Wijzigingen Officiële bron
Besluit inschrijvingsvoorwaarden mediators 2017Besluit inschrijvingsvoorwaarden mediators 2017Aldus vastgesteld te Utrecht20 december 2016J.H.GerritsenAlgemeen Directeur

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die in aanmerking willen komen voor verwijzingen vanuit de gerechten of vanuit het Juridisch Loket zich inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en volgende van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

In het onderstaande zijn deze voorwaarden uitgewerkt. De voorwaarden zijn op te vatten als algemeen verbindende voorschriften.

De mediator verplicht zich steeds beschikbaar te zijn voor het doen van een verwezen mediation – behoudens vakantie en tijdens ziekte – en telkens binnen twee weken na aanmelding en acceptatie van de mediation een eerste mediationbijeenkomst te houden en vervolgafspraken zodanig te maken dat de mediation binnen drie maanden na de eerste bijeenkomst afgerond is.

De mediator dient een regeling te hebben getroffen ten aanzien van de organisatie van zijn kantoor/ praktijk, waarin voldoende voorzien is in:

Plaatsvervanging is in principe niet mogelijk. Incidenteel kan, in geval van zwaarwegende redenen voor verhindering, plaatsvervanging geschieden met een eveneens bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven mediator. Indien het om een verwijzing van de verwijzingsvoorzieningen gaat, dient dit tevens in overleg met de betreffende verwijzingsvoorziening te geschieden.

De mediator heeft zich gecommitteerd aan de klachtenregeling van de Stichting Kwaliteit Mediators (SKM) en het Reglement Stichting Tuchtrechtspraak Mediators d.d. 2015 en stemt in met de plicht van de SKM om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping is opgelegd aan deelnemende mediators te melden aan de verwijzingsvoorziening van de Rechtspraak en aan de Raad voor Rechtsbijstand. De mediator stemt er tevens mee in dat de SKM gevallen waarbij sprake is van een (vermoeden van) fraude/misbruik van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand van deelnemende mediators aan de Raad voor Rechtsbijstand behoort te melden.

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 450.000,- (zegge vierhonderdvijftigduizend euro) per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor minimaal € 450.000 per gebeurtenis.

De mediator draagt zorg voor het compleet en tijdig verstrekken van de gegevens ten behoeve van de monitoring die door de verwijzingsvoorziening worden gevraagd.

De mediator is bereid mediationbijeenkomsten te houden in mediationkamers die door de verwijzingsvoorziening bij de Rechtspraak zijn ingericht. Voor de gevallen waarin de verwijzingsvoorziening geen ruimte ter beschikking heeft, dient de mediator adequate ruimte ter beschikking te hebben om mediationbijeenkomsten te houden. De mediator brengt hiervoor geen kosten aan partijen in rekening.

Bij zijn verzoek tot inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand kan de mediator één of meer affiniteiten opgeven. Een affiniteit wordt door de Raad alleen geregistreerd als per hoofdcategorie waarbinnen de affiniteit wordt opgegeven tenminste drie mediations9 zijn behandeld. Dit moet aan de hand van (geanonimiseerde) mediationovereenkomsten aangetoond worden. Dit geldt niet voor het registreren van affiniteiten op het terrein van het Personen- en Familierecht, daarop is artikel 13 van toepassing.

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een mediator die om inschrijving verzoekt, naast de in artikel 1 lid 1 omschreven eisen, te voldoen aan het volgende vereiste:

Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 13 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de door de mediator te verrichten werkzaamheden in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een mediator jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan 250.

Het maximum van 250 toevoegingen per jaar sluit aan bij de door de beroepsgroep algemeen aanvaarde norm van het aantal van omstreeks 1.200 declarabele uren per jaar dat maximaal verricht zou moeten kunnen worden zonder dat de kwaliteit van de werkzaamheden in het gedrang komt.

Indien een mediator het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt, zullen in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem worden afgegeven. De Raad informeert de Mediatorsfederatie Nederland over het bereiken van de grens van het maximum aantal af te geven toevoegingen. De mediator stemt door zijn inschrijving bij de Raad op voorhand met deze melding in.

De mediator kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als hij in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin het vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum aan hem toevoegingen zijn geweigerd, zal – indien de toevoeging alsnog wordt verleend – de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.

Het doorgeven van wijzigingen van gegevens en beëindiging van deelname dient schriftelijk te geschieden bij de Raad voor Rechtsbijstand.