Ministeriële regeling · BWBR0039480

Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief

Wijzigingen Officiële bron
Gemeenschappelijke regeling tot instelling van een openbaar lichaam beheer archiefbescheiden en collecties gemeente Utrecht d.d. 10 februari 2017, kenmerk 1149544Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts ArchiefDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Den Haag, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

Gelet op hoofdstuk I en IX van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten:

tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden en collecties beheert die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Utrecht en de archiefbewaarplaats van de gemeente Utrecht.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.BussemakerBurgemeester en wethouders van de gemeente UtrechtDe burgemeester,J. vanZanenDe secretaris, G.Haanen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de kosten, bedoeld in artikel 19 Archiefwet 1995, vast bij unanimiteit en volgt daarbij zoveel mogelijk de regels die de Minister op grond van artikel 19 Archiefwet 1995 heeft vastgesteld voor de archiefbescheiden van het Rijk.

Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de Minister, provinciale staten en gedeputeerde staten van de provincie, de raad van de gemeente en het college de door hen gevraagde inlichtingen.

De Minister, gedeputeerde staten en het college kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen.

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

Bij het jaarverslag stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de Minister, de provincie en de gemeente vast.

De Minister, gedeputeerde staten en het college kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het financieel verslag, jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.

Het dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van Het Utrechts Archief.

Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur.

Toetreding tot de regeling geschiedt bij een daartoe strekkende besluiten van de Minister, gedeputeerde staten en het college, na verkregen toestemming van provinciale staten van de provincie, de raad van de gemeente, alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.

Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de Minister, gedeputeerde staten en het college. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de Staat, de provincie en van de gemeente om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de Staat, de provincie en de gemeente te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief.

Per 1 januari 2019 treedt de provincie Utrecht toe tot deze gemeenschappelijke regeling. Door deze toetreding wijzigt de financiële situatie van Het Utrechts Archief. In deze bijlage zijn de afspraken over de structurele bijdragen van de deelnemers aan de Gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief nader gespecificeerd.

De grondslag voor het verlenen van de jaarlijkse financiële bijdrage van de deelnemers aan Het Utrechts Archief is te vinden in het eerste en tweede lid van artikel 17 van deze gemeenschappelijke regeling. De bijdrage wordt vastgesteld bij begroting en de deelnemers staan er voor in dat Het Utrechts Archief altijd aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Bij de begroting wordt aangegeven wat de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden voor het betreffende jaar zijn.

De bijdragen van de Minister en van het college worden zoveel mogelijk op basis van pariteit ingericht. In de vastgestelde Programmabegroting 2019 wordt voor het Rijk uitgegaan van een bijdrage van € 2.452.1911 en voor de gemeente Utrecht € 2.882.193.

De provincie Utrecht heeft sinds 2012 een dienstverleningsovereenkomst met Het Utrechts Archief. De bijdrage ad € 661.692, die jaarlijks op basis van deze overeenkomst is verleend, is gebaseerd op afspraken gemaakt bij het Bestuursakkoord 2011–20152. In de Programmabegroting 2019 van Het Utrechts Archief wordt uitgegaan van ditzelfde bedrag.

Met ingang van de beleidsplanperiode 2021-2024 worden de hierna genoemde uitgangspunten gehanteerd bij het bepalen van de bijdragen van de deelnemers. Voor aanvang van nieuwe (vierjarige) beleidsperioden worden de aandelen van de collecties van de partners in de totale collectie van Het Utrechts Archief herijkt en wordt op basis daarvan de deelnemersbijdrage berekend en vastgelegd.

Voor het archiefwettelijk beheer van fysieke of analoge archiefbescheiden en het beheer van bij Het Utrechts Archief berustende collecties worden de kosten berekend naar rato van het aandeel van de betreffende archiefbescheiden en collecties in relatie tot de totale collectie van HUA. Wat onder collectie wordt verstaan staat beschreven in artikel 1, onder d.

Voor het archiefwettelijk beheer van (overgebrachte) digitale archiefbescheiden in het e-depot wordt, op basis van de verwachte hoeveelheid digitale archiefbescheiden, conform het gezamenlijke, kostendekkende kostenmodel van Het Utrechts Archief en de andere Regionaal Historische Centra voor de decentrale overheden gerekend. In de fase van aansluiting op het e-depot zal een nog nader af te spreken opbouwtarief worden gehanteerd. Na 4 jaar volgt een evaluatie van het kostenmodel wat tot bijstelling van de gehanteerde tarieven en factoren kan leiden.

De bijdrage voor de toezichtstaken die Het Utrechts Archief uitvoert voor de provincie en de gemeente, wordt berekend op basis van de hoeveelheid in te zetten uren, het schaalniveau van de in te zetten functionaris(sen) en de overheadkosten.

In het geval er extra fysieke depotruimte voor archiefbescheiden van een deelnemer moet worden gehuurd, wordt de bijdrage voor de geprognosticeerde groei berekend op basis van de werkelijke kosten van de externe opslag en de transportkosten.

De kosten voor activiteiten in het kader van publieksbereik worden berekend naar rato van het aandeel van de betreffende collectie in de totale collectie van Het Utrechts Archief.

In de gemeenschappelijke regeling is de mogelijkheid voor gedeputeerde staten en het college opgenomen om (onderdelen van) hun niet-overgebrachte archieven door Het Utrechts Archief te laten beheren. Dit betreft een nieuwe activiteit, waarvoor nog geen uitgangspunten voor het bepalen van de bijdrage zijn geformuleerd.

Er kunnen zich calamiteiten of andere onvoorziene omstandigheden voordoen, die niet binnen de eigen begroting van Het Utrechts Archief kunnen worden opgevangen en waarvoor de deelnemers dienen te voorzien in de kosten die hieruit voortvloeien. De kosten worden alsdan in beginsel verdeeld naar rato van het aandeel van elk van de deelnemers in de totale bijdrage van de deelnemers in het betreffende jaar.

Bij aanvang van de provinciale deelname in de GR HUA, op 1 januari 2019, is deze verdeling als volgt: