Ministeriële regeling · BWBR0038924
Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP
Gelet op artikel 46a van de Wet op de rechterlijke organisatie;
Gehoord de Raad voor de rechtspraak;
Gehoord het College van procureurs-generaal;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage14 december 2016De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van derSteurVoor de behandeling van zaken van het Landelijk Parket, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het Functioneel Parket, bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, die door het openbaar ministerie aanhangig zijn gemaakt bij de rechtbank Rotterdam, worden aangewezen als andere rechtbanken als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie: de rechtbanken Amsterdam, Oost-Brabant en Overijssel.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke aanwijzing bevoegde gerechten voor zaken van het LP en FP.