Wijzigingen Officiële bron
Regeling van de Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 13 november 2016, nr. WJZ / 16160943, houdende vaststelling van de vaartoelage, regels omtrent de afbouw van verlofaanspraken en vaststelling van enige andere vaste vergoedingen en toeslagen voor medewerkers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA)Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWADe Minister van Economische Zaken en de Minister voor Wonen en Rijksdienst,

Gelet op de artikelen 21, twaalfde lid, en 69, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de artikelen 17, negende lid, 18a, zesde lid, 22a, vierde lid, 23, elfde lid, en 25, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

Besluiten:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage13 november 2016De Minister van Economische Zaken,H.G.J.KampDe Minister voor Wonen en Rijksdienst,S.A.Blok

In deze regeling wordt verstaan onder:

De bij de divisie Veterinair & Import van de NVWA werkzame, niet-leidinggevende medewerker met salarisschaal 11 of hoger, die retribueerbaar werk heeft verricht, heeft aanspraak op een eenmalige toeslag als bedoeld in artikel 22a van het BBRA ‘84, waarvan de hoogte na afloop van een kalenderjaar wordt bepaald overeenkomstig artikel 23 van het BBRA ‘84.

De minister kan, voor zover nodig in individuele gevallen waar de regeling naar zijn oordeel niet of niet in redelijkheid voorziet, in afwijking van deze regeling besluiten, indien bijzondere gevallen daartoe aanleiding geven.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaartoelage, afbouw verlofaanspraken en enige andere vaste vergoedingen en toeslagen NVWA.

De berekening, bedoeld in artikel 4 van deze regeling, wordt als volgt verricht.

Samengevat kwam in de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Vrijdag 8 arbeidsuren

In de oude situatie verrichtten de VIPOL medewerkers van de voormalige AID maximaal 14 uur arbeid per etmaal in geval van werkzaamheden op zee. De medewerkers schreven in de oude situatie standaard 14 arbeidsuren per dag, in geval van werkzaamheden op zee gedurende de dagen maandag tot en met donderdag. Op vrijdag schreven de medewerkers de daadwerkelijk gemaakte uren. Indertijd is overeengekomen dat de medewerkers naast de compensatie uren, die berekend werden op grond van de maximaal te werken 14 arbeidsuren per etmaal, 4 uur extra compensatie ontvingen in het kader van arbeid en rusttijden. Dit betroffen de zogenoemde ‘Kleemansuurtjes’.

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de oude situatie aanspraak had op in totaal 68-40 = 28 compensatie uren per week.

Teneinde conform de in de Arbeidstijdenwet neergelegde maxima te werken, is in de Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden en in deze regeling vastgelegd dat de medewerker bij werkzaamheden op zee gedurende maximaal 12 uur per etmaal dienst verricht. Teneinde de achteruitgang in compensatie uren op te vangen, wordt aan de medewerker per dag aan boord van een controleschip 2 uur compensatieverlof toegekend. Samengevat komt in de nieuwe situatie een vaarweek van maandag tot en met vrijdag op het volgende neer:

Maandag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Woensdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Donderdag 12 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Vrijdag 8 arbeidsuren + 2 uur compensatieverlof

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, zou dit betekenen dat de medewerker aanspraak heeft op 66-40 = 26 compensatie uren per week.

In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op twee uur compensatieverlof per gewone vaarweek neer.

In de oude situatie, te weten de situatie tot 1 januari 2012, werd in geval van meerweekse reizen ook op vrijdag, en de tweede maandag, dinsdag en woensdag 1 Kleemans uur toegekend. Daarnaast ontving de medewerker in een dergelijk geval 4 Kleemans uren op zaterdag. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, leverde de oude situatie het volgende op:

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Donderdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Vrijdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Zaterdag 14 arbeidsuren + 4 Kleemans uren

Zondag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Maandag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Dinsdag 14 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Woensdag 8 arbeidsuren + 1 Kleemans uur

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekende dit dat de medewerker in de oude situatie in geval van een meerweekse reis aanspraak had op in totaal 146-60= 86 compensatie uren per week.

In de nieuwe situatie ontvangt de medewerker, die gedurende meer dan vijf achtereenvolgende dagen aan boord van een controleschip dienst verricht, voor iedere dag aan boord die uur verlof. Uitgaande van een vaarweek van tien dagen, levert de nieuwe situatie het volgende op:

Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Woensdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Donderdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Vrijdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Zaterdag 3 uur compensatieverlof

Zondag 3 uur compensatieverlof

Maandag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Dinsdag 12 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Woensdag 8 arbeidsuren + 3 uur compensatieverlof

Uitgaande van een arbeidsmodaliteit van 40 uur, betekent dit dat de medewerker in de nieuwe situatie in geval van een meerweekse reis van tien dagen aanspraak heeft op in totaal 122-60= 62 compensatie uren per week.

In dit voorbeeld komt het te compenseren verschil in de oude en de nieuwe situatie op 24 uur compensatieverlof per meerweekse reis neer.