instellingen, óf het bevoegd gezag van de contactschool, indien de instellingen de contactschool hiertoe gemachtigd hebben. Het ondertekenen door de onderwijsinstellingen is tevens een voorwaarde voor het ontvangen van de resultaatafhankelijke extra vsv-bekostiging (prestatiesubsidie). Het staat de regio vrij om ook andere partijen mee te laten tekenen met het programma. Echter, deze komen daarmee niet in aanmerking voor financiering of prestatiebekostiging.
DUO zal controleren of:
- •
de benodigde stukken meegestuurd zijn en volledig zijn ingevuld en ondertekend
- •
het programma minimaal één plusvoorziening bevat
- •
het aangevraagde bedrag niet uitkomt boven het beschikbare budget
Nummer RMC-regio | |
Naam RMC-regio | |
Naam VSV-accountmanager (van OCW) |
Contactgemeente van de RMC-regio | |
Contactgemeente | |
Naam verantwoordelijk wethouder contactgemeente | |
Postadres wethouder | |
Naam contactpersoon (cp) contactgemeente | |
Functie cp | |
Postadres cp | |
Telefoonnummer cp | |
E-mailadres cp |
Contactschool van de RMC-regio | |
Naam contactschool | |
BRIN-nummer | |
Voorzitter College van Bestuur | |
Postadres CvB | |
Naam contactpersoon (cp) contactschool | |
Functie cp | |
Postadres cp | |
Telefoonnummer cp | |
E-mailadres cp |
Wat is het totaalbedrag dat u aanvraagt? | € |
Per maatregel waarvoor u subsidie aanvraagt, beantwoordt u de vragen A t/m C
- 1.
Wat is het totaalbedrag voor de maatregel voor de gehele looptijd ervan?
(Een specificatie van dit bedrag geeft u op bij 4. Begroting).
- 1.
Wat is de looptijd van de maatregel (maximaal vier jaar)?
- 1.
Op welke doelgroep is deze maatregel gericht? Welk(e) onderwijssoort(en) en / of onderwijsniveau(s) betreft dit?
- 2.
Wat wilt u bereiken met de maatregel?
- 3.
Wat is de activiteit?
- 4.
Hoeveel deelnemers wilt u met deze maatregel bereiken gedurende de gehele looptijd ervan?
Beheerskosten | Kostenpost(en) | Kosten |
€ | ||
€ | ||
Subtotaal beheerskosten | € | |
Maatregel 1 ‘titel maatregel’ | Kostenpost(en) | Kosten |
€ | ||
€ | ||
€ | ||
Subtotaal maatregel 1 | € | |
Maatregel 2 ‘titel maatregel’ | Kostenpost(en) | Kosten |
€ | ||
€ | ||
€ | ||
Subtotaal maatregel 2 | € | |
Maatregel Plusvoorziening ‘titel maatregel’ | Kostenpost(en) | Kosten |
€ | ||
€ | ||
€ | ||
Subtotaal maatregel plus | € | |
Enzovoorts | ||
Totaal van de maatregelen | € | |
Totaal van de beheerskosten en alle maatregelen | € |
Namens de scholen en instellingen in de regio: Naam bevoegd gezag van de contactschool | |
Plaats | |
Datum | |
Handtekening |
Namens de gemeenten in de regio: Naam verantwoordelijke wethouder van de RMC-contactgemeente van de RMC-regio | |
Plaats | |
Datum | |
Handtekening |
Jaarlijks leveren RMC-regio’s informatie aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) in de vorm van de RMC-effectrapportage. Begin 2016 is besloten om het format van de RMC-effectrapportage aan te passen en om deze met ingang van het schooljaar 2017-2018 in gebruik te nemen. Het nieuwe format sluit aan bij de uitbreiding van de RMC-functie, is herkenbaar voor RMC-regio’s en levert waardevolle informatie op, voor zowel het ministerie als de regio’s zelf, die helpt om beleid te evalueren en waar nodig aan te passen.
De Regionale VSV-Effectrapportage (voorheen: de RMC-effectrapportage) geeft invulling aan een wettelijke verplichting van RMC tot een jaarlijkse beleidsinhoudelijke verantwoording van de RMC-functie, als coördinator van de regionale vsv-vervolgaanpak1. De Regionale VSV-effectrapportage vloeit voort uit de taken zoals vermeld in de Wet houdende regels inzake de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdige Schoolverlaten (Staatsblad 2001-636) en de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv) 2017 en de daarin beschreven taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen in de regio.
In het kader van de (voortzetting van de) vsv-aanpak wordt meer verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen invulling bij de regionale partijen neergelegd en bijzondere aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie gevraagd. Nu de focus ook ligt op de groep jongeren in een kwetsbare positie is er verbreding van de samenwerking nodig, onder andere met scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (hierna pro en vso). Daarnaast wordt ook meer aandacht gevraagd voor de al bestaande taak van de begeleiding van oud vsv’ers. Ook hierdoor komt de samenwerking met betrokken partijen ten aanzien van de arbeidsmarkt steeds meer in beeld.
Zoals de naam al aangeeft, is de Regionale VSV-Effectrapportage een regionale rapportage die, zowel de regio’s zelf als OCW, inzicht geeft in (de effectiviteit van) de door betrokken regionale partijen ondernomen acties en maatregelen op het gebied van de vsv-aanpak en weergeeft wat de effecten hiervan zijn in de regio. Het gaat om de genomen acties en maatregelen van zowel het Regionaal Programma VSV (oftewel: hoe de programmamiddelen, die nu verdeeld zijn over de gemeenten en de scholen, zijn ingezet) als over de inzet van de reguliere RMC-middelen.
De informatie uit de Regionale VSV-Effectrapportage kan gebruikt worden als input voor het (bestuurlijk) overleg in de regio en kan, indien nodig, richting geven aan aanpassingen in het beleid in de regio2. De Regionale VSV-Effectrapportage vervangt de RMC-effectrapportage. Subregio’s behouden de mogelijkheid om hun eigen rapportages aan te leveren via de RMC-coördinatoren van de contactgemeenten.
De Regionale VSV-Effectrapportage omvat de taakuitvoering omtrent het melden, registreren en coördineren van verzuim en vsv van alle jongeren in de regio van 12 tot 23 jaar, inclusief de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie. Alleen in hoofdstuk 4, waar het gaat om aantallen jongeren, hebben de gevraagde gegevens alleen betrekking op jongeren tussen 16 en 23. De reden hiervoor is dat Leerplicht jaarlijks al gegevens aanlevert over de groep 12-18 jaar. Hoewel de kwalificatieplicht niet onder de wettelijke verplichting van de RMC-regio valt, vraagt OCW om (naast de groep 18-23 jaar) in het kader van een preventieve vsv-aanpak voor de hele doelgroep, ook 16- en 17-jarigen in beeld te brengen en te houden om zo een sluitend vangnet voor deze groep te creëren. Let op: u wordt gevraagd om taakuitvoering voor 16- en 17-jarige jongeren alleen in de effectrapportage te registreren als RMC die daadwerkelijk heeft gedaan. Het is niet nodig om taakuitvoering door Leerplicht hier in te vullen.
Uiterlijk 15 december van het jaar volgend op het studiejaar waarop deze betrekking heeft, dient de Regionale VSV-Effectrapportage bij DUO te worden ingediend. Ten opzichte van eerdere jaren is dit twee weken later. Hier is voor gekozen omdat er signalen waren dat er in RMC-regio’s behoefte was aan meer tijd tussen levering van gegevens door DUO en het indienen van de RMC-effectrapportage. Bij de invulling van de rapportage wordt uitgegaan van de voorlopige cijfers (uit de levering van oktober na het verslagjaar) en wordt teruggeblikt op het voorgaande schooljaar. Een voorbeeld: uiterlijk 15 december 2018 wordt verantwoording afgelegd over het schooljaar 2017-2018. Hierbij kan worden uitgegaan van de maandrapportage uit de levering van oktober 2018 of november 2018, of de meest actuele stand uit de eigen administratie. Het gaat dus nog niet om de definitieve nieuwe vsv’ers, omdat deze levering nog geen definitieve vsv-cijfers bevat.
De gebruikte definities sluiten aan bij de Regeling regionale aanpak VSV 2017. Deze definities worden hier toegelicht.
Positie van jongeren op 1 oktober na het huidige verslagjaar.
Jongeren die tot op heden geen onderwijs in Nederland hebben gevolgd, zoals vluchtelingen.
Jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding (= mbo), basisberoepsopleiding (= mbo-2) of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit:
- 1.
het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, met uitzondering van leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding;
- 2.
het praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 5, onder d, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 3.
de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 4.
het leerwerktraject van het vmbo, bedoeld in artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
- 5.
de entreeopleiding; of
- 6.
jongere die niet vanuit één van de onderwijssoorten, genoemd onder 1. tot en met 5. instroomt in een entreeopleiding.
(Bron: Regeling regionale aanpak VSV 2017)
Het volgen van jongeren door RMC. Monitoren wordt in de effectrapportage gedefinieerd als het op basis van gegevens bepalen op welke positie (in het onderwijs, aan het werk, in een uitkering, dagbesteding of onbekend) een jongere zich op dat moment bevindt.
Regionaal programma voortijdig schoolverlaten dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio.
Regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Tijdvak dat aanvangt op 1 oktober en eindigt op 30 september van het daaropvolgende jaar.
Er is sprake van taakuitvoering als RMC:
- 1)
onderzoek heeft gedaan naar een melding (er is ook sprake van onderzoek wanneer dit is gedelegeerd aan andere partijen. Gesprekken of bezoeken aan het huisadres zonder de jongere thuis te treffen en administratieve handelingen als het versturen van brieven met het verzoek om contact, tellen ook mee.), en/of;
- 2)
advies heeft gegeven aan een jongere of vsv’er, en/of;
- 3)
begeleiding heeft gegeven aan een jongere of vsv’er, en/of;
- 4)
een jongere of vsv’er heeft doorverwezen naar werk.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen curatieve taakuitvoering en preventieve taakuitvoering. Hierbij is de grens van 1 oktober essentieel; dat is de datum waarop een leerling al dan niet staat ingeschreven en al dan niet door DUO wordt aangemerkt als vsv’er:
- •
Curatieve taakuitvoering
De curatieve taakuitvoering richt zich op jongeren die op 1 oktober van een jaar t door DUO zijn aangemerkt als zogenaamde nieuwe vsv’er én op jongeren die al langer dan een jaar geleden als vsv’er aangemerkt waren. Dus al op t-1 of eerder. Deze jongeren zijn ook wel bekend als zogenaamde oude vsv’ers. In relatie tot het verslag in de effectrapportage betreft curatieve taakuitvoering de taakuitvoering rondom jongeren die aan het begin van het verslagjaar aangemerkt waren als oude en nieuwe vsv’er).
- •
Preventieve taakuitvoering
De preventieve taakuitvoering richt zich erop om te voorkomen dat leerlingen aan het einde van het verslagjaar als nieuwe vsv’er aangemerkt worden. De preventieve taak is er dus op gericht leerlingen binnen de school te houden (voorkomen dat zij zich uitschrijven zonder sk) én richt zich erop om leerlingen die zich uitgeschreven hebben gedurende het schooljaar weer terug ingeschreven te krijgen, vóór 1 oktober. In relatie tot het verslag in de effectrapportage betekent dit: Preventieve taakuitvoering rondom jongeren (van 16 tot 23 zonder startkwalificatie) die aan het begin van het verslagjaar zijn ingeschreven, maar:
- ○
gedurende het verslagjaar zijn uitgeschreven en binnen het verslagjaar (voor 1 okt) zijn teruggeleid naar onderwijs;
- ○
waarvan is voorkomen dat zij zijn uitgeschreven. (voor 1 okt)
- ○
die ondanks begeleiding aan het einde van het verslagjaar zijn uitgeschreven.
- ○
Een voortijdig schoolverlater is een jongere die aan het begin van het verslagjaar (1 oktober) jonger is dan 23 jaar, en niet meer staat ingeschreven in het bekostigd vo, mbo of vavo en geen startkwalificatie heeft.
Naam en nummer RMC regio | |
Naam wethouder | |
Naam contactpersoon | |
Functie | |
Adres | |
Postcode | |
Plaats | |
Telefoonnummer | |
E-mailadres |
Indien een regio uit subregio's bestaat, dient iedere subregio afzonderlijk een formulier in te dienen bij de contactgemeente. Deze afzonderlijke formulieren dienen te worden voorzien van een verzamelsheet van alle onderliggende formulieren per RMC-regio. Voorbeeld: als een RMC-regio bestaat uit 4 subregio’s, dan zullen er 4 formulieren plus 1 opliggende ingediend dienen te worden. In totaal dus 5 formulieren. Het opliggende formulier moet een opsomming van de onderliggende subregio’s en van hun basisgegevens (zie hierboven) bevatten. Een samenvatting is niet nodig.
Voor het invullen van onderstaande tabellen is het nodig dat gemeenten databestanden ophalen uit het Zakelijk Portaal van DUO. Deze bestanden (inclusief de Startset jongeren in een kwetsbare positie) staan maximaal drie maanden online. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten zelf om hier rekening mee te houden en de benodigde bestanden tijdig op te halen ten behoeve van het invullen van deze (jaarlijkse) Regionale VSV-Effectrapportage.
In dit hoofdstuk wordt gevraagd naar kwantitatieve gegevens over jongeren van 16-23 (omdat de leeftijdsgroep 12-16 al door Leerplicht wordt uitgevraagd, zie paragraaf 2.2). Per tabel lichten we toe om welke jongeren het gaat, en in welke leveringen van DUO deze jongeren te vinden zijn. De gegevens uit de RMC-administratie kunnen hier vervolgens aan gekoppeld worden, waarna de tabellen ingevuld kunnen worden. Degene die de tabellen invult, dient dus toegang te hebben tot DUO-gegevens en gegevens uit de eigen administratie, en moet deze gegevens aan elkaar kunnen koppelen. De tabellen gaan over verschillende doelgroepen en situaties, die gedeeltelijk kunnen overlappen. Het is mogelijk dat een leerling in één verslagjaar zowel valt onder ‘jongeren in een kwetsbare positie’ als onder ‘vsv’ers’. Deze jongeren kunnen in meerdere tabellen meegeteld worden.
LWOO valt onder regulier vmbo en wordt in de tabellen niet apart benoemd. Daarnaast is ‘vavo’ niet opgenomen de tabellen. De reden hiervoor is dat vavo een kleine groep is, zeker verdeeld over de regio’s. Daarbij wordt deze categorie ook niet meegeleverd door DUO in de maandrapportages.
In tabel 2 gaat het om jongeren die aan de start van het verslagjaar (1 oktober tot 1 oktober) geen vsv’er waren, maar die tijdens het verslagjaar dreigen uit te vallen of uitgeschreven zijn uit het onderwijs. Het doel van de preventieve taakuitvoering is ervoor te zorgen dat deze jongeren niet per 1 oktober van het volgende verslagjaar als vsv’er worden gezien. Informatie gevraagd in de grijs gearceerde kolom wordt aangeleverd door DUO in de A14-rapportage van november t+1. Om deze gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in de A14-rapportage eerst de leeftijdsgroep 16-23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte kolommen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd.
Onderwijspositie voorafgaand aan de start van het verslagjaar | Aantal uitschrijvingen zonder startkwalificatie gedurende het verslagjaar | Aantal uitgeschreven jongeren die teruggeleid zijn naar het onderwijs | Aantal jongeren die begeleid zijn en niet zijn uitgeschreven | Aantal jongeren gemonitord |
onderbouw vo | ||||
vmbo bovenbouw | ||||
havo-vwo bovenbouw | ||||
entreeopleiding entreeopleidingentreeopleiding | ||||
mbo-2 | ||||
mbo-3 | ||||
mbo-4 | ||||
Overig | ||||
Totaal |
In tabel 3 vult u in waar de jongeren voor wie taakuitvoering is verricht zich aan het einde van het verslagjaar bevinden. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. In de kolom ‘Onderwijs’ vult u het aantal jongeren in dat zich aan het einde van het verslagjaar in het onderwijs bevindt. Hiervoor kunt u de aantallen uit de derde en vierde kolom van Tabel 2 bij elkaar optellen.
Bestemming | |||||||
Onderwijs-positie in verslagjaar | Aantal jongeren voor wie sprake was van preventieve taakuitvoering door RMC | Onderwijs (zonder startkwalificatie) | Werk (> 12 uur per week) | VSV | Startkwalificatie behaald | Overige bestemming1 | Onbekend |
onderbouw vo | |||||||
vmbo bovenbouw | |||||||
havo-vwo bovenbouw | |||||||
entreeopleiding | |||||||
mbo-2 | |||||||
mbo-3 | |||||||
mbo-4 | |||||||
Overig | |||||||
Totaal |
1 Verhuizing (binnen-of buitenland), overleden of 23 jaar geworden. In deze tabel dienen alleen de aantallen ingevoerd te worden die betrekking hebben op jongeren die aan het begin van het verslagjaar (1 oktober) nog ingeschreven stonden.
In tabel 4 worden gegevens ingevuld van alle jongeren tussen 16 en 23 jaar die aan de start van het verslagjaar vsv’er waren. Informatie in de grijs gearceerde kolom wordt aangeleverd door DUO in de Naam- en Rugnummer-bestanden (versie D: definitieve cijfers). Om de gevraagde gegevens hier in te kunnen vullen, moet in dit bestand eerst de leeftijdsgroep 16-23 (leeftijd bij de start van het verslagjaar) geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. Let op: om de totale groep ‘oude vsv’ers’ in beeld te krijgen, kunnen de Naam- en Rugnummer-bestanden van eerdere schooljaren, of de eigen administratie worden gebruikt. U dient zelf de jongeren die inmiddels geen vsv’er meer zijn (maar weer op school zitten of ondertussen een starkwalificatie hebben behaald, of jongeren die een entreediploma en werk van meer dan 12 uur per week hebben) hieruit te filteren. In de witte kolommen worden gegevens uit de administratie van de RMC-regio gevraagd.
Onderwijspositie voorafgaand aan vsv | Aantal vsv’ers in verslagjaar | Aantal vsv’ers voor wie sprake was van curatieve taakuitvoering door RMC | Aantal vsv’ers gemonitord |
onderbouw vo | |||
vmbo bovenbouw | |||
havo-vwo bovenbouw | |||
Entreeopleiding | |||
mbo-2 | |||
mbo-3 | |||
mbo-4 | |||
Overig | |||
Totaal |
Vul hieronder in op welke manier en met welke gegevens u de totale groep voortijdig schoolverlaters in kaart heeft gebracht.
In tabel 5 vult u in waar de jongeren voor wie taakuitvoering is verricht zich bevonden het einde van het verslagjaar. De gegevens in deze tabel worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio.
Aantal jongeren voor wie sprake was van curatieve taakuitvoering door RMC (zie tabel 4) door RMC. | Onderwijs (zonder startkwali-ficatie) | Startkwalifi-catie behaald | Entree-diploma met werk (> 12 uur per week) | vsv | Overige bestemming1 | Onbekend |
1 Verhuizing (binnen- of buitenland), overleden of 23 jaar geworden.
In tabel 6 gaat het om gegevens over ‘kwetsbare overstappers’. De gegevens die ingevuld worden in de grijs gearceerde cellen zijn te vinden in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’, die jaarlijks opgehaald kan worden door RMC in het Zakelijk Portaal van DUO. Let op: de Startset bevat alleen gegevens over jongeren in een kwetsbare positie die de overstap hebben gemaakt. U hoeft alleen deze gegevens te gebruiken om de tabel in te vullen. Om dat te doen, moet in de ‘Startset jongeren in kwetsbare positie’ eerst de leeftijdsgroep 16-23 geselecteerd worden. Vervolgens kan gefilterd worden op ‘Niveau’. In de witte cellen worden gegevens uit de eigen administratie van de RMC-regio gevraagd. Een voorbeeld: in november 2017 komt de Startset jongeren in een kwetsbare positie 2017-2018 beschikbaar. Deze kan in december 2018 gebruikt worden om de balans op te maken bij het invullen van de Regionale VSV-Effectrapportage 2017-2018.
Let op: een deel van de kwetsbare overstappers (leerlingen uit pro en vso met uitstroomprofiel arbeid en dagbesteding) die na uitschrijving geen startkwalificatie heeft, wordt niet als vsv’er gedefinieerd. RMC krijgt echter ook de taak om deze jongeren te monitoren. Als deze jongeren aan het begin van het verslagjaar niet zijn ingeschreven en RMC hen monitort of begeleidt, dan valt dit onder ‘curatieve taakuitvoering.’ Andersom is er sprake van preventieve taakuitvoering als RMC kwetsbare overstappers heeft gemonitord of begeleid die aan het begin van het verslagjaar wel ingeschreven stonden.
Onderwijspositie vóór de kwetsbare1 overstap | Totaal aantal jongeren kwetsbare overstap | Aantal jongeren voor wie sprake was van preventieve taakuitvoering door RMC | Aantal jongeren voor wie sprake was van curatieve taakuitvoering door RMC |
Entreeopleiding | |||
Pro | |||
vmbo-bbl | |||
Vso | |||
Geen Nederlandse onderwijsloopbaan2 | |||
Totaal |
1 Zie definitie van ‘jongeren in een kwetsbare positie’
2 Deze gegevens worden niet door DUO geleverd, maar komen uit de administratie van gemeenten
De gegevens in de witte kolommen worden ingevuld op basis van de administratie van de RMC-regio. De grijs gearceerde kolom correspondeert met de tweede kolom uit Tabel 6. Vso en pro worden hier genoemd omdat deze onder de nieuwe taakinvulling van RMC vallen. Gegevens over het uitstroomprofiel naar vervolgonderwijs vanuit vso worden reeds geleverd via de RMC-leveringen. In 2019 zullen naar verwachting ook de andere uitstroomprofielen geleverd mogen worden. Tevens krijgt RMC dan de mogelijkheid meer gegevens over dagbesteding te ontvangen. Tot dat tijdstip kunnen de gemeenten de tabel invullen met gegevens waarover zij mogen beschikken.
Bestemming | |||||||
Onderwijs- positie voor de overstap | Totaal aantal jongeren kwetsbare overstap | Onderwijs | Werk (=> 12 uur per week) | Dag- besteding | Uitkering | Overige bestemming1 | Onbekend |
Entree opleiding | |||||||
Pro | |||||||
vmbo-bbl | |||||||
Vso | |||||||
Geen Nederlandse onderwijs- Loopbaan | |||||||
Totaal |
1 Geen onderwijs, werk minder dan 12 uur/week, verhuizing, overleden, 23 jaar geworden, verblijf in een zorginstelling of gedurende het verslagjaar een startkwalificatie behaald.
De volgende vragen gaan over maatregelen die de RMC-regio in het verslagjaar heeft genomen. Het gaat onder andere om de inzet op en de effectiviteit van genomen acties en maatregelen en de relatie met uw Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten3 en met de reguliere taken van RMC. Het gaat hier niet om een financiële verantwoording, maar om een beleidsinhoudelijke verantwoording van plannen die gefinancierd zijn door de reguliere oorspronkelijke RMC-middelen en de middelen voor de vervolgaanpak vsv. De financiële verantwoording loopt via de reguliere weg, middels de Sisa-verantwoording door gemeenten.
- •
Heeft u, naast de maatregelen in uw Regionale Programma, nog meer maatregelen getroffen/acties ondernomen of aangepast? Zo ja, welke?
- •
Per maatregel (zowel de maatregelen uit uw Regionale Programma als extra of aangepaste maatregelen omschreven bij 1.) beantwoordt u de volgende vragen:
- 1.
Resultaten preventieve taakuitvoering: Kunt u op basis van de meest recente maandrapportages aangeven in hoeverre de genomen maatregelen in het verslagjaar vsv hebben voorkomen? Betrek in uw antwoord de resultaten uit deze rapportage. [max. 500 woorden per maatregel]
- 2.
Curatieve taakuitvoering: Kunt u aangeven in hoeverre de genomen maatregelen in het verslagjaar ervoor hebben gezorgd dat uitgevallen jongeren naar onderwijs of werk zijn begeleid? Betrek in uw antwoord de resultaten uit deze rapportage. [max. 500 woorden per maatregel]
- 3.
Zijn de maatregelen conform de voornemens in uw Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten uitgevoerd? Zo nee, waarom is er afgeweken? [max. 500 woorden per maatregel]
- 4.
Ondanks de genomen maatregelen kan het zo zijn dat sommige jongeren niet succesvol op school worden gehouden, of niet succesvol terug worden geleid naar onderwijs of werk. Kunt u aangeven hoe het volgens u komt dat het niet lukt om deze jongeren succesvol te begeleiden? Wat is er voor nodig om dit te verbeteren? [max. 500 woorden per maatregel]
- 5.
Wat zijn de succesfactoren van de maatregelen uit uw Regionale Programma en eventuele aanvullende maatregelen? [max. 500 woorden per maatregel]
- 1.
- 1.
Zijn er afspraken over samenwerking opgenomen in uw Regionale Programma of in een samenwerkingsovereenkomst of ander document?
- 2.
Zo ja, verloopt de samenwerking zoals voorgenomen? 4
- 3.
Zo nee, kunt u aangeven welke samenwerking niet tot stand is gekomen zoals voorgenomen?
- 4.
Kunt u aangeven waarom deze samenwerking niet op de voorgenomen manier tot stand is gekomen?
- 5.
Optioneel: Kunt u aangeven wat de positieve ervaringen zijn met de samenwerking binnen uw regio? Kunt u een good practice noemen binnen uw regio, waar andere regio’s van kunnen leren?
- 1.
Hoe kijkt u terug op de resultaten van de laatste jaren wat betreft de ontwikkeling van de voorlopige vsv-cijfers in uw regio? [open vraag, max 200 woorden]
- 2.
Hoe kijkt u terug op de resultaten van de laatste jaren wat betreft ontwikkelingen in uw regio rondom jongeren die al uitgevallen zijn? [open vraag, max 200 woorden]
Bellingwedde, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde, Pekela, Oldambt, Menterwolde.
Appingedam, Bedum, Delfzijl, Loppersum, Winsum, Eemsmond, De Marne.
Groningen, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Slochteren, Ten Boer, Zuidhorn.
Ameland, Boarnsterhim, Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Franekeradeel, Harlingen, Het Bildt, Kollumerland c.a., Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menameradiel, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland.
De Friese Meren, Littenseradiel, Súdwest Fryslân.
Achtkarspelen, Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland, Tytjerksteradiel, Weststellingwerf.
Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo.
Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen.
Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden.
Dalfsen, Hardenberg, Hattem, Heerde, Kampen, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle.
Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Olst-Wijhe, Voorst, Zutphen.
Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo(O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk.
Arnhem, Beuningen, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Lingewaard, Millingen a.d. Rijn, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Ubbergen, Westervoort, Wijchen, Zevenaar.
Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen, Neder-Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Zaltbommel.
Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Leusden, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg.
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Zeewolde.
Almere, Dronten, Lelystad, Noord-Oostpolder, Urk.
Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist.
Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp, Wijdemeren.
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam/Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad, Zeevang.
Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Koggenland, Opmeer, Stede Broec.
Den Helder, Harenkarspel, Hollands Kroon, Schagen, Texel, Zijpe.
Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk,
Schermer, Uitgeest.
Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemskerk, Heemstede, Velsen, Zandvoort.
Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Kaag en Braassem, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude.
Alphen aan den Rijn, Bergambacht, Boskoop, Gouda, Nieuwkoop, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen, Nederlek, Ouderkerk, Rijnwoude, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk.
Delft,’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer.
Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Brielle, Capelle aan den IJssel, Dirksland, Goedereede, Hellevloetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Middelharnis, Oostflakkee, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, Westvoorne.
Alblasserdam, Binnenmaas, Cromstrijen, Dordrecht, Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Nieuw Lekkerland, Oud Beijerland, Papendrecht, Sliedrecht, Strijen, Zederik, Zwijndrecht.
Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen.
Middelburg, Veere, Vlissingen.
Hulst, Sluis, Terneuzen.
Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Oosterhout, Roosendaal, Steenbergen, Rucphen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert.
Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk.
Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Schijndel, St. Anthonis, St. Michielsgestel, St. Oedenrode, Uden, Veghel, Vught.
Asten, Bergeyk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.
Beesel, Bergen, Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray, Weert.
Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Voerendaal.
Bijlage D behorende bij artikel 2.13 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017
RMC-regio | Naam regio | RMC-contactgemeente | Bedrag per regio |
1 | Oost-Groningen | Veendam | 138.446 |
2 | Noord-Groningen-Eemsmond | Delfzijl | 138.446 |
3 | Centraal en Westelijk Groningen | Groningen | 316.449 |
4 | Friesland Noord | Leeuwarden | 316.449 |
5 | Zuid-West Friesland | Sneek | 138.446 |
6 | De Friese Wouden | Smallingerland | 316.449 |
7 | Noord- en Midden Drenthe | Assen | 237.337 |
8 | Zuid-Oost Drenthe | Emmen | 237.337 |
9 | Zuid-West Drenthe | Hoogeveen | 138.446 |
10 | IJssel-Vecht | Zwolle | 632.898 |
11 | Stedendriehoek | Apeldoorn | 553.786 |
12 | Twente | Enschede | 791.123 |
13 | Achterhoek | Doetinchem | 395.561 |
14 | Arnhem/Nijmegen | Nijmegen | 791.123 |
15 | Rivierenland | Tiel | 316.449 |
16 | Eem en Vallei | Amersfoort | 791.123 |
17 | Noordwest-Veluwe | Harderwijk | 237.337 |
18 | Flevoland | Almere | 553.786 |
19 | Utrecht | Utrecht | 1.300.000 |
20 | Gooi en Vechtstreek | Hilversum | 316.449 |
21 | Agglomeratie Amsterdam | Amsterdam | 1.800.000 |
22 | West-Friesland | Hoorn | 237.337 |
23 | Kop van Noord-Holland | Den Helder | 237.337 |
24 | Noord-Kennemerland | Alkmaar | 316.449 |
25 | West-Kennnemerland | Haarlem | 395.561 |
26 | Zuid-Holland-Noord | Leiden | 553.786 |
27 | Zuid-Holland-Oost | Gouda | 553.786 |
28 | Haaglanden | Den Haag | 1.300.000 |
29 | Rijnmond | Rotterdam | 2.300.000 |
30 | Zuid-Holland-Zuid | Dordrecht | 632.898 |
31 | Oosterschelde regio | Goes | 237.337 |
32 | Walcheren | Middelburg | 138.446 |
33 | Zeeuwsch-Vlaanderen | Terneuzen | 138.446 |
34 | West-Brabant | Breda | 791.123 |
35 | Midden-Brabant | Tilburg | 553.786 |
36 | Noord-Oost-Brabant | Den Bosch | 791.123 |
37 | Zuidoost-Brabant | Eindhoven | 791.123 |
38 | Gewest Limburg-Noord | Venlo | 632.898 |
39 | Gewest Zuid-Limburg | Heerlen | 791.123 |