Ministeriële regeling · BWBR0039459
Regeling subsidie zij-instroom
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,S.DekkerIn deze regeling wordt verstaan onder:
bekwaamheidsonderzoek: bekwaamheidsonderzoek als bedoeld in artikel 175 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 7.31 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 155 van de Wet op de expertisecentra;
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1.1, onderdelen a en b van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
geschiktheidsonderzoek: geschiktheidsonderzoek als bedoeld in artikel 172 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 7.27 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 152 van de Wet op de expertisecentra;
geschiktheidsverklaring: geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 7.28 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 151 van de Wet op de expertisecentra of artikel 4.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
leraar: persoon, die voldoet aan de bevoegdheidseisen die worden gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra of artikel XI van de Wet op de beroepen in het onderwijs, dan wel wordt benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 4.2.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of die lesgeeft in het hoger beroepsonderwijs;
lerarenopleiding: bachelor- of masteropleiding die leidt tot het verkrijgen van een bevoegdheid om les te geven in het primair onderwijs of in het voortgezet onderwijs;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
zij-instromer:
- a.
in het basisonderwijs: persoon die in het basisonderwijs instroomt in de functie van leraar als bedoeld in hoofdstuk I, titel IV, afdeling 11, van de Wet op het primair onderwijs;
- b.
in het (voortgezet) speciaal onderwijs: persoon die in het (voortgezet) speciaal onderwijs instroomt in de functie van leraar als bedoeld in titel IV, Afdeling 10, van de Wet op de expertisecentra;
- c.
in het voortgezet onderwijs: persoon die in het voortgezet onderwijs instroomt in de functie van leraar als bedoeld in hoofdstuk 7, Paragraaf 6, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; of
- d.
in het middelbaar beroepsonderwijs: persoon die in het middelbaar beroepsonderwijs instroomt in de functie van leraar, die niet in het bezit is van een in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs genoemd getuigschrift, diploma of bewijs van erkenning, en die een pedagogisch-didactische scholing volgt als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of in het bezit is van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs en scholing en begeleiding ontvangt als bedoeld in de artikelen 5, zevende lid, en 8 van dat Besluit.
- a.
De minister kan aan het bevoegd gezag subsidie verstrekken voor de kosten van een zij-instromer, waaronder wordt verstaan het laten volgen van scholing. Daarnaast kunnen de kosten voor de volgende activiteiten worden aangemerkt als kosten van een zij-instromer:
- a.
het laten uitvoeren van een geschiktheidsonderzoek van een zij-instromer;
- b.
het afgeven van een geschiktheidsverklaring aan een zij-instromer;
- c.
het geven van verlof aan een zij-instromer;
- d.
het begeleiden van een zij-instromer;
- e.
het laten uitvoeren van het bekwaamheidsonderzoek van een zij-instromer; of
- f.
het in het kader van scholing en begeleiding volgen door de zij-instromer van een door de minister aangewezen verdiepend trainingsprogramma.
Met uitzondering van het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, wordt geen subsidie verstrekt aan het bevoegd gezag, indien:
- a.
de betreffende zij-instromer staat ingeschreven als student aan een lerarenopleiding;
- b.
de betreffende zij-instromer in de twee jaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag ingeschreven heeft gestaan als student aan een lerarenopleiding en de betreffende opleiding niet met goed gevolg heeft afgerond;
- c.
voor de betreffende zij-instromer al een zij-instroomsubsidie is verstrekt voor het behalen van dezelfde bevoegdheid; of
- d.
voor de betreffende zij-instromer al een zij-instroomsubsidie is verstrekt en de zij-instromer het Getuigschrift bekwaamheidsonderzoek of het Getuigschrift pedagogisch-didactische scholing, als bedoeld in artikel 7a.3. en 7a.4. in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek niet heeft behaald.
Indien de zij-instromer het dienstverband met de subsidieontvanger beëindigt en het zij-instroomtraject voortzet bij een ander bevoegd gezag, kan de subsidieontvanger de subsidie aanwenden om de zij-instromer het zij-instroomtraject te laten voortzetten bij het andere bevoegd gezag.
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
Voor het verstrekken van subsidie voor zij-instromers is voor:
- a.
het kalenderjaar 2022 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 39.240.000,–;
- b.
het kalenderjaar 2023 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 58.480.000,–;
- c.
het kalenderjaar 2024 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 57.250.000,–;
- d.
de kalenderjaren 2025, 2026, 2027 en 2028 jaarlijks een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 54.240.000,–.
De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Indien het subsidieplafond, bedoeld artikel 4, lid 1a, van de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag door de minister in de Staatscourant bekend gemaakt. Dit resterende bedrag wordt toegevoegd aan het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, voor het desbetreffende kalenderjaar, met dien verstande dat bij de verdeling van een resterend bedrag, afkomstig uit de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo voorrang wordt verleend aan aanvragen die betrekking hebben op zij-instroom in het middelbaar beroepsonderwijs.
De subsidie bedraagt ten hoogste € 25.000 per zij-instromer.
Het bevoegd gezag dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs beschikbaar wordt gesteld.
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf het moment waarop de scholing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is aangevangen tot en met 15 oktober van het daaropvolgende kalenderjaar.
De subsidie wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag direct vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid wordt de subsidie uiterlijk vóór 1 maart van het daaropvolgende kalenderjaar direct vastgesteld, indien:
- a.
het plafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, is bereikt vóór 16 oktober van het betreffende kalenderjaar; of
- b.
de aanvraag is ingediend in de periode van 16 oktober tot en met 31 december van het kalenderjaar waarin de scholing is aangevangen.
De minister betaalt het subsidiebedrag binnen vier weken na de vaststelling.
Indien de zij-instromer het zij-instroomtraject met goed gevolg afrondt, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
De subsidieontvanger maakt er bij de minister melding van, indien de zij-instromer het zij-instroomtraject beëindigt of dat niet met goed gevolg afrondt. In dat geval kan de minister de subsidie lager vaststellen.
De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten, waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
De minister kan deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing verklaren of daarvan afwijken, voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zal leiden.
Wijzigt de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie zij-instroom.
Vervallen