Wijzigingen Officiële bron
Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functiesBeleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functiesDe directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op de artikelen 48, derde lid, en 149a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 Algemene wet bestuursrecht, artikel 4 van het Kentekenreglement en artikel 2a van het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer;

Besluit:

De directie van de Dienst Wegverkeer, Z.BaeldeDirecteur Bedrijfsvoering

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor ontheffingen op grond van artikel 2a van het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer.

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Een ontheffingsaanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.

Na de beoordeling van de documenten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden voor een of meerdere voertuigen dan wel de verbonden voertuigen op een door de RDW aangewezen locatie een happy flow test en een stress test uitgevoerd.

De Dienst Wegverkeer kan advies vragen aan deskundigen ten behoeve van de testen en de uitvoering van de proef.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingverlening voertuigen met geautomatiseerde functies.

De ontheffing mag niet worden gebruikt in combinatie met enig andere ontheffing.

Een ontheffing mag niet gebruikt worden voor vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Personenvervoer als bedoeld in de wet personenvervoer 2000 is niet toegestaan.

Een ontheffing mag niet gebruikt voor voertuigen die zijn uitgerust of beladen met een tank voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1.000 L.

In geval van (lichte) materiële schade of (licht) persoonlijk letsel, in of buiten het voertuig, wordt het rijden met de ontheffing met directe ingang opgeschort en moet direct melding hiervan worden gemaakt bij de RDW en de wegbeheerder.

Het gebruik van de ontheffing mag hervat worden na toestemming van de RDW en wegbeheerder.