U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 23-11-2016.
Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 september 2016, nr. VO/876872, houdende de beoordeling van buitengewone bekwaamheden in bijzondere gevallen en bekwaamheden bij het ontbreken van een lerarenopleiding in het voortgezet onderwijs (Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo)Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning voDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 33, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 80, vijfde en achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

De beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo.

De beleidsregel heeft betrekking op de manier waarop de minister gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om:

Het doel van deze beleidsregel is duidelijkheid te bieden over de beleidslijn van de minister over de beoordeling van aanvragen voor ontheffing of bekwaamheidserkenning op grond van artikel 33, tweede en zestiende lid van de wet of op grond van artikel 80, vijfde en achttiende lid van de WVO BES.

De beleidsregel heeft geen betrekking op door het bevoegd gezag vastgestelde vakken en programmaonderdelen (schooleigen vakken) als bedoeld in artikel 33, eerste lid laatste volzin, van de wet of artikel 80, eerste lid laatste volzin, van de WVO BES.

Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of bekwaamheidserkenning wordt het vak, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, op jaarbasis ten minste gemiddeld vier uur per week gegeven door betrokkene.

In bijlage III is schematisch weergegeven uit welke stappen het proces voor de aanvraag van de ontheffing of bekwaamheidserkenning bestaat.

Er zijn twee soorten aanvragen mogelijk:

Betrokkene of het bevoegd gezag, namens betrokkene, dient een aanvraag voor een ontheffing of bekwaamheidserkenning in bij de minister. Dit gebeurt via de website van DUO. Meer informatie over de aanvraag en aanvraagprocedure is ook op dezelfde website vindbaar.

De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst door DUO behandeld. DUO stelt betrokkene in de gelegenheid om, indien nodig, de aanvraag verder aan te vullen. Als de aanvraag wordt aangevuld, dan geldt de dag waarop de laatste aanvulling is ontvangen als de datum van binnenkomst. Conform de Awb beslist de minister binnen acht weken op de aanvraag, deze termijn kan indien noodzakelijk worden verlengd. In geval van verlenging wordt dit per brief aan betrokkene meegedeeld.

Na het invullen van het aanvraagformulier wordt de aanvraag op volledigheid getoetst. Alleen volledig ingevulde formulieren worden in behandeling genomen. Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld. De open aanvragen worden op hun merites beoordeeld. De gesloten aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de vooraf vastgestelde beschrijvingen. De inspectie zal steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene. Dit kan zowel in het geval van gesloten als open aanvragen.

Indien de aanvraag wordt toegekend, ontvangt betrokkene een beschikking tot ontheffing of bekwaamheidserkenning. Indien de aanvraag wordt afgewezen, ontvangt betrokkene een afwijzende beschikking. In de beschikking wordt aangegeven hoe betrokkene in bezwaar en beroep kan gaan, de Awb is hierop van toepassing.

Indieningsvoorwaarden

Een volledige aanvraag bestaat uit:

Bij alle aanvragen

Beoordelingscriteria open aanvraag: toepassen ontheffing (artikel 33, tweede lid, van de wet of artikel 80, vijfde lid, van de WVO BES)

Bij het beoordelen van open aanvragen voor ontheffing spelen twee elementen een rol:

Om in aanmerking te komen voor een ontheffing is vereist dat er zowel sprake is van een bijzonder geval als van uitmunten in buitengewone bekwaamheid. Het bijzondere geval en het uitmunten in buitengewone bekwaamheid kunnen gezamenlijk tot het oordeel leiden dat de leraar een ontheffing van de benoembaarheidsvereisten wordt verleend voor het vak waarvoor de aanvraag wordt gedaan. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene.

Onderstaande betreft geen limitatieve opsomming van bijzondere gevallen en buitengewone bekwaamheden. Bij open aanvragen mogen ook andere omstandigheden worden aangevoerd die door de minister worden beoordeeld.

1. Bijzondere gevallen

Om in aanmerking te kunnen komen voor ontheffing, moet er sprake zijn van bijzondere gevallen. In de beleidslijn van de minister kunnen bijzondere gevallen zowel betrekking hebben op de persoon als meer externe omstandigheden. Dit betekent dat de betrokkene verhinderd wordt te voldoen aan de benoembaarheidsvereisten met het afronden van de lerarenopleiding behorend bij het vak. Bijzondere gevallen zijn altijd afhankelijk van de individuele situatie van betrokkene.

Dit kunnen bijzondere gevallen zijn zoals:

2. Buitengewone bekwaamheid van de leraar

Artikel 33, tweede lid van de wet of artikel 80, vijfde lid van de WVO BES vereisen dat de leraar voor wie ontheffing wordt aangevraagd beschikt over een buitengewone bekwaamheid voor het betreffende vak.

Betrokkene kan gemotiveerd aantonen dat er sprake is van uitmunten in buitengewone bekwaamheid als hij zijn bekwaamheid heeft opgedaan door activiteiten zoals:

Bij de open aanvraag geldt dat het aangegeven bijzondere geval en de aangegeven buitengewone bekwaamheid in samenhang worden bekeken. Beide zijn voorwaarden om in aanmerking te komen voor de ontheffing. . De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene. Voor aanvragen met betrekking tot taalonderwijs aan de geassocieerde Europese scholen vindt te allen tijde een beoordeling van de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene door de inspectie plaats.

Beoordelingscriteria open aanvraag: afgeven bekwaamheidserkenning (artikel 33, zestiende lid van de wet of artikel 80, achttiende lid, van de WVO BES)

Een aanvraag tot bekwaamheidserkenning kan worden ingewilligd als de leraar onderwijs verzorgt in een vak waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, van de wet of krachtens artikel 86, eerste lid, van de WVO BES, maar waarvoor geen toepasselijke lerarenopleiding beschikbaar is. De minister kan dan verklaren dat de leraar wordt geacht te voldoen aan de bekwaamheidseisen die zijn gesteld voor dat vak.

1. Geen lerarenopleiding beschikbaar

Het gaat hierbij om vakken in het voortgezet onderwijs die zijn geregeld in de wet of daarop gebaseerde regelingen, maar waarvoor geen lerarenopleiding beschikbaar is en die ook niet zijn opgenomen in de conversietabel.

2. Voldoen aan de bekwaamheidseisen

Betrokkene voldoet aan de vereiste bekwaamheidseisen als betrokkene kan aantonen dat hij voldoet aan de eisen van vakbekwaamheid voor die vakken. Aan de hand van de overgelegde onderbouwing, wordt beoordeeld of betrokkene vakdidactisch, vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch voldoende onderlegd is. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene.

De beleidsregel treedt op 1 oktober 2016 in werking. Voor 1 oktober 2018 zal de beleidsregel worden geëvalueerd.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.Dekker

In deze tabel staat beschreven voor welke doelgroep op grond van artikel 33, tweede lid, van de wet of artikel 80, vijfde lid, van de WVO BES door de minister ontheffing verleend kunnen worden. De in de kolom I aangeduide bewijsstukken en de in kolom II aangegeven onderbouwing van bijzonder geval moeten aangeleverd worden als onderbouwing van de aanvraag.

In deze tabel staat welke bewijsstukken moeten worden verstrekt voor het verkrijgen van een bekwaamheidserkenning op grond van artikel 33, zestiende lid, van de wet of artikel 80, achttiende lid, van de WVO BES voor de genoemde vakken. Bij een aanvraag dienen de bewijsstukken uit kolommen I, II en III te worden verstrekt.

1 Door middel van: Basiscertificaat Marifonie en Radardiploma Rijn- en binnenvaart en ADN Basisverklaring Gecombineerd Droge lading- en Tankschepen