U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-02-2022.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 26 juli 2017, houdende regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017)Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen met betrekking de taken en bevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het kader van de nationale veiligheid, de coördinatie van de taakuitvoering van deze diensten, de verwerking van gegevens door deze diensten, de nationale en internationale samenwerking van deze diensten, de uitoefening van het toezicht en de behandeling van klachten en de geheimhouding, alsmede in verband daarmee enkele wetten te wijzigen en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 te vervangen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Hydra26 juli 2017Willem-AlexanderDe Minister-President, Minister van Algemene Zaken,M.RutteDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.H.A.PlasterkDe Minister van Defensie,J.A.Hennis-PlasschaertDe Minister van Veiligheid en Justitie,S.A.Blokde zeventiende augustus 2017De Minister van Veiligheid en Justitie,S.A.Blok

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

De diensten en de coördinator verrichten hun taak in gebondenheid aan de wet en in ondergeschiktheid aan Onze betrokken Minister.

De hoofden van de diensten alsmede de vertegenwoordigers in de commissie, bedoeld in artikel 5, verlenen de coördinator medewerking voor de uitoefening van zijn taak. Zij verschaffen hem daartoe alle nodige inlichtingen.

Onze betrokken Minister kan ten aanzien van de organisatie, de werkwijze en het beheer van een dienst nadere regels stellen.

De diensten zijn bevoegd tot het verwerken van gegevens met inachtneming van de eisen die daaraan bij of krachtens deze wet of de Wet veiligheidsonderzoeken zijn gesteld.

De hoofden van de diensten dragen zorg voor:

Van de uitoefening van een bevoegdheid wordt aantekening gehouden.

In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Deze paragraaf is van toepassing op de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 47, eerste lid, waarvoor de medewerking is vereist van een aanbieder van een communicatiedienst op wie niet reeds op grond van artikel 13.2 van de Telecommunicatiewet een verplichting tot medewerking rust, alsmede op de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 48, eerste lid.

De verstrekking van door of ten behoeve van een dienst verwerkte gegevens aan een binnen de dienst of ingevolge artikel 91 ten behoeve van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst werkzame ambtenaar onderscheidenlijk ingevolge artikel 92 ten behoeve van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst werkzame ambtenaar vindt slechts plaats, voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de aan de desbetreffende ambtenaar opgedragen taak.

Van de verstrekking van persoonsgegevens wordt aantekening gehouden.

Op de uitoefening van de bijzondere bevoegdheden in dit hoofdstuk zijn de artikelen 28, 29 en 31 van overeenkomstige toepassing.

Onverminderd de kennisneming van op grond van paragraaf 3.4 verstrekte gegevens, kan van de gegevens verwerkt door of ten behoeve van een dienst slechts kennis worden genomen overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.

In dit hoofdstuk wordt onder document, bestuurlijke aangelegenheid, intern beraad, persoonlijke beleidsopvatting, ambtelijk of gemengd samengestelde adviescommissie verstaan, hetgeen daaronder in artikel 1 van de Wet openbaarheid van bestuur dan wel in de artikelen 1 en 12 van de Wet openbaarheid van bestuur BES wordt verstaan.

Artikel 82 is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in artikel 79 met dien verstande dat in artikel 82 voor «de aanvrager» wordt gelezen: de overleden persoon.

Aan de leden van de commissie van toezicht en de leden van de afdeling klachtbehandeling wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze betrokken Ministers gezamenlijk, ontslag verleend:

Bij algemene maatregel van bestuur worden de bezoldiging, de aanspraken in geval van ziekte, alsmede de overige rechten en plichten die betrekking hebben op de rechtspositie van de leden van de commissie van toezicht en de leden van de afdeling klachtbehandeling geregeld, voor zover daarin niet bij de wet is voorzien.

Op de leden van de commissie van toezicht, de leden van de afdeling klachtbehandeling alsmede de tot het secretariaat behorende personen is artikel 14, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend door Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken.

De voorzitters van de afdelingen van de commissie van toezicht regelen de werkzaamheden van de afdelingen. De regelingen worden in de Staatscourant bekendgemaakt.

De vergaderingen van de commissie van toezicht en haar afdelingen zijn niet openbaar.

Een afdeling van de commissie van toezicht dan wel een daartoe door haar aangewezen lid is bevoegd alle plaatsen te betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is. De afdeling dan wel het door haar aangewezen lid kan zich daarbij doen vergezellen van door de voorzitter aangewezen personen van het secretariaat, bedoeld in artikel 103.

Aan de behandeling van de klacht wordt niet meegewerkt door een persoon die betrokken is geweest bij het optreden waarop de klacht betrekking heeft.

De afdeling klachtbehandeling is niet bevoegd een onderzoek in te stellen of voort te zetten indien de klacht betrekking heeft op:

De afdeling klachtbehandeling is niet verplicht een onderzoek in te stellen of voort te zetten indien:

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Indien de afdeling klachtbehandeling geen onderzoek instelt of dit niet voortzet, deelt zij dit onder vermelding van de redenen zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de melder en, voor zover Onze betrokken Minister op grond van artikel 127, tweede lid, van de melding op de hoogte is gesteld, Onze betrokken Minister mede.

Met betrekking tot het onderzoek van een melding is artikel 117 van overeenkomstige toepassing.

De artikelen 23 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing op de commissie van toezicht.

Indien ten behoeve van de beslissing op een tegen een besluit van Onze betrokken Minister ingediend bezwaarschrift, een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht is ingesteld, komt aan die commissie niet de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7:13, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe, voor zover deze betrekking heeft op de beslissing over de toepassing van artikel 7:4, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De uitoefening van deze bevoegdheid blijft voorbehouden aan Onze betrokken Minister.

Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van het in dit hoofdstuk bepaalde.

Voor de toepassing van deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de Algemene wet op het binnentreden van toepassing.

Op gegevens verwerkt door of ten behoeve van inlichtingen- en veiligheidsdiensten die zijn opgeheven, zijn de artikelen 20, 21, 23, 24, 62, 69, 70 alsmede de hoofdstukken 5, 7 en 8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de desbetreffende bevoegdheden en verplichtingen toekomen aan Onze Minister bij wie de desbetreffende gegevens berusten.

Wijzigt de Telecommunicatiewet.

Wijzigt de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur.

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Wijzigt de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement.

Wijzigt de Wet politiegegevens.

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Wijzigt de Ambtenarenwet.

Wijzigt de Vreemdelingenwet 2000.

Wijzigt de Wet bescherming persoonsgegevens.

Wijzigt de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Wijzigt de Wet Huis voor klokkenluiders.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Wet open overheid (Kst. 33328).

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt deze wet.

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2016.

Wijzigt de Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity.

Wijzigt de Wijzigingswet Telecommunicatiewet, enz.(aanpassing bewaarplicht telecommunicatiegegevens)(Kst. 34537).

Artikel 59 is niet van toepassing met betrekking tot door de diensten uitgeoefende bijzondere bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid van dat artikel die hebben plaatsgevonden voor 29 mei 2002.

Vervallen

Na de inwerkingtreding van deze wet berust:

Zij die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet lid zijn van de commissie van toezicht, blijven voor de resterende duur van hun benoemingsperiode lid van de commissie van toezicht. Een van de leden, anders dan de voorzitter, wordt door de commissie aangewezen als voorzitter van de afdeling klachtbehandeling.

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.