Ministeriële regeling · BWBR0038601
Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017
Gelet op de artikelen 85, derde lid, 85a, eerste lid en 85b1, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.DekkerVoor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
- a.
- b.
directie: rectoren, directeuren, conrectoren en adjunct-directeuren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder a, van de wet;
- c.
leraren: leraren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder b, van de wet;
- d.
onderwijsondersteunend personeel: onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder c, van de wet;
- e.
schoolsoortgroep 1: scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;
- f.
schoolsoortgroep 2: scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen;
- g.
schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; en
- h.
schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs.
Voor de directie bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
- a.
€ 83.612,80 voor schoolsoortgroep 1;
- b.
€ 99.792,55 voor schoolsoortgroep 2;
- c.
€ 98.727,35 voor schoolsoortgroep 3; en
- d.
€ 95.900,36 voor schoolsoortgroep 4.
Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
- a.
€ 76.779,94 voor schoolsoortgroep 1;
- b.
€ 87.078,90 voor schoolsoortgroep 2;
- c.
€ 82.824,78 voor schoolsoortgroep 3; en
- d.
€ 78.822,90 voor schoolsoortgroep 4.
Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2016 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 46.109,84, ongeacht de schoolsoortgroep.
Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wet bedraagt per 1 januari 2016 € 4.111,35 per leerling.
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wet wordt per 1 januari 2016 vastgesteld op € 80.
Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2016, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.
Voor de directieformatie van de school gelden de in artikel 2, eerste lid, genoemde bedragen.
Voor de lerarenformatie gelden de voor de school in artikel 2, tweede lid, genoemde bedragen.
Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt het in artikel 2, derde lid, genoemde bedrag.
Voor de directie bedraagt per 1 januari 2017 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
- a.
€ 83.505,40 voor schoolsoortgroep 1;
- b.
€ 99.664,36 voor schoolsoortgroep 2;
- c.
€ 98.600,53 voor schoolsoortgroep 3; en
- d.
€ 95.777,17 voor schoolsoortgroep 4.
Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2017 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:
- a.
€ 76.823,74 voor schoolsoortgroep 1;
- b.
€ 87.128,57 voor schoolsoortgroep 2;
- c.
€ 82.872,03 voor schoolsoortgroep 3; en
- d.
€ 78.867,87 voor schoolsoortgroep 4.
Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2017 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 46.050,61, ongeacht de schoolsoortgroep.
Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid van de wet bedraagt per 1 januari 2017 € 4.106,07 per leerling.
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid van de wet wordt per 1 januari 2017 vastgesteld op € 79.
Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2017, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.
Voor de directieformatie van de school gelden de in artikel 4, eerste lid, genoemde bedragen.
Voor de lerarenformatie gelden de voor de school in artikel 4, tweede lid, genoemde bedragen.
Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt het in artikel 4, derde lid, genoemde bedrag.
Wijzigt de Regeling bekostiging leerlingen die tijdelijk buiten school worden geplaatst.
De Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2015 en 2016 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2016 en 2017.